HET APOSTOLISCHE WERK IN NEDERLAND
TEGEN DE ACHTERGROND VAN ZIJN ONTSTAAN IN ENGELAND EN DUITSLAND
door Dr. M. J. Tang
('s Gravenhage, 1982)
Deel 2 (Noten, literatuur en register)
AUTEURSRECHTEN.
DEZE RECHTEN BERUSTEN BIJ:
apostolischeobserver.nl
bmoesker@wanadoo.nl
(Overname van het boek is zonder schriftelijke toestemming,
op welke wijze dan ook, niet toegestaan.)
Literatuurverwijzingen en noten
Bij citaten uit het Testimonium wordt, na de verwijzing naar de pagina
in de Nederlandse editie, verwezen naar de section in de Engelse
editie, voor zover die uit het Manual te reconstrueren is (zie noot 49).
Wanneer een geschrift uitgebreider besproken wordt, is naar de
betreffende pagina's van dat geschrift verwezen met de afkorting 'p.'.
Bij interne verwijzingen naar bladzijden uit mijn boek, gebruik ik de
af. korting 'pag.'.
Het werk van Böhm, Schatten und Licht, citeer ik uit de
Nederlandse editie. De nummers van de pagina's in de 3e Duitse uitgave
zijn tussen haken toegevoegd.
I HISTORISCH GEDEELTE
Hoofdstuk 1
1. Testimonium aan de hoofden der Kerk en der Christenheid, p. 7.
2. Stearns, European Society in Upheaval, p. 60, 61, 65.
3. De stad Marseille, die in de 17e eeuw ongeveer 50.000 inwoners
telde, had er in 1800 111.000 en in 1850 niet minder dan 195.000. In
Manchester was de ontwikkeling nog stormachtiger: van nog geen 15.000 in
de 17e eeuw naar 77.000 in 1800 en 303.000 in 1850; Palmer and Colton,
History of the Modern World, p. 972.
4. Testimonium, p. 113 (s. 102).
5. Palmer and Colton, o.c. p. 420.
6. idem, p. 451v.
7. De Katholiek-Apostolische schrijver C.W. Boase geeft een lijst
van meer dan zeventig titels, uitgekomen tussen 1820 en 1833. Geciteerd
door R.A. Davenport, Albury Aposties, p. 12.
Hoofdstuk 2
8. M.E. Kluit, Israël knooppunt van Internationale Réveil.
Ned. Theol. Tijdschr. 22 no. 4, apri11968, p. 249. Kluit spreekt over
Lewis als een 'rijke jurist'. Dit soort onzekerheden en tegenspraken
komen we in de literatuur van, over en rondom het Apostolische Werk
herhaaldelijk tegen, ook wat betreft jaartallen, spelling van eigennamen
enz.
9. Drummond, Narrative of Circumstances, which led to the
setting up of the Church of Christ at Albury, 1833; Nederlandse
vertaling (Verslag van de omstandigheden enz.) p. 5. De Engelse
tekst is geciteerd uit Davenport, Albury Apostles, p.14.
10. Samengevat uit Rossteuscher, Der Aufbau der Kirche Christi,
p. 45.
11. Davenport o.c. p. 22, 23; vgl. Drummond, Narrative (Ned.
vert.), p. 5 en 6.
12. Rossteuscher, o.c., p. 70.
13. De bronnen, aan de hand waarvan deze gebeurtenissen
beschreven worden door o.a. Rossteuscher en Davenport, zijn twee boeken
van Robert Norton, t.W. The Restoration of Apostles and Prophets,
en Memoirs of James and George Macdonald.
14. Cardale spreekt van hemzelf 'in company with three ladies and
two gentlemen', overigens in een brief van 28-4-1862, geciteerd in Ker,
Observations, p. xv; Drummond (Narrative, 1833) noemt alleen
Cardale, Thompson, samen met enige anderen. Boen noemt: Cardale, dr.
Thompson, dr. Roe en drie dames. In zijn verslag in The Morning Watch,
onmiddellijk na zijn terugkeer, schrijft Cardale alleen over zijn 'fellow-travellers',
zonder namen te noemen (z.o.).
15. De bevindingen van het onderzoek heeft Cardale - overigens in
zeer algemene termen - samengevat in The Morning Watch van december
1830. In dit nummer staat ook een verslag van Irving van gesprekken, die
hij had met leden van de 'delegatie'.
16. Norton, The Restoration of Apostles and Prophets, p.
42. 17. id. p. 46, 47.
18. id. p. 48v.
19. Oliphant, 7be Life of Edward Irving, p.36.
20. id. p. 51.
21. Het is moeilijk te zeggen, waarom de bloemrijke prediking van
Irving, die aanvankelijk in Schotland niet aansloeg, hem in Londen
binnen een jaar een gevierd prediker maakte. Zelfs zijn bewonderende
biografe, mrs. Oliphant, ziet af van een poging tot verklaring. Wel
vertelt zij van enkele toevallige ontmoetingen, die de faam van zijn
welsprekendheid en sociale bewogenheid deed doordringen tot in het
Lagerhuis; haar Life of Edward lrving, p. 76-82.
22. Ker, Observations on Mrs. Oliphant's Life of Edward Irving,
p.6.
23. Davenport o.c. p. 64, maar zie ook: Baxter, Narrative of
Facts, p. 95, waar hij beschrijft, hoe in een geval, waarin de
profetieën van Emily Cardale en die van Miss Hall elkaar tegenspreken,
de laatste tot valse profetes werd verklaard.
24. Beknopte weergave daarvan in Ker, Observations, p.
1-33.
25. OIiphant, o.c. p. 356.
26. Rossteuscher, o.c. p. 193.
27. OIiphant, o.c. p. 224.
28. id. p. 394, cursivering van mij, MJT. Opmerkelijk is ook het
meervoud 'apostles'; alleen Cardale was nog geroepen.
29. Davenport, o.c. p. 84.
30. Brief aan D. Dow van april 1833, in Ker, o.c. p. X.
31. Ker, o.c. p. XV.
32. Woodhouse, A Narrative of Events, p. 37v. Ook:
Oliphant, o.c. p. 419, waar het volgende geciteerd wordt uit een brief
aan zijn vrouw d.d. 11 oktober 1834: 'My spirits sank for one half-hour,
and I had formed the serious resolution of turning into the sick-room.
Bit I remembered the words of the Lord upon my journey, and ordered my
horse. . .'.
33. Geciteerd door Davenport, o.c. p. 91.
34. Testimonium, p. 116 (s. 106): 'een geestelijke der Schotse
Kerk te Londen'. 35. Rothe, Die gute Sache der apostolischen
Gemeinden, p. 11.
36. Elias en Schurink, Van licht tot licht, p. 19.
37. Cardale, A Letter on certain Statements, p. V in 'The
Old Church Poreh' 1855.
Hoofdstuk 3
38. Köhler, Het lruingisme, p. 160; Rossteuscher o.c. p.
305.
39. Rossteuscher, o.c. (zie noot 9), p. 217.
40. Drummond, o.c. (zie noot 9); McNeile, Letters to a Friend
who feit it his dury to Secede from the Church of England.
41. Zo gebeurde het volgens een brief van Cardale's zuster d.d.
13 februari 1872, dus geschreven tijdens diens leven; de brief wordt
geciteerd in Shaw, The Catholic Apostolic Church, p. 75. Oudere
berichten (b.v. Norton) vertellen in hoofdzaak hetzelfde.
42. Norton, o.c. p. 105-107 (zie noot 16); Drummond, Verslag
van de omstandigheden, p. 22-27.
43. Naar het oordeel van Cardale, die ontkende, dat Baxter
aanvankelijk dit tijdsbestek in verband had gebracht met de opneming van
de heiligen, Rossteuscher, o.c. p. 357v. Maar reeds in 1833 vertelde
Baxter (Narrative of Facts, p. 17-19), dat de profetie duidelijk sprak
van de opneming der heiligen en niets anders: The declaration of the two
witnesses was again repeated, and very distinctly we were commended to
'count the days, one thousand three score and two hundred' at the end of
which the saints of the Lord should go up to meet the Lord in the air.
.. ... and on innumerable other occasions ... was [he same [hing again
and again declared and most largely opened.
44. De Liturgie en andere Erediensten der Kerk, uitg.
1878, p. 238v.
45. Die zeven gemeenten, alle te Londen, waren: Newmanstreet
(Centrale Gemeente), Bishopsgate, Chelsea, IsIington, Paddington,
Southwark en Westminster.
46. Idealiter moest dit ook een twaalftal worden, naast elke
apostel een hem toegevoegde profeet. Het is interessant te letten op de
maatschappelijke positie van deze profeten in vergelijking met die van
de apostelen (pag. 32). Zo was Taplin schoolhoofd; John Bayford
juridisch ambtenaar; John Bligh kopersmid; Henry Martin koopman;
Jonathan Smith winkelier; John Hester butler; Robert Horsnail (een
voormalig Quaker) boer.
47. Woodhouse, o.c. p. 57v. (zie noot 32).
48. Ik volg hier Davenport, o.c. p. 110v. Hij geeft ook een
alternatieve opsomming, helaas zonder zijn bronnen te vermelden. De
opgave van Davenport stemt overeen met die van Born, Das Werk des
Herrn unter Aposteln, p. 29. Volgens Born zijn Indië en Australië
als voorsteden toebedeeld aan de stam Ephraïm.
49. De indeling in paragrafen heb ik zelf aangebracht. De tekst
van het Testimonium (131 bladzijden in de Nederlandse uitgave) loopt
zonder enige indeling achter elkaar door. Er is een latere
Engelse uitgave geweest, waarin de tekst verdeeld was in 'sections'.
Zover mogelijk heb ik deze sections gereconstrueerd aan de hand van het
'Manual' (z.a. bij de Literatuuropgave). Bij citaten uit het Testimonium
zijn de nummers van de sections tussen haken geplaatst achter de
Nederlandse paginering.
Een uitgebreide samenvatting van het Testimonium (30 bladzijden) is te
vinden in de brochure De Oude Paden uitgegeven door de Hersteld
Apostolische Zendingkerk.
50. Woodhouse, o.c. p. 61-64.
51. Rossteuscher, o.c. p. 390.
52. Brieven Rijksarchief, d.d. 14-8-79, Koninklijk Huisarchief,
d.d. 2-3-81, Archief der Ned. Herv. Kerk, d.d. 18-6-79.
53. Edel, Heinmh Thiersch als oekumenischer Gestalt, p.
254; voor brieven van Carlyle aan Friedrich Wilhelm IV p. 305-313,
315-320.
54. Rossteuscher, o.c. p. 391-393.
55. De heer J. Landsman, zoon van de laatstlevende Katholiek
Apostolische priester in ons land, formuleerde het zo: 'Als de Heer
iedere dag kan weerkomen, waarom zou je dan archieven aanleggen?'
Niettemin zijn - althans over de arbeid van de apostelen in hun stammen
- van 1853 tot 1901 de z.g. Minuits, verschenen; Bom, Das Werk
der Herrn unter Aposteln, p. 46.
56. Carlyle, Moral Phenomena of Germany.
57. Nonon, o.c. p. 161.
58. Woodhouse, o.c. p. 85.
59. Rossteuscher, o.c. p. 348; voor het onmiddellijk voorafgaande
p. 347.
60. Woodhouse, o.c. p. 82-88; verder ontleen ik één en ander aan
Davenport, o.c. p. 117-123, die kennelijk over nog andere bronnen
beschikken kon, die hij helaas niet vermeldt.
61. 'Het uitoefenen der apostolische macht boven alle, ja
zelfs tegen alle ambten, was teveel voor het geloof van de heer
Mackenzie' . . . 'wiens naam, zoals men weet, op Allerheiligen niet
wordt voorgelezen', schrijft de Katholiek-Apostolische schrijver 1.
Albrecht, Het Apostolische Werk der laatste dagen, p. 27,28.
