|
De Tabernakel van
Israël
In relatie tot
ons menselijk lichaam
én DE KERK
Door: Nico
van Kooten
|

|
Inhoudsopgave:
|
Blz.nr. |
|
Naam: |
| 1 |
|
Titel, inhoudsopgave |
| 2 |
|
Ter inleiding
|
| 3 |
|
De mens als ‘beeld’ van God
|
| 4 |
|
Over het Lichaam van Christus
|
| 5 |
|
Het geraamte
|
| 6 |
|
De romp van het lichaam
|
| 6a |
|
De
zeventig |
| 6b |
|
Nog
meer over ‘het hoofd’ |
| 7 |
|
Het getal ‘666’ |
| 7a |
|
Het berekenen van het getal ‘666’ |
| 8 |
|
Nadere gegevens over
‘666’
|
| 9 |
|
Het lichaam, de
Tempel… |
| 9a |
|
Het vervallen Huis van David |
| 9b |
|
9b, het fundament: Christus |
| 10 |
|
Slotopmerkingen
|
| 10a |
|
Het Voorhangsel
|
| 10b |
|
De Vrouw met de zon bekleed… |
| 10c |
|
De hemelen vertellen Gods eer… |
| 10d |
|
De Kerk, de Bruid!
|
| |
|
Voetnoten |
| |
|
|
| |
|
|
-o-0-o-
NvK, Maarssen, mei 2002
De Tabernakel van Israël
in relatie tot ons
menselijk lichaam
én ‘De Kerk’!…
-o-0-o-

Volgens een gravure uit 1677
door: Nico van Kooten,
Maarsen, mei
2002
Ter inleiding:
Diverse
personen uit verschillende kerken hebben mij gevraagd
eens op te schrijven wat bekend en geschreven is
aangaande de symboliek van de Tabernakel (Tent der
samenkomst) van Israël in relatie met de opbouw van
ons menselijk lichaam.
En dit dan weer in verband met de wereldwijde
Kerk van Christus. Hiermee wil ik (voor zover mijn
kennis reikt) aan dit verzoek voldoen. Ik geef in dit
opstel de voorkeur aan het woord ‘Tabernakel’
(=‘woning’) omdat het een mooi woord is en in de ‘tale
Kanaäns’ nog wel gebruikt werd en wordt. Het woord
‘tent’ of nog beter ‘woning’ zijn echter eveneens goede
vertalingen. Er is enerzijds wel veel bekend over de
Tabernakel zoals die na de uittocht uit Egypte tot stand
is gekomen (zie het boek Exodus), maar de relatie
met de opbouw van ons lichaam is tamelijk onbekend en er
is niet veel over geschreven.
Zo hier
en daar vinden we wel wat. Over de Tabernakel is
uiteraard bekend het prachtige boekje van Johannes De
Heer over ‘De Tabernakel
1),
Er is een klein boekje van Henk Binnendijk, maar er is
vooral vanuit de Britse Catholic Apostolic Church en hun
nazaten veel aandacht aan besteed
2) .
En natuurlijk in vele bijbelse encyclopedieën. Verder
noem ik hier wat de predikant/theoloog Dr. A.A. van
Ruler in zijn boek “Waarom zou ik naar de kerk gaan?”
op blz. 97 schrijft. Daar schrijft hij over de
gemeente van God als ‘lichaam’ en de bijdrage die de
gelovigen leveren ‘in’ dat lichaam. Er staat dan:
‘De ambten zijn het skelet van het lichaam. Dat maakt
de kerk tot instituut. Dat moet ik ook mee helpen
verwezenlijken. Een skelet zonder lichaam is alleen maar
een geraamte. Ik moet (als kerkganger) mee zorgen, dat
er een lichaam omheen zit, zodat het een skelet (een
raamwerk) is.’ Van Ruler vervolgt dan dat simpel
gezegd wij naar de kerk gaan; óók ter wille van de
voorganger, de ouderling en de diaken. De ambten moeten
toch ambten kunnen zijn en kunnen functioneren? Hoe
zouden ze dat kunnen zonder gemeenteleden? Daarom hebben
gemeenteleden deel aan dat gestructureerde geheel. De
gemeente; dat is het vlees, het lichaam om het
skelet heen!… (aldus Van Ruler)
3)
 |

De zevenvoudige gouden kandelaar.
volgens een eeuwenoude gravure |
Er is
vanuit de Katholiek Apostolische Kerk, die omstreeks
1832 z’n begin in Groot-Brittannië had, veel inzicht of
‘licht’ ontvangen en studie verricht aangaande de
diepere bedoeling van de Tabernakel en Tempel. Deze
‘bronnen’ zijn niet of nauwelijks toegankelijk voor een
breed publiek In het bijzonder heeft een Britse arts
(en lidmaat) uit die tijd, dr. Norton, een en ander
uitgezocht over het menselijk lichaam en dit op schrift
gesteld 4).
Deze materie heeft mij in gedachten nooit losgelaten,
omdat het zicht geeft op een enorme bron aan geestelijke
rijkdom en wijsheid die het bestaan van God, als
Schepper van alles aantoont en zelfs ongelovigen zal
moeten kunnen overtuigen!
Zo is
dit opstel een poging om de grote wijsheid van onze Heer
en Schepper aan te tonen in de symboliek van de
Tabernakel van Israël met ons lichaam én dat van de Kerk
als Lichaam van Christus. Daarmee is eveneens gezegd,
dat er in de bijbelse gegevens en Wetten uit het Oude
Verbond een wijsheid schuilt die elk menselijk verstand
te boven gaat. En zeker gelet op het inzicht, kennis en
wetenschap uit die tijd!
Wie
eigenlijk weinig bijzonders ziet en onbekend is met de
verborgen wijsheid van de Tabernakel van Israël (de
Tent der samenkomst, de Ontmoetingstent), die moeten
zich maar eens afvragen waarom in de hoofdstukken 25 t/m
40 van Exodus zo uitputtend de bouw en inrichting van
die Tent der samenkomst is beschreven? Dat staat er niet
voor niets, zoals alles in de bijbel kennelijk een
diepere bedoeling en betekenis heeft. Wel moet gezegd
worden, dat op de komende bladzijden vele typeringen,
vergelijkingen of voorafschaduwingen worden genoemd.
Daarbij is het van belang om te weten dat een
vergelijking nooit helemaal opgaat en nooit helemaal
doorgetrokken mag worden tot in de geringe details. De
lezer zal verder in dit opstel wel begrijpen wat hiermee
wordt bedoeld.
Maar zo
daar een diepere zin en bedoeling achter zit, dan is ook
belangrijk om die diepere zin en bedoeling te kennen!
Laten we daarom nu een zoektocht daarnaar beginnen!…
-o-0-o-
 |

Volgens een gravure uit 1677 |
1. De mens als ‘beeld’
van God
Al in
de eerste hoofdstukken van de bijbel lezen we, dat God
de mens schiep naar Zijn beeld, naar Zijn gelijkenis.
Naar het beeld van God werden zij geschapen, zowel man
als vrouw. Dat hoeft niet te betekenen, dat de
Almachtige God er precies hetzelfde zou moeten uitzien,
als wij mensen. In Genesis 1 en 2 komen drie werkwoorden
voor die voor het scheppingswerk van God gebruikt
worden; scheppen (bara), vormen (jazar) en
maken (asah). En het is treffend, dat ze ten
aanzien van de mens alle drie gebruikt worden in
tegenstelling met al het andere dat geschapen is.
Daaruit blijkt dat in de mens alle facetten van de
schepping verenigd zijn.
5)
In de
profetie van het scheppingsverhaal, zitten diepe
verborgenheden en een wijsheid die we nauwelijks kunnen
bevatten, laat staan opschrijven. En we weten dat God,
in en door Jezus Christus voor ons ‘mens’ is geworden.
In 1 Kor. 11:7 komt dat ‘beeld van God’ te zijn weer
terug, als Paulus daar de man (mens) noemt als beeld en
heerlijkheid van God. Wie goed nadenkt en studeert op de
werkingen in ons menselijk lichaam, die zal zich
verbazen over de ingenieuze processen. Onnavolgbaar en
door de moderne techniek niet te evenaren! En in het
profetische lied van Psalm 8 moest David uitspreken dat
‘de mens’ bijna goddelijk gemaakt is!
6)
In 1
Kor. 15, het hoofdstuk over dood, leven en opstanding,
schrijft de apostel Paulus in vers 44 t/m 49: “Is er
een natuurlijk lichaam,, dan bestaat er ook een
geestelijk lichaam. Aldus staat er ook geschreven: de
eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste
Adam (Christus) een levendmakende geest. Doch het
geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en
daarna het geestelijke. De eerste mens is uit de aarde,
stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. Gelijk het
stoffelijke is, zijn ook de stoffellijken, en zoals de
hemelse is, zijn ook de hemelsen. En gelijk wij het
beeld van de stoffelijke dragen, zo zullen wij het beeld
van de hemelse dragen.”
Zien we
de 2e Adam als een type, een beeld van de
Christus, dan is er ook een 2e Eva, Zijn
gemeente, Zijn Bruid. De voorafschaduwing daarvan vinden
we in de profetie van het scheppingsverhaal bij ‘Eva’,
de vrouw die Adam (de mens…) van God ontving
doordat God gedurende zijn slaap ‘een rib’ uit zijn lijf
nam, en er een vrouw van maakte (Gen. 2:21-24). We
vinden dit gegeven nog terug in ons spraakgebruik als
gezegde, waarbij we zeggen –als we bijvoorbeeld voor
iets veel geld moeten betalen - : ‘Het is een rib uit
m’n lijf’.
7
In deze
profetische beeldspraak van de H. Geest zien we dus dat
uit een stuk van het gebeente van de 1e mens,
een Eva, een vrouw is gemaakt. Voor de schrijver van dit
artikel maakt het niet uit of je dit bijbelse gegeven nu
letterlijk moet nemen, of allegorisch, of met een
profetische betekenis, of wat dan ook. Het is ons zo
gegeven! Door Gods Geest geïnspireerd hebben in oude
tijden mensen dit zo opgeschreven, nadat het eeuwen lang
tamelijk exact is doorverteld. Dan is het beter ons te
bepalen op wat er staat en wat dat ons te zeggen
heeft…., dan dat we zulke bijbelse gegevens naar het
rijk der fabelen gaan verwijzen! Ik richt mij dus op de
profetische betekenis, misschien soms de
profetisch-allegorische of ook wel de
psychologisch-allegorische betekenis; maar wel
aanvaardend wat er staat! Dat is van belang!
7)
Een
belangrijke verwijzing voert ons dan naar
Schriftplaatsen als 1 Kor. 12 en Ef. 5, alwaar de éne
Gemeente van Christus, (inclusief het gelovige Israël!)
als Zijn Kerklichaam, als een vrouw of bruid wordt
voorgesteld. Waarbij dan in de opbouw de beenderen een
belangrijke rol spelen. En het zijn bij het verkondigen
van het evangelie toch in wezen ‘ambten’ en met name
evangelisten en/of zendelingen die over het evangelie
vertellen en proberen nieuwe gemeenten te stichten.
Onderdelen van het geraamte (of raamwerk) derhalve,
zoals ook bij het opheffen of uitsterven van een
gemeente de leden van die gemeente grotendeels zijn
vertrokken alvorens uiteindelijk ook ‘het ambt’ (het
gebeente) verdwijnt. En Jezus Christus wordt (zie
Kol. 1:15 t/m 20) het beeld (gelijkenis, afbeelding)
van de onzichtbare God genoemd, net als in 2 Kor. 4:4
dat het geval is. Hem na te volgen, ‘in Christus te
zijn’ (Rom 8:1), en onze Heer in ons hart en
gedachten ‘woning te laten maken’, is een regelmatig
terugkerend bijbels gegeven. Als gelovigen dienen wij
vanaf onze doop uit te zien naar de ‘nieuwe mens’, onder
aflegging van de oude (zondige mens). Misschien is dit
wel ‘een wederkomst’ van Christus, waarvan de
Romeinenbrief het aangeeft in hoofdstuk 8 , vers 18,
waar staat: “Want met reikhalzend verlangen wacht de
schepping op het openbaar worden der zonen Gods”.
