De Tabernakel van Israël

 In relatie tot ons menselijk lichaam

 én DE KERK

 

APOSTOLISCHEOBSERVER.NL
VOOR NIEUWS EN HISTORISCHE ACHTERGRONDEN.  


 

Index

Navigatie pagina

Disclaimer

Contact

Boeken

Anoniem reageren.

Archief

 

De Tabernakel van Israël

 In relatie tot ons menselijk lichaam

 én DE KERK

Door: Nico van Kooten 

 

Tabernacle model from above

 

Inhoudsopgave:

Blz.nr.    Naam:
1    Titel, inhoudsopgave
2   Ter inleiding
3   De mens als ‘beeld’ van God
4   Over het Lichaam van Christus
5   Het geraamte
6   De romp van het lichaam
6a   De zeventig
6b   Nog meer over ‘het hoofd’
7   Het getal ‘666’
7a   Het berekenen van het getal ‘666’
8  

Nadere gegevens over ‘666’

9   Het lichaam, de Tempel…
9a   Het vervallen Huis van David
9b   9b, het fundament: Christus
10   Slotopmerkingen  
10a   Het Voorhangsel
10b   De Vrouw met de zon bekleed…
10c   De hemelen vertellen Gods eer…
10d   De Kerk, de Bruid! 
    Voetnoten
     
     

        

-o-0-o-

 

NvK, Maarssen, mei 2002

De Tabernakel van Israël

in relatie tot ons menselijk lichaam

én ‘De Kerk’!…

                            -o-0-o-
 

Tabernacle with altar


Volgens een gravure uit 1677

 

 

 

door: Nico van Kooten,                                                                   Maarsen, mei 2002

 

Ter inleiding:

Diverse personen uit verschillende kerken hebben mij gevraagd eens op te schrijven wat bekend en geschreven is aangaande de symboliek van de Tabernakel (Tent der samenkomst) van Israël in relatie met de opbouw van ons menselijk lichaam. En dit dan weer in verband met de wereldwijde Kerk van Christus. Hiermee wil ik (voor zover mijn kennis reikt) aan dit verzoek voldoen. Ik geef in dit opstel de voorkeur aan het woord ‘Tabernakel’ (=‘woning’) omdat het een mooi woord is en in de ‘tale Kanaäns’ nog wel gebruikt werd en wordt. Het woord ‘tent’ of nog beter ‘woning’ zijn echter eveneens goede vertalingen. Er is enerzijds wel veel bekend over de Tabernakel zoals die na de uittocht uit Egypte tot stand is gekomen (zie het boek Exodus), maar de relatie met de opbouw van ons lichaam is tamelijk onbekend en er is niet veel over geschreven.

Zo hier en daar vinden we wel wat. Over de Tabernakel is uiteraard bekend het prachtige boekje van Johannes De Heer over ‘De Tabernakel 1), Er is een klein boekje van Henk Binnendijk, maar er is vooral vanuit de Britse Catholic Apostolic Church en hun nazaten veel aandacht aan besteed 2) . En natuurlijk in vele bijbelse encyclopedieën. Verder noem ik hier wat de  predikant/theoloog Dr. A.A. van Ruler in zijn boek “Waarom zou ik naar de kerk gaan?” op blz. 97 schrijft. Daar schrijft hij over de gemeente van God als ‘lichaam’ en de bijdrage die de gelovigen leveren ‘in’ dat lichaam. Er staat dan:  ‘De ambten zijn het skelet van het lichaam. Dat maakt de kerk tot instituut. Dat moet ik ook mee helpen verwezenlijken. Een skelet zonder lichaam is alleen maar een geraamte. Ik moet (als kerkganger) mee zorgen, dat er een lichaam omheen zit, zodat het een skelet (een raamwerk)  is.’  Van Ruler vervolgt dan dat simpel gezegd wij naar de kerk gaan; óók ter wille van de voorganger, de ouderling en de diaken. De ambten moeten toch ambten kunnen zijn en kunnen functioneren? Hoe zouden ze dat kunnen zonder gemeenteleden? Daarom hebben gemeenteleden deel aan dat gestructureerde geheel. De gemeente; dat is het vlees, het lichaam om het skelet heen!… (aldus Van Ruler) 3)

Tabernacle holy place with objects
De zevenvoudige gouden kandelaar.
volgens een eeuwenoude gravure

Er is vanuit de Katholiek Apostolische Kerk, die omstreeks 1832 z’n begin in Groot-Brittannië had, veel inzicht of  ‘licht’ ontvangen en studie verricht aangaande de diepere bedoeling van de  Tabernakel en Tempel. Deze ‘bronnen’ zijn niet of nauwelijks toegankelijk voor een breed publiek In het  bijzonder heeft een Britse arts (en lidmaat) uit die tijd, dr. Norton, een en ander uitgezocht over het menselijk lichaam en dit op schrift gesteld  4). Deze materie heeft mij in gedachten nooit losgelaten, omdat het zicht geeft op een enorme bron aan geestelijke rijkdom en wijsheid die het bestaan van God, als Schepper van alles aantoont en zelfs ongelovigen zal moeten kunnen overtuigen!   

Zo is dit opstel een poging om de grote wijsheid van onze Heer en Schepper aan te tonen in de symboliek van de Tabernakel van Israël met ons lichaam én dat van de Kerk als Lichaam van Christus. Daarmee is eveneens gezegd, dat er in de bijbelse gegevens en Wetten uit het Oude Verbond een wijsheid schuilt die elk menselijk verstand te boven gaat. En zeker gelet op het inzicht, kennis en wetenschap uit die tijd!

Wie eigenlijk weinig bijzonders ziet en onbekend is met de verborgen wijsheid van de Tabernakel van Israël (de Tent der samenkomst, de Ontmoetingstent), die moeten zich maar eens afvragen waarom in de hoofdstukken 25 t/m 40 van Exodus zo uitputtend de bouw en inrichting van die Tent der samenkomst is beschreven? Dat staat er niet voor niets, zoals alles in de bijbel kennelijk een diepere bedoeling en betekenis heeft. Wel moet gezegd worden, dat op de komende bladzijden vele typeringen, vergelijkingen  of voorafschaduwingen worden genoemd. Daarbij is het van belang om te weten dat een vergelijking nooit helemaal opgaat en nooit helemaal doorgetrokken mag worden tot in de geringe details. De lezer zal verder in dit opstel wel begrijpen wat hiermee wordt bedoeld.

Maar zo daar een diepere zin en bedoeling achter zit, dan is ook belangrijk om die diepere zin en bedoeling te kennen! Laten we daarom nu een zoektocht daarnaar beginnen!…

 

-o-0-o-

 

Tabernacle table of showbread
Volgens een gravure uit 1677

1. De mens als ‘beeld’ van God

 

Al in de eerste hoofdstukken van de bijbel lezen we, dat God de mens schiep naar Zijn beeld, naar Zijn gelijkenis. Naar het beeld van God werden zij geschapen, zowel man als vrouw. Dat hoeft niet te betekenen, dat de Almachtige God er precies hetzelfde zou moeten uitzien, als wij mensen. In Genesis 1 en 2 komen drie werkwoorden voor die voor het scheppingswerk van God gebruikt worden; scheppen (bara), vormen (jazar) en maken (asah). En het is treffend, dat ze ten aanzien van de mens alle drie gebruikt worden in tegenstelling met al het andere dat geschapen is. Daaruit blijkt dat in de mens alle facetten van de schepping verenigd zijn. 5)

In de profetie van het scheppingsverhaal, zitten diepe verborgenheden en een wijsheid die we nauwelijks kunnen bevatten, laat staan opschrijven. En we weten dat God, in en door Jezus Christus voor ons ‘mens’ is geworden. In 1 Kor. 11:7 komt dat ‘beeld van God’ te zijn weer terug, als Paulus daar de man (mens) noemt als beeld en heerlijkheid van God. Wie goed nadenkt en studeert op de werkingen in ons menselijk lichaam, die zal zich verbazen over de ingenieuze processen. Onnavolgbaar en door de moderne techniek niet te evenaren! En in het profetische lied van Psalm 8 moest David uitspreken dat ‘de mens’ bijna goddelijk gemaakt is! 6)

 

In 1 Kor. 15, het hoofdstuk over dood, leven en opstanding, schrijft de apostel Paulus in vers 44 t/m 49: “Is er een natuurlijk lichaam,, dan bestaat er ook een geestelijk lichaam. Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam (Christus) een levendmakende geest. Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke. De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. Gelijk het stoffelijke is, zijn ook de stoffellijken, en zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen. En gelijk wij het beeld van de stoffelijke dragen, zo zullen wij het beeld van de hemelse dragen.”

Zien we de 2e Adam als een type, een beeld van de Christus, dan is er ook een 2e Eva, Zijn gemeente, Zijn Bruid. De voorafschaduwing daarvan vinden we in de profetie van het scheppingsverhaal bij ‘Eva’, de vrouw die Adam (de mens…) van God ontving doordat God gedurende zijn slaap ‘een rib’ uit zijn lijf nam, en er een vrouw van maakte (Gen. 2:21-24). We vinden dit gegeven nog terug in ons spraakgebruik als gezegde, waarbij we zeggen –als we bijvoorbeeld voor iets veel geld moeten betalen - : ‘Het is een rib uit m’n lijf’. 7

In deze profetische beeldspraak van de H. Geest zien we dus dat uit een stuk van het gebeente van de 1e mens, een Eva, een vrouw is gemaakt. Voor de schrijver van dit artikel maakt het niet uit of je dit bijbelse gegeven nu letterlijk moet nemen, of allegorisch, of met een profetische betekenis, of wat dan ook. Het is ons zo gegeven! Door Gods Geest geïnspireerd hebben in oude tijden mensen dit zo opgeschreven, nadat het eeuwen lang tamelijk exact is doorverteld. Dan is het beter ons te bepalen op wat er staat en wat dat ons te zeggen heeft…., dan dat we zulke bijbelse gegevens naar het rijk der fabelen gaan verwijzen! Ik richt mij dus op de profetische betekenis, misschien soms de profetisch-allegorische of ook wel de psychologisch-allegorische betekenis; maar wel aanvaardend wat er staat! Dat is van belang! 7)

 

Een belangrijke verwijzing voert ons dan naar Schriftplaatsen als 1 Kor. 12 en Ef. 5, alwaar de éne Gemeente van Christus, (inclusief het gelovige Israël!) als Zijn Kerklichaam, als een vrouw of bruid wordt voorgesteld. Waarbij dan in de opbouw de beenderen een belangrijke rol spelen. En het zijn bij het verkondigen van het evangelie toch in wezen ‘ambten’ en met name evangelisten en/of zendelingen die over het evangelie vertellen en proberen nieuwe gemeenten te stichten. Onderdelen van het geraamte (of raamwerk) derhalve, zoals ook bij het opheffen of uitsterven van een gemeente de leden van die gemeente grotendeels zijn vertrokken alvorens uiteindelijk ook ‘het ambt’ (het gebeente) verdwijnt.  En Jezus Christus wordt (zie Kol. 1:15 t/m 20) het beeld (gelijkenis, afbeelding) van de onzichtbare God genoemd, net als in 2 Kor. 4:4 dat het geval is. Hem na te volgen, ‘in Christus te zijn’ (Rom 8:1), en onze Heer in ons hart en gedachten ‘woning te laten maken’, is een regelmatig terugkerend bijbels gegeven. Als gelovigen dienen wij vanaf onze doop uit te zien naar de ‘nieuwe mens’, onder aflegging van de oude (zondige mens). Misschien is dit wel ‘een wederkomst’ van Christus, waarvan de Romeinenbrief het aangeeft in hoofdstuk 8 , vers 18, waar staat: “Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods”. Wat we ons als gelovigen daarbij moeten voorstellen, is de vraag. Het is grotendeels onbekend en ‘toekomstig’. Dat dit alles een werk is van de Heilige Geest, is vanzelfsprekend.