62. Woodhouse, o.c. p. 118v.
63. Sinds 1865 was er weer een kleine gemeente in Westminster,
tot zij in 1922 als eerste der Zeven Gemeenten definitief opgeheven
werd; vgl. Davenport o.c. p. 309 en het geschriftje De Kapel der
Apostelen te Albury en de Zeven Gemeenten te Londen.
64. Davenport, o.c. p. 130-132; aan zijn weergave heb ik de
citaten uit het rondschrijven van Drummond ontleend.
65. Davenport, o.c. p. 134.
66. 'Reeds de aankondiging alleen, dat de apostelen de
verzegeling met den H. Geest door hunne handoplegging zouden uitdeelen,
werkte opwekkend in de gemeenten, en met het ontvangen van die hemelsche
gave verdween ook het terneder gedrukt zijn en het kwijnen in de
gemeenten. . . 'Albrecht; o.c. p. 36.
67. Davenport, o.c. p. 153v.
68. id. p. 154v. Köhler, o.c. p. 114v.
69. Rossteuscher, o.c. p. 343.
70. Rossteuscher, o.c. p. 218v., Davenport, o.c. p. 153-159.
71. De drie bedoelde geestelijken waren: Lorenz Egger, Balthasar
Fernsemer en Ph. Jac. Spindier. Litteratuur: Spindier, Aktenmássige
Darstellung der offiziellen Verhandlungen über . .. lrvingismus.
Verder uitgebreide beschrijving met bronvermelding bij Köhler, o.c.
p. 183-189.
72. Edel, o.c.
73. Rossteuscher, o.c. p. 392; Köhler, o.c. p. 176v.
74. Merle d'aubigné, Aktenstücke über die auf den Irvingismus
sich beziehenden Vorfälle in der theologischen Schule zu Genf, Evang.
Kirchenzeitung 1837, no's 54, 55, 56, 61, 62, geciteerd in Köhler, o.c.
p. 172-175.
75. Gegevens ontleend aan Bom, o.c. Een indruk van de
vervolgingen, waaraan de Katholiek-Apostolischen in Rusland na de
Revolutie blootstonden, in 1. Albrecht, Sozialismus und Kommunismus.
76. Korff, Beknopte geschiedenis van de Apostolische Kerk,
p. 29, 30.
77. Rasker, De N.H. Kerk sedert 1795, p. 77v.
78. Jaarboeken voor Wetenschappelijke Theologie IX, Utrecht 1851,
p. 552-554.
79. Ph. Schaff, Duitschland, zijne Hoogescholen, enz. p.
94, 98-105. Op p. 103 vinden we de vragen, die Harting stelde n.a.v. het
Testimonium:
1. Comment s'explique 't-il du point de vue Irvingienne que notre
Seigneur Jésus Christ n'ait point ordonné à ses Apotres d'instituer des
successeurs dans I' Apostolat?
2. Comment s'explique 't iI du même point de vue, que les Apotres
eux-mêmes n'en ayent pas nommés? Quant aux citations faites dans I'Appel
etc. (sc. het Testimonium, MJT) des épitres aux Corinthiens et aux
Ephésiens, iI me semble, que St. Paul y ait plutot constaté un fait de
son temps et particulièrement propre à son temps, qu' indiqué le chemin
á suivre pour toutes les générations futures.
3. Comment trouver accord entre plusieurs déclarations de notre Sauveur,
celle-là par exemple que la seule prière des croyans suffit pour leur
procurer les dons du St. Esprit (St. Luc XI:9-13), et la doctrine selon
laquelle ces mêmes dons ne peuvent parvenir à I'homme que par
I'intermédiaire de canaux spiritueIs? Comment, en général, trouver
accord entre que l'Evangile nous prêche à I'égard de la liberté
Chrétienne (St. Mtth XXIII:8-10), et le dogme de l'autorité Irvingienne?
4. Quels sont les signes, au moyen desquels le St. Esprit a prouvé son
apparition dans ces derniers temps?
5. Quels sont les progrès que la doctrine Irvingienne a faits de nos
jours parmi les nations civilisées et baptisées?
80. Bom, o.c. p. 66.
81. Hunningher, De z.g. Apostolische Kerk, p. 63.
82. Gunning, Leven en Werken van J.H. Gunning J, p. 26, 11
p. 223.
83. Semmelink geeft in zijn dissertatie over Gunning, p. 80-98 de
volgende redenen: behoefte aan harmonie, aan gezag, waardering van de
persoonlijkheid, voorliefde voor de aristocratie, nadruk op Jezus'
mensheid, wederkomstverwachting, aandringen op verootmoediging, gunstige
indruk van de belijders. Van p. 99-102 geeft S. vier redenen, waarom G.
niet overging tot de Apostolischen.
84. Köhler, o.c. p..135.
85. Gunning, Leven en Werken van J.H. Gunning IJ, p. 224,
225.
86. Albrecht, o.c. p. 55. Hij is de enige Katholiek-Apostolische
historiograaf, die het Werk tot in de laatste decennia van de vorige
eeuwen de eerste van deze beschrijft, zij het wel bijzonder summier. De
volgende weergave is dan ook in hoofdzaak aan zijn boekje ontleend.
87. Woodhouse, Eine Belehrung über die Fortdauer des
Apostolats, p. 2.
88. Bom, o.c. p. 52,54; Davenport, o.c. p. 150; Van der Poorten,
Mijn Koninkrijk, p. 8-12.
Ook nu moeten we weer verwijzen naar het rondschrijven van Woodhouse,
Eine Belehrung, p. 1-11. De weergave, zoals we die vinden in een
brief van Schwartz (zie Literatuuropgave), is kennelijk een 'conflate
reading' van beide roepingen, maar geeft niet wezenlijk een ander beeld.
89. Anonieme brochure Tboughts on the present Crisis 1886,
geciteerd door Davenport, o.c. p. 171. 90. Albrecht, o.c. p. 58; hier
vindt men ook het boven aangehaalde profetische woord.
91. Capadose stierf in 1920, Edward Heath in 1929. Davenport,
o.c. p. 171; over Capadose ook: Bom, o.c. p. 104.
92. Davenport, o.c. p. 173.
93. Van zijn.hand is het herhaaldelijk geciteerde boekje 'The
Work of the Apostles at the End of the Dispensation', waarvan ik de
Nederlandse vertaling heb kunnen raadplegen; zie ook noot 86.
94. Mondelinge en schriftelijke mededelingen van de apostolisch
evangelist van deze geloofsgemeenschap, de heer P. van Heijningen te
Utrecht.
Hoofdstuk 4
95. Dit schrijven van Schwartz is in fotokopie in mijn bezit. Het
is ook te vinden (in iets andere bewoordingen) in: Salus, Oude en
Nieuwe Wegen, p. 309-313.
De juiste schrijfwijze van de naam is Schwarz; naar mij werd
verteld, heeft S. terwille van de juiste uitspraak door zijn Nederlandse
gemeenteleden, de t ingelast. Ik volg de schrijfwijze, die hijzelf in al
zijn publicaties gebruikt.
96. Korff, o.c. p. 33, 34 (zie noot 76) schijnt over nog andere
informatie beschikt te hebben. Niettemin komt zijn weergave van deze
gebeurtenissen in hoofdzaak overeen met de versie in Schwartz's brief,
die ik in de vorige noot noemde. Zie ook Bom, o.c. p. 57-59 (zie noot
48).
De naam van de betrokken oudste in Koningsbergen wordt op minstens drie
verschillende wijzen geschreven: Rosochasky, Rosachacky; waarschijnlijk
is de juiste spelling: Rosochacky (Rudolph), zo Bom en Obst.
97. Korff, o.c. p. 35.
98. Albrecht, o.c. p. 53, 54 (zie noot 61).
99. Obst, Apostel und Propheten der Neuzeit, p. 58, 59.
Een nogal tendentieuze weergave in Salus, o.c. p. 330, 331.
100. Schwartz noemde zijn werk 'Apostolische Zending'. Later kwam
de naam Hersteld Apostolische Zendingkerk in zwang, die eerst in 1893
geregistreerd werd. De plaatselijke gemeenten werden Hersteld
Apostolische Zendinggemeenten genoemd.
101. Salus, o.c. p. 339. Voor Schwartz's begintijd in Amsterdam
en zijn contacten met ds. Jan de Liefde, zie Korff, o.c. p. 40-44.
102. Menkhoff werd in 1815 als zoon van een smid te Wallenbrück
in de omgeving van Bielefeld geboren. In de piëtistische Queller
Missionsverein speelde hij een rol; zie: Obst, o.c. p. 62 en Korff, o.c.
p. 38. Evenals België, hoorde ook het deel van Duitsland ten Westen van
de Weser bij het ambtsgebied van Schwartz (volgens profetie no. 3, d.d.
8-9-1863; tekst achter de Brief, waarin de gebeurtenissen. .. enz., noot
95).
103. Korff, o.c. p. 35, Salus, o.c. p. 45.
104. Korff, o.c. p. 45. In 1889, na 26 jaren arbeid, schreef
Schwartz aan Hübner (één der drie evangelisten, die zijn komst naar
Amsterdam enigermate hadden voorbereid): 'Met schaamte moeten wij
neerzien op het weinige wat wij in zooveel jaren bereikt hebben. Waar
wij onzen arbeid aanvangen, staat het volk vijandig tegenover ons. Zij
die geld hebben, loopen bij ons weg en wij moeten arm blijven. Slechts
de werkelijk nooddruftigen komen tot ons, namelijk dezulken, die iets
ontvangen willen en hulp nodig hebben. Ware het ten tijde van onzen Heer
Jezus en Zijne navolgers niet precies zoo gegaan, dan zouden wij den
moed verliezen'. Ook: Elias en Schurink, Van licht tot licht, p.
39v.
105. Anthing had al veel voor het zendingswerk op Java betekend,
o.a. in de arbeid van het 'Genootschap van In- en Uitwendige Zending' te
Batavia. Vooral spande' hij zich in om inheemsen op te leiden voor de
zending onder hun volksgenoten. Daaraan offerde hij zijn vermogen. nog
lang sprak men op Java van 'Anthingse Christenen'. Zie: A.J. Bliek, mr.
L.F. Anthing (uit de serie: Lichtstralen op de akker der wereld; in dit
boekje worden zijn voorletters beurtelings als L.F. en F.L. gegeven) en
Elias en Schurink, o.c. p.43-48.
106. In juni 1879 had Schwartz al aan de (toenmalige) oudste
Krebs geschreven: 'Ik heb den Apostel Menkhoff geschreven, hij zoude op
U het Opzienersambt leggen. Weest u niet angstig. Het is geen noodzaak
dat door Profeten gesproken wordt, maar de Heilige Geest spreekt door
alle profeterenden'. De Vries en Brakke. Geen 'scheuring' doch 'afval',
p. 32; Salus, o.c. p. 409.
107. Van der Poorten, Mijn koninkrijk is niet van deze wereld,
p.35-38.
108. Schwartz, Concept, p. 10 en 14 in de mij ter beschikking
staande getypte tekst (bij mijn weten is deze brief nooit in druk
verschenen).
109. Elias en Schurink, o.c. p. 63-66.
110. id. p. 64. Zie voor deze problematiek ook Salus, o.c. p.
415-435. Over de toedracht van zaken in 1897: De Vries en Brakke, Geen
'scheuring' doch 'afval', p. 50, 51. Voor een evenwichtige beoordeling
is het ook nodig te lezen het onder Niehaus uitgegeven Hulpboekje voor
priesters en dienaren der HAZEA, m.n. p. 43: De heilige Schrift is de
basis der Apostelleer, van de gewerkte Godsdaden van vroeger, waarin wij
zullen zoeken en waaruit wij zullen leeren, wat zij van Christus en
zijne daden, van het verleden, het heden en de toekomst getuigt.