Wat we ons als gelovigen daarbij moeten voorstellen, is
de vraag. Het is grotendeels onbekend en ‘toekomstig’.
Dat dit alles een werk is van de Heilige Geest, is
vanzelfsprekend.
2. Over het Lichaam van
Christus
De Here
Jezus vergeleek Zijn lichaam met de Tempel zoals die te
Jeruzalem stond (Joh. 2:19-21). En in 1 Kor. 6 staat dat
ons lichaam in geestelijke zin een Tempel is van de
Heilige Geest. Dan wordt in 2 Kor. 5: 1-5 ons lichaam
vergeleken met de Tabernakel; ook wel vertaald als
Ontmoetingstent of Tent van God. Een hoofdstuk verder,
in 1 Kor. 6:19 schrijft en waarschuwt Paulus nog eens
nadrukkelijk, dat ons lichaam een tempel van de
Heilige Geest is. En in 1 Petr. 1:13 en 14 schrijft
deze apostel over ‘zijn tent waar hij nu nog in
vertoeft’, en bedoeld daarmee zijn eigen lichaam. Een
andere belangrijke tekst (uit de Openbaring aan
Johannes) over de Tabernakel zal aan het einde van dit
opstel behandeld worden.
Wellicht zullen sommige lezers zich verwonderen dat in
dit opstel de Tabernakel én de Tempel in feite ‘als
één’ gezien worden. Om verwarring te voorkomen gaan
we er wat dieper op in….
Volgens
de Hebreënbrief (hoofdstuk 8:5 en 10:1) heeft de
opbouw en de inrichting van de Tabernakel in geestelijke
zin betrekking op de Kerk van Christus. Mozes had de
Tabernakel zo gemaakt naar het voorbeeld dat hem op de
berg was getoond en naar de verdere bevelen en geboden
van JHWH. Maar ook de Tempel is het beeld van de Kerk
van Christus! Want de Tempel is op bevel van God gebouwd
naar een model dat van God afkomstig was en gegeven was
door de profeten David, Nathan en Gad (1Kron. 28, vs.
12 en 19; en 2 Kron. 29 vs. 25). De tempel was
uiteraard als vast gebouw veel groter en mooier. Het is
echter onvoorstelbaar te menen dat God met verschillende
bouwplannen zou werken. Wel is de Tempel uiteraard
groter, en mooier en er waren meer attributen en
onderdelen!
Zo
stond in de Tabernakel b.v. één gouden kandelaar, maar
in de Tempel TIEN. En er stonden TIEN gouden tafels in
plaats van die ene in de Tabernakel. Wel moest Salomo
maar één gouden reukaltaar laten maken, terwijl vrijwel
alles wat er van goud was gemaakt, ook van zilver werd
vervaardigd. Door Gods Geest is in Openb. 1 vers 20
geopenbaard, dat de kandelaar het type is van de
gemeente van God. Dat getal TIEN komen we weer tegen op
vele andere plaatsen, maar we noemen hier slechts de
gelijkenis van de 10 maagden uit Matth. 25, waar immers
staat dat met deze ’10 jonge vrouwen’ het Koninkrijk der
Hemelen vergeleken kan worden!…
De Ene
Heilige Katholieke Christelijke Kerk die haar grond
heeft in de leer van de (bijbelse) apostelen, kan gezien
worden als het geestelijke Lichaam van Christus,
waarvan Jezus Christus zelf het hoofd is. Daarmee wordt
bedoeld de Algemene Kerk door alle eeuwen heen, waar
gedoopt wordt waar het Evangelie wordt verkondigd. Zulk
een idee van ‘de Kerk’ kan slechts bestaan in onze
geheiligde verbeeldingskracht, waar immers alles wordt
gehoopt en geloofd te midden van alle verdeeldheid in
leer en geloof wat er helaas nu is. Daarmee verbonden is
ook het geestelijke beeld van ‘de Bruid’, waarin zowel
Jood, Griek als heiden is verenigd door het geloof in
Jezus die onze hemelse Bruidegom is. Onder meer in Kol.
3 schrijft de apostel Paulus hier over, en eindigt dan
met:“Christus is alles in allen!”. Het lijkt
tegenstrijdig, maar dat is het niet. Hoewel wie zoekt –
en er voor open staat – zal vele ‘tegenstrijdigheden’
vinden in de H. Schrift. Goede zaken kunnen ook verkeerd
gebruikt worden, of er zit zowel een ‘goede’ als een
‘kwade’ kant aan.
8)
Die
twee beelden van Bruid en Lichaam van Christus vloeien
als het ware in elkaar over, en dat kan verwarrend
overkomen. Maar in Christus is (zie Efeze 1:10)
alles wat in de hemelen en op de aarde is samengevat! Op
blz. 13/14 bij de behandeling van 1 Kor. 3 vers 10,
vindt de lezer meer achtergronden. Slechts met
geestelijke ogen (zie 1 Kor. 2, vers 14 en 15)
kunnen we zulke wonderlijke beeldspraak enigszins
begrijpen en verstaan. Met rationeel denken kom je op
dit gebied niet ver!…
In heel
het scheppingswerk van God komt aan de mens de eer toe,
dat de mens naar het evenbeeld van God is gemaakt, maar
daardoor ook beelddrager van het Lichaam van Christus
is. En de Tabernakel met alles wat daar bij behoort, was
een zichtbaar voorbeeld of ‘voorafschaduwing’ van wat
eens komen zou als ‘het Lichaam van Christus’, Zijn
Gemeente. (Kol. 2:17 en Hebr. 9:1-9, Hebr. 10:1).
Hoewel in feite de gemeente van God al met Abraham is
begonnen (!) was e het eerste begin van die Gemeente op
de Pinksterdag toen de twaalven werden vervuld met Gods
Geest (Hand. 2).
In dat
prille begin, in het begin van onze huidige jaartelling
was de Kerk nog als het ware een zuigeling, maar ook in
een baby is alles voor het stadium van de volwassenheid
al aanwezig, zij het soms nog wat prematuur. Een baby
heeft veel soepel kraakbeen en sommige beenderen zijn
nog niet vast aan elkaar gehecht, maar daardoor kon de
snelle groei en uitbreiding van de nog jonge Kerk op
soepele wijze plaatsvinden.
Een
bewijs voor dat prille stadium van de jonge Kerk, als
zuigeling of baby, vinden we in de Schrift zelf, alwaar
o.m. de apostel Petrus in 1 Petr. 2:2 aan de gemeente
vraagt: “te verlangen als pasgeboren kinderen naar
melk!”. En in 1 Kor. 3 schrijft Paulus “dat hij
de gemeente met melk heeft gevoed”, terwijl de
schrijver van de Hebreeënbrief in hoofdstuk 5:12 het
betreurt dat “de gemeente nog de melk nodig heeft en
blijkbaar het vaste voedsel nog niet kan verdragen”.
Interessant is dat dit hoofdstuk 5 dan vervolgt met de
mededeling dat ”wie nog van melk leeft, geen weet
heeft van de rechte prediking want hij is een zuigeling.
Maar de vaste spijs is voor de volwassenen (in het
geloof) die hun zinnen geoefend hebben in het
onderscheiden van goed en kwaad”. Vooral dat laatste
is veelzeggend, want dan denken we – onder meer - aan de
paradijsgeschiedenis uit Gen. 2 en 3 over het ‘kennen
van goed en kwaad’! Maar om daarover verder te schrijven
valt buiten het bestek van dit opstel…
Wel
dient nog te worden genoemd het profetische boek “Het
Hooglied” of ‘hoge lied’, waarin zeer veel delen
van het lichaam worden genoemd en besproken in en vanuit
de grote liefde tussen een bruid en een bruidegom. De
geestelijke betekenis van dat boek is helaas nog te vaak
onbesproken en onbekend.
Tot
slot van dit hoofdstukje waar we schrijven over de Kerk,
als Lichaam van Christus, noem ik twee schriftplaatsen
waar over dit ‘Lichaam’ gesproken wordt, terwijl
onlosmakelijk verbonden daarmee wordt gesproken over
gaven, ambten, bedieningen die in dat Lichaam aanwezig
zijn. Het betreft Romeinen 12, vers 4 t/m 8, en 1 Kor.
12, vanaf vers 4 t/m 31. Een ‘kerklichaam’ kan men zich
dus niet goed voorstellen zonder die ambten of
ambtsdragers als ‘gaven’ of als bedieningen.
9)
Dus als een ‘geraamte’. Laten we ons daarom nu wenden
tot hetgeen medische encyclopedieën ons meedelen over de
opbouw van ons beendergestel.
3. Het geraamte
In het
geraamte van het lichaam vormen de beenderen de basis.
Zij steunen het lichaam en geven het stevigheid en
vastheid en de beenderen hebben aanknopingspunten voor
de aanhechting van de vele spieren en verlenen door hun
grootte het lichaam het individuele karakter. De
beenderen van het hoofd en van de romp bieden
bescherming aan de kwetsbare inwendige vitale organen.
Deze
beenderen bestaan voor het grootste deel uit met merg
gevulde cylinders en geven grote sterkte met een minimum
aan materiaal. Soms zijn er uitsteeksels die als hefboom
dienen en in andere gevallen vertonen de gladde
oppervlakken gleuven die dienstdoen als doorgangen voor
de zenuwen.
Ze zijn
geschikt door hun talloze geledingen en onderlinge
verhoudingen om iedere gewenste beweging uit te voeren
die noodzakelijk is voor het functioneren van het
lichaam. De gewrichten zijn zeer beweeglijk, behalve de
wervelkolom waar de wervels immers slechts bij een
strakke en hechte eenheid zware lasten kunnen dragen.
Daar komen we later nog wel op terug.
In
onderstaand schema worden de beenderen van het lichaam
uitgewerkt in getallen genoemd, en wel als volgt:
De beenderen van het
lichaam
uitgewerkt in
getallen
60 beenderen in het lichaam (de
romp):
12
rugwervels en
uitgaande vanuit deze 12 wervels:
12 ribben
(rechts), 7 paar vast aan
het borstbeen en 5 paar zijn zwevende en onechte
12 ribben
(links), ribben
12 wervels,
waarvan 7
nekwervels en 5 lendenwervels zijn
12 overige beenderen,
n.l. 6 in het bekken, 2 x borstbeen,
2 schouderbladen en 2 sleutelb.
-
samen 5 x 12 beenderen in de romp –
60 beenderen in de bovenste
ledematen (de armen):
2
bovenarmbeenderen 4
onderarmbeenderen
10 middenhandsbeentje
16 handwortelbeentjes
28 vingerkootjes
- samen 5 x 12 beenderen in de armen -
60 beenderen in de onderste
ledematen (de benen)
2 dijbeenderen
14 voetwortelbeentjes
2 knieschijven
10
middenvoetbeentjes
2 scheenbeenderen
28 teenkootjes
2 kuitbeenderen
- samen 5 x 12 beenderen in de benen -
65 beenderen in het hoofd (incl.
tanden en kiezen):
8 beenderen van de schedel
) waarvan er 2 zowel bij de schedel als bij
het gelaat horen en
14/16 beenderen van het
gelaat) hier 2 keer geteld worden (wordt
straks nader verklaard….)
8 oorbeentjes,
te weten voor elk
oor: hamer, aambeeld, stijgbeugel en
benig labyrint
32 tanden en kiezen
(4 x 8)
1 tongbeentje (het
hyoides) zit diep verborgen in de
tongspier en is van kraakbeen
-
samen 8 x 8 beenderen in het hoofd + het
tongbeentje –
-
In
het hoofd ligt het wat moeilijker met de beenderen,
omdat de medici vaak aan een en hetzelfde been vanwege
inkepingen of holtes e.d. diverse benamingen hebben
gegeven. Geteld zijn echter, die beenderen die ‘uit één
stuk’ zijn, maar wel die via gekartelde naden of
verbindingen, apart genoemd kunnen worden. Bij het
‘jukbeen’ of ‘aangezichtsbeen’ in verbinding met het
‘voorhoofdsbeen’ is dus enige twijfel. Maar dat wordt
hieronder nader verklaard. Zo bestaat het schedeldak uit
vier beenderen (2 x wandbeen, voorhoofds- en
achterhoofdsbeen) die bij baby’s niet geheel vast
zitten, met de fontanel zelfs als opening, maar later na
het vastgroeien, via groeven en naden nog herkenbaar
zijn.