 

2. Over het Lichaam van Christus

 

De Here Jezus vergeleek Zijn lichaam met de Tempel zoals die te Jeruzalem stond (Joh. 2:19-21). En in 1 Kor. 6 staat dat ons lichaam in geestelijke zin een Tempel is van de Heilige Geest. Dan wordt in 2 Kor. 5: 1-5 ons lichaam vergeleken met de Tabernakel; ook wel vertaald als Ontmoetingstent of Tent van God. Een hoofdstuk verder, in 1 Kor. 6:19 schrijft en waarschuwt Paulus nog eens nadrukkelijk, dat ons lichaam een tempel van de Heilige Geest is. En in 1 Petr. 1:13 en 14 schrijft deze apostel over ‘zijn tent waar hij nu nog in vertoeft’, en bedoeld daarmee zijn eigen lichaam. Een andere belangrijke tekst (uit de Openbaring aan Johannes) over de Tabernakel zal aan het einde van dit opstel behandeld worden.

Wellicht zullen sommige lezers zich verwonderen dat in dit opstel de Tabernakel én de Tempel in feite ‘als één’ gezien worden. Om verwarring te voorkomen gaan we er wat dieper op in….

Volgens de Hebreënbrief (hoofdstuk 8:5 en 10:1) heeft de opbouw en de inrichting van de Tabernakel in geestelijke zin betrekking op de Kerk van Christus. Mozes had de Tabernakel zo gemaakt naar het voorbeeld dat hem op de berg was getoond en naar de verdere bevelen en geboden van JHWH. Maar ook de Tempel is het beeld van de Kerk van Christus! Want de Tempel is op bevel van God gebouwd naar een model dat van God afkomstig was en gegeven was door de profeten David, Nathan en Gad (1Kron. 28, vs. 12 en 19; en 2 Kron. 29 vs. 25). De tempel was uiteraard als vast gebouw veel groter en mooier. Het is echter onvoorstelbaar te menen dat God met verschillende bouwplannen zou werken. Wel is de Tempel uiteraard groter, en mooier en er waren meer attributen en onderdelen!

Zo stond in de Tabernakel b.v. één gouden kandelaar, maar in de Tempel TIEN. En er stonden TIEN gouden tafels in plaats van die ene in de Tabernakel. Wel moest Salomo maar één gouden reukaltaar laten maken, terwijl vrijwel alles wat er van goud was gemaakt, ook van zilver werd vervaardigd. Door Gods Geest is in Openb. 1 vers 20 geopenbaard, dat de kandelaar het type is van de gemeente van God.  Dat getal TIEN komen we weer tegen op vele andere plaatsen, maar we noemen hier slechts de gelijkenis van de 10 maagden uit Matth. 25, waar immers staat dat met deze ’10 jonge vrouwen’ het Koninkrijk der Hemelen vergeleken kan worden!…

 

De Ene Heilige Katholieke Christelijke Kerk die haar grond heeft in de leer van de (bijbelse) apostelen, kan gezien worden als het  geestelijke Lichaam van Christus, waarvan Jezus Christus zelf het hoofd is. Daarmee wordt bedoeld de Algemene Kerk door alle eeuwen heen, waar gedoopt wordt waar het Evangelie wordt verkondigd. Zulk een idee van ‘de Kerk’ kan slechts bestaan in onze geheiligde verbeeldingskracht, waar immers alles wordt gehoopt en geloofd te midden van alle verdeeldheid in leer en geloof wat er helaas nu is. Daarmee verbonden is ook het geestelijke beeld van ‘de Bruid’, waarin zowel Jood, Griek als heiden is verenigd door het geloof in Jezus die onze hemelse Bruidegom is. Onder meer in Kol. 3 schrijft de apostel Paulus hier over, en eindigt dan met:“Christus is alles in allen!”. Het lijkt tegenstrijdig, maar dat is het niet. Hoewel wie zoekt – en er voor open staat – zal vele ‘tegenstrijdigheden’ vinden in de H. Schrift. Goede zaken kunnen ook verkeerd gebruikt worden, of er zit zowel een ‘goede’ als een ‘kwade’ kant aan. 8)

Die twee beelden van Bruid en Lichaam van Christus vloeien als het ware in elkaar over, en dat kan verwarrend overkomen. Maar in Christus is (zie Efeze 1:10) alles wat in de hemelen en op de aarde is samengevat! Op blz. 13/14 bij de behandeling van 1 Kor. 3 vers 10, vindt de lezer meer achtergronden. Slechts met geestelijke ogen (zie 1 Kor. 2, vers 14 en 15) kunnen we zulke wonderlijke beeldspraak enigszins begrijpen en verstaan. Met rationeel denken kom je op dit gebied niet ver!…

In heel het scheppingswerk van God komt aan de mens de eer toe, dat de mens naar het evenbeeld van God is gemaakt, maar daardoor ook beelddrager van het Lichaam van Christus is. En de Tabernakel met alles wat daar bij behoort, was een zichtbaar voorbeeld of ‘voorafschaduwing’ van wat eens komen zou als ‘het Lichaam van Christus’, Zijn Gemeente. (Kol. 2:17  en Hebr. 9:1-9, Hebr. 10:1). Hoewel in feite de gemeente van God al met Abraham is begonnen (!) was e het eerste begin van die Gemeente op de Pinksterdag toen de twaalven werden vervuld met Gods Geest (Hand. 2).

In dat prille begin, in het begin van onze huidige jaartelling was de Kerk nog als het ware een zuigeling, maar ook in een baby is alles voor het stadium van de volwassenheid al aanwezig, zij het soms nog wat prematuur. Een baby heeft veel soepel kraakbeen en sommige beenderen zijn nog niet vast aan elkaar gehecht, maar daardoor kon de snelle groei en uitbreiding van de nog jonge Kerk op soepele wijze plaatsvinden.

 

Een bewijs voor dat prille stadium van de jonge Kerk, als zuigeling of baby, vinden we in de Schrift zelf, alwaar o.m. de apostel Petrus in 1 Petr. 2:2 aan de gemeente vraagt: “te verlangen als pasgeboren kinderen naar melk!”. En in 1 Kor. 3 schrijft Paulus “dat hij de gemeente met melk heeft gevoed”, terwijl de schrijver van de Hebreeënbrief in hoofdstuk 5:12 het betreurt dat “de gemeente nog de melk nodig heeft en blijkbaar het vaste voedsel nog niet kan verdragen”. Interessant is dat dit hoofdstuk 5 dan vervolgt met de mededeling dat ”wie nog van melk leeft, geen weet heeft van de rechte prediking want hij is een zuigeling. Maar de vaste spijs is voor de volwassenen (in het geloof) die hun zinnen geoefend hebben in het onderscheiden van goed en kwaad”. Vooral dat laatste is veelzeggend, want dan denken we – onder meer - aan de paradijsgeschiedenis uit Gen. 2 en 3 over het ‘kennen van goed en kwaad’! Maar om daarover verder te schrijven valt buiten het bestek  van dit opstel…

Wel dient nog te worden genoemd het profetische boek “Het Hooglied” of  ‘hoge lied’, waarin zeer veel delen van het lichaam worden genoemd en besproken in en vanuit de grote liefde tussen een bruid en een bruidegom. De geestelijke betekenis van dat boek is helaas nog te vaak onbesproken en onbekend.  

Tot slot van dit hoofdstukje waar we schrijven over de Kerk, als Lichaam van Christus, noem ik twee schriftplaatsen waar over dit ‘Lichaam’ gesproken wordt, terwijl onlosmakelijk verbonden daarmee wordt gesproken over gaven, ambten, bedieningen die in dat Lichaam aanwezig zijn. Het betreft Romeinen 12, vers 4 t/m 8, en 1 Kor. 12, vanaf vers 4 t/m 31. Een ‘kerklichaam’ kan men zich dus niet goed voorstellen zonder die ambten of ambtsdragers als ‘gaven’ of als bedieningen. 9) Dus als een ‘geraamte’. Laten we ons daarom nu wenden tot hetgeen medische encyclopedieën ons meedelen over de opbouw van ons beendergestel.

 

3. Het geraamte

 

In het geraamte van het lichaam vormen de beenderen de basis. Zij steunen het lichaam en geven het stevigheid en vastheid  en de beenderen hebben aanknopingspunten voor de aanhechting van de vele spieren en verlenen door hun grootte het lichaam het individuele karakter. De beenderen van het hoofd en van de romp bieden bescherming aan de kwetsbare inwendige vitale organen.

Deze beenderen bestaan voor het grootste deel uit met merg gevulde cylinders en geven grote sterkte met een minimum aan materiaal. Soms zijn er uitsteeksels die als hefboom dienen en in andere gevallen vertonen de gladde oppervlakken gleuven die dienstdoen als doorgangen voor de zenuwen.

Ze zijn geschikt door hun talloze geledingen en onderlinge verhoudingen om iedere gewenste beweging uit te voeren die noodzakelijk is voor het functioneren van het lichaam. De gewrichten zijn zeer beweeglijk, behalve de wervelkolom waar de wervels immers slechts bij een strakke en hechte eenheid zware lasten kunnen dragen. Daar komen we later nog wel op terug.

In onderstaand schema worden de beenderen van het lichaam uitgewerkt in getallen genoemd, en wel als volgt:

 

 

 

De beenderen van het lichaam

uitgewerkt in getallen

 

60 beenderen in het lichaam (de romp):

12 rugwervels                                      en uitgaande vanuit deze 12 wervels:

12 ribben (rechts),                               7 paar vast aan het borstbeen en 5 paar zijn zwevende en onechte

12 ribben (links),                                 ribben

12 wervels,                                         waarvan 7 nekwervels en 5 lendenwervels zijn

12 overige beenderen, n.l.                    6 in het bekken, 2 x borstbeen, 2 schouderbladen en 2 sleutelb.

- samen 5 x 12 beenderen in de romp     –

60 beenderen in de bovenste ledematen  (de armen):

2   bovenarmbeenderen                       4   onderarmbeenderen

10 middenhandsbeentje                       16 handwortelbeentjes

28 vingerkootjes

- samen  5 x 12 beenderen in de armen -

 

60 beenderen in de onderste ledematen (de benen)

2  dijbeenderen                                   14 voetwortelbeentjes

2  knieschijven                                     10 middenvoetbeentjes

2  scheenbeenderen                             28 teenkootjes

2  kuitbeenderen                                                                                                       

- samen  5 x 12 beenderen in de benen -

 

65 beenderen in het hoofd (incl. tanden en kiezen):

8   beenderen van de schedel   )           waarvan er 2 zowel bij de schedel als bij het gelaat horen en

14/16 beenderen van het gelaat)          hier 2 keer geteld worden (wordt straks nader verklaard….)

8  oorbeentjes,                                    te weten voor elk oor: hamer, aambeeld, stijgbeugel en

                                                           benig labyrint

32 tanden en kiezen                             (4 x 8)

1   tongbeentje (het hyoides)                zit diep verborgen in de tongspier en is van kraakbeen

-          samen 8 x 8 beenderen in het hoofd + het tongbeentje –

-

In het hoofd ligt het wat moeilijker met de beenderen, omdat de medici vaak aan een en hetzelfde been vanwege inkepingen of holtes e.d. diverse benamingen hebben gegeven. Geteld zijn echter, die beenderen die ‘uit één stuk’ zijn, maar wel die via gekartelde naden of verbindingen, apart genoemd kunnen worden. Bij het ‘jukbeen’ of ‘aangezichtsbeen’ in verbinding met het ‘voorhoofdsbeen’ is dus enige twijfel. Maar dat wordt hieronder nader verklaard. Zo bestaat het schedeldak uit vier beenderen (2 x  wandbeen, voorhoofds- en achterhoofdsbeen) die bij baby’s niet geheel vast zitten, met de fontanel zelfs als opening, maar later na het vastgroeien, via groeven en naden nog herkenbaar zijn.