111. Korff, o.c. p. 46. In zekere zin nauwelijks een
radicalisering van een mening, die ook al in de Katholiek Apostolische
Kerk was uitgesproken. Zo schrijft Andrews, History and Claims,
p. 19: de apostelen. . . 'are the representatives of Christ in the
highest functions of rule, by whom He gives troe and effectual guidance
to His people, and brings forth His commendments in living forms, suited
to the circumstances of the time'.
112. Boer, De zegen van de twijfel, p. 81 t.o. Korff, o.c.
p. 46.
113. Elias en Schurink, o.c. p. 61.
114. De Vries en Brakke, Geen 'scheuring' doch 'afval', p. 36.
Dit geschrift is een reactie op 'De ware oorzaak der scheuring' door M.
van BemmeI e.a., waarin het conflict van de andere zijde wordt belicht.
115. Mogelijk was aan de houding van Van Bemmel hun duidelijk
geworden, dat hij zich niet gewillig zou laten inkapselen. Als 'Leeuw
van Juda' had hij bij zijn roeping van de Duitse apostelen verlangd voor
hem op te staan. De Vries en Brakke, o.c. p. 42.
116. Elias en Schurink, o.c. p. 77.
117. Korff, o.c. p. 49. Het jaartal van de afscheiding van
Verkruisen sr. is mij niet bekend. Zie ook: Van der Poorten, o.c. p.
49v.
118. Van der Poorten, o.c. p. 51.
119. Over deze affaire schreef apostel J.W. Korff in zijn z.g.
Zwitserse Brief (aan twee apostolische ambtsdragers in Zofingen, Zw.).
De daarin geschetste gang van zaken werd niet duidelijk tegengesproken
door een ambtsdrager van de Hersteld Apostolische Zendinggemeente, met
wie ik o.a. over de zaak E... een gesprek had.
120. Deze boodschap begon met de woorden: 'Daar wij, als Hersteld
Apostolische Zendingkerk een taak hebben als Apostolische Zending in de
Algemene Kerk en in de wereld. . . '. Opvallend is, dat in deze kring
'Algemene Kerk' weer de oude betekenis heeft van Una Sancta.
121. Achter Ossebaar bleven de gemeenten te Amsterdam en
Enkhuizen en kleine groepjes uit Alkmaar, Zwolle, Amersfoort, Rotterdam
en Vlissingen. Achter Schaap schaarden zich: Haarlem, Utrecht,
Wageningen en een deel van Vlissingen. Voorlopig onbeslist bleven Arnhem
en Den Haag.
Mijn weergave berust op mondelinge mededelingen van Ossebaar en Schaap
en op het relaas van Van der Poorten, o.c. p. 57-78.
122. Apostel Jasper Schaap stierf 28 mei 1980; in zijn plaats
werd geroepen Hermanus Frederik Rijnders.
123. Van der Poorten, o.c. p. 118.
124. Salus, o.c. p. 367.
125. Boer, o.c. p. 67.
126. Salus, o.c. p. 368.
127. De Vries en Brakke, o.c. n p. 64, cursivering van mij, MJT.
128. Boer, o.c. p. 68.
129. Reisberichten der Apostelen, in De Zevende Bazuin,
no. 33, april 1899.
130. Statistiek der Europeesche Gemeenten, in Het
Apostolisch Weekblad van 9-1-1910.
131. Boer, o.c. p. 92v.
132. Kopieën van de door H.J. Smit aan de stamapostel geschreven
brieven werden mij ter beschikking gesteld door de heer J. Smit (zoon
van H.J.S.).
133. Versteeg, Geschiedkundige gebeurtenissen, p. 5;
Hutten: Seher, Grübler, Enthousiasten, p. 675; ook mijn hfdst.
4.5.
134. Boer, o.c. p. 99.
135. id. p. 99.
136. Versteeg, Leerzame lessen uit de kerkgeschiedenis I,
p. 56.
137. Dit werd mij verteld in een gesprek met de dochter en zoon
van apostel Jochems op 18-1-79 en later door anderen uit de kring van
de toenmalige HAZEA bevestigd. Intussen weigerde Van Oosbree in zijn
weekbrieven de verjaardag van zijn mede-apostel (zie pag. 65) zelfs maar
te vermelden; zie de brochure Ter Overdenking van C.A. Evers (15
juni 1945). Het verslag van een ambtsdragersbijeenkomst (2e Paasdag
1943) begint: Bij het betreden der zaal door onzen Apostel, Apostel
Jochems en de Oudsten. ..
138. Eggenberger, Die Neuapostolische Gemeinde, p. 42.
139. Boer, o.c. p. l04v.
140. id. p. 102.
141. Versteeg, Leerzaam lessen, I, p. 57, 59. Het
stenografisch verslag van deze vergadering (Hersteld Apostolisch
Weekblad 45 no. 3, 29 januari 1939) is erg vaag: 'Ik heb aan de
stamapostel gevraagd... of ik een hulp krijg, die tevens aangewezen is,
wanneer iets gebeurt. Hoewel ik naar lichaam en geest nog vitaliteit
bezit, ben ik toch, gelijk elk ander, een mensch van een dag'. Bij de
ordinatie van apostel Jochems zou over een ev. opvolging geen woord zijn
gezegd. Vgl. Boer, o.c. p.l04.
142. Hutten, o.c. p. 640, waar ook verdere bijzonderheden.
143. Versteeg, Leerzame lessen, I, p. 58. Onafhankelijk
hiervan vertelden 18-1-79 de dochter en won van Jochems mij
hetzelfde verhaal. Ook: Evers, Ter Overdenking.
144. Tekst in het Arrest van het Gerechtshof (3e kamer) te
Amsterdam d.d. 26-6-47.
145. Het hier volgende relaas is opgebouwd uit gegevens van
Versteeg, o.c. I, p. 60-78 (contra Slok) en Boer, o.c. p. 101-153 (pro
Slok).
146. Boer, o.c. p. 139.
147. id. p. 105; ik neem aan, dat 'jongen' hier een germanisme is
voor 'Jünger'.
148. Volgens Versteeg (mondeling) als bevel: als de stamapostel
iemand inzet, moet hij aanvaard worden; geen condities!
149. Boer, o.c. p. 106.
150. id. p. 201, noot 118; Versteeg, o.c. I, p. 80.
151. id. p. 178, 154.
152. id. p. 158, 164v. Overigens was deze identificatie niet
nieuw, zie pag. 61.
153. Salus, o.c. p. 408.
154. Elias en Schurink, o.c. p. 85.
155. In het Lehrbuch für den Religionsunterricht, zowel in
de uitgave van 1924 als die van 1930 wordt de plaats van de stamapostel
als volgt omschreven: 'Apostel unter den Aposteln. .. um hauptsächlich
als ausführendes Mitglied der Apostelgesamtheit die grundlegenden
Aussonderungen der zu Mitaposteln berufenen Amtsträger vorzunehmen'.
Vraag en Antwoord 250.
156. Wächterstimme, augustus 1955.
157. Meermalen is in de geschiedenis van het Apostolische Werk de
gedachte uitgesproken, dat de Wederkomst tijdens het leven de
apostel(en) zou plaatsvinden: Cardale n.a.v. de dood van Carlyle;
Woodhouse (vgI. pag. 45 en 46); Schwartz, Boek voor onze tijd, p.
361.
158. Kuhlen, Nachdenkliches über die Botschaft des
Stammapostels J.G. Bischoff, p. 3.
159. id. p. 5. Het volgende citaat (van Rockefelder) op p. 6.
Verdere gegevens zijn uit deze brochure. 160. Kuhlen, o.c. p. 13.
161. Christus zoekt de jeugd; bijvoegsel van 'Het Orgaan'
van 1 februari 1955.
162. Voor verdere gegevens verwijs ik naar Hutten, o.c. p.
67cf-681.
163. Kuhlen, Ereignisse in der Neuapostolischen Kirche u.s.w.
p. 5, 6.
164. Soms is ook sprake van de 'Apostolische Gemeinschaft:
b.v. Hutten, o.c. p. 685. De beide benamingen worden promicue gebruikt.
Ik houd mij aan die door Kuhlen gebruikt in 'Ereignisse usw.
165. Hutten, o.c. p. 685, 686.
166. Wat Nederland betreft, heb ik de meeste gegevens ontleend
aan Versteeg, Leerzame lessen, p. 45v. Kennelijk door G. Kamphuis
geschreven is de uitvoerige circulaire Strubbelingen in het Werk Gods
in Nederland, die ik aantrof in de verzameling brochures, verslagen
enz. betreffende deze periode (van beide zijden), die mij ter inzage
werd gegeven door een student, die ongenoemd wil blijven.
167. R.J. Bijl, W.C. van Asperen en H. Groen, voorgangers resp.
te Ede, Utrecht en Den Haag.
168. Brief van Tj. Bischoff d.d. 12 mei 1955. Ook aan de
uitvoerige documentatie, die deze Versteeg aanlegde en waarvan ik
gebruik mocht maken, dank ik veel gegevens.
169. De Bazuin Sions, december 1979. De vroegere naam 'was bij
buitenstaanders voortdurend aanleiding tot verwarring, door
klankverwantschap met een andere Apostolische Gemeente' (bedoeld is het
Apostolisch Genootschap). Verder is belangrijk: Deze naam. . . geeft
o.i. nauwkeurig onze plaats in de algemene christenheid aan: ... wij
zijn. .. in de eerste plaats christenen. .. door apostelen geleide
christenen.
170. Brief van W. Schmidt en 27 andere apostelen Aan de Geliefde
Broeders en Zusters in het binnen en buitenland, Frankfurt a/Main 7
juli 1960. Verder: Verslag van de Broedervergadering, geleid door onze
Districts-Apostel Tj. Bischoff te Amersfoort op 16 juli 1960, en
Woordelijk Verslag van de dienst, gehouden door de nieuwe Stamapostel
Walter Schmidt, op 10 juli 1960 te Frankfurt (Main), in een
rondschrijfbrief van Tj. Bischoff d.d. 14 augustus 1960.
171. Ook in het boek van Karl Weinmann, 100 Jahre
Neuapostolische Kirche, verschenen drie jaar na de dood van J.G.
Bischoff, staat geen woord over deze affaire. Weliswaar is dit boek een
gedenkboek van (in hoofdzaak) het district Hamburg, maar men moet bij
dit zwijgen wel denken aan de uitspraak van Hutten: 'De sekte kan
alleen leven als ze haar eigen geschiedenis vergeet' (Geloof en
Sekte, p. 121). Weinmann was n.b. één der ondertekenaars van het
rondschrijven (zie vorige noot), waarin op 7-7-60 het overlijden van
J.G.B. bekend werd gemaakt.
172. Volkstelling 31 December 1930, deel III, 's-Gravenhage 1933.
Twaalfde Volkstelling, annex woningtelling 31 mei 1947, serie B deel 5,
's-Gravenhage 1950. Dertiende algemen volkstelling 31 mei 1960, deel 7A,
's-Gravenhage 1968.
idem, deel 7B, Zeist 1963.
Veertiende algemene volkstelling, annex woningtelling 28 februari 1971,
deel 3, 's-Gravenhage 1981.
173. Doelstellingen en leer van De Apostolische Kerk worden
uiteengezet in de brochures: De veelkleurige wijsheid Gods, en
Hij heeft Apostelen en Profeten gegeven.
II. SYSTEMATISCH GEDEELTE
Hoofdstuk 5
174. Het woord 'fase' is hier niet alleen temporeel op te vatten.
In hoofdzaak bedoel ik er inderdaad mee de periode van de 'Engelse
apostelen', van wie de laatste in 1901 overleed. Hun gedachten vindt men
echter tot vandaag toe terug in leer en leven van de Katholiek
Apostolische Gemeenten.
175. Sitwell, Het Godsplan, p. 4 en 12. 176.
176. id. p. 12, ook 4 en 10.
177. Schwartz, Honderd Geloofsstellingen, st. 10. Uit de
woorden van dit citaat moeten we niet opmaken, dat Schwartz een
openbaringstriniteit leerde in tegenstelling tot een immanente. Men
krijgt niet de indruk, dat Schwartz zich deze tegenstelling bewust was.
