Jubilerende bisschop De Korte: een lerende kerk worden kost tijd
Bisschop De Korte viert zaterdag zijn zilveren priesterjubileum. Dan verschijnt ook zijn boek Hartelijk katholiek. Spiritualiteit van een liefdevolle God. Het pak van bisschop zijn zit hem steeds beter.
Hanneke Goudappel
Groningen | Aan het eind van een feestelijke eucharistieviering zaterdag neemt eregast kardinaal Simonis het eerste exemplaar in ontvangst. De kardinaal schreef ook een voorwoord in het boek. Niet voor niets. De Korte beschouwt Simonis als een geestelijk vader. Het was Simonis die hem tot diaken, tot priester én tot bisschop wijdde.
Het zilveren priesterjubileum van bisschop Gerard de Korte vormde de aanleiding voor de bundeling van een aantal artikelen, lezingen en columns uit de afgelopen 25 jaar. Ze zijn in het boek ondergebracht onder vier thema’s: de toekomst van kerk & christendom in ons land, katholieke spiritualiteit, de plaats van de kerk in de samenleving en de liturgie.
Welk thema gaat de bisschop het meest aan het hart? ,,De toekomst van de kerk houdt mij sterk bezig”, vertelt mgr. De Korte. ,,En als je het over toekomst hebt, heb je het ook over de inhoud: katholieke spiritualiteit, en over het spreken naar de samenleving.”
Dat laatste valt nog niet mee. De Korte staat bekend om zijn typering van ‘de sprakeloosheid’ van katholieken als het gaat om kennis van het christelijk geloof. De bisschop maakt zich niet alleen zorgen over de getalsmatige krimp, maar vooral ook over die ‘geloofszwakte van veel hedendaagse katholieken’, schrijft hij in zijn voorwoord. Het is hem bij pastorale gespreken steeds weer opgevallen dat veel katholieken in de praktijk ‘religieuze humanisten’ zijn geworden, ‘die het geloof beleven en ter sprake brengen op het niveau van waarden en normen’.
Lerende kerk
Daarom zet hij sinds zijn aantreden als bisschop van het noordelijke bisdom in september 2008 in op catechese en geloofscommunicatie. Gemakkelijk is dat niet. ,,Je bent als bisschop afhankelijk van de mensen: wíllen ze leren, wíllen ze samenkomen naast de vieringen? Katholieken zijn dat vaak niet gewend.” Toch ontstaan er in het bisdom langzaam maar zeker meer gespreksgroepen, zoals bijbelgroepen en Geloven Nu-groepen. Een lerende kerk worden kost tijd, zegt De Korte.
Hoe het noordelijk bisdom er over 25 jaar uitziet, is een spannende vraag, vindt de bisschop. ,,De tendenzen zijn die van een minderheidskerk. Dat zijn we natuurlijk ook nu al. Ik denk voor de toekomst aan kleine parochies. Een omslag naar numerieke groei van het aantal katholieken lijkt sociologisch niet voor de hand liggend. Ik hoop echter op vitale kleine christelijke gemeenschappen, die – zonder enige dwang of noodzaak – hun bijdrage leveren aan de eigen geloofsvorming en aan de opbouw van de samenleving.”
Open en gastvrije kerken, aldus De Korte. Maar wel vanuit een helder perspectief: ‘Authentiek christelijk geloof is altijd een relationeel geloof’, verwoordt de bisschop in zijn boek. ‘Wij worden uitgenodigd tot vriendschap met Christus.’
,,In het grote aanbod op de markt van religie hoeven mensen niet gelijk ‘het hele pakket’ aan te nemen”, licht De Korte toe. ,,Er is ruimte om te groeien in de relatie met Christus. Het is een hoog ideaal, maar ik hoop dat de kerk van over 25 jaar deze relationele dimensie van het christelijk geloof voorop heeft staan, en zelfbewust is in het geloof.”
Pijn
In de komende 25 jaar komt er ook op het gebied van kerksluitingen nog veel op het bisdom af, weet De Korte als geen ander. ,,We zitten nog altijd te ruim in ons jasje. We moeten de kerk ook qua structuur en gebouwen toekomstbestendig maken.” Zo vormt de bisschop de huidige 37 Friese parochies om naar acht grote parochies in 2017.
Bisschop De Korte voelde de pijn van reorganisatie in het afgelopen jaar aan den lijve. Hij moest vier mensen uit het bisschopshuis ontslaan. ,,Dat heeft me flink geraakt. Het komt heel dichtbij. Je moet mensen verdriet doen, met wie je vier jaar hebt samenwerkt. Voor de ontslagen werknemers is het een ramp, maar voor de continuïteit van het bisdomkantoor is het noodzakelijk.”
Het maakte – samen met de hele landelijke misbruikaffaire – de laatste jaren tot de moeilijkste uit zijn 25 priesterjaren. De bisschop voerde tientallen gesprekken met slachtoffers van seksueel misbruik, van ‘licht’ tot heel zwaar misbruik. Af en toe wilde hij ,,letterlijk onder tafel kruipen”. Het riep ,,boosheid, verdriet en schaamte” op en het gevoel: ,,vreselijk dat dit in kerkelijke huizen heeft plaatsgevonden”.
Naast die gevoelens kijkt De Korte als historicus ook ,,nuchter” naar de kerk. ,,De kerk is een gemengd lichaam. Er zijn altijd wolven binnen geweest, net als er ook buiten schapen zijn. Door de eeuwen heen is er veel kleinmenselijkheid. Zelfs al in de eerste gemeenten: de apostel Paulus schreef zijn brieven vaak als reactie op ellende in de gemeente. Maar ellende wordt altijd confronterender als het dichtbij komt, en in je eigen tijd plaatsvindt.”