Eerlijkheidshalve moet dus gezegd worden, dat het hoofd
– al naar gelang je telt - in feite maar 63 beenderen
(+ het aparte tongbeentje = 64!) telt, ervan uitgaande
dat alle tanden en kiezen aanwezig zijn! Maar ‘63’ of
‘65’, beide getallen houden een grote en rijke
verborgenheid in zodanig, dat ook hierin een bijzonder
mooie vergelijking met de tabernakel van Israël
getrokken kan worden. We komen daar nog op terug…
Afsluitend deel ik nog mee, dat ik in 1984 via een
bevriende predikant van het Diakonessen Ziekenhuis in
Utrecht aan medici heb laten vragen dit voor mij na te
gaan. De in mijn opstel genoemde getallen zijn toen door
een docent anatomie bevestigd als zijnde ‘correct’,
hetgeen mij door de ziekenhuispastor schriftelijk is
meegedeeld.
10)
4. De romp van het
lichaam
In de
romp zijn de belangrijkste beenderen de 12 rugwervels,
omdat van daar uit in feite alle andere zich vertakken
en voortkomen. De hersenen in ons hoofd kunnen we zien
als bestuurscentrum, of ‘zetel van de wil’, terwijl via
zenuwbundels of zenuwstrengen vanuit het hoofd dóór de
wervelkolom heen via de 12 rugwervels de talrijke
zenuwbanen zich uitwaaieren naar alle delen van het
lichaam. En vanuit die 12 rugwervels gaan 2 x 12 ribben
uit die de vitale organen van de romp omsluiten en
beschermen. Het zo kwetsbare hart en de longen zijn op
die manier goed beschermd.
De 7
nekwervels verbinden de rugwervels met het hoofd en
geven door hun speciale constructie het hoofd alle
benodigde bewegingsvrijheid. De 5 lendenwervels vormen
de verbinding met de lendenen en onderste ledematen. De
7 paar echte ribben zijn verbonden met het borstbeen
aan de voorzijde.
Merkwaardig dat vanuit de 12 rugwervels 3 x 12 beenderen
voortkomen waarvan elk twaalftal onderverdeeld is in
“7” en “5”. De symboliek van deze getallen 7 en 5 is op
zich genomen een aparte studie waard, maar dat valt
eveneens buiten het bestek van dit opstel. Maar het zijn
7 nek- en 5 lendenwervels; 2 x 7 vaste ribben en 2 x 5
zwevende of valse ribben die vanuit de rugwervels zich
vertakken. De vaste ribben die hart en longen omsluiten,
zijn verbonden met het uit twee delen bestaande
borstbeen. En het borstbeen is precies de plaats waar
Aäron, Israëls eerste hogepriester, de borstlap droeg
waarin de Urim en de Thummim gesitueerd waren. (over
de betekenis zijn de geleerden het niet eens, maar
aannemelijk is, dat de Hogepriester dat borstschild of
borstlap droeg als een soort zakje, waarin 12
verschillende edelstenen waren die de 12 stammen van
Israël vertegenwoordigden. En dat Urim en Thummin twee
aparte stenen of platen waren die ‘ja’ en ‘neen’
betekenden. Een andere verklaring spreekt van ‘licht’ en
‘recht’. In Exodus 28:15-30 en Ex. 39: 8-21 staat een en
ander erover geschreven)
11)
Zonder
rugwervels is het lichaam in feite tot niets in staat!
Het lichaam kan slechts dan zware lasten dragen als deze
12 wervels ‘recht op elkaar’ in hechte eenheid vast met
elkaar verbonden zijn. We tillen dan ook (als het
goed is…) “met een rechte rug!” En wie jarenlang
verkeerd tilt, krijgt rugklachten in de vorm van een
hernia, spondylose, etc. Let maar eens op bij de sport
‘gewichtsheffen’ hoe zo’n krachtpatser tilt! Altijd met
een rechte rug, maar met de benen gebogen.
Deze zo
belangrijke 12 rugwervels hebben een wonderlijk
overeenstemmend symbool of ‘type’ in het twaalfvoudig
apostolaat van de Kerk van Christus die Zijn Lichaam is.
Voor deze groep – als ambt - immers bad Jezus zo
indringend (in Joh. 17) dat zij ‘één’ zouden zijn. Om –
als het ware – een eenheid te vormen, opdat de wereld
zal geloven dat God de Vader Hem gezonden had. En
vers 22 en 23 van Joh. 17 luidt:
“En
de heerlijkheid, die gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun
gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: Ik in
hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één,
opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en
dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad
hebt.”
Ten
overvloede wijs ik hier op de benaming ‘de twaalven’ die
in de bijbel wordt gebruikt, terwijl er veel meer
‘apostelen’ in de bijbel genoemd worden. (In totaal
zelfs 19!). Judas is ‘één van de twaalf’, maar zelfs
Thomas wordt in Joh. 20:24 als ‘één van de twaalf’
aangeduid en dat uitgerekend in de weken tussen Pasen en
Hemelvaart. Dat in de ‘Twaalven’ ook alle mede-dienaren
uit die eerste tijd van de Christelijke Kerk zijn
betrokken, is – ieder naar de aard van de bediening -
vanzelfsprekend. Ook Paulus spreekt in 1 Kor,. 15, vers
5 over een verschijning aan de twaalf! Dus ‘de
Twaalf’ mogen we zien als een benaming voor een soort
‘college van apostelen’.
12)
Het zal
duidelijk zijn, dat niet alleen de groep apostelen van
het eerste uur van de Kerk, maar overal waar
voorgangers, priesters of predikanten met ambtsdragers
en met elkaar verbonden zijn, in ´een eenheid’
met elkaar verbonden moeten zijn en zo in eenheid met
elkaar moeten werken. Dat die eenheid niet betekent, dat
iedereen precies hetzelfde moet denken en doen, maar dat
die eenheid ‘ in Christus Jezus’ is, moge
duidelijk zijn. Slechts indien zij ‘als een eenheid’
opereren en functioneren, kan zo’n kerklichaam blijven
bestaan. Ik wijs hiervoor op de gelijkluidende
Schriftplaatsen van Matth. 12, Mark. 3 en Luk. 11
(…een huis, of koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld
is, valt en kan niet blijven bestaan!…).
Verder
blijkt hieruit dat we tussen het hoofd en de romp
(ons lichaam) een zekere eenheid mogen
veronderstellen. De verbondenheid tussen hoofd en
lichaam i.v.m. de vitale organen – die we niet vinden in
armen en benen – geven deze verbondenheid duidelijk aan.
Het zal duidelijk zijn, dat meer inzicht in deze
bijbelse zaken, in samenhang en gelet op ons menselijk
lichaam, meer helderheid zal kunnen geven aangaande
processen van ‘samen op weg’ of andere vormen van het
zoeken naar eenheid of het samengaan van
kerkgenootschappen!
Eerder
in dit opstel heeft de lezer kunnen constateren dat in
romp en ledematen 3 maal 60 beenderen geteld worden,
maar dat in de romp 5 x 12 beenderen aanwijsbaar zijn.
Dit gegeven is getypeerd in de 5 zintuigen van een mens
als een vijfvoudig waarnemend vermogen om dienstbaar te
zijn voor het leven in Christus. Van oudsher werden als
5 zintuigen genoemd: gehoor-, licht-, smaak-, reuk-, en
tastzin. Later zijn daar aan toegevoegd, de
temperatuurzin en de pijnzin. En we kennen in ons
taalgebruik het gezegde over ‘het zesde zintuig’ (dus
eigenlijk het ‘8ste’) waarmee meer de
intuïtitie wordt bedoeld. Indien dan vanuit de
hersenfunctie er ‘8’ zintuigen genoemd kunnen
worden, dan is dit gegeven eveneens goed in te passen in
de symboliek van getallen, zoals de lezer het op de
volgende bladzijde zal kunnen lezen!
5. De ledematen (armen
en benen)
De 60
beenderen in onze armen en benen zijn niet specifiek in
12-tallen te herleiden en dat zal ook wel een betekenis
en bedoeling hebben. Onze onderste ledematen verrichten
het loopwerk en verplaatsen het lichaam naar waar het
heen wil. Bij de verkondiging van het evangelie vanuit
de Kerk van Christus zijn dan ook in profetische zin ‘de
voeten’ van belang om over de gehele wereld dat
evangelie te kunnen brengen. In een profetie van Jesaja
(Hfdst. 52, vers 7) staat dan ook “Hoe lieflijk zijn
op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede
aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil
verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw God is Koning!”…
De 60
beenderen in de armen hebben een grotere actieradius.
13)
De armen kunnen cirkels beschrijven en met de handen
beelden wij uit wat we zeggen. Met de handen zegent de
priester en met onze handen verzorgen we onszelf of
anderen. De ‘arm’ en ‘hand’ worden in de bijbel vaak
genoemd, als ‘arm of hand van God’…, in Jesaja en vooral
in de Psalmen! In Job 4:4 staat: “Hebt gij soms
een arm als God en kunt gij donderen met een stem
als Hij?”… En in Psalm 44:4: “Want niet met het
zwaard hebben zij het land verworven, niet hun arm heeft
hen gered, maar uw rechterhand en uw arm
en het licht van uw aanschijn”… (Zie verder b.v.
Jes. 28:17; Amos 7:7; Deut. 33:2; Psalm 48:11 en uit
het N.T. Openb. 1:16). En in vele psalmen en gezangen
zingen we ook van al die ledematen: o.a in Psalm
118:5: (laatste 2 regels): “Gods rechterhand doet grote
dingen, Gods rechterhand doet grote kracht.” . (en
de lezer kan zelf genoeg vinden en aanvullen vanuit de
H. Schrift).
Beide
soorten 60 beenderen o m r i n g e n als het ware het
lichaam. En de Tabernakel van Israël (de voorhof) werd
omringd door 60 pilaren of zuilen met koperen
voeten.
We
kunnen De Tabernakel in feite in drie gedeelten
(onderdelen) zien, dat dan weer een overeenkomst heeft
met ons menselijk lichaam en ook met de Drievuldigheid
van God. En we zullen proberen ‘de Kerk van Christus ’
erbij te betrekken in de diverse geledingen; als volgt…
HEILIGE
DER HEILIGE * HET HEILIGE
DE VOORHOF
DE
VADER DE ZOON
& DE HEILIGE GEEST
Waar
God is… waar de
priesters komen… waar het volk komt…
Het
hoofd * het
lichaam de
ledematen
BISSCHOP, opziener, * PRIESTER,
oudsten, DIAKENEN, diakonos,
episcopos
presbyterous
(ook de stoffelijke zaken)
PREDIKANT * OUDERLINGEN
DIAKENEN (dragen zorg
(een
predikant heeft bevoegdheid ouderlingen niet, maar
vormen ook voor de armen onder
om
te zegenen en te ‘wijden’,en met de predikant
‘het consistorie’) het volk ook i.s.m. anderen)
6. Het hoofd
Nu dan
de beenderen van het hoofd! Hier geen twaalftallen, maar
achttallen, 4 x 8 tanden en kiezen, 1 x 8 in beide oren,
8 beenderen van de schedel, waarvan dus twee zowel tot
de schedel als tot het gelaat behoren. Dus als 14
beenderen kunnen ook er ook ‘16’ (2 x 8) geteld worden.
Zo zien we in het hoofd acht achttallen + het aparte
tongbeentje = het eerder genoemde getal 65. Het
kwadraat van 8 is 64.
Bezien
wij nu vanuit de Schrift het profetische beeld van
Christus, die het Hoofd is van Zijn Gemeente, Zijn
Lichaam, dan komt dat getal ‘8’ duidelijk in beeld. Er
zijn vier aanwijzingen te geven:
1)
In het Hebreeuws heeft elke letter, dus ook elk
woord een bepaalde ‘getalwaarde’. De ‘aleph’ heeft ‘1’
als waarde, en de 22e letter heeft als waarde
‘400’. Zo is dan de getalwaarde van de Griekse vertaling
van de naam van Jezus, -Jèsous-, 888, en dat is
zeer opmerkelijk!
14).
Jezus Christus is het Hoofd van Zijn Lichaam, de Kerk
(Ef. 4:15, 5:23; Kol. 1:18).