Verderop in deze stelling zegt hij, dat God drievoudig in wezen en toch
één in zijn bestaan is
178. Bij de Hersteld Apostolische Zendinggemeente heeft
men het geheimenis van de Drievuldigheid trachten te omschrijven als:
drie Goden, één goddelijk wezen; Verkruisen, De leer der Schriften,
p.31.
178. Lehrbuch für den Religionsunterricht, Frage 13.
179. Elias en Schurink, Van licht tot licht, p. 103-118.
Een tendens van antropologisering van het godsbeeld, reeds in de tijd
van Van Oosbree vinden we verderop: p. 180.
180. Boer, De zegen van de twijfel, p. 25.
181. id. p. 165.
182. id. p. 158, geciteerd van G.M. Eibers in Ons Weekblad,
no. 58 (1951) p. 137.
183. Slok in Ons Weekblad, no. 57 (1951) p. 311. Beide
citaten zijn uit: Boer, o.c. p. 158. In een eerder nummer van dit
weekblad (10 april 1949, p. 117) had Slok geschreven: '. . . wat zijn
diepere levenskern betreft, is de mens niet Jan, Piet of Klaas, maar
God...'
184. Gesprek d.d. 25-2-1982 met opziener J.L. Slok (zoon van de
apostel) en dr. H. Boer (schrijver van het gedenkboek De zegen van de
twijfel.
185. Böhm, Schaduw en licht, p. 232 (167).
186. Hughes, Leer en gemeenschap van apostelen, p. 28-70.
187. Op de zondeloosheid van Christus zal ik een volgende
paragraaf terugkomen. Op dit punt is het 'Irvingisme' herhaaldelijk
aangevallen.
188. Testimonium, p. 31 (s. 33).
189. Köhler, Het lrvingisme, p. 298.
190. Zie b.v. Testimonium p. 54 (s. 52), p. 68 (s. 64);
Sitwells bladzijden over de rechtvaardiging door het geloof, o.c. p.
255v. De Katholiek-Apostolische Catechismus, vragen 7 en 8;
Schwartz, o.c. st. 43 en 57. Salus, Oude en nieuwe wegen, p. 141,
142. Inleiding van het Huishoudelijk Reglement en Geloofsbelijdenis van
de Nieuw-Apostolische Kerk: Overeenkomstig de wil van Zijn hemelse Vader
nam Jezus de zonden der wereld op Zich en gaf Zichzelf tot een eeuwig
geldend offer, waardoor voldaan werd aan de goddelijke gerechtigheid.
In het ruimere verband van de christologie heeft Köhler wel degelijk
terecht het begin van een ontsporing vermoed: door de overgrote nadruk
op het (apostel)ambt zijn zéker in de NieuwApostolische traditie het
kruis en de gestalte van de gekruisigde terecht gekomen 'in een bijzin
van hun dogmatiek', zoals Hutten het raak typeert (Geloof en Sekte, p.
61, ook p. 70): in deze speciale leer (zoals iedere sekte erop na houdt)
komt het kruis wel voor, maar zij, de sekte, staat zelf niet meer
onder het gericht van dat kruis.
191. Köhler, o.c. p. 31.
192. Geciteerd uit: Oliphant, The lift of Edward lrving,
p. 278.
193. Oliphant, o.c. p. 391.
194. Testimonium, p. 18, 19 (s. 20,21). Wat tussen haakjes
staat, heb ik toegevoegd.
195. Sitwell, o.c. p. 178.
196. Irving, The Orthodox and Catholic Doctrine, p. X.
197. Het valt buiten het bestek van deze studie deze problematiek
verder te behandelen. Ik zou willen verwijzen naar het art. 'ὁμοίωμα'
van J. Schneider in TWNT V, p. 195v. en Berkhof, Christelijk
Geloof, p. 312v.
198. Wat dunkt u van de Christus, p. 14,15. Uitgebreid: N.J.
Verkruisen, De Leer der Schriften, p. 1949. Hier wordt niet
ontkend, dat Christus vóór de menswording God was, wél dat Hij toen Gods
Zoon was. Hij zou vóór de menswording de hemelvorst Michaël geweest
zijn.
199. Lehrbuch für den Religionsunterricht, hfdst. 1 en 2.
200. Van Oosbree, Fundamenteele grondslagen des gelooft,
art. 14.
201. Salus, Oude en nieuwe wegen, p. 441,442.
202. Hulpboekje voor Priesters en Dienaren der HAZEA, p. 27.
Onder 'eerstelingen' wordt in dit verband verstaan: de bruidsgemeente.
203. Elias en Schurink, o.c. (zie noot 198) p. 109-120.
204. Boer, o.c. p. 160. Tenzij anders aangegeven, is mijn
uiteenzetting een korte weergave van de betreffende hoofdstukken uit dit
boek: Christus weer onder ons (p. 157-160), Christus en zijn functie (p.
160-163), Christus, de levende norm (p. 164-166).
205. Ons Weekblad, resp. 14-1-1962, p. 15, en 16-4-1972,
p. 125.
206. Boer, o.c. p. 181.
207. Sinds 1938 wordt deze naam algemeen: nog steeds is de
aanduiding 'Kirche' of 'Gemeinde' in verschillende bondslanden van de.
B.R.D. verschillend; brief i.o.v. apostel Pos, d.d. 13-11-1980. 208.
Testimonium, pp. 15, 18, 33, 83, 104, 1, 50, 115.
209. Hughes, o.c. p. 71-91.
210. Testimonium, p. 90 (s. 80). Kennelijk was het de
Engelse apostelen niet bekend, dat het FiIioque een late en aangevochten
invoeging in het Nicaenum is.
211. Andrews, History and Claims, noot op p. 25. 212.
Schwartz, Honderd Gelooftstellingen, st. 57-59. 213. id. st. 62,
70.
Hoofdstuk 6
214. Van groot belang is in dit verband: S.J. Andrews, Man and
Incarnation. Gezien de grote verspreiding van Sitwells boek onder de
Apostolischen in Nederland, heb ik aan dit laatste boek de voorkeur
gegeven als basis voor mijn weergave.
215. Sitwell, o.c. (zie noot 175) p. 149.
216. id. p. 102.
217. id. p. 105.
218. Testimonium, p. 105-108 (s. 96-99).
219. Sitwell, o.c. p. 100.
220. id. p. 351.
221. Het Testimonium is gedateerd 1836; in 1837 werd het
aangeboden aan de paus, de keizer van Oostenrijk en de koning van
Frankrijk (maar zie pag. 37). De bredere verspreiding onder vorsten en
prelaten vond plaats vanaf 1838.
222. Testimonium, fragmenten van p. 81-83 (s. 73) en 130.
223. id. p. 103 (s. 93).
224. Rossteuscher, Die Aufbau der Kirche Christi, p.378.
225. Sitwell, o.c. p. 213v. de andere vormen op p. 212v.
226. Testimonium, p. 9.
227. Böhm, o.c. (zie noot 185), p. 234 (169). Carlyle ziet als
één van de wortels van het kwaad, dat democratie heet, de onwilligheid
der bisschoppen om met de Reformatie mee te gaan. Daardoor werden de
lagere geestelijken in een positie van ongehoorzaamheid gedwongen, die
men later ging zien als door God gewild; Die Kirche in unserer Zeit,
p. 17-23 (in de derde druk van 1934 p.21-26).
228. De Vries en Brakke, Geen scheuring doch afval, p. 39.
229. Van Oosbree, o.c. (zie noot 200), Inleiding.
230. Hutten, Geloof en Sekte, p. 89.
231. Correspondentie met apostel Rijnders (HAZK), n.a.v. de aktie
'Redt een kind', aangekondigd in enkele nummers van De stem van de
laatste Bazuin in 1981.
232. 'Het was een apostel, aan wie de Heer in de eerste eeuw van
het Christendom zijn Openbaring gaf. Duizenden Godgeleerden hebben in
den loop der eeuwen naar haar verklaring gevorst. Maar niet minder dan
een door den Heer geroepen Apostel kon en moest het zijn, aan wien en
door wien Hij in den laatste tijd haar betekenis verklaarde'; Boek
voor onzen Tijd, p. 774.
233. Zoals bekend verleende Constantijn de christenen
geloofsvrijheid. Staatskerk werd het christendom, en dan alleen in zijn
Katholieke vorm, eerst onder Theodosius in 380. Voor het schema maakt
dit nauwelijks verschil.
234. Sitwell, o.c. p. 344, in negen perioden.
235. id. p. 285v. Ook: Böhm, o.c. p. 321-362 (234-262).
236. id. p. 347v., id. p. 346v. (251v.)
237. Voor een uitgebreide verhandeling zie: Cardale, Readings
upon the Liturgy 11, p. 99v. en de fraaie bladzijden van Böhm, o.c.
p. 206v. (148v.).
238. Sitwell, o.c. p. 299v.
239. Böhm, o.c. p. 234 (169).
240. Ik heb de indruk, dat men de tekst Philippenzen 3:11 (waar
trouwens deze hele manier van voorstellen niet aan de orde is) wel wat
veel te dragen geeft vanwege het tweemaal voorkomen van ἐξ. Men
vergelijke het veelvuldig voorkomen van de zinswending ἀναστασις
(τῶν) νεκρῶν in de concordantie. Sitwells uiteenzettingen vindt men
o.c. 338v.
241. Böhm, o.c. p. 219v. (158v.) Deze schrijver wijdt een heel
hoofdstuk aan het onderwerp van deze paragraaf: p. 206-252 (148-182).
242. Sitwell, o.c. p. 356v.
243. id. p. 356v.
244. id. p. 13; ook: Böhm, o.c. p. 244-248 (176-178).
245. id. p. 367-373.
246. id. p. 317.
247. Böhm, o.c. p. 246 (177) en Cardale, The Great Judgment,
2 Sermons, 1865, geciteerd door Davenport, Albury
Apostles, p. 211.
248. Elias en Schurink, o.c. (zie noot 179) p. 232, 221 (ook p.
134v.).
249. Ons Weekblad, 14 januari 1962.
250. Boer, o.c. (zie noot 180) p. 26 en 164.
Hoofdstuk 7
251. Andrews, History and Claims, p. 3: Jesus does from
the heavens by His Church, through the Holy Ghost, what He did
personally when He was in mortal flesh.
252. Hughes, o.c. (zie noot 186), p. 178.
253. id. p. 159.
254. Capadose, Inleiding tot de Nederlandse vertaling van 'Het
Godsplan' p. XI. Ook hier beperk ik mij ertoe weer te geven, wat ik
in de literatuur vond. Over de verhouding van zichtbare en onzichtbare
Kerk heeft Berkhof een instructieve pagina (417) in zijn Christelijk
geloof Van notae ecclesiae, die ons de ware Kerk zouden leren
onderscheiden, hebben de Katholiek-Apostolischen evenmin iets willen
weten, blijkens de aanhef van het Testimonium en het op (mijn)
pag. 110 gegeven citaat (Testimonium, p. 25, s. 27).
255. Testimonium, p. 25 (s. 27).
256. Sitwell, o.c. (zie noot 175), p. 43.
257. id. p. 45.
258. id. p. 191v. Testimonium, p. 88 (s. 78).
259. id. p. 193; id. p. 90 (s. 80).
260. Testimonium, p. 91-94 (s. 81, 82), geciteerd van p.
91, 92.
261. Behalve de geciteerde bladzijden van het Testimonium,
zie: Sitwell, o.c. p. 207, 388v. Böhm, o.c. (zie noot 185), p. 187v.
(136v.).
262. Sitwell, o.c. p. 44v, 193v.
263. Testimonium, p. 127, 128 (s. 119, 120). Vooraf gaat
op p. 126 (s. 118): 'Niet omdat wij verre gebleven waren van de
zonden, die God bedroefden en zijne gerichten haastelijk doen komen...,
.. .want ook van dit alles heeft Hij ons afgezonderd om ons tot allen te
zenden'.