Eerlijkheidshalve moet dus gezegd worden, dat het hoofd – al naar gelang je telt -  in feite maar 63 beenderen (+ het aparte tongbeentje = 64!) telt, ervan uitgaande dat alle tanden en kiezen aanwezig zijn! Maar ‘63’ of ‘65’, beide getallen houden een grote en rijke verborgenheid in zodanig, dat ook hierin een bijzonder mooie vergelijking met de tabernakel van Israël getrokken kan worden. We komen daar nog op terug…

Afsluitend deel ik nog mee, dat ik in 1984 via een bevriende predikant van het Diakonessen Ziekenhuis in Utrecht aan medici heb laten vragen dit voor mij na te gaan. De in mijn opstel genoemde getallen zijn toen door een docent anatomie bevestigd als zijnde ‘correct’, hetgeen mij door de ziekenhuispastor schriftelijk is meegedeeld. 10)

 

 

 

4. De romp van het lichaam

 

In de romp zijn de belangrijkste beenderen de 12 rugwervels, omdat van daar uit in feite alle andere zich vertakken en voortkomen. De hersenen in ons hoofd kunnen we zien als bestuurscentrum, of ‘zetel van de wil’, terwijl via zenuwbundels of zenuwstrengen vanuit het hoofd dóór de wervelkolom heen via de 12 rugwervels de talrijke zenuwbanen zich uitwaaieren naar alle delen van het lichaam. En vanuit die 12 rugwervels gaan 2 x 12 ribben uit die de vitale organen van de romp omsluiten en beschermen. Het zo kwetsbare hart en de longen zijn op die manier goed beschermd.

De 7 nekwervels verbinden de rugwervels met het hoofd en geven door hun speciale constructie het hoofd alle benodigde bewegingsvrijheid. De 5 lendenwervels vormen de verbinding met de lendenen en onderste ledematen. De 7 paar echte ribben zijn verbonden met het borstbeen  aan de voorzijde.

Merkwaardig dat vanuit de 12 rugwervels 3 x 12 beenderen voortkomen waarvan elk twaalftal onderverdeeld is in “7”  en “5”. De symboliek van deze getallen 7 en 5 is op zich genomen een aparte studie waard, maar dat valt eveneens buiten het bestek van dit opstel. Maar het zijn 7 nek- en 5 lendenwervels; 2 x 7 vaste ribben en 2 x 5 zwevende of valse ribben die vanuit de rugwervels zich vertakken. De vaste ribben die hart en longen omsluiten, zijn verbonden met het uit twee delen bestaande borstbeen. En het borstbeen is precies de plaats waar Aäron, Israëls eerste hogepriester, de borstlap droeg waarin de Urim en de Thummim gesitueerd waren. (over de betekenis zijn de geleerden het niet eens, maar aannemelijk is, dat de Hogepriester dat borstschild of borstlap droeg als een soort zakje, waarin 12 verschillende edelstenen waren die de 12 stammen van Israël vertegenwoordigden. En dat Urim en Thummin twee aparte stenen of platen waren die ‘ja’ en ‘neen’ betekenden. Een andere verklaring spreekt van ‘licht’ en ‘recht’. In Exodus 28:15-30 en Ex. 39: 8-21 staat een en ander erover geschreven) 11) 

 

Zonder rugwervels is het lichaam in feite tot niets in staat! Het lichaam kan slechts dan zware lasten dragen als deze 12 wervels ‘recht op elkaar’ in hechte eenheid vast met elkaar verbonden zijn. We tillen dan ook (als het goed is…) “met een rechte rug!” En wie jarenlang verkeerd tilt, krijgt rugklachten in de vorm van een hernia, spondylose, etc. Let maar eens op bij de sport ‘gewichtsheffen’ hoe zo’n krachtpatser tilt! Altijd met een rechte rug, maar met de benen gebogen.

Deze zo belangrijke 12 rugwervels hebben een wonderlijk overeenstemmend symbool of ‘type’ in het twaalfvoudig apostolaat van de Kerk van Christus die Zijn Lichaam is. Voor deze groep – als ambt - immers bad Jezus zo indringend (in Joh. 17) dat zij ‘één’ zouden zijn. Om – als het ware – een eenheid te vormen, opdat de wereld zal geloven dat God de Vader Hem gezonden had. En vers 22 en 23 van Joh. 17 luidt:

“En de heerlijkheid, die gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.”

 

Ten overvloede wijs ik hier op de benaming ‘de twaalven’ die in de bijbel wordt gebruikt, terwijl er veel meer ‘apostelen’ in de bijbel genoemd worden. (In totaal zelfs 19!). Judas is ‘één van de twaalf’, maar zelfs Thomas wordt in Joh. 20:24 als ‘één van de twaalf’ aangeduid en dat uitgerekend in de weken tussen Pasen en Hemelvaart. Dat in de ‘Twaalven’ ook alle mede-dienaren uit die eerste tijd van de Christelijke Kerk zijn betrokken, is – ieder naar de aard van de bediening - vanzelfsprekend. Ook Paulus spreekt in 1 Kor,. 15, vers 5 over een verschijning aan de twaalf! Dus ‘de Twaalf’ mogen we zien als een benaming voor een soort ‘college van apostelen’. 12)

Het zal duidelijk zijn, dat niet alleen de groep apostelen van het eerste uur van de Kerk, maar overal waar voorgangers, priesters of predikanten met ambtsdragers en met elkaar verbonden zijn, in ´een eenheid’ met elkaar verbonden moeten zijn  en zo in eenheid met elkaar moeten werken. Dat die eenheid niet betekent, dat iedereen precies hetzelfde moet denken en doen, maar dat die eenheid ‘ in Christus Jezus’ is, moge duidelijk zijn. Slechts indien zij ‘als een eenheid’ opereren en functioneren, kan zo’n kerklichaam blijven bestaan. Ik wijs hiervoor op de gelijkluidende Schriftplaatsen van Matth. 12, Mark. 3 en Luk. 11 (…een huis, of koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, valt en kan niet blijven bestaan!…).  

Verder blijkt hieruit dat we tussen het hoofd en de romp (ons lichaam) een zekere eenheid mogen veronderstellen. De verbondenheid tussen hoofd en lichaam i.v.m. de vitale organen – die we niet vinden in armen en benen – geven deze verbondenheid duidelijk aan. Het zal duidelijk zijn, dat meer inzicht in deze bijbelse zaken, in samenhang en gelet op ons menselijk lichaam, meer helderheid zal kunnen geven aangaande processen van ‘samen op weg’ of andere vormen van het zoeken naar eenheid of het samengaan van kerkgenootschappen!  

 

Eerder in dit opstel heeft de lezer kunnen constateren dat in romp en ledematen 3 maal 60 beenderen geteld worden, maar dat in de romp 5 x 12 beenderen aanwijsbaar zijn. Dit gegeven is getypeerd in de 5 zintuigen van een mens als een vijfvoudig waarnemend vermogen om dienstbaar te zijn voor het leven in Christus. Van oudsher werden als 5 zintuigen genoemd: gehoor-, licht-, smaak-, reuk-, en tastzin. Later zijn daar aan toegevoegd, de temperatuurzin en de pijnzin. En we kennen in ons taalgebruik het gezegde over ‘het zesde zintuig’ (dus eigenlijk het ‘8ste’) waarmee meer de intuïtitie wordt bedoeld. Indien dan vanuit de hersenfunctie er ‘8’ zintuigen genoemd kunnen worden, dan is dit gegeven eveneens goed in te passen in de symboliek van getallen, zoals de lezer het op de volgende bladzijde zal kunnen lezen!

 

5. De ledematen (armen en benen)

 

De 60 beenderen in onze armen en benen zijn niet specifiek in 12-tallen te herleiden en dat zal ook wel een betekenis en bedoeling hebben. Onze onderste ledematen verrichten het loopwerk en verplaatsen het lichaam naar waar het heen wil. Bij de verkondiging van het evangelie vanuit de Kerk van Christus zijn dan ook in profetische zin ‘de voeten’ van belang om over de gehele wereld dat evangelie te kunnen brengen. In een profetie van Jesaja (Hfdst. 52, vers 7) staat dan ook “Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw God is Koning!”…

De 60 beenderen in de armen hebben een grotere actieradius. 13)  De armen kunnen cirkels beschrijven en met de handen beelden wij uit wat we zeggen. Met de handen zegent de priester en met onze handen verzorgen we onszelf of anderen. De ‘arm’ en ‘hand’ worden in de bijbel vaak genoemd, als ‘arm of hand van God’…, in Jesaja en vooral in de Psalmen! In Job 4:4 staat: “Hebt gij soms een arm als God en kunt gij donderen met een stem als Hij?”… En in Psalm 44:4: “Want niet met het zwaard hebben zij het land verworven, niet hun arm heeft hen gered, maar uw rechterhand  en uw arm en het licht van uw aanschijn”… (Zie verder b.v. Jes. 28:17; Amos 7:7; Deut. 33:2; Psalm 48:11  en uit het N.T. Openb. 1:16). En in vele psalmen en gezangen zingen we ook van al die ledematen: o.a in Psalm 118:5: (laatste 2 regels): “Gods rechterhand doet grote dingen, Gods rechterhand doet grote kracht.” . (en de lezer kan zelf genoeg vinden en aanvullen vanuit de H. Schrift). 

 

Beide soorten 60 beenderen o m r i n g e n als het ware het lichaam. En de Tabernakel van Israël (de voorhof) werd omringd door 60 pilaren of zuilen met koperen voeten.

We kunnen De Tabernakel in feite in drie gedeelten (onderdelen) zien, dat dan weer een overeenkomst heeft met ons menselijk lichaam en ook met de Drievuldigheid van God. En we zullen proberen ‘de Kerk van Christus ’ erbij te betrekken in de diverse geledingen; als volgt…

 

HEILIGE DER HEILIGE        *          HET HEILIGE                                    DE VOORHOF

DE VADER                                      DE ZOON                             &         DE HEILIGE GEEST

Waar God is…                                   waar de priesters komen…                waar het volk komt…

Het hoofd                               *          het lichaam                                        de ledematen

BISSCHOP, opziener, *          PRIESTER, oudsten,                           DIAKENEN, diakonos,

episcopos                                            presbyterous                                       (ook de stoffelijke zaken)

PREDIKANT                         *          OUDERLINGEN                               DIAKENEN (dragen zorg

(een predikant heeft bevoegdheid     ouderlingen niet, maar vormen         ook voor de armen onder

om te zegenen en te ‘wijden’,en        met de predikant ‘het consistorie’)    het volk ook i.s.m. anderen)

 

6. Het hoofd

 

Nu dan de beenderen van het hoofd! Hier geen twaalftallen, maar achttallen, 4 x 8 tanden en kiezen, 1 x 8 in beide oren, 8 beenderen van de schedel, waarvan dus twee zowel tot de schedel als tot het gelaat behoren. Dus als 14 beenderen kunnen ook er ook ‘16’ (2 x 8) geteld worden. Zo zien we in het hoofd acht achttallen + het aparte tongbeentje = het eerder genoemde getal 65. Het kwadraat van 8 is 64.

Bezien wij nu vanuit de Schrift het profetische beeld van Christus, die het Hoofd is van Zijn Gemeente, Zijn Lichaam, dan komt dat getal ‘8’ duidelijk in beeld.  Er zijn vier aanwijzingen te geven:

1)      In het Hebreeuws heeft elke letter, dus ook elk woord een bepaalde ‘getalwaarde’. De ‘aleph’ heeft ‘1’ als waarde, en de 22e letter heeft als waarde ‘400’. Zo is dan de getalwaarde van de Griekse vertaling van de naam van Jezus, ­-Jèsous-, 888, en dat is zeer opmerkelijk! 14). Jezus Christus is het Hoofd van Zijn Lichaam, de Kerk (Ef. 4:15, 5:23; Kol. 1:18).