2)
In Leviticus 8 wordt de wijding van de
hogepriester Aäron en zijn zonen beschreven. Aäron werd
naar goddelijk bevel door Mozes gekleed, met 8
genoemde kledingsstukken, en wel: 1) onderkleed, 2)
gordel, 3) opperkleed, 4) linnen lijfrok, 5) band om de
lijfrok, 6) het borstschild (met Urim en Thummin erin),
7) tulband, 8) gouden plaat op de tulband. En in
Hebreeën de hoofdstukken 5 t/m 8 staat o.m., dat Jezus
Christus onze Hemelse Hogepriester is.
3)
Dat de schedel 22 beenderen telt, n.l. 8 in de
schedel en 14 in het gelaatsgedeelte, beantwoordt zuiver
aan het aantal (enkele) letters van het Hebreeuwse
alfabet. In dit licht bezien is het hoofd – door het
gebruik van die 22 letters, een type van Jezus Christus.
Immers, de Geest Gods getuigt tot driemaal toe in de (in
het Grieks geschreven) Openbaring van Johannes: “Ik
ben de Alpha en de Omega, de eerste en de laatste, het
begin en het einde!”…
4)
Eerder schreef ik (zie blz. 4) dat
eerlijkheidshalve betreffende het aantal beenderen in
het hoofd een verschil van ‘twee’ zit, al naar gelang
wat je bij elkaar mag of wilt tellen. Het is òf 63, òf
65. Het getal 65 hebben we op de vorige bladzijde
al behandeld, maar het getal 63 nog niet. Keren
we daarom terug naar de Tabernakel.
In Exodus 26 wordt het aantal planken of balken genoemd
van waaruit de Tabernakel is opgebouwd. Dat getal is
63, n.l.: 20 links en 20 rechts + 8 aan de
achterzijde. En 15 dwarsbalken (‘grendelen’ zegt de
Statenvertaling) om het geheel bijeen te houden.
15)
6a, De ‘zeventig’
Dat
getal 63 is nog niet uitputtend behandeld! Want
de Tabernakel is weliswaar opgebouwd uit 63 planken of
balken, maar er behoren tot deze opbouw ook nog
pilaren! Met de balken samen vormen deze de vaste
materialen van de Tabernakel, terwijl de diverse in
Exodus 26 genoemde dekkleden en gordijnen de overige
bedekking of bekleding vormen. Voor de ingang van Het
Heilige waren 5 pilaren en voor de ingang van Het
Heilige der Heilige waren 4 pilaren. 63 + 9 = 72 !
Nu zal
de lezer opgemerkt hebben, dat dit getal 72 ‘6 x 12’ is,
en dat is waar, maar wat hiermee te doen, kijkende naar
de inrichting van de Kerk van Christus? En dan lezen we
allereerst in Luk. 10:1-24 hoe Christus tijdens zijn
reis in de richting van Jeruzalem 70 leerlingen
uitzond. Twee aan twee, naar alle plaatsen waar
Hij zelf nog zou komen. In het boek van de theoloog Dr.
J. van Bruggen (zie de aantekening bij ‘noot
12’) over de “Ambten in de Apostolische Kerk”
, schrijft hij op blz. 16 over ‘de zeventigers’. Er
staat o.m.: “In de handschriften wordt soms gesproken
over 70 personen en soms over 72. In buiten-bijbelse
bronnen treffen we eveneens voorbeelden aan van een
wisseling tussen 70 en 72, waarbij de indruk ontstaat
dat het getal 70 soms als afgerond geheel wordt gebruikt
voor wat in precieze cijfers 72 is. Zeer vroeg in de
oude Kerk is de uitzending van de twaalf en de zeventig
vergeleken met de 12 waterbronnen en de 70 palmbomen te
Elim (Ex. 15:27). Daarom heeft de lezing ’70’ in
ieder geval heel oude rechten, hoewel niet uit te
sluiten is dat het er misschien wel ’72 ‘ waren.”
Ook ten
aanzien van de 70 oudsten bij Mozes is er onzekerheid
over het aantal 70 òf 72. (Ex. 18:1 en waarschijnlijk
weer 70 anderen in Num. 11 :16-30). De ‘70’ in Numeri
werden gekozen uit de oudsten en opzieners van het volk
Israël. Naast de 70 of 72 die door Jezus werden
uitgezonden, gelijk als de Twaalven, kent de H. Schrift
nog de 70 leden van het Sanhedrin (+ de hogepriester).
En in vroeger tijden kende de Rooms-Katholieke Kerk 70
kardinalen die met de paus het bestuur van de Kerk
vormden. Nu zijn het er veel meer…
In
Galaten 2:9 spreekt apostel Paulus over de apostelen
Jacobus en Kefas (Petrus) en Johannes die voor
(steun)pilaren golden. Veelzeggend in het kader
van dit opstel! Verder weten we weinig over de
‘zeventigers’ die de Schrift noemt, wel dat ze een
belangrijke taak hadden, vrijwel op één lijn stonden met
de apostelen van ‘de Twaalf’ en vervuld met Gods kracht
werden uitgezonden. Maar ook in het bovenstaande mag
toch wel duidelijk de relatie tussen de Tabernakel en de
Kerk van Christus worden verondersteld.
6b, nog meer over ‘het hoofd’…
En er
zijn met betrekking tot het hoofd, als type van Jezus
Christus, nog meer opmerkelijke zaken te melden die ons
in feite tot verbazing moeten brengen:
a) In
‘Elseviers Medische encyclopedie’ staat (blz. 201) dat
de hersenen alle belangrijke lichaamsfuncties regelen.
En dan worden 12 zenuwcentra genoemd
16)
! Is het niet bijzonder, dat de hersenen in ons hoofd,
als ‘bestuurscentrum’ en zetel van het verstand, in 12
onderdelen verdeeld kan worden? Die vraag stellen is
uiteraard, de vraag beantwoorden. Ja, het is zeer
opmerkelijk vooral bij de typering van het hoofd in
Jezus Christus, die Hoofd is van zijn geestelijk
Lichaam! Waarbij wordt opgemerkt, dat in 1 Kor. 6 (vs.
19) ons lichaam ‘een Tempel van de Heilige Geest’ wordt
genoemd.
Ik
verwijs nu de lezer naar blz. 5 middenin, alwaar de
teksten uit Joh. 17 worden genoemd, waarin Jezus bad
voor Zijn apostelen “Ik in hen, en Gij (de Vader)
in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één”… Dat
fundament van 12 apostelen is eenmaal gelegd, en het
herhaald zich in Openb. 21:14, waar de muur rondom het
(toekomstige) hemels Jeruzalem 12 fundamenten heeft en
daarop staan de namen van ‘de Twaalven’, twaalf
apostelen…

b) Ook
geven de diverse medische encyclopedieën aan, dat de
hersenen uit drie delen bestaan, te weten: 1) de
grote hersenen (cerebrum), de kleine hersenen
cerebellum) en de hersenstam (pons). Een
enkele keer wordt het ‘verlengde merg’ (vlak bij de
hals) tot de hersenen gerekend, maar logischer is het
vanwege de verbinding met het ruggenmerg, dit verlengde
merg bij het ruggenmerg te rekenen. Beide ‘mergen’ zijn
doorvoerkanalen voor zenuwen.
Zo mag
dit voor degenen die in het protestantse denken over
ambten zijn opgevoed, betekenen dat in de hersenen als
bestuurscentrum, ook de drievoudige ambtsbediening
kan worden getypeerd. Immers in de protestantse
gemeenten worden voorgegaan door een predikant, de
ouderlingen, en de diakenen. (en in de R.K. gemeenten
mag voor predikant ‘pastoor’ gelezen worden. De
predikant kan met enig recht gezien worden als ‘de
opziener’ van een gemeente, waardoor hierin de
schriftuurlijke drievoudige ambtstheorie van deze
gemeentelijke ambtsdragers gezien worden: 1) opziener,
2) ouderling en 3) diaken. Op bladzijde 8 is in het
schema “H.d.Heilige; Heilige; en Voorhof” er al een en
ander over geschreven.
c) Elk
oog is gevat in de oogholte, waarin – merkwaardig genoeg
– zeven beenderen samenkomen. En het oog heeft zeven
spieren voor de beweging. Met de ogen ‘zien’ we en de
ogen kunnen het lichaam letterlijk behoeden voor
misstappen. ‘Ogen’ spelen door de hele heilige Schrift
heen een zeer belangrijke rol. “De lamp van het
lichaam is het oog” staat in Luk. 11:34 en ook in
Matth. 6:22, “Indien dan uw oog zuiver is, is ook uw
hele lichaam verlicht, maar wanneer het oog slecht is,
is ook uw lichaam duister.” En dan vervolgt Lukas
met erop te wijzen dat we moeten oppassen dat het licht
wat in ons is, geen duisternis zal zijn!
Aan de
profeet Zacharia heeft JHWH (hoofdstuk 4:10) uitgelegd
wat ‘de ogen des Heren’ zijn. En hoewel de uitleg
duistere beeldspraak is, duidt die uitleg erop dat het
gaat om dienaren, om mensen! En met name ‘profeten’ die
immers ook ‘zieners’ genoemd worden! Een profeet
‘schouwt’ en ziet (onderzoekt) door Gods Geest, de
diepten Gods. Hij onderzoekt de verborgenheden in de H.
Schrift met al z’n geestelijke schatten. En kan ook
wanneer Gods Geest hem daartoe drijft ‘de toekomst
schouwen’.
Psalm
104 beschrijft in vers 4 hoe God ‘de winden maakt tot
zijn boden en laaiend vuur tot zijn dienaren’.
En ik wijs op Zach. 3:9 ‘de steen met zeven
ogen’. Op al dergelijke beeldspraak kan in het kader
van dit opstel niet al te diep worden ingegaan.
d) Het
eerder genoemde tongbeentje ‘hyoides’, staat eigenlijk
overal los van. Via de tong als spierbundel is het
enigszins verbonden met de nekwervels, maar in de
getallensymboliek staat het overal los van. De tong is
of staat ‘apart’.
De
bijbel noemt de tong vaak in de Psalmen en het boek
Spreuken. Ook over het onderwerp ‘de tong’ zou je een
opstel kunnen wijden, maar we noemen hier in het
bijzonder het boek Jacobus, waar onder meer in hoofdstuk
1 vers 26 staat, “indien iemand meent godsdienstig te
zijn en daarbij zijn tong niet in toom kan
houden, diens godsdienst is waardeloos. En hoofdstuk
3 is vrijwel geheel aan de tong gewijd! Jacobus
vergelijkt hier de tong met het roer van een schip. De
tong kan door woorden uit te spreken veel goeds doen,
maar ook veel kwaad. En zoals een schip door het roer
wordt gestuurd, zo is onze tong belangrijk, ook al is
het maar een klein onderdeel. Woorden kunnen dodelijk
zijn, horen we wel eens. Woorden kunnen striemen, of
iemand ineen doen krimpen van schaamte, enz.
En
het roer, dat het schip stuurt, is apart (los) van het
schip en slechts via scharnieren en een as verbonden met
het schip. Maar het roer maakt uit (via
stuurman/kapitein) in welke richting het schip koerst.
e) Het is
opvallend en uiteraard niet zonder Goddelijke bedoeling,
dat we maar één mond hebben, maar wel twee ogen
en twee oren! Zien en horen is namelijk een
3-dimensionaal gebeuren. We zien en we horen ‘in
perspectief’. Verder is het opvallend (als we er over
nadenken), dat de lichaamsfuncties waardoor we in leven
blijven, zoals ademen, voedsel en drinken tot ons nemen,
via het hoofd plaatsvinden. Plaatsen we dit in
geestelijk perspectief, dan zien we de vergelijking met
Jezus Christus, die het Hoofd is van Zijn Lichaam. Hij
is het ware brood, het levende brood, waarvan Johannes 6
getuigt. Hij geeft ons het geestelijke voedsel en in
Zijn Naam bidden wij ‘als op de adem van het geloof’.
‘Zijn vlees is waarlijk spijs en Zijn bloed is waarlijk
drank’, Joh. 6:55. Zo krijgt het H. Avondmaal een
diepere betekenis als we meer gaan beseffen qua
betekenis en inhoud wat ‘het Lichaam van Christus’ is.