264. Sitwell, o.c. p. 207, 388v.; uitgewerkt n.a.v. de leer der
rechtvaardigingmaking: p. 255v.
265. In 1833 noemde Drummond het papisme de afvalligheid van het
vlees en het protestantisme de afvalligheid van het intellect. Met zijn
wijding tot engel van de (Apostolische) gemeente te Albury luidde
volgens hem de doodsklok over de Kerk van Engeland (A Narrative of
Events, p. 30 van de Nederlandse vertaling). Irving omschreef de
taak van de dragers van het evangelisten-ambt als: 'het volk uit te
nodigen Babylon te verlaten' (brief van Irving aan David Dow, april
1833). Het gaat hier wel degelijk om de 'verworpen' Kerk. Toen de
aanspraken van de Apostolischen geen gehoor vonden in de Europese
kerkgenootschappen, zag men toch in de plaatselijke Katholiek
Apostolische Gemeenten modellen, hoe een gemeente er zou moeten uitzien
en in de Zeven Gemeenten te Londen een model van heel de Kerk.
266. Sitwell, o.c. p. 112-128, met een uitgebreide exegese van
Openbaring 17.
267. 'Als God tot zijne gezalfden nadert om hun het eenige middel
tot herstel en redding aan te bieden . . . en zij dit alles verwerpen,
wat zou dan nog kunnen verhinderen, dat hunne vreeze kome gelijk eene
verwoesting en hun verderf als een wervelwind?' Testimonium p.
127 (s.119, 120); ook: Sitwell o.c. p. 302.
268. Boerwinkel, Kerk en Secte, p. 19v. In verband met
deze studie is het interessant Boerwinkels definitie te vergelijken met
één van Irving: 'By sectarian I mean one who hath taken up with a part
of the Divine word, and resolveth within himself, that it is the whole
of it, and that whatever passes beyond or diverges from this his weil
shapen pattern, must be error, and not for a moment to believed.
(Miscellanies of his Collected Writings, p. 364, geciteerd door
Shaw, The Catholic Apostolic Church, noot op p. 231).
269. Testimonium, p. 120.
270. id. p. 129.
271 Sitwell, o.c. p. 199; Rossteuscher, o.c. (zie noot 224), p.
214.
272. Testimonium, p. 111 (s. 101).
273. Woodhouse, Eine Belehrung, p. 21v. Böhm spreekt zelfs
over de bruidsgemeente, die wordt opgenomen als: de gemeente in de
'naauwere beteekenis' van dit woord, o.c. p. 215 (155), 243 (175). Bij
hem is echter de vraag, wie daarbij horen 'slechts een andere
vorm van de vraag naar onze heiligmaking', p. 248 (179).
274. Andrews, o.c. p. 31. De vraag moet trouwens gesteld
worden of deze indeling van gelovigen in meerdere 'klassen' niet
reeds een sektarische trek is; vgl. Hutten, Geloof en Sekte,
p. 40v.
275. Let op de gebruikte hoofdletter tussen heilige en kerk. Het
kenmerk 'apostolisch' is alleen te vinden in een Koptische weergave van
het Apostolicum en dan naast 'katholiek', Denzinger, no. 11,
Denzinger/Schönmetzer no. 3 (Enchiridion Symbolorum).
276. Salus, o.c. (zie noot 201), resp. p. 491, 454, 457, 472,
352, 357.
277. Hulpboekje voor Priesters en Dienaren, p. 15.
278. Elias en Schurink, o.c. (zie noot 179), p. 165, 203, 22Ov.
279. Hutten, Geloof en Sekte, hoofdstukken 3 en 4.
280. Boer, o.c. (zie noot 180), p. 154, 16.
281. Ons Weekblad, 10 april 1949, p. 122.
282. Boer, o.c. p. 20.
283. Huishoudelijk Reglement en Geloofsbelijdenis, resp.
p. 8 en 4.
284. Leerboek voor ApostOlische Christenen, antwoorden 179 en
182.
285. De Bazuin Sions, 2e jaargang, no. 11, dec.
1979, p. 102.
Hoofdstuk 8
286. Sitwell, o.c. (zie noot 175), p. 237v. H. Dalton in een
toespraak tot een profetenvergadering te Albury, 1865, p. 4, 5.
287. Testimonium, p. 29 (s. 32).
288. Sitwell, o.c. p. 226v.; Cardale, The Opening of the
Mistery of the Tabernade (brief van 1832), geciteerd in Davenport,
Albury Apostles, p. 103v.
289. Testimonium, p. 30, 37.
290. Sitwell, o.c. p. 233.
291. id. p. 205.
292. Andrews, o.c. (zie noot 211), p. 8.
293. Testimonium, p. 49v. (s. 49), p. 36 (s. 37).
294. Rossteuscher, o.c. (zie noot 224), p. 253.
295. Andrews, o.c. p. 19. het is van belang zich hierbij te
realiseren, hoe het déze gedachte is, die in de Nieuw-Apostolische tak
van het Werk is gaan woekeren.
296. Testimonium, p. 32 (s. 34).
297. id. p. 43 (s. 42).
298. Reeds in 1855, na de dood van MacKenzie en Carlyle, hadden
de apostelen na rijp beraad besloten, dat zij 'het initiatief van een
poging tot aanvulling van de plaats van een geroepen en uitgezonden
apostel, die door de dood is weggenomen, niet konden goedkeuren en er
zelf evenmin naar grepen' (Circulaire van 21 juli 1855). Zie ook:
Woodhouse, Eine Belehrung, en Albrecht, Het Apostolische Werk
der laatste dagen, p. 55. In 1867 begint de gedachte van het
apostelschap als eenmalig fenomeen van de eindtijd ook in de leer
door te dringen. Carl Rothe schrijft dan: 'Apostel sind nicht dazu da,
um wie ein stehendes Amt in der Kirche sich fortzuerben, von Geschlecht
zu Geschlecht einander abzulösen; sie sind Wegbereiter vor dem Herrn
her, die Herolde seiner Zukunft, die Zeichen für die Christenheit, dasz
der Herr nahe ist' (Die gute Sache, p. 59), geciteerd door
Köhler, Het Irvingisme, noot op p. 264. Wel een totaal andere
zienswijze, dan die uit het Testimonium is af te lezen!
299. Testimonium p. 55v. (s. 53); Böhm, o.c. (zie noot
185) p. 352-360 (255-260).
300. Testimonium, p. 36v. (s. 38).
301. Sitwell, o.c. p. 185v.
302. Böhm, o.c. p. 158-162 (116-118).
303. Sitwell, o.c. p. 222 met een voorbeeld over tegenstrijdige
profetieën en hoe die in harmonie kunnen worden gebracht; Rossteuscher,
o.c. p. 183 en 327v. over Taplin.
304. Testimonium, p. 38 (s. 39).
305. Andrews, o.c. p. 20.
306. id.
307. Testimonium, p. 39 (s. 40).
308. Albrecht, Het Apostolische Werk der laatste dagen, p.
47v. Zie ook het schematische overzicht bij Davenport, o.c. p. 232-233.
309. Andrews, o.c. p. 20; uitvoeriger bij Albrecht, o.c. p.
47-51.
310. Catechismus, vraag 41.
311. Testimonium, p. 42 (. 42), p. 127 (s. 119).
312. In de gouden kandelaar, die in de Tabernakel stond, zag
Cardale de voorafschaduwing van deze gemeente-organisatie: 'The Opening
of the Mistery of te Golden Candlestick', brief uit 1832, geciteerd door
Davenport, o.c. p. 103v. Doordat men veelsoortig tekstenmateriaal en
vele directe 'openbaringen' in één systeem trachtte te persen, is de
ambtenstructuur bijzonder ondoorzichtig geworden; zo spreekt Sitwell
(o.c. 229) over de herders en leraars en nóemt dan de engel met
de raad van geordende ouderlingen, die opzicht voeren over
priesters (dus óók presbyters) van allerlei rang (maar 'priester' of
'ouderling' is één der rangen I)
313. Albrecht, o.c. p. 51; Andrews, o.c. p. 21.
314. id. p. 51; id. p. 21; Sitwell, o.c. p. 202.
315. Andrews, o.c. p. 21; Liturgie, p. 358v., 36Ov.
316. Cardale, Notes on a Ministry of the Office of Coadjutor;
Albrecht, o.c. p. 46.
317. Om verwarring met de latere HAZK en HAZG te vermijden,
gebruik ik deze door Schwartz zelf gebezigde benaming om de periode van
vóór de scheuring van 1897 aan te duiden.
318. Verklaring 'De onderlinge verhouding tusschen de ambten der
Algemeene Kerk' van 22-2-1881, getekend door drie van de vier
ambtsdragers (de evangelist ontbreekt). Volgens Van der Poorten, Mijn
Koninkrijk is niet van deze wereld, p. 37 zou Schwartz tot
ondertekening van deze verklaring gedwongen zijn. Voor de reconstructie
van deze periode heb ik veel te danken aan het geschrift van Van der
Poorten, die over primaire bronnen blijkt te beschikken, die hij helaas
zelden vermeldt.
Zover ik uit het beschikbare materiaal heb kunnen concluderen, is het
niet juist te stellen, dat Schwartz de ambten van de Algemene Kerk
'afschafte', zoals Van BemmeI e.a. dat noemen in De ware oorzaak der
scheuring, p.43.
319. Uit mondelinge mededelingen van diaken A. Schouten te
Utrecht op 11-10-1979.
320. Hiertegen neemt men van de andere zijde stelling in De Vries
en Brakke, o.c. I p. 43 (zie noot 228). Doelend op het
Nieuwtestamentische apostelambt, schrijft Salus o.c. (zie noot 201) p.
36: 'Naar hunne verordeningen moest ieder lid en iedere dienaar van
Christus zich voegen. Hunne geboden waren geboden van Christus'.
321. Hulpboekje voor Priesters en Dienaren, p. 51v., waaraan ik
ook de andere gegevens voor deze periode ontleen.
322. De Vries en Brakke, o.c. lp. 32. Voor het verdere verloop,
zie Salus, o.c. p. 408v.
323. Ist das Stammapostelamt eine göttliche Einrichtung?
p. 27.
324. Salus, o.c. p. 423-436, en Algemene Huisregelen en
Geloofsbelijdenis voor dienaren en leden van de HAGEA.
325. Gesprek met opziener J.L. Slok en dr. H. Boer, d.d. 25-2-82.
326. Weekbrief van 27 maart 1949 en Ons Weekblad van 10
april 1949, p. 128.
327. Boer, o.c. (zie noot 180), p. 91, 181.
Hoofdstuk 9
328. De uitdrukking 'symbool' doet in deze samenhang vreemd aan.
Ze is te vinden bij SitWell (o.c. p. 35v.) en Hughes (o.c. p. 275). Zij
wijst op een zorgvuldig zoeken van een tussenweg tussen de bij de
protestanten ongedifferentieerd veronderstelde vervluchtiging tot
alleen-maar-teken, en de massieve vereenzelviging van teken en betekende
werkelijkheid bij de katholieken.
329. Hughes, o.c. (zie noot 186), p. 280v.
330. Testimonium, p. 25v. (s. 27).
331. Weer prachtige bladzijden bij Hughes, o.c. p.284v.
332. Testimonium, p. 22 (s. 24).
333. Hughes, o.c. p. 276.
334. Berkhof, Christelijk geloof, paragraaf 39.
335. Niet door apostelen geordende ambtsdragers (b.v. door
bisschoppen gewijde R.K. priesters maar ook protestantse predikanten)
bedienen wel echte sacramenten, maar op deficiënte wijze; zie b.v.
Testimonium, p. 26 (s. 28) en p. 65 (s. 62).
336. Thiersch, Inbegriff der Christlichen Lehre, p. 343.
337. Sitwell, o.c. (zie noot 175) p. 199; Rossteuscher o.c. (zie
noot 224) p. 214.