2)      In Leviticus 8 wordt de wijding van de hogepriester Aäron en zijn zonen beschreven. Aäron werd naar goddelijk bevel door Mozes gekleed, met 8 genoemde kledingsstukken, en wel: 1) onderkleed, 2) gordel, 3) opperkleed, 4) linnen lijfrok, 5) band om de lijfrok, 6) het borstschild (met Urim en Thummin erin), 7) tulband, 8) gouden plaat op de tulband. En in Hebreeën de hoofdstukken 5 t/m 8 staat o.m., dat Jezus Christus onze Hemelse Hogepriester is.

3)      Dat de schedel 22 beenderen telt, n.l. 8 in de schedel en 14 in het gelaatsgedeelte, beantwoordt zuiver aan het aantal (enkele) letters van het Hebreeuwse alfabet. In dit licht bezien is het hoofd – door het gebruik van die 22 letters, een type van Jezus Christus. Immers, de Geest Gods getuigt tot driemaal toe in de (in het Grieks geschreven) Openbaring van Johannes: “Ik ben de Alpha en de Omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde!”…

4)      Eerder schreef ik (zie blz. 4) dat eerlijkheidshalve betreffende het aantal beenderen in het hoofd een verschil van ‘twee’ zit, al naar gelang wat je bij elkaar mag of wilt tellen. Het is  òf 63, òf 65. Het getal 65 hebben we op de vorige bladzijde al behandeld, maar het getal 63 nog niet. Keren we daarom terug naar de Tabernakel.

In Exodus 26 wordt het aantal planken of balken genoemd van waaruit de Tabernakel is opgebouwd. Dat getal is 63, n.l.: 20 links en 20 rechts + 8 aan de achterzijde. En 15 dwarsbalken (‘grendelen’ zegt de Statenvertaling) om het geheel bijeen te houden. 15)

 

6a, De ‘zeventig’

Dat getal 63 is nog niet uitputtend behandeld! Want de Tabernakel is weliswaar opgebouwd uit 63 planken of balken, maar er behoren tot deze opbouw ook nog pilaren! Met de balken samen vormen deze de vaste materialen van de Tabernakel, terwijl de diverse in Exodus 26 genoemde dekkleden en gordijnen de overige bedekking of bekleding vormen. Voor de ingang van Het Heilige waren 5 pilaren en voor de ingang van Het Heilige der Heilige waren 4 pilaren. 63 + 9 = 72 !

Nu zal de lezer opgemerkt hebben, dat dit getal 72 ‘6 x 12’ is, en dat is waar,  maar wat hiermee te doen, kijkende naar de inrichting van de Kerk van Christus? En dan lezen we allereerst in Luk. 10:1-24 hoe Christus tijdens zijn reis in de richting van Jeruzalem 70 leerlingen uitzond. Twee aan twee, naar alle plaatsen waar Hij zelf nog zou komen. In het boek van de theoloog Dr. J. van Bruggen (zie de aantekening bij ‘noot 12’) over de “Ambten in de Apostolische Kerk” , schrijft hij op blz. 16 over ‘de zeventigers’. Er staat o.m.: “In de handschriften wordt soms gesproken over 70 personen en soms over 72. In buiten-bijbelse bronnen treffen we eveneens voorbeelden aan van een wisseling tussen 70 en 72, waarbij de indruk ontstaat dat het getal 70 soms als afgerond geheel wordt gebruikt voor wat in precieze cijfers 72 is. Zeer vroeg in de oude Kerk is de uitzending van de twaalf en de zeventig vergeleken met de 12 waterbronnen en de 70 palmbomen te Elim (Ex. 15:27). Daarom heeft de lezing ’70’ in ieder geval heel oude rechten, hoewel niet uit te sluiten is dat het er misschien wel ’72 ‘ waren.”

 

Ook ten aanzien van de 70 oudsten bij Mozes is er onzekerheid over het aantal 70 òf 72. (Ex. 18:1 en waarschijnlijk weer 70 anderen in Num. 11 :16-30). De ‘70’ in Numeri werden gekozen uit de oudsten en opzieners van het volk Israël. Naast de 70 of 72 die door Jezus werden uitgezonden, gelijk als de Twaalven, kent de H. Schrift nog de 70 leden van het Sanhedrin (+ de hogepriester). En in vroeger tijden kende de Rooms-Katholieke Kerk 70 kardinalen die met de paus het bestuur van de Kerk vormden. Nu zijn het er veel meer…

In Galaten 2:9 spreekt apostel Paulus over de apostelen Jacobus en Kefas (Petrus) en Johannes die voor (steun)pilaren golden. Veelzeggend in het kader van dit opstel! Verder weten we weinig over de ‘zeventigers’ die de Schrift noemt, wel dat ze een belangrijke taak hadden, vrijwel op één lijn stonden met de apostelen van ‘de Twaalf’ en vervuld met Gods kracht werden uitgezonden. Maar ook in het bovenstaande mag toch wel duidelijk de relatie tussen de Tabernakel en de Kerk van Christus worden verondersteld.  

 

6b, nog meer over ‘het hoofd’…

En er zijn met betrekking tot het hoofd, als type van Jezus Christus,  nog meer opmerkelijke zaken te melden die ons in feite tot verbazing moeten brengen:  

a) In ‘Elseviers Medische encyclopedie’ staat (blz. 201) dat de hersenen alle belangrijke lichaamsfuncties regelen. En dan worden 12 zenuwcentra genoemd 16)  ! Is het niet bijzonder, dat de hersenen in ons hoofd, als ‘bestuurscentrum’ en zetel van het verstand, in 12 onderdelen verdeeld kan worden? Die vraag stellen is uiteraard, de vraag beantwoorden. Ja, het is zeer opmerkelijk vooral bij de typering van het hoofd in Jezus Christus, die Hoofd is van zijn geestelijk Lichaam! Waarbij wordt opgemerkt, dat in 1 Kor. 6 (vs. 19) ons lichaam ‘een Tempel van de Heilige Geest’ wordt genoemd.

Ik verwijs nu de lezer naar blz. 5 middenin, alwaar de teksten uit Joh. 17 worden genoemd, waarin Jezus bad voor Zijn apostelen “Ik in hen, en Gij (de Vader) in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één”… Dat fundament van 12 apostelen is eenmaal gelegd, en het herhaald zich in Openb. 21:14, waar de muur rondom het (toekomstige) hemels Jeruzalem 12 fundamenten heeft en daarop staan de namen van ‘de Twaalven’, twaalf apostelen…

b)  Ook geven de diverse medische encyclopedieën aan, dat de hersenen uit drie delen bestaan, te weten: 1) de grote hersenen (cerebrum), de kleine hersenen cerebellum) en de hersenstam (pons). Een enkele keer wordt het ‘verlengde merg’ (vlak bij de hals) tot de hersenen gerekend, maar logischer is het vanwege de verbinding met het ruggenmerg, dit verlengde merg bij het ruggenmerg te rekenen. Beide ‘mergen’ zijn doorvoerkanalen voor zenuwen.

Zo mag dit voor degenen die in het protestantse denken over ambten zijn opgevoed, betekenen dat in de hersenen  als bestuurscentrum, ook de drievoudige ambtsbediening kan worden getypeerd. Immers in de protestantse gemeenten worden voorgegaan door een predikant, de ouderlingen, en de diakenen. (en in de R.K. gemeenten mag voor predikant ‘pastoor’ gelezen worden. De predikant kan met enig recht gezien worden als ‘de opziener’ van een gemeente, waardoor hierin de schriftuurlijke drievoudige ambtstheorie van deze gemeentelijke ambtsdragers gezien worden: 1) opziener, 2) ouderling en 3) diaken. Op bladzijde 8 is in het schema  “H.d.Heilige; Heilige;  en Voorhof” er al een en ander over geschreven.

 

c) Elk oog is gevat in de oogholte, waarin – merkwaardig genoeg – zeven beenderen samenkomen. En het oog heeft zeven spieren voor de beweging. Met de ogen ‘zien’ we en de ogen kunnen het lichaam letterlijk behoeden voor misstappen. ‘Ogen’ spelen door de hele heilige Schrift heen een zeer belangrijke rol. “De lamp van het lichaam is het oog” staat in Luk. 11:34 en ook in Matth. 6:22, “Indien dan uw oog zuiver is, is ook uw hele lichaam verlicht, maar wanneer het oog slecht is, is ook uw lichaam duister.”  En dan vervolgt Lukas met erop te wijzen dat we moeten oppassen dat het licht wat in ons is, geen duisternis zal zijn!

Aan de profeet Zacharia heeft JHWH (hoofdstuk 4:10) uitgelegd wat ‘de ogen des Heren’ zijn. En hoewel de uitleg duistere beeldspraak is, duidt die uitleg erop dat het gaat om dienaren, om mensen! En met name ‘profeten’ die immers ook ‘zieners’ genoemd worden! Een profeet ‘schouwt’ en ziet (onderzoekt) door Gods Geest, de diepten Gods. Hij onderzoekt de verborgenheden in de H. Schrift met al z’n geestelijke schatten. En kan ook wanneer Gods Geest hem daartoe drijft ‘de toekomst schouwen’.

Psalm 104 beschrijft in vers 4 hoe God ‘de winden maakt tot zijn boden en laaiend vuur tot zijn dienaren’. En ik wijs op Zach. 3:9 ‘de steen met zeven ogen’. Op al dergelijke beeldspraak kan in het kader van dit opstel niet al te diep worden ingegaan.

 

d) Het eerder genoemde tongbeentje ‘hyoides’, staat eigenlijk overal los van. Via de tong als spierbundel is het enigszins verbonden met de nekwervels, maar in de getallensymboliek staat het overal los van. De tong is of staat ‘apart’.

De bijbel noemt de tong vaak in de Psalmen en het boek Spreuken. Ook over het onderwerp ‘de tong’ zou je een opstel kunnen wijden, maar we noemen hier in het bijzonder het boek Jacobus, waar onder meer in hoofdstuk 1 vers 26 staat, “indien iemand meent godsdienstig te zijn en daarbij zijn tong niet in toom kan houden, diens godsdienst is waardeloos. En hoofdstuk 3 is vrijwel geheel aan de tong gewijd! Jacobus vergelijkt hier de tong met het roer van een schip. De tong kan door woorden uit te spreken veel goeds doen, maar ook veel kwaad. En zoals een schip door het roer wordt gestuurd, zo is onze tong belangrijk, ook al is het maar een klein onderdeel. Woorden kunnen dodelijk zijn, horen we wel eens. Woorden kunnen striemen, of iemand ineen doen krimpen van schaamte, enz.

 

En het roer, dat het schip stuurt, is apart (los) van het schip en slechts via scharnieren en een as verbonden met het schip. Maar het roer maakt uit (via stuurman/kapitein) in welke richting het schip koerst.

 

e) Het is opvallend en uiteraard niet zonder Goddelijke bedoeling, dat we maar één mond hebben, maar wel twee ogen en twee oren! Zien en horen is namelijk een 3-dimensionaal gebeuren. We zien en we horen ‘in perspectief’. Verder is het opvallend (als we er over nadenken), dat de lichaamsfuncties waardoor we in leven blijven, zoals ademen, voedsel en drinken tot ons nemen, via het hoofd plaatsvinden. Plaatsen we dit in geestelijk perspectief, dan zien we de vergelijking met Jezus Christus, die het Hoofd is van Zijn Lichaam. Hij is het ware brood, het levende brood, waarvan Johannes 6 getuigt. Hij geeft ons het geestelijke voedsel en in Zijn Naam bidden wij ‘als op de adem van het geloof’. ‘Zijn vlees is waarlijk spijs en Zijn bloed is waarlijk drank’, Joh. 6:55. Zo krijgt het H. Avondmaal een diepere betekenis als we meer gaan beseffen qua betekenis en inhoud wat ‘het Lichaam van Christus’ is.