7. Het getal ‘666’
Wat is
er toch een grote wijsheid en voorzienigheid vastgelegd
zowel in de Schepping als in de beschrijving van de
Tabernakel van Israël, ja zelfs de gehele schrift door
in allerlei symboliek, dat altijd weer verrast en het
geloof zal versterken!…
Op
bladzijde 4 heeft de lezer al kunnen opmerken, dat in
het lichaam – zonder het hoofd – steeds het cijfer
‘6’ tevoorschijn komt bij het tellen van beenderen,
n.l. 60 in de armen, 60 in de benen en
60 in de romp. En naar Openb. 13:18 is ‘666’
het getal van een mens! Dit wetende krijgt het
geheimzinnige getal 666 weer een wat ‘menselijker’
trekje.
Want
dit beeld heeft in Openb. 13 een zeer negatieve uitleg
gekregen omdat ‘666’ het getal van het Beest
is. En of dit nu de ‘valse profeet’ is of ‘de
Antichrist’ laten we even voor wat het moge zijn! Er kan
uit dit 18e vers van Openb. 13 gelezen
worden, dat ‘het getal van de mens’ in dit geval het
getal van deze antichristelijke macht is. Maar zoals het
meerdere keren in de bijbel voorkomt, kan een bepaald
beeld (zie wat staat op blz. 10 bij ‘de tong’),
zowel in positieve als in negatieve zin gezien worden.
Zoek maar eens na bij beelden als: vlees, vuur,
uitverkiezing… Maar ook b.v. het Internet kan tot een
zegen zijn, òf tot een vloek.

Het
getal 666 is dus (zo staat het er) het getal van de
mens, of: een mensengetal. “It’s a man’s number”
vertaald de Diaglott, en in de vertaling van Duitse
theoloog Ludwig Albrecht staat: “Es ist ein menschen
zahl”. Het geheimzinnige van ‘666’ zit ‘m in de zin:
“Hier is wijsheid; wie verstand heeft berekene het
getal van het beest, want het is een getal van de mens
en zijn getal is zeshonderdzesenzestig (NBG, 1951).
In de NBV (de toekomstige Nieuwe Bijbelvertaling) is het
aldus vertaald: “Hier komt het aan op wijsheid. Laat
ieder die inzicht heeft het getal van het beest
ontcijferen; er wordt een mens mee aangeduid. Het getal
is zeshonderdzesenzestig.
Geïnteresseerden in bijbelstudie en kerkgeschiedenis
weten, dat aan het fenomeen ‘666’ vele verklaringen zijn
gewijd. Vanaf Bileam en keizer Nero, tot aan Hitler toe
is genoemd. En ook heden de vergadering van de Europese
Unie, die nu nog 626 leden telt, maar nu met de
uitbreiding van diverse andere landen weer ver boven de
666 parlementsleden zal uitkomen! Ook het woord
‘computer’ en het Internet (www = ‘666’, want de
Hebreeuwse W ‘de wau’ heeft ‘6’ als getalswaarde),
zijn in deze tijd genoemd als ‘vervullingen’ van het
getal 666.
In dit
opstel laten we alle sombere vervullingen van ‘666’ maar
even rusten, en richten ons gewoon op het getal zelf.
Dat getal heeft te maken met ‘de mens’. En dat
klopt aardig met de opbouw van ons beendergestel, zoals
in de voorgaande pagina’s (de 3 maal 60) hebben
kunnen zien. Zou het ver gezocht zijn te veronderstellen
– gelet op de titel van dit opstel! - dat dit getal
ergens in de Tabernakel van Israël terug te vinden moet
zijn?… In het kader van dit opstel, waar immers de
vergelijking tussen 1) Tabernakel, 2) ons lichaam en 3)
de Kerk van Christus nader wordt onderzocht, is het
zoeken naar een relatie in die richting logisch! Nu
geeft de schrijver van dit opstel toe, dat hij niet
degene is die op deze gedachte is gekomen. Wel heb ik al
vele jaren geleden de relatie tussen het getal 666 en
ons menselijk lichaam mogen ontdekken, maar absoluut
toen niet gedacht aan ‘de Tabernakel’. Dat komt een
ander toe!
17
)
7a, Het berekenen van het getal ‘666’
Uitgangspunten om tot een verantwoorde telling te komen
zijn:1) Het moet logisch bij elkaar horen;
2) moet
in de H. Schrift als aantal genoemd zijn; 3) Alle
voorwerpen moeten een duidelijke functie hebben; 4) Het
moet door de levieten ‘geteld’ worden (dus geen
touwen b.v.) 5) Het moet speciaal vervaardigd zijn
én zichtbaar zijn; 6) Het moet met goud of zilver
overtrokken zijn, of van koper zijn;
Vanuit
het boek Exodus is het dan mogelijk via een secuur
werkje, om een dergelijke telling te doen, hoewel goed
gelet moet worden wat bij elkaar hoort en hoe de
beschrijving ‘gelezen’ moet worden. We
komen dan tot de volgende 1e lijst, vanaf
hoofdstuk 26:
Balken of planken
48 (holle balken van het
keiharde acaciahout met goud
Zilveren voetstukken (voeten)
96 (2 onder elke
balk)
overtrokken)
Tappen (2 passend in elke
balk) 96
Dwarsbalken 15
Pilaren
9 (5 en 4)
Zilveren voetstukken
4 (Ex.26:32 alleen
voor de 4 bij het H. d. Heilige)
Gouden ringen
144
Haken (van
goud) 50 (voor
het kleed over de Tabernakel, Ex. 26:6)
Koperen
voetstukken 5 (voor de
5 pilaren voor het ‘Heilige’)
Pilaren
(zuilen) 60 (om de
voorhof heen…)
Zilveren voeten (voor de pilaren) 60
Zilveren ‘toppen’ “ 60
Subtotaal . . . . . . . . . .
647 (om tot 666 onderdelen te komen, ontbreken
er nog 19…)
Ark
1 (zie Ex. 37 en vv.)
Verzoendeksel
1 (apart gemaakt net als de cherubs)
Cherubs
(engelen) 2
Gouden
draagstokken 2
Gouden
kandelaar 1
Reukofferaltaar 1
Tafel
der toonbroden 1
Koperen
altaar 1
Koperen
wasvat 1
Voorhang – voor 3 ingangen - 3
(voorhof, H. en H.d.H.)
Gordijn
rondom de voorhof 1 (is een aan
één stuk genoemd kleed)
Bedekking over de Tabernakel 1 (Ex.
26:1-6; vele kleden die aan elkaar genaaid zijn)
Tweede
kleed (bedekking) 1 (van
geitenhaar gemaakt, ex. 26:7-13)
Dekkleden
2 (1 x ramsvellen en 1 x tachasvellen)
TOTAAL 666
De
Tabernakel én de Voorhof én alle voor de eredienst
voorgeschreven onderdelen en voorwerpen bestond derhalve
uit 666 onderdelen! Wat het deksel van de ark met de
twee cherubs betreft, vertalen de meeste
bijbelvertalingen dat dit deksel én de cherubs ‘uit één
stuk’ zijn gemaakt en om die reden niet als 3 onderdelen
geteld mogen worden. Deze zeer correcte verwijzing kan
worden opgevangen doordat in de ark de twee stenen
wetstafelen neergelegd waren. Zo blijft het getal 666
getrouw en zonder kunstgrepen in beeld, ondanks dat er
enige onduidelijkheid kan optreden.
Pas
veel later lezen we dat de staf van Aäron én een kruikje
met het manna in de ark zijn gelegd. Ook bij de gouden
kandelaar zien we een soortelijk telprobleem waar we
hieronder nader op ingaan.
Van de
andere onderdelen weten we niet hoeveel het er waren.
Van belang is wat aan Mozes dwingend was voorgeschreven
(vaak zeer exact omschreven) en wat tevens functioneel
was. Daarbij werd b.v. van de gouden kandelaar wel de 7
gouden lampen of lichten apart genoemd, maar deze
kandelaar was uit één stuk gedreven (gemaakt), en
bestond dus uit één te tellen exemplaar.

Naar een
gravure uit 1677
8. Nadere gegevens over
‘666’
Interessant is, dat het grondwoord voor ‘pilaren’ ook
‘geraamte’ of raamwerk kan betekenen, waardoor de
relatie met de opbouw van het menselijk lichaam nog een
extra ‘steuntje’ krijgt.
Dat het
juist de apostel Johannes is, die in de Apocalyps over
het getal 666 moest schrijven, is niet zo verwonderlijk
voor degene die het boek bestudeerd. De Openbaring van
Johannes begint met het optreden van Jezus Christus als
Hogepriester, en gelovigen als priester, en eindigt met
het nederdalen van de Tabernakel van God uit de hemel.
In dat laatste bijbelboek worden om de haverklap
onderdelen van de Tabernakel genoemd, zoals ‘de gouden
Kandelaar’, de zielen onder het altaar, de Ark,
manna, reukwerk, zuilen/pilaren, Tempel, het Heilige der
Heiligen, enz. Dat heeft een betekenis! Dat staat er
niet zomaar!
Vanwege
de langdurige trektocht van het Joodse volk door de
woestijn waren de Voorhof en de Tent der samenkomst zo
gemaakt, dat ze snel uit elkaar en weer in elkaar gezet
konden worden. Voor dit werk was een bepaalde
Levietenstam aangewezen, de stam Kehath (Num. 4:1-20).
Deze Kehathieten zien we nog zelfs terug bij de
tempelrestauratie beschreven in 2 Kron. 34! Zij hadden
in de woestijn de taak de allerheiligste dingen te
dragen en te zorgen voor het afbreken en opbouwen van de
Tabernakel. Daartoe hadden ze de beschikking over zes
huifkarren die elk door twee ossen getrokken werden.
Het was
uiteraard een heel secuur werkje om al die kostbare
zaken temidden van zand, rotsen en soms een oase te
vervoeren en het is zeer aannemelijk, dat al die heilige
zaken terdege geteld werden zodat met al die gouden
haken en ringen er niet iets verloren zou kunnen gaan.
Het is dan ook aannemelijk te veronderstellen, dat elke
Leviet het getal 666 kende. Als controle! Was dat
getal bereikt, dan wist men dat de wagens met alle
kostbare zaken goed geladen waren en dus konden
vertrekken.
Het is
dus een zeer ‘menselijk getal’, zoals hiermee voldoende
is aangetoond! Ook is aangetoond, dat het heel goed
mogelijk is, om het getal ‘666’ los te koppelen van het
Beest’ en de kwade of negatieve betekenis die het
daarmee ook heeft. Zoals ik eerder schreef kent de H.
Schrift van diverse beelden zowel een positieve als een
negatieve betekenis. Maar nogmaals, in het kader van dit
opstel ga ik daar niet verder op in.
18)
Er is
een nogal verklaring, dat de Kerk van Christus zonder de
Geest van God (dus een dode en in duisternis gehulde
Kerk die wellicht geheel of gedeeltelijk onder invloed
van de boze staat, voor het getal 666 staat! Dat kan
zijn! In het ergste geval! En God verhoedde dat het
zover zal komen! Ik heb daar, mede op grond van vele
andere Schriftplaatsen waarin Gods genade en liefde
bekend wordt gemaakt, grote moeite mee. Zie de
aantekening op blz. 14 bij de behandeling van 1 Kor.
3:10. Ook om die reden laat ik verder de negatieve
uitleg voor wat het moge betekenen. En laat het rusten…
We richten ons op de positieve kant van deze belangrijke
zaak!