338. Andrews, o.c. (zie noot 211), p. 29.
339. Böhm, o.c. (zie noot 185) p. 122-131 (90-96). Voor een
verdediging van de kinderdoop met de bekende argumenten, zie Thiersch,
o.c. p. 335-344.
340. De Liturgie, p. 312-323.
341. Andrews, o.c. p. 37. Davenport, o.c. (zie noot 288) p. 239
voegt tussen 3 en 4 nog toe: the sacrament thus consecrated must be
solemny presented before Almighty God in remembrance of Christ's Death
and Passion, through which we look for every blessing - this involves
the offering of intercessions. D. vermeldt hierbij geen bron.
342. Sitwell, o.c. p. 245.
343. Andrews, o.c. p. 35v.
344. Böhm, o.c. p. 264v. (191v.). Zie ook: Hughes, o.c. p.
336-342 en Thiersch, o.c. p. 345-357. 345. Catechismus, vraag 27.
346. Böhm, o.c. p. 289-317 (209-229).
347. Verantwoording van de kindercommunie bij Böhm, o.c. p. 284v.
(205v.): 'De vraag is niet of de kinderen begrijpen, maar of zij kunnen
geloven, dat hun van de tafel des Heren het lichaam en bloed van
Christus worden uitgedeeld. De Heilige Geest, die in de Kerk werkt,
werkt ook in hen. Als Hij die honger gewekt heeft, moet deze dan niet
verzadigd worden?'
348. Voor de typologie achter het bewaren van brood en wijn voor
het avondoffer, zie Hughes, o.c. p. 366v.
349. Testimonium, p. 111 (s. 101), p. 113 (s. 102); hier
wordt niet gesproken over de sacramenten, maar over het herstel van de
'oorspronkelijke ambten'. Uit het Manual (p.24v.) krijgt men de
indruk, dat men (in 1843) de confirmatie zag als deze
verzegeling. Als commentaar bij sectie 37 van het Testimonium
lezen wij daar: 'The holy rite of Confirmation or Imposition of hands,
for communicating the Holy Ghost, was administered by the ApostIes at
first, as is proved from Acts VIII and XIX, and appears to have been
always administered by those holding the highest place in the Church'.
350. Het meest expliciet bij Hughes, o.c. p. 124.
351. De Liturgie, p. 343.
352. Hughes, o.c. p. 130, 133. In Eine Belehrung. van
Woodhouse krijgt het aspect van 'verzegeld om opgenomen te worden' (1
Thess. 4:17) sterkere nadruk.
353. Davenport, o.c. p. 246; Born, o.c. p. 95. Mevrouw H.
Boerwinkel-van Es vertelde mij, dat het gebruik in Nederland onbekend
was.
354. Albrecht o.c. (zie n10t 308), p. 43.
355. De Liturgie, p. 348.
356. id. p. 392.
357. Lectures delivered to the Churches; geciteerd door
Davenport, o.c. p.244.
358. Schwartz, o.c. (zie noot 177) st. 73.
359. id. st. 80.
360. Verkruisen, Eenige Herinneringen, p.14, 19. Van
Bemmel e.a., De wanre oorzaak der scheuring. p.35.
361. De in de vorige noot genoemde geschriften zijn mij door
iemand uit de HAZG ter inzage gegeven. Vanuit de HAZK (Ossebaar) ontving
ik de volgende gegevens van opziener B. van den Bosch (brief d.d.
12-3-1980): 'De genadegaven worden ook uitgedeeld aan broeders en
zusters, die ontslapen zijn. Uiteraard wordt hier zeer zorgvuldig te
werk gegaan. U zult zich afvragen wanneer iemand in het rijk der
ontslapenen deze sacramenten ontvangt. Wel, de Heer openbaart dat door
middel van de gaven, O.a. door de stille gaven zoals visioenen, dromen
en uiteraard door het profetisch woord. Deze geestesgaven worden door de
betreffende apostel, meestal in overleg met de opziener der gemeente,
nauwkeurig onderzocht. Als duidelijk blijkt, dat de Heer iemand in Zijn
genadeverbond wil opnemen, wordt deze genadegave uitgedeeld op het hoofd
van een representant voor de ontslapene. Dit kan een familielid (b.v.
vader of moeder) of zo er geen familie aanwezig is een dienaar zijn.
Want de Heer wil werken door de levende mens op aarde, die voor de in
het dodenrijk levende broeder of zuster dienstbaar is. Zie 1 Cor. 15 vs.
14-29. In het bijzonder vers 29.
362. Schwartz, o.c. st. 85.
363. Van der Poorten, Mijn koninkrijk, p. 57-59 (verder:
noot 406).
364. Vergelijk voor een overzicht van deze ontwikkeling: Salus,
o.c. (zie noot 201), p. 508-520 (1913) met: Elias en Schurink, o.c. (zie
noot 198), p. 190-232 (1930). Ook: Van Oosbree, Fundamenteele
grondslagen, artt. 22-29.
365. De doop, zoals bediend in 'de gelovige wereld' is hoogstens
gelijk aan de doop van Johannes, voor het rijk van zijn Zender van geen
waarde; Elias en Schurink, o.c. p. 220v. Ook: Hulpboekje, p. 24 en
'Richtlijnen voor de ambtshandelingen, p. 64.
366. Rondschrijven van Van Oosbree d.d. 30 januari 1927,
geciteerd in Elias en Schurink, o.c. p. 157. Deze invoering kwam voor
ingewijden niet onverwachts. De denkbeelden van Van Oosbree over het
heilig avondmaal waren al een jaar tevoren aanleiding geworden voor de
uitstoting van H.J. Smit uit de HAZEA; deze was het met deze denkbeelden
niet eens. Dit conflict leidde tot de stichting van de Hersteld
Evangelische Apostolische Zendinggemeente, zie pag. 62.
367. Hulpboekje, p. 36: 'Zooals de natuurlijke melk der moeder,
zonder dat het kind het weet, voor het natuurlijk lichaam is, zoo is het
heilig avondmaal het leven voor het geestelijk lichaam'. De doop voor
ongedoopt ontslapenen: Hulpboekje, p. 24v. Dit boekje dateert van 1908,
twee jaar vóór Van Oosbree apostel werd.
368. Elias en Schurink, o.c. p. 204-210.
369. Vragen en Antwoorden, vraag 252.
370. Lehrbuch für den Religionsunterricht, Fr. 309.
371. Vragen en Antwoorden, vraag 253. Voor de bediening van het
heilig avondmaal aan zieken: Richtlijnen voor de ambtshandelingen, p.
60.
372. Vragen en Antwoorden, vragen 280 en 290.
373. Slothouwer, Memento Mon. p. 15v.
374. Onderhoud met apostel Boermeester d.d. 13-1-1982.
375. Voor een deel berust het hier volgende op mondelinge
mededeling van drs. B.L. Brand te Teteringen, d.d. 14-3-1980. Opziener
J.L. Slok verstrekte mij de volgende omschrijving van de doophandeling:
'Daarbij wordt het water gebruikt als zinnebeeld van zuiverheid
en reinheid, waarmee we dit kind in verbinding zullen brengen
door de vinger te bevochtigen en dit water op deze wijze éénmaal over te
brengen op het voorhoofd van het kind (Dopen is: in verbinding brengen).
Zo beloven de ouders dat zij het wezenlijke van hun kind steeds weer in
verbinding zullen brengen met de liefde, de erkenning en aanbidding in
het eigen hart, voor de Man-Gods. We spreken daarbij ongeveer deze
woorden: 'Handelend in dienst en aan de plaats mijns Apostels, wordt U
(naam) door deze doop in verbinding gebracht, 'door de erkenning van Uw
ouders, met de volheid van het Vaderwezen-Gods, die wij in onze Apostel
mogen bezitten. Aan deze handeling verbindt zich ook het innigst
medeleven van het Volk-Gods, die nu verder, evenals uw ouders, eerbiedig
en vol vreugde de komst van de Gezalfde-Gods verbeiden, in verband met
Uw voorlopige eigening ten dienste van het priesterlijke Werk-Gods. -
Amen'.
376. Boer, o.c. (zie noot 180), p. 165.
377. SAalus, o.c. p. 515.
378. Elias en Schurink, o.c. p. 225-232.
379. Vragen en Antwoorden, vr. 295-298; Leerboek voor
Apostolische Christenen, v. 238-242. De confirmatie wordt in de regel
voltrokken op het Paasfeest door de districts-oudste.
380. Telefoongesprek d.d. 13-1-1982 met opziener B. v.d. Bosch.
381. Huishoudelijk Reglement en Geloofsbelijdenis, p. 12.
382. Richtlijnen voor de ambtshandelingen, p. 61.
383. Eggenberger, Die Neuapostolische Gemeinde, p.
138-143; Hutten; Seher, Grübler, Enthusiasten,, p.
650-653,665-669.
384. Berkhof, Christelijk geloof, p. 364-366.
385. Vragen en Antwoorden, vraag 254.
386. Eggenberger signaleert reeds in dit Nieuwtestamentische
verhaal het gevaar, dat de doop uiteen gaat vallen in twee handelingen
(p. 139). In dit verband wordt ook vaak geciteerd Handelingen 19:1-12;
hier komt de Heilige Geest over de gelovigen te Efeze direct na hun
doop, waarbij Paulus hun de handen oplegt.
387. Vragen en Antwoorden, vr. 293, 294.
388. Dat hier en daar in de oude Kerk in elk geval de doop voor
ontslapenen werd gepraktiseerd, blijkt uit 1 Corinthiërs 15:29. Dat men
geloofde, dat apostelen en leraars na hun dood predikten tot degenen,
die vóór hen gestorven waren en dezen ook doopten, blijkt uit Hermas,
Simil. IX. 16.5, dus waarschijnlijk in het Rome van de 2e eeuw. Op het
concilie van Carthago (397) werd het dopen van en het avondmaal bedienen
ten behoeve van overledenen veroordeeld.
Hoofdstuk 10
389. Vrijwel alle Katholiek-Apostolische schrijvers houden zich
bezig met de liturgie, vaak evenwel worden dezelfde bewoordingen
herhaald. Het basiswerk is Cardale's Readings upon the Liturgy,
dat veel meer geeft, dan de titel doet vermoeden. Voor dit hoofdstuk heb
ik voornamelijk geput uit: Carlyle, Einleitung zur Liturgie en
uit de Nederlandse uitgave van De Liturgie en andere eerediensten der
Kerk. Verder: Hughes, o.c. (zie noot 186) p. 200-221, p. 300-372;
Davenport, o.c. (zienoot 247) p. 247-274.
390. Albrecht, o.c. (zie noot 308), p. 31.
391. Hughes, o.c. p. 210.
392. Een overzicht, waarin deze liturgie vergeleken wordt met de
Rooms-Katholieke, de Anglicaanse en die van Chrysostomos, vinden we bij
Hughes, o.c. p. 382-383; een verantwoording van deze vergelijking op p.
308-327.
393. Liturgie, p. 31. Deze formulering werd gezien als een
gelukkige harmonie van de Roomse en de Oosterse ritus; Hughes, o.c. p.
319-325.
394. Hoewel de gezangen met hun Latijnse namen worden aangeduid,
worden ze in het Nederlands gezongen.
395. Hughes o.c. p. 218.
396. id. p. 215.
397. id. p. 215-220. Dat de morgen- en avonddiensten door de stem
van de H. Geest zijn bevolen: Testimonium, p. 121.
398. Geschematiseerd naar de beschrijving van Carlyle, o.c. p.
31-33. Verder: Liturgie, p. 70-111; Davenport, o.c. p. 269-273.
399. Liturgie, p. 171-260; een goede samenvatting geeft
Davenport, o.c. p. 248-250.
400. Böhm, o.c. (zie noot 185), p. 306-308 (221-222).
401. Albrecht, o.c. p. 33-53; Carlyle, o.c. p. 43. Uitvoerige
beschrijving bij Davenport, o.c. p. 280-283.