 

7. Het getal ‘666’

 

Wat is er toch een grote wijsheid en voorzienigheid vastgelegd zowel in de Schepping als in de beschrijving van de Tabernakel van Israël, ja zelfs de gehele schrift door in allerlei symboliek, dat altijd weer verrast en het geloof zal versterken!…

Op bladzijde 4 heeft de lezer al kunnen opmerken, dat in het lichaam – zonder het hoofd – steeds het cijfer ‘6’ tevoorschijn komt bij het tellen van beenderen, n.l. 60 in de armen, 60 in de benen en 60 in de romp. En naar Openb. 13:18 is ‘666’ het getal van een mens! Dit wetende krijgt het geheimzinnige getal 666 weer een wat ‘menselijker’ trekje.

Want dit beeld heeft in Openb. 13 een zeer negatieve uitleg gekregen omdat ‘666’ het getal van het Beest is. En of dit nu de ‘valse profeet’ is of ‘de Antichrist’ laten we even voor wat het moge zijn! Er kan uit dit 18e vers van Openb. 13 gelezen worden, dat ‘het getal van de mens’ in dit geval het getal van deze antichristelijke macht is. Maar zoals het meerdere keren in de bijbel voorkomt, kan een bepaald beeld (zie wat staat op blz. 10 bij ‘de tong’), zowel in positieve als in negatieve zin gezien worden. Zoek maar eens na bij beelden als: vlees, vuur, uitverkiezing… Maar ook b.v. het Internet kan tot een zegen zijn, òf tot een vloek.
 

Het getal 666 is dus (zo staat het er) het getal van de mens, of: een mensengetal. “It’s a man’s number” vertaald de Diaglott, en in de vertaling van Duitse theoloog Ludwig Albrecht staat: “Es ist ein menschen zahl”. Het geheimzinnige van ‘666’ zit ‘m in de zin: “Hier is wijsheid; wie verstand heeft berekene het getal van het beest, want het is een getal van de mens en zijn getal is zeshonderdzesenzestig (NBG, 1951). In de NBV (de toekomstige Nieuwe Bijbelvertaling) is het aldus vertaald: “Hier komt het aan op wijsheid. Laat ieder die inzicht heeft het getal van het beest ontcijferen; er wordt een mens mee aangeduid. Het getal is zeshonderdzesenzestig.  

Geïnteresseerden in bijbelstudie en kerkgeschiedenis weten, dat aan het fenomeen ‘666’ vele verklaringen zijn gewijd. Vanaf Bileam en keizer Nero, tot aan Hitler toe is genoemd. En ook heden de vergadering van de Europese Unie, die nu nog  626 leden telt, maar nu met de uitbreiding van diverse andere landen weer ver boven de 666 parlementsleden zal uitkomen! Ook het woord ‘computer’ en het Internet (www = ‘666’, want de Hebreeuwse W ‘de wau’ heeft ‘6’ als getalswaarde), zijn in deze tijd genoemd als ‘vervullingen’ van het getal 666.

In dit opstel laten we alle sombere vervullingen van ‘666’ maar even rusten, en richten ons gewoon op het getal zelf. Dat getal heeft te maken met ‘de mens’. En dat klopt aardig met de opbouw van ons beendergestel, zoals in de voorgaande pagina’s (de 3 maal 60) hebben kunnen zien. Zou het ver gezocht zijn te veronderstellen – gelet op de titel van dit opstel! - dat dit getal ergens in de Tabernakel van Israël terug te vinden moet zijn?… In het kader van dit opstel, waar immers de vergelijking tussen 1) Tabernakel, 2) ons lichaam en 3) de Kerk van Christus nader wordt onderzocht, is het zoeken naar een relatie in die richting logisch! Nu geeft de schrijver van dit opstel toe, dat hij niet degene is die op deze gedachte is gekomen. Wel heb ik al vele jaren geleden de relatie tussen het getal 666 en ons menselijk lichaam mogen ontdekken, maar absoluut toen niet gedacht aan ‘de Tabernakel’. Dat komt een ander toe! 17 )

 

7a, Het berekenen van het getal ‘666’

Uitgangspunten om tot een verantwoorde telling te komen zijn:1) Het moet logisch bij elkaar horen;

2) moet in de H. Schrift als aantal genoemd zijn; 3) Alle voorwerpen moeten een duidelijke functie hebben; 4) Het moet door de levieten ‘geteld’ worden (dus geen touwen b.v.) 5) Het moet speciaal vervaardigd zijn én zichtbaar zijn; 6) Het moet met goud of zilver overtrokken zijn, of van koper zijn; 

Vanuit het boek Exodus is het dan mogelijk via een secuur werkje, om een dergelijke telling te doen, hoewel goed gelet moet worden wat bij elkaar hoort en hoe de beschrijving ‘gelezen’ moet worden.               We komen dan tot de volgende 1e lijst, vanaf hoofdstuk 26:

 

Balken of planken                                 48      (holle balken van het keiharde acaciahout met goud

Zilveren voetstukken (voeten)    96      (2 onder elke balk)                                          overtrokken)

Tappen (2 passend in elke balk)           96     

Dwarsbalken                                         15

Pilaren                                         9      (5 en 4)

Zilveren voetstukken                                4      (Ex.26:32 alleen voor de 4 bij het H. d. Heilige)

Gouden ringen                         144

Haken (van goud)                                 50     (voor het kleed over de Tabernakel, Ex. 26:6)

Koperen voetstukken                              5      (voor de 5 pilaren voor het ‘Heilige’)

Pilaren (zuilen)                            60     (om de voorhof heen…)

Zilveren voeten (voor de pilaren)             60

Zilveren ‘toppen’           “                       60

                        Subtotaal . . . . . . . . . . 647     (om tot 666 onderdelen te komen, ontbreken er nog 19…)

Ark                                                          1     (zie Ex. 37 en vv.)

Verzoendeksel                                         1     (apart gemaakt net als de cherubs)

Cherubs (engelen)                                    2

Gouden draagstokken                   2

Gouden kandelaar                                    1

Reukofferaltaar                                        1

Tafel der toonbroden                               1

Koperen altaar                                        1

Koperen wasvat                                      1

Voorhang – voor 3 ingangen  -                3      (voorhof, H. en H.d.H.)

Gordijn rondom de voorhof                     1      (is een aan één stuk genoemd kleed)

Bedekking over de Tabernakel                1      (Ex. 26:1-6; vele kleden die aan elkaar genaaid zijn)

Tweede kleed (bedekking)                      1      (van geitenhaar gemaakt, ex. 26:7-13)

Dekkleden                                               2      (1 x ramsvellen en 1 x tachasvellen)

                                   TOTAAL       666

 

De Tabernakel én de Voorhof én alle voor de eredienst voorgeschreven onderdelen en voorwerpen bestond derhalve uit 666 onderdelen! Wat het deksel van de ark met de twee cherubs betreft, vertalen de meeste bijbelvertalingen dat dit deksel én de cherubs ‘uit één stuk’ zijn gemaakt en om die reden niet als 3 onderdelen geteld mogen worden. Deze zeer correcte verwijzing kan worden opgevangen doordat in de ark de twee stenen wetstafelen neergelegd waren. Zo blijft het getal 666 getrouw en zonder kunstgrepen in beeld, ondanks dat er enige onduidelijkheid kan optreden.

Pas veel later lezen we dat de staf van Aäron én een kruikje met het manna in de ark zijn gelegd. Ook bij de gouden kandelaar zien we een soortelijk telprobleem waar we hieronder nader op ingaan.

Van de andere onderdelen weten we niet hoeveel het er waren. Van belang is wat aan Mozes dwingend was voorgeschreven (vaak zeer exact omschreven) en wat tevens functioneel was. Daarbij werd b.v. van de gouden kandelaar wel de 7 gouden lampen of lichten apart genoemd, maar deze kandelaar was uit één stuk gedreven (gemaakt), en bestond dus uit één te tellen exemplaar.


            Naar een gravure uit 1677

 

8. Nadere gegevens over ‘666’

 

Interessant is, dat het grondwoord voor ‘pilaren’ ook ‘geraamte’ of raamwerk kan betekenen, waardoor de relatie met de opbouw van het menselijk lichaam nog een extra ‘steuntje’ krijgt.

Dat het juist de apostel Johannes is, die in de Apocalyps over het getal 666 moest schrijven, is niet zo verwonderlijk voor degene die het boek bestudeerd. De Openbaring van Johannes begint met het optreden van Jezus Christus als Hogepriester, en gelovigen als priester, en eindigt met het nederdalen van de Tabernakel van God uit de hemel. In dat laatste bijbelboek worden om de haverklap onderdelen van de Tabernakel genoemd, zoals ‘de gouden Kandelaar’, de zielen onder het altaar, de Ark, manna, reukwerk, zuilen/pilaren, Tempel, het Heilige der Heiligen, enz. Dat heeft een betekenis! Dat staat er niet zomaar!

 

Vanwege de langdurige trektocht van het Joodse volk door de woestijn waren de Voorhof en de Tent der samenkomst zo gemaakt, dat ze snel uit elkaar en weer in elkaar gezet konden worden. Voor dit werk was een bepaalde Levietenstam aangewezen, de stam Kehath (Num. 4:1-20). Deze Kehathieten zien we nog zelfs terug bij de tempelrestauratie beschreven in 2 Kron. 34! Zij hadden in de woestijn de taak de allerheiligste dingen te dragen en te zorgen voor het afbreken en opbouwen van de Tabernakel. Daartoe hadden ze de beschikking over zes huifkarren die elk door twee ossen getrokken werden.

Het was uiteraard een heel secuur werkje om al die kostbare zaken temidden van zand, rotsen en soms een oase te vervoeren en het is zeer aannemelijk, dat al die heilige zaken terdege geteld werden zodat  met al die gouden haken en ringen er niet iets verloren zou kunnen gaan. Het is dan ook aannemelijk te veronderstellen, dat elke Leviet het getal 666 kende. Als controle! Was dat getal bereikt, dan wist men dat de wagens met alle kostbare zaken goed geladen waren en dus konden vertrekken.

Het is dus een zeer ‘menselijk getal’, zoals hiermee voldoende is aangetoond! Ook is aangetoond, dat het heel goed mogelijk is, om het getal ‘666’ los te koppelen van het Beest’ en de kwade of negatieve betekenis die het daarmee ook heeft. Zoals ik eerder schreef kent de H. Schrift van diverse beelden zowel een positieve als een negatieve betekenis. Maar nogmaals, in het kader van dit opstel ga ik daar niet verder op in. 18)

Er is een nogal verklaring, dat de Kerk van Christus zonder de Geest van God (dus een dode en in duisternis gehulde Kerk die wellicht geheel of gedeeltelijk onder invloed van de boze  staat, voor het getal 666 staat! Dat kan zijn! In het ergste geval! En God verhoedde dat het zover zal komen! Ik heb daar, mede op grond van vele andere Schriftplaatsen waarin Gods genade en liefde bekend wordt gemaakt, grote moeite mee. Zie de aantekening op blz. 14 bij de behandeling van 1 Kor. 3:10. Ook om die reden laat ik verder de negatieve uitleg voor wat het moge betekenen. En laat het rusten… We richten ons op de positieve kant van deze belangrijke zaak!