9. Het lichaam, de
Tempel…
Door
een beter verstaan van het beeld ‘LICHAAM’ en wat voor
geestelijke betekenis dit heeft, zal ook een groter
inzicht kunnen ontstaan in wat vroeger wellicht behoorde
tot de duistere plaatsen van de Bijbel. En ook en beter
verstaan van wat het oude volk van God, Israël, nog te
verwachten heeft namelijk, om eenmaal samen met de éne
verheerlijkte Kerk van Christus als Zijn Bruid met Hem
verenigd te mogen worden. Daarvan mocht immers al de
profeet Ezechiël profeteren in hoofdstuk 37, waar hij
(vs. 1-14) in geestesvervoering ‘een dal vol dorre
doodsbeenderen’ zag. Daar zag de profeet Ezechiël een
groot aantal uitgedroogde beenderen, die een door en
door dode indruk maakten. Op bevel van God, kwam na zijn
profetering, spieren op die beenderen, en vlees én huid
kwam er over heen. En als laatste kwam er ‘geest’ (de
levensadem of –geest) in die lichamen die zich opstelden
als een groot leger. Een prachtige belofte aldaar
gegeven!…
9a, Het vervallen Huis van David
We gaan
nader in op de eveneens prachtige belofte uit Amos
9:11-15, waar JHWH aan Israël belooft, dat eens aan het
eind der tijden het vervallen huis van David weer zal
worden opgericht. En wat is dat anders dan dat de
Joodse Tempel weer in oude staat en luister zal worden
herbouwd! …
Maar
dan niet met stenen en met de handen gemaakt, maar in
geestelijke zin ‘de ware Tabernakel of Tempel die de
Here heeft opgericht, en geen mens’ (Hebr. 8:1-2).
Een Huis, waarin Gods Wetten worden geleerd, niet op
stenen tafels geschreven, maar op de tafelen van vlees
in de harten (2 Kor. 3:3). In hoofdstuk 9 van de
profeet Amos staat wel degelijk dat er naar oud model
wordt ‘herbouwd’ en de omgevallen pilaren zullen weer
worden opgericht, zodat alles in oude staat hersteld is.
Dat wil zeggen, dat de blauwdruk van de Tabernakel
zoals die aan Mozes was gegeven, en die z’n voortzetting
had in de Tempel te Jeruzalem, ook in geestelijke zin
geldt voor de Kerk van Christus!
Want in
Handeling 15, ook wel genoemd het eerste
apostelconcilie, wordt over die Amos-tekst, een
opvallende verklaring gegeven, n.l. dat beiden – zowel
joden als heidenen – de Heilige Geest ten deel is
gevallen. De apostel Jacobus, die na Petrus het woord
voerde, beriep zich juist op die tekst over de
‘Tempelruïne, die weer zal worden gerestaureerd’, n.l.
dat het niet goed is om de christenen uit de heidenen de
besnijdenis en alle voorschriften van de Joodse wetten
op te leggen! Daar in Hand. 15, in die jonge eerste
Christengemeente werd opnieuw gewezen op de Tempel met
al z’n gebruiken en wetten, en zeker is dat men daar
door de Heilige Geest, sprekende in het midden van de
vergadering, op werd gewezen. Dit houdt in dat als
voortzetting van die eerste gemeente, de Kerk door alle
eeuwen heen, de geestelijke betekenis van die
Tabernakel- en Tempeldienst niet zo maar terzijde mag
schuiven!

Ark des verbonds, een gravure uit 1677
9b, het fundament: Christus
In het
licht van het bovenstaande zal de redenering van apostel
Paulus in 1 Kor. 3 vanaf vers 10 ook duidelijker worden
voor de lezer! Nadat in de eerdere verzen de apostel
Paulus heeft gewezen op het komen tot het geloof,
waarbij men zich niet mag beroepen op de naam van een of
andere voorganger, schrijft hij in vs. 9: “Want Gods
medearbeiders zijn wij. En Gods akker, Gods bouwwerk
zijt gij!”
En gaat
de tekst door vanaf vs. 12 over fundament en gebouw:
“Is er iemand die op dit fundament (n.l. Christus)
bouwt met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi
of stro…ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag
zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt. En
hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken.
Indien het werk dat hij erop gebouwd heeft standhoudt,
zal hij loon ontvangen. Maar indien iemands werk
verbrandt zal hij schade lijden, doch hijzelf zal gered
worden, maar als door vuur heen.”… (vandaar mijn
voorzichtigheid op blz. 13 bij de voorspellingen over
wat het getal ‘666’ voor kwaadaardigs zou kunnen
betekenen).
Gelijk
daaropvolgend schrijft Paulus dan in vs. 16: “Weet
gij niet, dat gij Gods Tempel zijt en dat de Geest Gods
in u woont? Zo iemand Gods tempel schendt, God zal hem,
schenden. Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is
heilig!” Hier is dus opnieuw de relatie van Tempel
en ons menselijk lichaam gelegd en het bouwen het goud
en zilver is toch gebeurd met de bouw van de Tabernakel,
maar vooral met de Tempelbouw?… Ook van dat menselijk
lichaam in geestelijke zin, dat beelddrager van God is,
zal Jezus Christus het fundament (de grondslag) moeten
zijn. Zeggen of zingen wij niet maar al te vaak, dat
Jezus Christus in ons moet wonen? Dat Hij woning in ons
moet maken en ‘in ons moet opwassen en gestalte
verkrijgen’?…
10. Slotopmerkingen
Onderstaand zullen nog enkele onderwerpen die met de
Tabernakel/Tempel/Lichaam te maken hebben, kort worden
behandeld. Daarmee zal het totaal van dit onderwerp niet
uitputtend zijn behandeld, want – geloof me – hoe meer
je zoekt, hoe meer je vindt! Zo blijkt dan maar weer
eens welke kostbare schatten en grote geestelijke
rijkdom er in de Bijbel te vinden zijn.

De koperen Zee, een gravure uit 1677
10a, Het Voorhangsel
Na het
sterven van Jezus Christus op de heuvel Golgotha
berichten maar liefst 3 evangelieschrijvers ons, dat
het gordijn in de Tempel van boven tot onderen in tweeën
scheurde. Daarmee had de stoffelijke en letterlijke
betekenis opgehouden te bestaan. Jezus Christus als de
Hemelse Hogepriester is toen als eerste ‘ingegaan’
(Hebr. 6:19), maar wij mogen hem nu daarin volgen.
Daarom scheurde dat voorhangsel in de Tempel, van
bovenaf naar beneden toe, als een teken dat het een
werking van God was! Overigens het is goed om te weten,
dat er in de Tabernakel twee gordijnen of ‘voorhangels’
waren (zie blz. 12), maar in de Tempel maar één.
Dat hing voor het Heilige der Heiligen. En dat Heiligdom
dat voorheen voor mensen gesloten was (alleen Israëls
hogepriester mocht één keer per jaar dat Heiligdom
betreden!), heeft Jezus voor ons geopend.”
Opdat wij vrijmoedig mogen opgaan tot de Troon der
genade”!
(Hebr. 4:14 t/m 16).
Zo zal dan ook de Schriftplaats uit Gal. 5:1 en 2
beter verstaan worden, als we weten wat ‘de vrijheid die
in Christus is’ betekent!

Het altaar voor het brandoffer, een gravure uit 1677

10b, de Vrouw met de zon bekleed…
In
Openb. 12 begint een profetisch tafereel zich te
ontrollen, waarin Johannes een vrouw ziet, die met de
zon bekleed was. Andere vertalingen geven weer: ‘een
vrouw die met zon omhuld was’. En de maan was onder
haar voeten, zo staat er, en ze had een kroon
(of krans) van 12 sterren op haar hoofd.
Een
vrouw als beeld voor de gemeente van de Heer, is al
eerder behandeld. En vele schriftplaatsen geven dit ook
zo aan (Jeremia 3:6-10, Ezech. 23) en we kennen
ook het beeld van ‘een bruid’ als type van de gemeente
van God. Nu gaan we eens niet in op verdere diepzinnige
verklaringen, maar laten we ons beperken tot wat je daar
nu echt ziet!
a)
een vrouwengestalte, die omhuld is met de zon.
Dat moet dus betekenen, dat deze gestalte geheel met een
fel stralende gouden glans omhuld is. Want de zon – zo
stellen we ons voor- heeft een felle gouden kleur..
b)
die vrouwengestalte heeft onderaan, bij haar
voeten, de maan. Maar zoals de zon een gouden kleur
heeft, heeft de maan ‘zilver’ als kleur. (By the
light, of the silvery moon, zong vroeger een
Amerikaanse zangeres). Zilver en goud worden vele malen
in de bijbel samen genoemd.
Die
‘Zon’ dat is Jezus Christus, de zon der gerechtigheid,
“God de Here, is een Zon en Schild” zingt Psalm 84, vers
12, en in het boek ‘Hooglied’’ beschrijft de bruidegom
zijn bruid, en zegt dan in hoofdstuk 6, vers 10: Wie
is zij, die opgaat als de dageraad, schoon als de blanke
maan, stralend als de gloeiende zon?…
Nu gaat
dit opstel o.m. over de Tabernakel, en we kunnen ons
voorstellen hoe ’s morgens vroeg wanneer de zon net was
opgekomen, de (hoge)priester het voorhangsel van het
Heilige opensloeg om met zijn werkzaamheden te beginnen.
Daar komen dan de stralen van de zon binnen in dat
‘Heilige’ en verlichten de donkere ruimte. Want de zon
komt op vanuit het Oosten en de openingen in de voorhof,
en de voorhang van het Heilige waren gericht ‘op het
Oosten’ vanwaar de zon opkomt.
Maar
wat zag hij dan?… En wat zien wij in onze verbeelding
mee?…Rijen gouden planken, terwijl onderaan al dat goud,
het zilver van de zilveren voetstukken te zien is!
Maar
wat zie je dan in geestelijke zin? In de toekomst?… want
IS de Tabernakel een type of voorbeeld van de
Kerk als Lichaam van Christus, dan moet die beeldspraak
overal in terug te vinden zijn. Dat is bewijsmateriaal!
Kortom:
De
Tabernakel van Israël getuigt ook van de ‘vrouw met de
zon bekleedt’ uit Openb. 12! En dat is derhalve
de Kerk van Christus!
Op blz.
12 heeft u al kunnen lezen hoe opvallend het is, dat de
apostel Johannes in het boek Openbaring gedurig schrijft
over de Tabernakel van Israël.!…

10c, De hemelen vertellen Gods eer…
Het
inwendige van vooral de Tempel te Jeruzalem was prachtig
versierd met alles wat de schepping aan moois te bieden
heeft. En met alles wat op de vorige bladzijden
geschreven is zal de lezer merken, dat meer inzicht in
de betekenis van Tabernakel en Tempel als bijkomend
voordeel heeft, dat voorheen onbegrepen Schriftplaatsen,
onverwacht beter begrepen kunnen worden. Neem nu Psalm
19, waar de psalmist Gods majesteit in de schepping en
in ‘de Wet’ verkondigt. ‘De hemelen vertellen Gods
eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner
handen’, begint het eerste vers. En in vers 5 staat:
‘Aan de hemel schiep God voor de zon een tent’.
De
hemel kan in geestelijke zin ook gezien worden als ‘de
Kerk van Christus’. Als b.v. de apostel Paulus schrijft
dat hij eens (in een visioen) is opgevoerd tot in de
DERDE hemel (2 Kor. 12:12), dan mogen we veronderstellen
(wetende dat in die eerste tijd van de Kerk veel door
Gods Geest is geopenbaard), dat er ook een 1e
en een 2e hemel moet zijn. Die 1e
hemel als type of ‘schaduw’ zal de in geestelijke zin
Gods Kerk zijn. De 2e ‘hemel’ is dan de
rustplaats van de gestorven zielen van de mensen – in
welk geval van de gelovige (gedoopte) mensen, het
paradijs (2 Kor. 12:4), de zielen ‘onder het altaar’
(Openb. 6).
Bezien
we de zon een type van de Christus en de ‘tent’ of
tabernakel als een type van de woning of ‘Huis’ van God,
dan krijgt de nogal duistere tekst uit Psalm 19 een
onverwachte glans! En een reikwijdte die we nauwelijks
kunnen begrijpen, maar in het licht van de geestelijke
betekenis van de Tabernakel- en Tempeldienst beter
zullen verstaan!. Want er is of STAAT toch in die hemel
der Kerk een geestelijk bouwwerk, Gods Tempel, Gods
Huis, niet met handen gemaakt, enz. enz. Daar hebben we
eerder over geschreven….
En hoe
beter gaan we begrijpen van wat we zingen in vele
psalmen: “hoe branden mijn genegenheên,
om uwen voorhof in te treeên”, uit de oude
berijming van Psalm 84, waar we ook van de lieflijkheid
van Gods Huis en tempelzangen zingen. Het
‘brandofferaltaar’ waarvan we zingen in Psalm 66, maar
zeker ook als we in de mooie Psalm 43 als een vragend
gebed lezen: Zend uw licht en uw waarheid, mogen
die mij geleiden, mij brengen naar uw heilige berg
(Zion) en naar uw woningen, zodat ik kan gaan
tot Gods altaar… (de ‘gewijde tente’ uit vers 3
van de Psalmen van 1773 is de Tabernakel).