402. Soutane of toog: lang kleed met een rij knoopjes van hals
tot voeten.
Albe: tot de voeten reikend wit onderkleed, bij liturgische handelingen
gedragen over de soutane.
Kazuifel: opperkleed zonder mouwen, door de priester gedragen bij het
celebreren van de eucharistie.
Superplie: tot de knieën reikend wit linnen koorhemd, door priesters
tijdens liturgische handelingen buiten de eucharistie gedragen; ook voor
assistenten.
Koormantel of pluviale: manteIvormig priesterkleed, gedragen bij
bijzondere plechtigheden; >br>Dalmatiek: het door diakenen bij
liturgische handelingen gedragen overkleed.
403. Zie ook: Hughes, o.c. p. 357.
404. De Kapel der Apostelen en de Zeven Gemeenten te Londen, p.
5-13.
405. Salus, o.c. (zie noot 201) p. 358. Menkhoff was, voor hij
Apostolisch werd, voorganger van een Vrije Evangelische Gemeente te
Ouderkerk aan de Amstel, zie pag. 53.
406. Blijkens de twee eerste door Schwartz uitgegeven
'avondmaalsblaadjes' was vanaf het begin van zijn werkzaamheid in
Amsterdam de Katholiek-Apostolische liturgie voor de bediening van de
eucharistie reeds drastisch vereenvoudigd. Men vergelijke:
Drempelgebed
Gebed van verootmoediging (door S. zelf geformuleerd),
aansluitend 'Kyrie eleison'
Absolutie (door S. zelf geformuleerd)
Ere zij God in de hoge
Gezang (op het eerste blaadje Psalm 118:24,26,27, kennelijk
psalmodiërend gezongen; op het tweede: 'Sion hoort de wachter zingen')
Lezing Epistel en Evangelie (op 2e blaadje niet vermeld, mogelijk
wel verondersteld; hier vinden wij wel 'Sanctus' en 'Agnus Dei')
Geloofsbelijdenis van Nicaea
Communie (op tweede blaadje niet vermeld)
Gezang (psalmodiëren van Psalm 132:13-16)
Te Deum (op 2e blaadje 'Trishagion' of een berijmde psalm).
De teksten der gebeden enz. staan in dit getypte geschriftje.
Momenteel geldt in de Hersteld Apostolische Zending Kerk een enigszins
andere orde van dienst, waarin in meer 'geprotestantiseerde' vorm de
bovenstaande hoofdlijn wel herkenbaar blijft. Ook zijn er kleine
verschillen tussen de orden van hen, die apostel Ossebaar en hen, die
apostel Rijnders (Schaap) volgen. Bij de laatsten worden ook Epistel en
Evangelie gelezen, bij de eersten een lezing uit het Oude en één uit het
Nieuwe Testament. Bij beide zijn woorddienst en avondmaalsviering
duidelijk t.o.v. elkaar gemarkeerd. Bij Ossebaar vindt de prediking
plaats tijdens het deel van de dienst, waarin het avondmaal gevierd
wordt, bij Rijnders tijdens de woorddienst. Opvallend is, dat bij beiden
een Credo ontbreekt.
De in hoofdstuk 9.6 genoemde (en omstreden) avondmaalsformule is in de
vleugel-Ossebaar helemaal gewijzigd; in de orde van dienst bij Rijnders
nog wel herkenbaar. Maar in dit jaar (1982) zal een nieuwe uitgave
verschijnen van het geschrift Onze Erediensten. De wijzigingen
hierin zullen o.m. betrekking hebben op de avondmaalsformule. Gezongen
wordt uit de Hervormde Psalmen en Gezangenbundel van 1938, aangevuld
met liederen uit eigen bundeltjes. De nog gebruikte vorm van Onze
Erediensten werd mij toegezonden door apostel Rijnders; de
liturgiebladen uit de groep-Ossebaar door opziener Van den Bosch.
407. Böhm, o.c. p. 321, 322 (232, 233).
408. id. Die Kirche in unserer Zeit, p. 80.
409. Sitwell, o.c. (zie noot 175), p. 153v.
410. Born, Das Werk des Herrn unter Aposteln, p. 21. Reeds
sinds mei 1833 waren hierover profetische aanwijzingen gekomen.
411. Verkruisen, Eenige Herinneringen, p. 17.
412. Elias en Schurink, o.c. (zie noot 179), p. 167.
413. Dit alles in een uitgebreid bijvoegsel van het Apostolisch
Weekblad d.d. 5 december 1912, afgedrukt in Elias en Schurink, o.c. p.
168-174.
414. Boer, o.c. (zie noot 180), p. 95 en het genoemde artikel van
de Statuten van de Stichting 'Het Apostolisch Gemeenschap'.
415. Huishoudelijk Reglement en Geloofsbelijdenis, p. 9 en 13,
verder: brief d.d. 13-11-1980, in opdracht van apostel G. Pos.
416. Gesprek met diaken A. Schouten (HAZG) n.a.v. mijn brief d.d.
5-10-1981; telefoongesprek d.d. 22-1-1981 met opziener B. van den Bosch
(HAZK, Ossebaar); apostel Rijnders was minder stellig: sommigen geven
tienden van bruto, anderen van netto, anderen houden zich er niet aan,
gesprek d.d. 2-9-1981.
III. KRITISCH GEDEELTE
Hoofdstuk 11
417. Hunningher, De Zoogenaamde Apostolische Kerk, p. 76,
78. 418. Salus, Oude en nieuwe wegen, p. 352; zie ook p. 315-320.
419. Van der Poorten, Mijn koninkrijk, p.44v.
420. Rossteuscher beantwoordt deze kritiek als volgt:
'aanvankelijk waren er geen kanalen voor de Geest. De noodzakelijke
openbaringen werden daarom los van de ambten gegeven. Maar zodra er weer
apostolische ambten waren,heeft de Geest zich daaraan gebonden. Der
Aufbau der Kirche Christ~ p. 401.
421. Voor het gebruik van de namen Neuapostolische 'Kirche' of
'Gemeinde', zie noot 207.
Hoofdstuk 12
422. Men vergelijke b.v. enerzijds de brieven van Paulus aan de
Romeinen en de Korinthiërs met anderzijds de Pastorale Brieven.
423. Testimonium, p. 123 (s. 116).
424. Sitwell, Het Godsplan, p. 381-384.
425. id. p. 190.
426. Testimonium, p. 114 (s. 104) en passim in heel de
Apostolische literatuur. Over profeten en profeterende personen, zie
hfdst. 3.4.
427. Sitwell, o.c. p. 166, 184-190.
428. Een officiële rang voor de primus der aanwezige dragers van
het herdersambt; voor στῦλοι; zie Galaten 2:9.
429. Voor heel deze problematiek zie: Cardale, A short
Discourse on Prophesying.
430. Köhler, Het lrvingisme, p. 169.
431. Hier in de bewoordingen van Rossteuscher, o.c. p. 253.
432. Köhler, o.c. p. 254; de woorden der profetie citeert hij uit
Norton, The Restoration of Apostles and Prophets.
433. 'De profeet is het orgaan... om de verborgenheden te openen,
die in de Wet en de Profeten des Ouden Verbonds opgesloten liggen',
Testimonium, p. 37 (s. 38).
434. Men vergelijke Testimonium, p. 36v. (s. 38) en
Sitwell, o.c. p. 168, met b.v. Friedrich in TWNT VI p. 828-848
προφήτης in het N.T.).
435. J.S. Davenport, Some thoughts upon the Work ofthe Holy
Ghost, p. 9. Een uitvoerige uiteenzetting bij Sitwell, o.c. p.
184-190.
436. Testimonium, p. 62 (s. 57).
437. Schwartz, Apostelen of niet? p. 21.
438. Schwartz, Een Boek voor onzen Tijd, p. 561; Van
Bemmel e.a. De ware oorzaak der scheuring, p. 37.
439. Volledige tekst van een pinksterpreek van Schwartz, waarin
deze criteria worden uitgewerkt, in: De stem van de laatste bazuin,
mei 1976.
440. Van Bemmei e.a. o.c. p. 24.
441. De Vries en Brakke, Geen scheuring, doch afval, II, p.
66.
442. Van der Poorten, o.c. p.98v.
443. Hier moet bij gezegd worden, dat Rossteuscher het (nog) niet
vervuld zijn van de profetische beloften vergelijkt met de situatie van
Abraham, die in het beloofde land vreemdeling en bijwoner bleef (o.c. p.
398). Leeft heel de Kerk niet in deze spanning van belofte en nog
onvoltooide vervulling? Ik ben er mij dan ook pijnlijk van bewust, dat
deze scherpzakelijke (en in dat vlak m.i. juiste) kritiek, aan het
geloofsvertrouwen geen recht doet.
444. Testimonium, p. 63 (s. 59), p. 103 (s. 93)
445. Zie in de literatuuropgave onder: Bronkhorst, Von
Campenhausen, Cerfaux, Roloff, Schnackenburg, Schillebeeckx en
Sevenster.
446. Enkele voorbeelden: de 'zeven' van Handelingen 6 zijn
geroepen om te voorkomen, dat de Grieks sprekende weduwen bij de
dagelijkse verzorging verwaarloosd zouden worden. Later zien we ze ook
bezig met getuigenis en schriftuitlegging. De taken van herder, bisschop
en oudste zijn in het N.T. niet van elkaar te onderscheiden.
447. Roloff, art. Amt in TRE, waar hij de volgende
definitie geeft: 'Eine rechtlich eindeutig festgelegte und
gesellschaftlich anerkannte Führungsstelle, die im Namen einer
bestimmten Institution Hoheitsrechte ausübt und der dazu bestimmte
Machtsmittel zugeordnet sind'. Of daarmee het ambt in de gemeente van
Christus getypeerd kan worden? Meer vanuit de gemeente geformuleerd is
de definitie van Köhler (o.c. p. 296): 'een regelmatig terugkerende,
door Christus aan bepaalde personen bij uitsluiting verleende en door de
gemeente te erkennen bevoegdheid'; volgens hem is daarvan sprake noch in
het onderwijs des Heren, noch in dat van de apostelen. Om deze laatste
conclusie aanvaardbaar te maken, moet men 'regelmatig terugkerende' en
'bij uitsluiting' in de definitie wel dik onderstrepen.
448. Bronkhorst, Schrift en Kerkorde, p. 104. Op p. 117
brengt hij dit in verband met het munus triplex Christi: 'Evenmin is een
diaken minder dan een ouderling als Christus' priesterlijk ambt lager
zou mogen worden gewaardeerd dan Zijn koninklijke taak'.
449. Bronkhorst, o.c. p. 51 et passim.
450. De gebruikelijke vlotte gelijkstelling van de
nieuwtestamtische apostel met de Joodse sjaliach wordt bestreden door D.
Müller in zijn artikel Apostel in het Begriffslexikon zum
Neuen Testament. Zijn belangrijkste argumenten zijn: de sjaliach had
een juridische, geen religieuze volmacht; hij had geen blijvend mandaat
en geen zendingsopdracht; eerst na 70 n.C. is de sjaliach herkenbaar.
451. Zie de weloverwogen beoordeling van de situatie in Roloff,
art. Apostel u.s.w. in TRE Band IV, p. 433v. en p. 442v.
452. Samenvatting van deze problematiek in het noot 451 genoemde
artikel van Roloff en bij Cerfaux: Pour l'histoire du titre
Apostolos.
453. Von Campenhausen, Kirchliches Amt und geistliche
Volmacht, p. 16.
454. Hutten ziet in het hebben van deze andere zekerheden het
sektarische oerprotest tegen de rechtvaardiging door het geloof alleen.
In zijn boek Geloof en Sekte geeft hij hiervan vele voorbeelden,
ookk uit de leer van de Apostolischen, waarvan hij een uitstekend kenner
was.