 

9. Het lichaam, de Tempel…

 

Door een beter verstaan van het beeld ‘LICHAAM’ en wat voor geestelijke betekenis dit heeft, zal  ook een groter inzicht kunnen ontstaan in wat vroeger wellicht behoorde tot de duistere plaatsen van de Bijbel. En ook en beter verstaan van wat het oude volk van God, Israël, nog te verwachten heeft namelijk, om eenmaal samen met de éne verheerlijkte Kerk van Christus als Zijn Bruid met Hem verenigd te mogen worden. Daarvan mocht immers al de profeet Ezechiël profeteren in hoofdstuk 37, waar hij (vs. 1-14) in geestesvervoering ‘een dal vol dorre doodsbeenderen’ zag. Daar zag de profeet Ezechiël een groot aantal uitgedroogde beenderen, die een door en door dode indruk maakten. Op bevel van God, kwam na zijn profetering, spieren op die beenderen, en vlees én huid kwam er over heen. En als laatste kwam er ‘geest’ (de levensadem of –geest) in die lichamen die zich opstelden als een groot leger. Een prachtige belofte aldaar gegeven!…

 

9a, Het vervallen Huis van David

We gaan nader in op de eveneens prachtige belofte uit Amos 9:11-15, waar JHWH aan Israël belooft, dat eens aan het eind der tijden het vervallen huis van David weer zal worden opgericht. En wat is dat anders dan dat de Joodse Tempel weer in oude staat en luister zal worden herbouwd! …

Maar dan niet met stenen en met de handen gemaakt, maar in geestelijke zin ‘de ware Tabernakel of Tempel die de Here heeft opgericht, en geen mens’ (Hebr. 8:1-2). Een Huis, waarin Gods Wetten worden geleerd, niet op stenen tafels geschreven, maar op de tafelen van vlees in de harten (2 Kor. 3:3). In hoofdstuk 9 van de profeet Amos staat wel degelijk dat er naar oud model wordt ‘herbouwd’ en de omgevallen pilaren zullen weer worden opgericht, zodat alles in oude staat hersteld is. Dat wil zeggen, dat de blauwdruk van de Tabernakel zoals die aan Mozes was gegeven, en die z’n voortzetting had in de Tempel te Jeruzalem, ook in geestelijke zin geldt voor de Kerk van Christus!

Want in Handeling 15, ook wel genoemd het eerste apostelconcilie, wordt over die Amos-tekst, een opvallende verklaring gegeven, n.l. dat beiden – zowel joden als heidenen – de Heilige Geest ten deel is gevallen. De apostel Jacobus, die na Petrus het woord voerde, beriep zich juist op die tekst over de ‘Tempelruïne, die weer zal worden gerestaureerd’, n.l. dat het niet goed is om de christenen uit de heidenen de besnijdenis en alle voorschriften van de Joodse wetten op te leggen! Daar in Hand. 15, in die jonge eerste Christengemeente werd opnieuw gewezen op de Tempel met al z’n gebruiken en wetten, en zeker is dat men daar door de Heilige Geest, sprekende in het midden van de vergadering, op werd gewezen. Dit houdt in dat als voortzetting van die eerste gemeente, de Kerk door alle eeuwen heen, de geestelijke betekenis van die Tabernakel- en Tempeldienst niet zo maar terzijde mag schuiven!

 


Ark des verbonds, een gravure uit 1677

9b, het fundament: Christus

In het licht van het bovenstaande zal de redenering van apostel Paulus in 1 Kor. 3 vanaf vers 10 ook duidelijker worden voor de lezer! Nadat in de eerdere verzen de apostel Paulus heeft gewezen op het komen tot het geloof, waarbij men zich niet mag beroepen op de naam van een of andere voorganger, schrijft hij in vs. 9: “Want Gods medearbeiders zijn wij. En Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij!”

En gaat de tekst door vanaf vs. 12 over fundament en gebouw: “Is er iemand die op dit fundament (n.l. Christus) bouwt met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi of stro…ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt. En hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken. Indien het werk dat hij erop gebouwd heeft standhoudt, zal hij loon ontvangen. Maar indien iemands werk verbrandt zal hij schade lijden, doch hijzelf zal gered worden, maar als door vuur heen.”… (vandaar mijn voorzichtigheid op blz. 13 bij de voorspellingen over wat het getal ‘666’ voor kwaadaardigs zou kunnen betekenen).

Gelijk daaropvolgend schrijft Paulus dan in vs. 16: “Weet gij niet, dat gij Gods Tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem, schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!”  Hier is dus opnieuw de relatie van Tempel en ons menselijk lichaam gelegd en het bouwen het goud en zilver is toch gebeurd met de bouw van de Tabernakel, maar vooral met de Tempelbouw?… Ook van dat menselijk lichaam in geestelijke zin, dat beelddrager van God is, zal Jezus Christus het fundament (de grondslag) moeten zijn. Zeggen of zingen wij niet maar al te vaak, dat Jezus Christus in ons moet wonen? Dat Hij woning in ons moet maken en ‘in ons moet opwassen en gestalte verkrijgen’?…  

 

10. Slotopmerkingen  

 

Onderstaand zullen nog enkele onderwerpen die met de Tabernakel/Tempel/Lichaam te maken hebben, kort worden behandeld. Daarmee zal het totaal van dit onderwerp niet uitputtend zijn behandeld, want – geloof me – hoe meer je zoekt, hoe meer je vindt! Zo blijkt dan maar weer eens welke kostbare schatten en grote geestelijke rijkdom er in de Bijbel te vinden zijn.


De koperen Zee, een gravure uit 1677

10a, Het Voorhangsel

Na het sterven van Jezus Christus op de heuvel Golgotha berichten maar liefst 3 evangelieschrijvers ons, dat het gordijn in de Tempel van boven tot onderen in tweeën scheurde. Daarmee had de stoffelijke en letterlijke betekenis opgehouden te bestaan. Jezus Christus als de Hemelse Hogepriester is toen als eerste ‘ingegaan’ (Hebr. 6:19), maar wij mogen hem nu daarin volgen. Daarom scheurde dat voorhangsel in de Tempel, van bovenaf naar beneden toe, als een teken dat het een werking van God was! Overigens het is goed om te weten, dat er in de Tabernakel twee gordijnen of ‘voorhangels’ waren (zie blz. 12), maar in de Tempel maar één. Dat hing voor het Heilige der Heiligen. En dat Heiligdom dat voorheen voor mensen gesloten was (alleen Israëls hogepriester mocht één keer per jaar dat Heiligdom betreden!), heeft Jezus voor ons geopend.” Opdat wij vrijmoedig mogen opgaan tot de Troon der genade”! (Hebr. 4:14 t/m 16). Zo zal dan ook de Schriftplaats uit Gal. 5:1 en 2 beter verstaan worden, als we weten wat ‘de vrijheid die in Christus is’ betekent!

 
Het altaar voor het brandoffer, een gravure uit 1677

 

10b, de Vrouw met de zon bekleed…

In Openb. 12 begint een profetisch tafereel zich te ontrollen, waarin Johannes een vrouw ziet, die met de zon bekleed was. Andere vertalingen geven weer: ‘een vrouw die met zon omhuld was’. En de maan was onder haar voeten, zo staat er, en ze had een kroon (of krans) van 12 sterren op haar hoofd.

Een vrouw als beeld voor de gemeente van de Heer, is al eerder behandeld. En vele schriftplaatsen geven dit ook zo aan (Jeremia 3:6-10, Ezech. 23) en we kennen ook het beeld van ‘een bruid’ als type van de gemeente van God. Nu gaan we eens niet in op verdere diepzinnige verklaringen, maar laten we ons beperken tot wat je daar nu echt ziet!

a)      een vrouwengestalte, die omhuld is met de zon. Dat moet dus betekenen, dat deze gestalte geheel met een fel stralende gouden glans omhuld is. Want de zon – zo stellen we ons voor- heeft een felle gouden kleur..

b)      die vrouwengestalte heeft onderaan, bij haar voeten, de maan. Maar zoals de zon een gouden kleur heeft, heeft de maan ‘zilver’ als kleur. (By the light, of the silvery moon, zong vroeger een Amerikaanse zangeres). Zilver en goud worden vele malen in de bijbel samen genoemd. 

Die ‘Zon’ dat is Jezus Christus, de zon der gerechtigheid, “God de Here, is een Zon en Schild” zingt Psalm 84, vers 12, en in het boek ‘Hooglied’’  beschrijft de bruidegom zijn bruid, en zegt dan in hoofdstuk 6, vers 10: Wie is zij, die opgaat als de dageraad, schoon als de blanke maan, stralend als de gloeiende zon?…

Nu gaat dit opstel o.m. over de Tabernakel, en we kunnen ons voorstellen hoe ’s morgens vroeg wanneer de zon net was opgekomen, de (hoge)priester het voorhangsel van het Heilige opensloeg om met zijn werkzaamheden te beginnen. Daar komen dan de stralen van de zon binnen in dat ‘Heilige’ en verlichten de donkere ruimte. Want de zon komt op vanuit het Oosten en de openingen in de voorhof, en de voorhang van het Heilige waren gericht ‘op het Oosten’ vanwaar de zon opkomt.

Maar wat zag hij dan?… En wat zien wij in onze verbeelding mee?…Rijen gouden planken, terwijl onderaan al dat goud, het zilver van de zilveren voetstukken te zien is!

Maar wat zie je dan in geestelijke zin? In de toekomst?… want IS de Tabernakel een type of voorbeeld van de Kerk als Lichaam van Christus, dan moet die beeldspraak overal in terug te vinden zijn. Dat is bewijsmateriaal! Kortom:

De Tabernakel van Israël getuigt ook van de ‘vrouw met de zon bekleedt’ uit Openb. 12! En dat is derhalve de Kerk van Christus!

Op blz. 12 heeft u al kunnen lezen hoe opvallend het is, dat de apostel Johannes in het boek Openbaring gedurig schrijft over de Tabernakel van Israël.!…
 

 

10c, De hemelen vertellen Gods eer…

Het inwendige van vooral de Tempel te Jeruzalem was prachtig versierd met alles wat de schepping aan moois te bieden heeft. En met alles wat op de vorige bladzijden geschreven is zal de lezer merken, dat meer inzicht in de betekenis van Tabernakel en Tempel als bijkomend voordeel heeft, dat voorheen onbegrepen Schriftplaatsen, onverwacht beter begrepen kunnen worden. Neem nu Psalm 19, waar de psalmist Gods majesteit in de schepping en in ‘de Wet’ verkondigt. ‘De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen’, begint het eerste vers. En in vers 5 staat: ‘Aan de hemel schiep God voor de zon een tent’.

De hemel kan in geestelijke zin ook gezien worden als ‘de Kerk van Christus’. Als b.v. de apostel Paulus schrijft dat hij eens (in een visioen) is opgevoerd tot in de DERDE hemel (2 Kor. 12:12), dan mogen we veronderstellen (wetende dat in die eerste tijd van de Kerk veel door Gods Geest is geopenbaard), dat er ook een 1e en een 2e hemel moet zijn. Die 1e hemel als type of ‘schaduw’ zal de in geestelijke zin Gods Kerk zijn. De 2e ‘hemel’ is dan de rustplaats van de gestorven zielen van de mensen – in welk geval van de gelovige (gedoopte) mensen, het paradijs (2 Kor. 12:4), de zielen ‘onder het altaar’ (Openb. 6).

Bezien we de zon een type van de Christus en de ‘tent’ of tabernakel als een type van de woning of ‘Huis’ van God, dan krijgt de nogal duistere tekst uit Psalm 19 een onverwachte glans! En een reikwijdte die we nauwelijks kunnen begrijpen, maar in het licht van de geestelijke betekenis van de Tabernakel- en Tempeldienst beter zullen verstaan!. Want er is of STAAT toch in die hemel der Kerk een geestelijk bouwwerk, Gods Tempel, Gods Huis, niet met handen gemaakt, enz. enz. Daar hebben we eerder over geschreven….