Verder
wil ik u in dit verband nog wijzen op Kolossenzen 2,
vers. 16 t/m 19, alwaar eerst wordt gewezen op de oude
Joodse inzettingen en rituelen, die slechts een
schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de
werkelijkheid van Christus is. En Paulus
schrijft dan verder over mensen die een opgelegde
nederigheid laten zien en aan engelenverering doen en
zonder reden opgeblazen door zijn vleselijk denken,
terwijl men zich niet houdt aan het hoofd, waaruit
het gehele lichaam door pezen en banden ondersteund en
samengebonden, zijn goddelijke wasdom ontvangt.
(dus wederom een verwijzing naar het menselijk lichaam!…
en naar Christus.)
Mozes
ontving de blauwdruk van de Tabernakel van God en de
Hebreeënbrief schrijft daarover in hoofdstuk 3, vers 3
t/m 6 over Jezus Christus onder meer: “Want Hij is
zoveel groter heerlijkheid dan Mozes waardig gekeurd,
zoals de bouwmeester hoger eer geniet dan het huis.
Prachtig toch?…
10d, de Kerk, de Bruid!
Vele
eeuwen geleden meende de geestelijkheid te mogen zeggen,
dat zij ‘de Kerk’ vormden. Maar wat kon deze
geestelijkheid door dit te zeggen anders tonen, dan een
armzalig skelet?…Een geraamte zonder vlees is niet om
aan te zien en wij kennen ook het gezegde als het een
sterk vermagerd iemand betreft: “Hij (of zij) is een
levend geraamte”.
Ook
zijn er randkerkelijke groeperingen die zeggen: “Wij
hebben geen geestelijkheid nodig. Wij zijn allen
broeders (en zusters!) en kennen geen ambten en
geen hiërarchie. Terwijl we toch op grond van de bijbel
mogen beseffen, dat zonder beenderen een lichaam slechts
een vormloze vleesmassa is.
In de
grote wijsheid van God als onze Schepper, is het lichaam
bij de schepping zo wonderlijk en zo ingenieus gemaakt,
dat we ons er nog steeds over verbazen! En – naar 1 Kor.
12 – God heeft het lichaam zo samengesteld, dat
Hij meer eer gaf aan hetgeen misdeeld was, opdat er geen
verdeeldheid in het lichaam zou zijn maar de leden
gelijkelijk voor elkaar zouden zorgen. Als één lid
lijdt, lijden alle leden mede en als één lid eer
ontvangt, delen alle leden in de vreugde. Gij nu zijt
het Lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden.”
Veel,
zeer veel is hierover nog te zeggen, maar dan wordt het
een boek. Er zijn in het verleden wel eens pogingen
gedaan om op grond van profetieën die in een groep
gemeenten gekomen zijn, een heel systeem vanuit de
Tabernakeldienst op te zetten. Natuurlijk spreekt de H.
Schrift niet over dominees, maar over apostelen,
profeten, evangelisten, herders/leraars. En ook over
ouderlingen, diaken en opzieners. In diverse
Apostolische kerken van deze tijd zijn deze ambten of
dienaren in diverse soorten bedieningen geroepen door
profetie en gesteld. Een ‘Raad van Zion’ is er geweest,
maar net als de Tabernakel in de woestijn maar van
tijdelijke aard was, is ook alles uit het verleden weer
verdwenen of teniet gedaan. Zowel de 1e als
de 2e Tempel te Jeruzalem zijn verwoest, maar
de veelzeggende typering vanuit de H. Schrift geven toch
zoveel stof tot nadenken dat niemand deze geestelijke
zaken zal mogen negeren. Er zijn orthodoxe Joden (en
christenen) die menen dat er binnenkort op de Tempelberg
te Jeruzalem opnieuw een (3e) Tempel gebouwd
zal moeten worden. Deze mensen hebben blijkbaar weinig
of geen inzicht in de geestelijke betekenis van dit
alles.
Wat
meer inzicht in de geheimen van Tabernakel en Tempel zal
ten goede komen van een beter verstaan van wat ‘de Kerk’
als Lichaam van Christus nu werkelijk betekent. Verdere
studie zal nodig zijn en ik vermoed sterk dat het
zogeheten ‘Samen-op’weg proces’ tussen drie protestantse
kerkgenootschappen met meer studie over de Tabernakel en
Tempeldienst gediend zal zijn. Namelijk, een beter
verstaan van wat de Heilige Schrift onder eenheid
en de ene Kerk verstaat.
De
Bijbel, en vooral het Nieuwe of 2e Testament
kent geen twee soorten gelovigen, waarvan de ene soort
‘uitverkoren’ is boven de andere, noch kent het N.T. een
aparte plaats voor de Joden. Er is uitsluitend sprake
van HET ENE LICHAAM VAN CHRISTUS, dat uit vele leden
bestaat en waarin iedereen zijn gave en talenten tot
ontwikkeling moet brengen en ten dienste behoort te
stellen van allen!
(Rom 12, vs. 1 t/m
7). In 1 Kor. 1 vers 10 en Efeze 4, vers 3 en 4
staan daar prachtige dingen over geschreven. Wie met
Joden wil spreken over het geloof in JHWH, zal eerst de
beginselen van de leer over Tabernakel en Tempel zich
eigen moeten maken.
Dan zal
ook de tekst uit 1 Petr. 2:4 t/m 6 helder oplichten,
waar staat: “En komt tot Hem, de levende steen,
door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren
en kostbaar. En laat u ook zelf als levende stenen
gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis,
om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen
van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door
Jezus Christus”!…
Zoals
ik dit opstel begon met te schrijven over de profetie
van het lichaam in de schepping, zo mag ik eindigen met
de profetie van het geestelijke Lichaam in de
herschepping, waarvan we lezen in Openb. 21: 2 t/m 3:
“en ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want
de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan
en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een
nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel van God,
getoond als een bruid die voor haar man versierd
is. En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen:
Zie, de TABERNAKEL Gods is bij de mensen en hij zal bij
hen wonen en zij zullen Zijn volken zijn en God Zelf zal
bij hen zijn.”…
Maarssen, mei 2002
N.A.J. van Kooten
Voetnoten:
1
Gebruikt is de vijfde druk van ‘DE TABERNAKEL’
geschreven door Joh. De Heer, Uitg. Het
Zoeklicht, Doorn, juli 1975
2 Veel
literatuur van de Britse Kath. Apost. Kerk is
niet toegankelijk en weinig is vertaald in de
Nederlandse taal. Wel is enigszins bekend het
boek van de tot apostel geroepen Brit Francis
Sitwell. Hij schreef een boek getiteld: HET
GODSPLAN (met als bijschrift): IN DE SCHEPPING
EN VERLOSSING. In mijn bezit is de 2e
druk uit 1895, uit het Engels vertaald met een
inleidend woord door Mr. Isaäc Capadose. Uitg.
Fa. S. van Velzen jr, ‘s- Gravenhage. Uit dit
boek (410 blz.) heb ik de meeste gegevens vanuit
die Catholic Apostolic Church als bron
overgenomen.
3
Het boek van dr. A.A. van Ruler stamt uit de
jaren zestig en deze predikant schrijft op een
meesterlijke wijze over de vele goede redenen
die een mens kan hebben ‘om naar de kerk te
gaan’. Zeer lezenswaardig! Voordat ik het zelf
verkreeg, heb ik het boekje een jaar te leen
mogen hebben van de Maarssense predikant dr. B.
Aalbers en ik heb er veel interessante stukken
uit overgenomen.
4
De brochure of geschrift van deze arts Norton
(uitgegeven zo’n 150 jaar geleden) heb ik
vroeger ‘in kopie’ in mijn bezit gehad en ik heb
er grote delen uit overgenomen. De kopie zelf
ben ik in de loop der tijden door uitlenen
kwijtgeraakt. Slechts een artikel van vroeger
dat in 1979 in twee afleveringen in het kerkblad
‘De Zaaier’ (K.A.K. Amsterdam) is opgenomen,
bezit ik nog.
5 Dat
betreft een uitspraak van rabbijn drs. J.
Soetendorp in nr. 1 van Phoenix Bijbelpockets
“Zoals er gezegd is over DE SCHEPPING, op blz.
142. Uitg. W. de Haan, Standaardboekhandel 1962.
6
De 8e Psalm heeft als titel: De
mens, de kroon der schepping Gods. Nadat de
psalmist David in zijn lied de hemel heeft
aanschouwd, zegt hij: “wat is de mens, dat Gij
zijner gedenkt, en het mensenkind dat Gij naar
hem omziet. Toch hebt Gij hem bijna goddelijk
gemaakt, en hem, met heerlijkheid en luister
gekroond.”…
7 In 2
Tim. 3:16 staat zelfs over de (Joodse)
bijbelboeken geschreven: “Alle Schrift is van
God ingegeven”. …
8
Lees maar eens na in Deut. 11, hoe de stammen
Israëls zich moesten opstellen tegenover elkaar
op de bergen Ebal en Gerizim en JHWH hen òf de
zegen òf de vloek voorstelde indien het volk
zich niet zou houden aan de gegeven wetten. De
tegenstellingen zijn soms groot in de H.
Schrift. Lees maar eens b.v. teksten na die over
‘het oordeel’ gaan. De vraag: Is er nu wel of
niet een laatste oordeel, komt dan op.
9 Het
is opvallend als we lezen over het ‘lichaam’ van
de Kerk van Christus, dat daar op de twee
belangrijke Schriftplaatsen ‘Rom. 12 en 1 Kor.
12’ als vanzelfsprekend ambten of bedieningen
erbij worden genoemd.
10
Daartoe ontving ik een brief dd. 17 februari
1984 van dr. M.T. Tang, destijds
ziekenhuispastor van het Diaconessen ziekenhuis
te Utrecht. Een docent anatomie heeft de
beenderen van ons lichaam op verzoek van dr.
Tang nageteld en bevestigd dat er in zowel de
armen als de benen elk 60 beenderen te tellen
zijn. En in ons hoofd zitten 33 beenderen + de
32 tanden en kiezen dus 65 in totaal! Dr. M.Tang
is in 1982 gepromoveerd op het onderwerp: “Het
Apostolisch werk in Nederland”, vandaar dat
contact met deze predikant, en dat ik hem om
raad gevraagd heb. U ziet aan de tijd (1984) dat
ik al vele jaren met deze materie bezig was
alvorens nu ook eens zelf de onderwerpen samen
te vatten en op papier te zetten.
11 In
een artikel dat ik in februari 2000 van een
vriend ontving citeert deze een boek van F.
Weinreb, waarin zeer diepzinnig wordt ingegaan
op de 12 edelstenen of kristallen in het
borstschild van de hogepriester. In Weinreb’s
boek wordt nader ingegaan op het getal 12, op
het beeld ‘kristal’ , op het begrip ‘tijd’ en
tijdloosheid. Heel boeiend en het toont aan, dat
er aan die 3 x 4 rijen van edelstenen juist op
die plek midden op het borstbeen, een geweldig
mooie en diepzinnige verklaring gegeven kan
worden. Het voert echter (helaas) te ver in het
kader van dit opstel hier nader op in te gaan.
12 De
theorieën over ‘ambten’ in het N.T. heb ik
voornamelijk gehaald uit het voortreffelijke
boek van dr. J. van Bruggen ‘AMBTEN IN DE
APOSTOLISCHE KERK’, Uitg. Kok, Kampen 1984. Van
Bruggen (1936) was hoogleraar Nieuwe Testament
en zijn boek over ‘ambten’ uit de eerste tijd
van de Kerk is zeer verhelderend daar waar er
door alle eeuwen zovele vragen gerezen zijn
rondom de ambten. Het boek behandeld vanuit v.n.
het Nieuwe Testament dit onderwerp zeer
uitputtend, zonder ook maar ergens te vervelen!
13 Bij
iedereen zal bekend zijn de beroemde tekening
van Leonardo DaVinci, van ‘de mens’ met de
cirkel om de tekening die precies de gang van
armen en benen omvat!