Ondanks de moeilijkheden voelt De Korte zich een zondagskind. Geen enkele periode uit de afgelopen kwart eeuw springt er voor hem echt uit: ,,de hele periode vind ik mooi.” Het priester worden leek al vroeg in het verschiet te liggen. Als kind speelde Gerard de Korte pastoortje. ‘Bij de katholieke boekhandel werden de benodigde spullen gekocht om ‘misje te spelen’, schrijft hij.
Schoolbord
Al snel verschoof de aandacht echter. Op de lagere school groeide steeds meer het verlangen om leraar te worden. ‘Ik kreeg een groot schoolbord en gaf aan jongere kinderen uit de buurt les.’ Geschiedenis zou het worden. Mede door het vele vrijwilligerswerk dat De Korte tijdens zijn studie in de parochie deed, kwam ‘het oude verlangen om priester te worden in een nieuwe en gezuiverde vorm terug’. ‘Niet meer als een kleine jongen die geraakt was door de schoonheid van de liturgie en dat wilde naspelen. Veel meer om op een meer radicale wijze de weg van de navolging van Jezus te gaan.’
Na zijn afstuderen als historicus in 1980 begon hij aan de Katholieke Theologische Universiteit in Utrecht, en aan het Ariënskonvikt, de priesteropleiding. ‘Het konvikt zorgde voor een stevige spirituele vorming, waarvan de dagelijkse eucharistie en het getijdengebed het hart vormde, en de universiteit daagde mij intellectueel uit.’
In januari 1987 werd De Korte door kardinaal Simonis tot diaken gewijd. In september volgde de priesterwijding. Hij werd halftijds pastor van de kathedrale kerk van Utrecht, en kreeg daarnaast een benoeming als staflid van de priesteropleiding en de opdracht om een proefschrift te schrijven. De Korte kijkt met veel plezier terug op deze tijd waarin hij wekelijks voorging in de zondagse eucharistie, en veel tijd besteedde aan studenten- en volwassenencatechese en individueel pastoraat.
Een paar jaar later, in 1992, volgde De Korte dr. P. Rentinck op als rector van het konvikt. Ook het werken aan de vorming van nieuwe priesters gaf hem veel voldoening. Het proefschrift dat hij in mei 1994 verdedigde - Pastoraat van de verzoening - kreeg meer aandacht in protestantse kring dan in het eigen rooms-katholieke milieu.
Toen kardinaal Simonis in 1999 de benoeming als deken van Salland (West-Overijssel) voor hem in petto had, leek dat De Korte eerst niet zo aantrekkelijk. ‘Veel minder contact met gelovigen en veel meer vergaderingen met pastores en bestuurders. Al snel ontdekte ik dat ook het dekenale werk een echte vorm van pastoraat is.’
In de war
Met zijn volgende benoeming was De Korte in eerste instantie al helemaal niet blij. De paus benoemde hem in 2001 als hulpbisschop van Utrecht. ,,Ik was er destijds wel een beetje van in de war”, legt de bisschop uit. ,,Priesterschap is een roeping, daar groei je langzaam naar toe. Bisschop worden, wordt je aangedaan, zou ik bijna zeggen. Ik voelde me verwant met Jeremia die sterk het gevoel had: kan ik wel profeet zijn? De zwaarte van de grote verantwoordelijkheid drukte op mij. Voortaan was ik een van de gezichten van het aartsbisdom. Kan ik die taak waarmaken, vroeg ik me af.”
Veel steun ondervond De Korte toen van P. Rentinck, die op dat moment vicaris-generaal van het aartsbisdom was. Hij stuurde de nieuwe hulpbisschop alle teksten uit het Nieuwe Testament rond het woord ‘vertrouwen’.
Het werd ook De Kortes bisschopsmotto (wapenspreuk): ‘In vertrouwen op Christus’. ‘Deze vrome woorden, die ik de gelovigen voorhield, zou ik zelf waar moeten maken in mijn nieuwe ambt als bisschop van de Rooms-Katholieke Kerk’, schrijft De Korte in zijn boek. Naarmate de tijd vorderde groeide hij in het ambt. ‘Wat eens een ongemakkelijk pak was geweest, ging steeds beter zitten. De steun en de bemoediging van vele goede mensen hebben het zelfvertrouwen doen groeien.”
Dankbaar
Toen De Korte in 2008 vervolgens tot nieuwe bisschop van het bisdom Groningen-Ljouwert werd benoemd, was hij ‘intens dankbaar voor het pauselijk vertrouwen’ en voor de ‘hartelijke ontvangst door velen in het nieuwe bisdom’. Naast de bestuurderstaken hecht hij aan het opdragen van de eucharistie en contacten met gelovigen. ,,Catechese en pastoraat komt indirect wel terug, door het geven van lezingen bijvoorbeeld”, vertelt hij. ,,Ook heb ik veel contacten met tieners als ik ze het sacrament van het vormsel bedien. Dat is heel leerzaam, omdat het mij leert wat er bij hen leeft aan twijfels, vragen, maar ook aan geloof.”
* Hartelijk katholiek. Spiritualiteit van een liefdevolle God. G. J.N. de Korte. Uitgeverij Kok, 16,50 euro. Het boek is te bestellen via
http://www.fd-extra.nl en de advertentie in de krant