En hoe beter gaan we begrijpen van wat we zingen in vele psalmen: “hoe branden mijn genegenheên, om uwen voorhof in te treeên”, uit de oude berijming van Psalm 84, waar we ook van de lieflijkheid van Gods Huis en tempelzangen zingen. Het ‘brandofferaltaar’ waarvan we zingen in Psalm 66, maar zeker ook als we in de mooie Psalm 43 als een vragend gebed lezen: Zend uw licht en uw waarheid, mogen die mij geleiden, mij brengen naar uw heilige berg (Zion) en naar uw woningen, zodat ik kan gaan tot Gods altaar… (de ‘gewijde tente’ uit vers 3 van de Psalmen van 1773 is de Tabernakel).

Verder wil ik u in dit verband nog wijzen op Kolossenzen 2, vers. 16 t/m 19, alwaar eerst wordt gewezen op de oude Joodse inzettingen en rituelen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is. En Paulus schrijft dan verder over mensen die een opgelegde nederigheid laten zien en aan engelenverering doen en zonder reden opgeblazen door zijn vleselijk denken, terwijl men zich niet houdt aan het hoofd, waaruit het gehele lichaam door pezen en banden ondersteund en samengebonden, zijn goddelijke wasdom ontvangt. (dus wederom een verwijzing naar het menselijk lichaam!… en naar Christus.)

Mozes ontving de blauwdruk van de Tabernakel van God en de Hebreeënbrief schrijft daarover in hoofdstuk 3, vers 3 t/m 6 over Jezus Christus onder meer: “Want Hij is zoveel groter heerlijkheid dan Mozes waardig gekeurd, zoals de bouwmeester hoger eer geniet dan het huis. Prachtig toch?…

 

10d, de Kerk, de Bruid! 

Vele eeuwen geleden meende de geestelijkheid te mogen zeggen, dat zij ‘de Kerk’ vormden. Maar wat kon deze geestelijkheid door dit te zeggen anders tonen, dan een armzalig skelet?…Een geraamte zonder vlees is niet om aan te zien en wij kennen ook het gezegde als het een sterk vermagerd iemand betreft: “Hij (of zij) is een levend geraamte”. 

Ook zijn er randkerkelijke groeperingen die zeggen: “Wij hebben geen geestelijkheid nodig. Wij zijn allen broeders (en zusters!) en kennen geen ambten en geen hiërarchie. Terwijl we toch op grond van de bijbel mogen beseffen, dat zonder beenderen een lichaam slechts een vormloze vleesmassa is.

In de grote wijsheid van God als onze Schepper, is het lichaam bij de schepping zo wonderlijk en zo ingenieus gemaakt, dat we ons er nog steeds over verbazen! En – naar 1 Kor. 12 – God heeft het lichaam zo samengesteld, dat Hij meer eer gaf aan hetgeen misdeeld was, opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn maar de leden gelijkelijk voor elkaar zouden zorgen. Als één lid lijdt, lijden alle leden mede en als één lid eer ontvangt, delen alle leden in de vreugde. Gij nu zijt het Lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden.”

 

Veel, zeer veel is hierover nog te zeggen, maar dan wordt het een boek. Er zijn in het verleden wel eens pogingen gedaan om op grond van profetieën die in een groep gemeenten gekomen zijn, een heel systeem vanuit de Tabernakeldienst op te zetten. Natuurlijk spreekt de H. Schrift niet over dominees, maar over apostelen, profeten, evangelisten, herders/leraars. En ook over ouderlingen, diaken en opzieners. In diverse Apostolische kerken van deze tijd zijn deze ambten of dienaren in diverse soorten bedieningen geroepen door profetie en gesteld. Een ‘Raad van Zion’ is er geweest, maar net als de Tabernakel in de woestijn maar van tijdelijke aard was, is ook alles uit het verleden weer verdwenen of teniet gedaan. Zowel de 1e als de 2e Tempel te Jeruzalem zijn verwoest, maar de veelzeggende typering vanuit de H. Schrift geven toch zoveel stof tot nadenken dat niemand deze geestelijke zaken zal mogen negeren. Er zijn orthodoxe Joden (en christenen) die menen dat er binnenkort op de Tempelberg te Jeruzalem opnieuw een (3e) Tempel gebouwd zal moeten worden. Deze mensen hebben blijkbaar weinig of geen inzicht in de geestelijke betekenis van dit alles.     

Wat meer inzicht in de geheimen van Tabernakel en Tempel zal ten goede komen van een beter verstaan van wat ‘de Kerk’ als Lichaam van Christus nu werkelijk betekent. Verdere studie zal nodig zijn en ik vermoed sterk dat het zogeheten ‘Samen-op’weg proces’ tussen drie protestantse kerkgenootschappen met meer studie over de Tabernakel en Tempeldienst gediend zal zijn. Namelijk, een beter verstaan van wat de Heilige Schrift onder eenheid en de ene Kerk verstaat.

De Bijbel, en vooral het Nieuwe of 2e Testament kent geen twee soorten gelovigen, waarvan de ene soort ‘uitverkoren’ is boven de andere, noch kent het N.T. een aparte plaats voor de Joden. Er is uitsluitend sprake van HET ENE LICHAAM VAN CHRISTUS, dat uit vele leden bestaat en waarin iedereen zijn gave en talenten tot ontwikkeling moet brengen en ten dienste behoort te stellen van allen! (Rom 12, vs. 1 t/m 7). In 1 Kor. 1 vers 10 en Efeze 4, vers 3 en 4 staan daar prachtige dingen over geschreven. Wie met Joden wil spreken over het geloof in JHWH, zal eerst de beginselen van de leer over Tabernakel en Tempel zich eigen moeten maken.

Dan zal ook de tekst uit 1 Petr. 2:4 t/m 6 helder oplichten, waar staat: “En komt tot Hem, de levende steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar. En laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus”!…

 

Zoals ik dit opstel begon met te schrijven over de profetie van het lichaam in de schepping, zo mag ik eindigen met de profetie van het geestelijke Lichaam in de herschepping, waarvan we lezen in Openb. 21: 2 t/m 3: “en ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel van God, getoond als een bruid die voor haar man versierd is. En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de TABERNAKEL Gods  is bij de mensen en hij zal bij hen wonen en zij zullen Zijn volken zijn en God Zelf zal bij hen zijn.”…

 

Maarssen, mei 2002                                                                                                  N.A.J. van Kooten

 

 

 

Voetnoten:


 

1 Gebruikt is de vijfde druk van ‘DE TABERNAKEL’ geschreven door Joh. De Heer, Uitg. Het Zoeklicht, Doorn, juli 1975

 

2 Veel literatuur van de Britse Kath. Apost. Kerk is niet toegankelijk en weinig is vertaald in de Nederlandse taal. Wel is enigszins bekend het boek van de tot apostel geroepen Brit Francis Sitwell. Hij schreef een boek getiteld: HET GODSPLAN (met als bijschrift): IN DE SCHEPPING EN VERLOSSING. In mijn bezit is de 2e druk uit 1895, uit het Engels vertaald met een inleidend woord door Mr. Isaäc Capadose. Uitg. Fa. S. van Velzen jr, ‘s- Gravenhage. Uit dit boek (410 blz.) heb ik de meeste gegevens vanuit die Catholic Apostolic Church als bron overgenomen.

 

3 Het boek van dr. A.A. van Ruler stamt uit de jaren zestig en deze predikant schrijft op een meesterlijke wijze over de vele goede redenen die een mens kan hebben ‘om naar de kerk te gaan’. Zeer lezenswaardig! Voordat ik het zelf verkreeg, heb ik het boekje een jaar te leen mogen hebben van de Maarssense predikant dr. B. Aalbers en ik heb er veel interessante stukken uit overgenomen. 

 

4 De brochure of geschrift van deze arts Norton (uitgegeven zo’n 150 jaar geleden) heb ik vroeger ‘in kopie’ in mijn bezit gehad en ik heb er grote delen uit overgenomen. De kopie zelf ben ik in de loop der tijden door uitlenen kwijtgeraakt. Slechts een artikel van vroeger dat in 1979 in twee afleveringen in het kerkblad ‘De Zaaier’ (K.A.K. Amsterdam) is opgenomen, bezit ik nog. 

 

5 Dat betreft een uitspraak van rabbijn drs. J. Soetendorp in nr. 1 van Phoenix Bijbelpockets “Zoals er gezegd is over DE SCHEPPING,  op blz. 142. Uitg. W. de Haan, Standaardboekhandel 1962.

 

6 De 8e Psalm heeft als titel: De mens, de kroon der schepping Gods. Nadat de psalmist David in zijn lied de hemel heeft aanschouwd, zegt hij: “wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind dat Gij naar hem omziet. Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem, met heerlijkheid en luister gekroond.”…

 

7 In 2 Tim. 3:16 staat zelfs  over de (Joodse) bijbelboeken geschreven: “Alle Schrift is van God ingegeven”. …

 

8 Lees maar eens na in Deut. 11, hoe de stammen Israëls zich moesten opstellen tegenover elkaar op de bergen Ebal en Gerizim en JHWH hen òf de zegen òf de vloek voorstelde indien het volk zich niet zou houden aan de gegeven wetten. De tegenstellingen zijn soms groot in de H. Schrift. Lees maar eens b.v. teksten na die over ‘het oordeel’ gaan. De vraag: Is er nu wel of niet een laatste oordeel, komt dan op.

 

9 Het is opvallend als we lezen over het ‘lichaam’ van de Kerk van Christus, dat daar op de twee belangrijke Schriftplaatsen ‘Rom. 12 en 1 Kor. 12’ als vanzelfsprekend ambten of bedieningen erbij worden genoemd.

 

10 Daartoe ontving ik een brief dd. 17 februari 1984 van dr. M.T. Tang, destijds ziekenhuispastor van het Diaconessen ziekenhuis te Utrecht. Een docent anatomie heeft de beenderen van ons lichaam op verzoek van dr. Tang nageteld en bevestigd dat er in zowel de armen als de benen elk 60 beenderen te tellen zijn. En in ons hoofd zitten 33 beenderen + de 32 tanden en kiezen dus 65 in totaal! Dr. M.Tang is in 1982 gepromoveerd op het onderwerp: “Het Apostolisch werk in Nederland”, vandaar dat contact met deze predikant, en dat ik hem om raad gevraagd heb. U ziet aan de tijd (1984) dat ik al vele jaren met deze materie bezig was alvorens nu ook eens zelf de onderwerpen samen te vatten en op papier te zetten.

 

11 In een artikel dat ik in februari 2000 van een vriend ontving citeert deze een boek van F. Weinreb, waarin zeer diepzinnig wordt ingegaan op de 12 edelstenen of kristallen in het borstschild van de hogepriester. In Weinreb’s boek wordt nader ingegaan op het getal 12, op het beeld ‘kristal’ , op het begrip ‘tijd’ en tijdloosheid. Heel boeiend en het toont aan, dat er aan die 3 x 4 rijen van edelstenen juist op die plek midden op het borstbeen, een geweldig mooie en diepzinnige verklaring gegeven kan worden. Het voert echter (helaas) te ver in het kader van dit opstel hier nader op in te gaan. 

 

12 De theorieën over ‘ambten’ in het N.T. heb ik voornamelijk gehaald uit het voortreffelijke boek van dr. J. van Bruggen ‘AMBTEN IN DE APOSTOLISCHE KERK’, Uitg. Kok, Kampen 1984. Van Bruggen (1936) was hoogleraar Nieuwe Testament en zijn boek over ‘ambten’ uit de eerste tijd van de Kerk is zeer verhelderend daar waar er door alle eeuwen zovele vragen gerezen zijn rondom de ambten. Het boek behandeld vanuit v.n. het Nieuwe Testament dit onderwerp zeer uitputtend, zonder ook maar ergens te vervelen!

 

13 Bij iedereen zal bekend zijn de beroemde tekening van Leonardo DaVinci, van ‘de mens’ met de cirkel om de tekening die precies de gang van armen en benen omvat!