14 De
getalswaarde van de naam voor ‘Jezus’ ‘888’
trof ik aan in het boek met de naam ‘666 HET
GETAL EENS MENSCHEN’ van de hand van ds. D.A.
v.d. Bosch, Uitg. Gebr. Zomer & Keuning te
Wageningen. Het is zeer merkwaardig, en
bevestigd mijn opmerking aan het einde van het
opstel “hoe meer je zoekt, hoe meer je
vindt!”
15 In
de Statenvertaling worden die balken of planken
van de Tabernakel ‘berderen’ genoemd. Ook een
mooi ouderwets woord, dat we nog heden ten dage
horen in de zin van: “iets te berde brengen”,
d.w.z. hij of zij bracht iets naar voren
(op de planken zoals b.v. op het toneel de zaal
toespreken).
16 In
Elseviers Medische Encyclopedie worden op blz.
201 twaalf zenuwcentra van de hersenen genoemd:
(in de grote hersenen): bewustzijn,
intelligentie, geheugen, wil, waarneming,
spierbewegingen. (In de kleine hersenen): de
coördinatie van bewegingen en het ‘evenwicht’.
(In de hersenstam): bloeddruk en spijsvertering.
Verder bevinden zich nog in de hersenen de
regel- en schakelcentra, de thalamus en de
hypothalamus.
17
Degene die op een opmerkelijke wijze aan een
mogelijke oplossing van het raadsel ‘666’ is
gekomen, is de hr. J. van der Poorten uit
Amsterdam. Hij was medio 1968 door profetie tot
apostel geroepen in de HAZK (Hersteld Apost.
Zendingkerk) en heeft aanvankelijk vele goede
dingen mogen doen en ontdekken. Op 9 nov. 1981
is hij, samen met enkele andere getrouwen
tijdens een studiebijeenkomst achter het geheim
van ‘666’ uit Openb. 13:18 gekomen. Naar de
mening van velen (ook die van de schrijver van
dit opstel) is het met deze man op zeker moment
de verkeerde kant opgegaan. Enigszins
vergelijkbaar – en met name met de ‘stellingen’
- met wat ds. Bram Krol schreef in zijn boekje
“Als het zoete bitter wordt” (Uitg.
Gideon, 1998). Over de vraag ‘op welk moment’
het met deze apostel v.d. Poorten mis is gegaan,
kan men van mening verschillen. Maar dan betreft
het dus slechts het tijdstip, niet – en helaas-
het feit op zich.
18
Zo staat in Daniel 3 vs. 1 het nodige over het
gouden beeld dat Nebukadnezar liet oprichten en
waar iedereen voor moest knielen. Dat beeld was
60 ellen hoog en 6 el breed. Eén 6 te weinig,
maar toch?….
We zien met al zulke
verklaringen en berekeningen en datums noemen
door alle eeuwen heen, dat het uiteindelijk niks
wordt. Recent nog kwamen in de publiciteit prof.
Rutten die op grond van profetieën, in Spanje
opmerkelijke wonderen heeft verwacht. En de hr.
Geene uit Puttershoek (Zh) die in november 2001
de wederkomst van Christus heeft voorspeld, met
een escape naar 31 december 2001. Maar ook hij
en z’n groep volgelingen hebben de
teleurstelling moeten verwerken.
En met Prediker kunnen
we zeggen: “Er is niets nieuws onder de zon”.
-o-0-o-
Naschrift:
De lezer zal wel
begrepen hebben dat de schrijver van dit opstel
uit een orthodox gelovende Apostolische Kerk
afkomstig is. Net als b.v. de huidige minister
van financiën dhr. Gerrit Zalm waren mijn ouders
lidmaat van de Hersteld Apostolische Zendingkerk
(HAZK). Deze betrekkelijk kleine
geloofsgemeenschap is ontstaan vanuit een
afsplitsing in Duitsland (1863) van de Cath.
Apost. Church en kwam vanaf 1968/69 in een
crisis die tot scheuringen heeft geleid.
Schrijver dezes is toen meegegaan met de
richting die in feite terug wilde naar de
oorspronkelijke Kath. Apostolische Kerk.
Maar – naast anderen –
hebben mijn vrouw en ik het ‘Apostolisch Werk’,
zoals het intern vaak wordt genoemd, pas medio
1982 verlaten. De reden voor ons was een groot
onrecht, dat een andere broeder werd aangedaan.
Bij de beschuldiging van de ontvreemding van
kerkelijke gelden en de afhandeling daarvan ging
de leiding niet uit van de Bijbel, maar ging af
op profetieën. In die periode werden profetieën
uitgesproken door de hr. J. v.d. Poorten hoger
geacht dan de H. Schrift!
Dit leidde tot een
chaos, want de onbewezen beschuldiging kreeg zo
een min of meer ‘goddelijke’ oorsprong. Ik
voorspelde bij mijn definitieve vertrek dat,
indien men op die heilloze weg zou voortgaan, er
nog veel gekkere dingen zouden gebeuren (brief
dd. sept. 1983). Dat is in de jaren daarop
metterdaad ook gebeurd, waardoor er velen zijn
vertrokken en nu nog enkele tientallen over
zijn. De meesten vertrokken naar de
Oud-Katholieke Kerk.
Zelf zijn wij na
enkele jaren eens ter kerke gegaan in de Ned.
Hervormde kerk te Maarssen. Daar heb ik enkele
weken lang in de prediking antwoord gekregen op
in mij levende vragen zodanig, dat ik een
bijzonder blij en warm gevoel kreeg. Er ontstond
weer een zekere geestelijke rust, ook door de
hartelijke ontvangst.
Na jaren als
‘gastleden’ onderdak te hebben gevonden in de
Ned. Hervormde gemeente te Maarssen, is – op
aandringen van mijn vrouw die daartoe bijzondere
ervaringen heeft ontvangen – het lidmaatschap
aangevraagd en gekregen. We hebben dezelfde
geloofsbelijdenissen, dezelfde Bijbel, dezelfde
Heiland en Verlosser. En de verantwoorde
prediking en geestelijke rust die je in een
hervormde gemeente meemaakt, is een verademing.
Er zijn zeker vele goede zaken en inzichten
vanuit de apostolische richtingen te melden, die
zeker voor andere kerken van groot nut zouden
kunnen zijn. Deze ‘studie’ over de diepere
betekenis van Tabernakel en Tempeldienst is daar
hopelijk een voorbeeld van. Ik spreek zelden
negatief over mijn vroegere geloofsgemeenschap,
ook al omdat het toch mijn ‘moederkerk’ mijn
geestelijke moeder is. Wel stel ik, als mijn
persoonlijke mening, dat de ‘vergissing’ van de
apostolische kerken – voor de afsplitsingen na
1863) is: dat zij het fundament van de kerk uit
Efeze 2:20 “gebouwd op het fundament van
apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus de
uiterste hoeksteen is” mede laat bestaan
uit nu levende en bestaande mannen die dienst
doen als ‘apostelen en profeten’. Nu levende
mannen echter, die zich absoluut niet kunnen
meten met b.v. dienaren van de H. Schrift! Best
wel aardige mensen, maar om een ‘ware’ apostel
of een ‘echte’ profeet van God te zijn, moet er
meer met je gebeuren dan een roeping middels een
profetie. Apostel Paulus zegt dat hij door
Christus Zelf is onderwezen, waarschijnlijk via
openbaringen.
Ook de regelingen en
leringen aangaande nieuwe ambtsdragers, zijn
mijns inziens discutabel. In zogeheten
roepingsdiensten worden priester-profeten
afgezonderd en God gevraagd bekend te maken door
de profetische dienst van deze profeten wie als
dienstknecht(en) toegevoegd zullen moeten worden
aan de priesterschaar. In een of meerdere
roepingsprofetieën worden dan de naam en/of
namen van mannen bekend gemaakt die als apostel,
profeet, evangelist of herder dienstbaar gesteld
moeten worden. Daarbij wordt in de beleringen
een tekst uit Hebr. 5 gebruikt, waarin staat dat
men geroepen dient worden gelijk Aäron. Er wordt
dan meestal mondeling bij gezegd, dat Aäron is
geroepen door de profeet Mozes. Dat is laatste
is echter onjuist en wie de H. Schrift op dit
punt leest in Ex. 3 en 4, zal het beamen. Toch
zijn deze ‘roepingsdiensten’ belangrijke pijlers
in het bestaan van de HAZK. Er wordt een sterke
nadruk gelegd op ‘ambten’ en de manier waarop
mannenbroeders als dienaren in de Kerk van God
moeten worden verkregen.
Dat zulk een fundament
zeer wankelbaar is, bewijst dan ook de korte
kerkgeschiedenis van het Apostolisch Werk vanaf
circa 1832, maar vooral vanaf de scheuring in
Duitsland in 1863. Er zijn momenteel tientallen
‘apostolische kerken’ en er lopen op deze aarde
misschien wel 200 ‘apostelen’ rond. De veel
gebruikte tekst uit Efeze 4:11 t/m 16, alwaar de
4-voudige ambtsbediening van apostelen,
profeten, evangelisten en herders (en leraars!)
worden genoemd, die zijn gegeven– onder meer – “tot
opbouw van het lichaam van Christus en totdat
wij allen de eenheid des geloofs bereikt
hebben”, enz. is ook een kerntekst. De tekst
wordt gebruikt, maar er was weinig of geen
opbouw ten dienste van de gehele kerk en er is
temidden van al die vele soorten apostolischen
grote verdeeldheid.
Dat het handelen van
apostolischen én de kortstondige
kerkgeschiedenis van het Apostolische Werk
aantonen dat het tegendeel is bereikt van wat
wordt beoogd, zegt genoeg. En het toont aan dat
het systeem dat de apostolischen (al dan niet op
bevel van profetische uitingen) in het leven
hebben geroepen, niet goed werkt! Dat is: De
Bijbel pasklaar maken voor het eigen systeem.
Wel moeten we in ogenschouw nemen dat indien het
Apostolisch Werk een Godswerk is, het ook fel
door de boze is en zal worden aangevallen. En
dat daardoor verwarring en verdeeldheid kunnen
ontstaan. Dit geef ik aan om mijn kritiek niet
te hard te laten zijn.
Verder wordt aldaar
door het sacrament van de ‘Verzegeling’ de H.
Geest (naar wordt gehoopt) meegedeeld, maar in
het bijzonder op cruciale momenten is enige
‘vrucht van de H. Geest’ moeilijk te ontdekken.
Behalve de gave van profetie zijn er weinig of
geen andere in de Schrift genoemde gaven die
aantoonbaar werkzaam zijn. Wel de werken van het
vlees, net als overal in de kerken het geval kan
zijn (Gal. 5:19 t/m 22)!
En door het
apostelambt, dat meestal toch wel als het
‘hoogste’ ambt werd en wordt gezien, is het ambt
ook wel misbruikt ten dienste van de
persoonlijke heerszucht. Nu is dat sterk aan het
veranderen, maar vroeger was respect voor
mede-christenen zelden aanwezig, en de gestalte
van een Mozes of een Daniël, die tot God baden
om dan maar zelf door God gestraft te mogen
worden, in plaats van het volk, werd niet
gevonden. Schrijver dezes heeft er middenin
gezeten en spreekt uit ervaring, hoewel ik hier
nogmaals benadruk dat de laatste jaren bij de
voortzetting van de oorspronkelijke HAZK een
kentering in de overtuiging en lering richting
christenheid bespeurd kan worden. Het is ook
moeilijk voor mij om kritisch te schrijven,
omdat a) voor iemand die vanaf z’n geboorte
apostolisch is geweest, er toch altijd een
bepaalde band blijft die moeilijk in woorden in
te omschrijven. En b) je het eigen nest niet wil
bevuilen.
Desondanks – hoe we er
ook over mogen denken - is het mogelijk dat God
spoedig of na langere tijd opnieuw echte
en werkelijke apostelen tot de
verdeelde christenheid zal willen zenden. Zulke
apostelen, met uiteraard allerlei mede-dienaren,
moeten dan ook goed te herkennen zijn, en zij
moeten ‘beproefd’ kunnen worden. Aan
pseudo-apostelen heeft de Kerk geen behoefte.
Dit ter toelichting
ter gelegenheid van de totstandkoming van dit
opstel!
Nico van Kooten