 

14 De getalswaarde van de naam voor ‘Jezus’  ‘888’ trof ik aan in het boek met de naam ‘666 HET GETAL EENS MENSCHEN’ van de hand van ds. D.A. v.d. Bosch, Uitg. Gebr. Zomer & Keuning te Wageningen. Het is zeer merkwaardig, en bevestigd mijn opmerking aan het einde van het opstel “hoe meer je zoekt, hoe meer je vindt!”

 

15 In de Statenvertaling worden die balken of planken van de Tabernakel ‘berderen’ genoemd. Ook een mooi ouderwets woord, dat we nog heden ten dage horen in de zin van: “iets te berde brengen”, d.w.z. hij of  zij bracht iets naar voren (op de planken zoals b.v. op het toneel de zaal toespreken).

 

16 In Elseviers Medische Encyclopedie worden op blz. 201 twaalf zenuwcentra van de hersenen genoemd: (in de grote hersenen): bewustzijn, intelligentie, geheugen, wil, waarneming, spierbewegingen. (In de kleine hersenen): de coördinatie van bewegingen en het ‘evenwicht’. (In de hersenstam): bloeddruk en spijsvertering. Verder bevinden zich nog in de hersenen de regel- en schakelcentra, de thalamus en de hypothalamus.

 

17 Degene die op een opmerkelijke wijze aan een mogelijke oplossing van het raadsel ‘666’ is gekomen, is de hr. J. van der Poorten uit Amsterdam. Hij was medio 1968 door profetie tot apostel geroepen in de HAZK (Hersteld Apost. Zendingkerk) en heeft aanvankelijk vele goede dingen mogen doen en ontdekken. Op 9 nov. 1981 is hij, samen met enkele andere getrouwen tijdens een studiebijeenkomst achter het geheim van ‘666’ uit Openb. 13:18 gekomen. Naar de mening van velen (ook die van de schrijver van dit opstel) is het met deze man op zeker moment de verkeerde kant opgegaan. Enigszins vergelijkbaar – en met name met de ‘stellingen’ -  met wat ds. Bram Krol schreef in zijn boekje “Als het zoete bitter wordt” (Uitg. Gideon, 1998). Over de vraag ‘op welk moment’ het met deze apostel v.d. Poorten mis is gegaan, kan men van mening verschillen. Maar dan betreft het dus slechts het tijdstip, niet – en helaas-  het feit op zich.

 

18 Zo staat in Daniel 3 vs. 1 het nodige over het gouden beeld dat Nebukadnezar liet oprichten en waar iedereen voor moest knielen. Dat beeld was 60 ellen hoog en 6 el breed. Eén 6 te weinig, maar toch?…. 

We zien met al zulke verklaringen en berekeningen en datums noemen door alle eeuwen heen, dat het uiteindelijk niks wordt. Recent nog kwamen in de publiciteit prof. Rutten die op grond van profetieën, in Spanje opmerkelijke wonderen heeft verwacht. En de hr. Geene uit Puttershoek (Zh) die in november 2001 de wederkomst van Christus heeft voorspeld, met een escape naar 31 december 2001. Maar ook hij en z’n groep volgelingen hebben de teleurstelling moeten verwerken.

En met Prediker kunnen we zeggen: “Er is niets nieuws onder de zon”.

 

      -o-0-o-

Naschrift:

De lezer zal wel begrepen hebben dat de schrijver van dit opstel  uit een orthodox gelovende Apostolische Kerk afkomstig is. Net als b.v. de huidige minister van financiën dhr. Gerrit Zalm waren mijn ouders lidmaat van de Hersteld Apostolische Zendingkerk (HAZK). Deze betrekkelijk kleine geloofsgemeenschap is ontstaan vanuit een afsplitsing in Duitsland (1863) van de Cath. Apost. Church en kwam vanaf 1968/69 in een crisis die tot scheuringen heeft geleid. Schrijver dezes is toen meegegaan met de richting die in feite terug wilde naar de oorspronkelijke Kath. Apostolische Kerk.  

Maar – naast anderen – hebben mijn vrouw en ik het ‘Apostolisch Werk’, zoals het intern vaak wordt genoemd, pas medio 1982 verlaten. De reden voor ons was een groot onrecht, dat een andere broeder werd aangedaan. Bij de beschuldiging van de ontvreemding van kerkelijke gelden en de afhandeling daarvan ging de leiding niet uit van de Bijbel, maar ging af op profetieën. In die periode werden profetieën uitgesproken door de hr. J. v.d. Poorten hoger geacht dan de H. Schrift!

Dit leidde tot een chaos, want de onbewezen beschuldiging kreeg zo een min of meer ‘goddelijke’ oorsprong. Ik voorspelde bij mijn definitieve vertrek dat, indien men op die heilloze weg zou voortgaan, er nog veel gekkere dingen zouden gebeuren (brief dd. sept. 1983). Dat is in de jaren daarop  metterdaad ook gebeurd, waardoor er velen zijn vertrokken en nu nog enkele tientallen over zijn. De meesten vertrokken naar de Oud-Katholieke Kerk.

Zelf zijn wij na enkele jaren eens ter kerke gegaan in de Ned. Hervormde kerk te Maarssen. Daar heb ik enkele weken lang in de prediking antwoord gekregen op in mij levende vragen zodanig, dat ik een bijzonder blij en warm gevoel kreeg. Er ontstond weer een zekere geestelijke rust, ook door de hartelijke ontvangst.

Na jaren als ‘gastleden’ onderdak te hebben gevonden in de Ned. Hervormde gemeente te Maarssen, is – op aandringen van mijn vrouw die daartoe bijzondere ervaringen heeft ontvangen – het lidmaatschap aangevraagd en gekregen. We hebben dezelfde geloofsbelijdenissen, dezelfde Bijbel, dezelfde Heiland en Verlosser. En de verantwoorde prediking en geestelijke rust die je in een hervormde gemeente meemaakt, is een verademing. Er zijn zeker vele goede zaken en inzichten vanuit de apostolische richtingen te melden, die zeker voor andere kerken van groot nut zouden kunnen zijn. Deze ‘studie’ over de diepere betekenis van Tabernakel en Tempeldienst is daar hopelijk een voorbeeld van. Ik spreek zelden negatief over mijn vroegere geloofsgemeenschap, ook al omdat het toch mijn ‘moederkerk’ mijn geestelijke moeder is. Wel stel ik, als mijn persoonlijke mening, dat de ‘vergissing’ van de apostolische kerken – voor de afsplitsingen na 1863) is: dat zij het fundament van de kerk uit Efeze 2:20 “gebouwd op het fundament van apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus de uiterste hoeksteen is”  mede laat bestaan uit nu levende en bestaande mannen die dienst doen als ‘apostelen en profeten’. Nu levende mannen echter, die zich absoluut niet kunnen meten met b.v. dienaren van de H. Schrift! Best wel aardige mensen, maar om een ‘ware’ apostel of een ‘echte’ profeet van God te zijn, moet er meer met je gebeuren dan een roeping middels een profetie. Apostel Paulus zegt dat hij door Christus Zelf is onderwezen, waarschijnlijk via openbaringen.

Ook de regelingen en leringen aangaande nieuwe ambtsdragers, zijn mijns inziens discutabel. In zogeheten roepingsdiensten  worden priester-profeten afgezonderd en God gevraagd bekend te maken door de profetische dienst van deze profeten wie als dienstknecht(en) toegevoegd zullen moeten worden aan de priesterschaar. In een of meerdere roepingsprofetieën worden dan de naam en/of namen van mannen bekend gemaakt die als apostel, profeet, evangelist of herder dienstbaar gesteld moeten worden. Daarbij wordt in de beleringen een tekst uit Hebr. 5 gebruikt, waarin staat dat men geroepen dient worden gelijk Aäron. Er wordt dan meestal mondeling bij gezegd, dat Aäron is geroepen door de profeet Mozes. Dat is laatste is echter onjuist en wie de H. Schrift op dit punt leest in Ex. 3 en 4, zal het beamen. Toch zijn deze ‘roepingsdiensten’ belangrijke pijlers in het bestaan van de HAZK. Er wordt een sterke nadruk gelegd op ‘ambten’ en de manier waarop mannenbroeders als dienaren in de Kerk van God moeten worden verkregen.   

Dat zulk een fundament zeer wankelbaar is, bewijst dan ook de korte kerkgeschiedenis van het Apostolisch Werk vanaf circa 1832, maar vooral vanaf de scheuring in Duitsland in 1863. Er zijn momenteel tientallen ‘apostolische kerken’ en er lopen op deze aarde misschien wel 200 ‘apostelen’ rond. De veel gebruikte tekst uit Efeze 4:11 t/m 16, alwaar de 4-voudige ambtsbediening van apostelen, profeten, evangelisten en herders (en leraars!) worden genoemd, die zijn gegeven– onder meer – “tot opbouw van het lichaam van Christus en totdat wij allen de eenheid des geloofs bereikt hebben”, enz. is ook een kerntekst. De tekst wordt gebruikt, maar er was weinig of geen opbouw ten dienste van de gehele kerk en er is temidden van al die vele soorten apostolischen grote verdeeldheid.

Dat het handelen van apostolischen én de kortstondige kerkgeschiedenis van het Apostolische Werk aantonen dat het tegendeel is bereikt van wat wordt beoogd, zegt genoeg. En het toont aan dat het systeem dat de apostolischen (al dan niet op bevel van profetische uitingen) in het leven hebben geroepen, niet goed werkt! Dat is: De Bijbel pasklaar maken voor het eigen systeem. Wel moeten we in ogenschouw nemen dat indien het Apostolisch Werk een Godswerk is, het ook fel door de boze is en zal worden aangevallen. En dat daardoor verwarring en verdeeldheid kunnen ontstaan. Dit geef ik aan om mijn kritiek niet te hard te laten zijn.

Verder wordt aldaar door het sacrament van de ‘Verzegeling’ de H. Geest (naar wordt gehoopt) meegedeeld, maar in het bijzonder op cruciale momenten is enige ‘vrucht van de H. Geest’ moeilijk te ontdekken. Behalve de gave van profetie zijn er weinig of geen andere in de Schrift genoemde gaven die aantoonbaar werkzaam zijn. Wel de werken van het vlees, net als overal in de kerken het geval kan zijn (Gal. 5:19 t/m 22)!

En door het apostelambt, dat meestal toch wel als het ‘hoogste’ ambt werd en wordt gezien, is het ambt ook wel misbruikt ten dienste van de persoonlijke heerszucht. Nu is dat sterk aan het veranderen, maar vroeger was respect voor mede-christenen zelden aanwezig, en de gestalte van een Mozes of een Daniël, die tot God baden om dan maar zelf door God gestraft te mogen worden, in plaats van het volk, werd niet gevonden. Schrijver dezes heeft er middenin gezeten en spreekt uit ervaring, hoewel ik hier nogmaals benadruk dat de laatste jaren bij de voortzetting van de oorspronkelijke HAZK een kentering in de overtuiging en lering richting christenheid bespeurd kan worden. Het is ook moeilijk voor mij om kritisch te schrijven, omdat a) voor iemand die vanaf z’n geboorte apostolisch is geweest, er toch altijd een bepaalde band blijft die moeilijk in woorden in te omschrijven. En b) je het eigen nest niet wil bevuilen.

Desondanks – hoe we er ook over mogen denken - is het mogelijk dat God spoedig of na langere tijd opnieuw echte en werkelijke apostelen tot de verdeelde christenheid zal willen zenden. Zulke apostelen, met uiteraard allerlei mede-dienaren, moeten dan ook goed te herkennen zijn, en zij moeten ‘beproefd’ kunnen worden. Aan pseudo-apostelen heeft de Kerk geen behoefte.

Dit ter toelichting ter gelegenheid van de totstandkoming van dit opstel!

Nico van Kooten

 

 

Geplaatst op: 27-11-2006 (geen bezoekers teller) Herhaling: 01-04-2010 Hit Counter
Op dit artikel berusten auteurs rechten.