455. Roloff, art. Apostolos usw. p. 440.
456. Barth, Kirchliche Dogmatik 1/2, p. 543. Op p. 539
spreekt Barth over 'Das einmalige und kontingente Faktum des
neutestamentlichen Apostolats'. De verleiding is groot om van deze
bladzijden meer te citeren.
457. H. Thiersch schetst een beeld van Die Kirche im
Apostolischen Zeitalter, waarin de lijnen van het Testimonium
duidelijk herkenbaar zijn, al drukt hij zich voorzichtiger uit. Hughes,
in Leer en gemeenschap van Apostelen, p. 189, brengt de in N.T.
genoemde 'ambten' in een keurig harmoniserend schema. Om slechts enkele
zeer belangrijke voorbeelden te noemen. Van het kennisnemen van nieuwere
inzichten is in de ontwikkeling van het Apostolische Werk geen sprake
meer geweest.
458. Testimonium, p. 27 (s. 29), 28 (s. 31), 33 (s. 35),
16, 39 (s. 40).
459. id. p. 34-43 (s. 37-43), 67 (s. 63), 47 (s. 44).
460. Terwijl het Testimonium terecht en ten onrechte overvloedig
loca probantia aanvoert, is dat niet het geval bij het onderscheid, dat
gemaakt wordt tussen 'hierateia' en 'diakonia', p. 40 (s. 41). De termen
'gezalfde' en 'gewijde' priesters vinden we o.a. p. 6 en 111 (s. 101).
461. Trouwens, ook de gedachte, dat het heilig avondmaal een
offer zou zijn, veronderstelt, dat de bediening daarvan in handen van
priesters is: 'Offer en Priesterschap zijn van elkander onafscheidbaar';
het priesterschap op aarde getuigt, dat Christus priester in de hemel
is; Böhm, Schaduw en licht, p. 293, 312 (211, 225).
462. Salus, o.c. p. 454; in eerste instantie is hier natuurlijk
aan het apostelambt gedacht. 463. Elias en Schurink, Van licht tot
licht, p. 148.
464. Testimonium, p. 40 (s. 41), p. 43 (s. 43), p. 119.
465. id. p. 42 (s. 42).
466. id. p. 43 (s. 42).
467. 'Geen enkel woord in de Schrift spreekt ons van een
voornemen Gods om één dezer middelen (sc. de vier ambten, MJT) af te
schaffen; . . . het terzijde stellen van de twee gewigtigste dezer
ambten (sc. apostelen en profeten, MJT) .. .dat is eene zonde, wier
weerga in de menschelijke maatschappij ongelooflijk zou schijnen';
Testimonium, p. 64 (s. 59).
468. Testimonium, p. 114 (s. 104).
469. Böhms noot no. 4 op p. 336 en noot 2 op p. 337 (resp. p. 243
n. 5 en 244 n. 3). Ook de redenering van Woodhouse in Eine Belehrung
komt hierop neer.
470. Schwartz, Apostelen of niet? p. 23-26. De kwestie of
Ιουνια(ν) al of niet een vrouwelijke naam is, meen ik in
het verband van deze studie buiten beschouwing te kunnen laten.
Bevestigend wordt de vraag beantwoord door G. Lohfink in het Duitse
tijdschrift Diakonia, 1980, no. 11, p. 391-395.
471. Salus, o.c. p. 48.
472. '... en considérant l'acte d' Ananias. . . on doit conclure
sans aucun doute qu'il était également investi de la charge d'Apotre',
L'enseignement Neo-apostolique, p. 7.
473. Ook de Heiligen der Laatste Dagen (Mormonen) kennen
apostelen. Maar deze geloofsgemeenschap heeft zich daarmee nooit zo
nadrukkelijk midden in de Kerk geplaatst als de Apostolischen deden.
474. Testimonium, p. 35 (s.37), p. 65 (s. 62).
475. Roloff, art. Apostolos, u.s.w. p. 440, wijst op de
verschuiving, die opgetreden is tussen 1 Cor. 3:11 (Christus als
fundament) en Ef. 2:20 (apostelen en profeten als fundament). Maar: 'Es
ist deudich, dass hier nicht an das Wirken der Apostel und Propheten
gedacht ist, sondern an die von ihnen ausgehende Tradition'.
476. Testimonium, p. 64 (s. 59); vgl. noot 467.
477. id. p. 127v. (s. 119v.).
478. Schillebeeckx, Kerkelijk ambt, p. 46v.
479. Beyer, art. κυβέρνησις' in TWNT.
480. Institutio IV, 3.4; Corpus Reformatorum XXX 779.
481. Calvijn dacht bij het opnieuw verschijnen van de drie andere
ambten het eerst aan de evangelist: 'Quanquam non nego quin Apostolos
postea quoque, vel saltem eorum loco Evangelistas incitaret Deos, ut
nostro tempore factum est'; CR XXX 780; de slotwoorden slaan
mogelijk op Luther, vgl. CR XXXIV 239 sq. 50 en Barth-Niesel,
Johannis Calvini Opera Selecta V, 390, 33.
482. Sitwell, o.c. p. 43.
Hoofdstuk 13
483. Deze formulering ontleen ik aan: De Knijff, Sleutel en
slot, p. 85 en 112.
484. Davenport, Albury Apostles, p. 12. Hij ontleent deze
definitie aan A.R. Vidler, een Anglicaanse theoloog, van wie mij verder
niets bekend is.
485. Drummond, A Narrative of Circumstances, p. 4 in de
Nederlandse vertaling.
486. Deze kernachtige uitdrukking vond ik in: De Klerk, Vorme
en karakter van die Biblisisme, p. 213.
487. Hughes, Leer en gemeenschap van apostelen, p. 189
488. Schwartz, artikel 'Over de Apostolische Zending' in (het
dagblad) De Heraut van 11 december 1863; Van der Poorten, Mijn
Koninkrijk, p. 19; een uiteenzetting van Katholiek-Apostolische
zijde in: Woodhouse, Eine Belehrung, p. 12-29.
489. Barr, Fundamentalism, p. 40; dezelfde gedachte vinden
wij passim in zijn boek.
490. De eerste in Man and Incarnation, Introduction en p.
140; de tweede in Hope, an unconventional Advent Study, geciteerd
door Davenport, o.c. p. 236 (zonder pagina-aanduiding).
491. Art. Biblicisme, in: Encyclopedie van het Protestantisme,
Amsterdam 1959.
492. Door Köhler, o.c. (zie noot 430), p. 50, geciteerd uit dr.
Hanna, Memoirs of Thomas Chalmm, p. 173v.
493. Norton, Restoration of Apostles and Prophets, p. 67.
Thiersch, Die Genesis, p. 109.
494. Sitwell, o.c. (zie noot 424), p. 225.
495. id. p. 347.
496. Woodhouse, Narrative of Events, p. 23. De brief is
niet afzonderlijk uitgegeven, maar gepubliceerd in C.W. Boase,
Supplement to the Elijah Ministry, Edinburgh 1866 p. 797-800. Voor
de Nederlandse vertaling van de citaten volg ik Van der Poorten, o.c. p.
84.
497. Thiersch, o.c. p. VI-XI.
498. Sitwell, o.c. p. 344-348.
499. Böhm, Schaduw en licht, p. 323-338 (234-244). Een
uitgebreide bestrijding van de visie van Böhm vinden wij bij Köhler,
o.c. p. 264-267. Tegen B. haalt K. een reeks teksten aan, die het
plotselinge, onvoorbereide karakter van de Wederkomst onderstrepen.
Matth. 17:12 weerspreekt het beroep op Matth. 11:14, uit welke laatste
tekst volgens B. zou blijken, dat het profeteren van Johannes de Doper
slechts een gedeeltelijke vervulling van de profetieën zou zijn. De twee
getuigen in Openb. 11 treden (volgens K.) op in de fase van de rij der
gerichten, niet in een werk ter voorbereiding.
500. Sitwell, o.c. p. 99v.; ook p. 348v.
501. Thiersch, Inbegriff der Christlichen Lehre, p. 65-70.
Dit onderscheid is al te vinden bij Justinus Martyr, Apologia 52,
3.
502. Deze grappige, maar helaas juiste typering vond ik bij
Matter, Wederkomst en wereldeinde, p. 72.
503. Enkele voorbeelden uit Salus, Oude en nieuwe wegen:
het splijten van de Olijfberg (Zach. 14:4) is de scheuring van het
Apostolische Werk in de oude en de nieuwe ordening. Josef (Gen. 37) is
de nieuwe ordening, die door zijn broers (de oude ordening) verkocht
wordt. De éne deur van de ark van Noach is de 'Eenheid der Apostelen'.
Resp. p. 347, 346, 459.
504. De voorbeelden zijn uit het boekje van Schwartz:
Apostelen of niet? p. 13, 14, 30.
505. Van der Beek, Een halve eeuw van strijd, p. 14.
506. Zie het hoofdstuk 'Die Geschichte der Auslegung der
Apokalypse' in de inleiding van Bousset, Die Offenbarung Johannis,
m.n. p. 49-106. De recapitulatie-theorie ziet in de Openbaring niet
een reeks elkaar opvolgende gebeurtenissen, maar zo, dat in bepaalde
gedeelten (b.v. zendbrieven, zegels, bazuinen) wordt gerecapituleerd wat
eerder beschreven is.
507. Dit wordt enigszins gerelativeerd door wat we lezen op p.
30: 'Overtuigd zijnde, dat onze arbeid verre beneden het volmaakte zou
blijven, wensen wij het als niet te beschouwen. . . dan een
vingerwijzing, die andere en meer bekwame Schriftuitleggers het rechte
spoor doet vinden. . . enz.' Deze woorden, op het einde van de lange
inleiding en vlak voor het begin van de eigenlijke uitlegging, zouden
'echte Schwartz-woorden' kunnen zijn.
508. Oudkerkelijke schrijvers kenden reeds een adventus triplex
of quadruplex, maar daarin waren de adventus in de staat der vernedering
en die in de harten der mensen reeds inbegrepen; Oepke, art. παρουσία
V, in TWNT.
509. Beek, in: Spelregels, p. 38.
510. Salus, o.c. (zie noot 418), p. 159.
511. Elias en Schurink, o.c. (zie noot 463) p. 131.
512. De Vries en Brakke, o.c. (zie noot 441), lp. 163.
513. Salus, o.c. p. 27 (1913) en Elias en Schurink o.c. p. 163
(1930).
514. Salus, o.c. p. 435. Uitgebreider kan men lezen over het
'schriftelijk beginsel' (= schriftbeschouwing) in ditzelfde boek, p.
155v. en p. 431-435.
515. Salus, o.c. p. 36, 117, 147; ook: p. 78.
516. Elias en Schurink, o.c. p. 202.
517. Uit een verslag van een ambtsdragers-bijeenkomst op 2e
Paasdag 1949 in: Ons Weekblad, 1 mei 1949.
518. Boer, De zegen van de twijfel p. 161.
519. Slok, in: Ons Weekblad, 16 april 1972, p. 123.
520. Köhler, o.c. (zie noot 430), p. 265.
521. Een beknopt overzicht vinden we in: De Knijff, Sleutel en
slot; nog beknopter bij Kahman, Methoden van exegese, in:
Praktische Theologie 1981/1.
522. Von Rad, Theologie des Alten Testaments, 11 p. 350.
523. Eichrodt kent de typologie overigens (m.i. terecht) slechts
een dienende rol toe. Hij maakt een duidelijk onderscheid tussen
allegorese en typologie: 'während für die Typologie der Geschichtswert
des auszulegenden Textes die wesentliche Voraussetzung seiner Verwendung
bildet, ist er umgekehrt für die Allegorie gleichgültig oder gar
anstössig und muss auf die Seite geräumt werden, um den dahinten
liegenden 'geistlichen' Sinn frei zu geben', Probleme Alttestamentlicher
Hermeneutik, p. 208. Dit is precies de reden, waarom bij de
Apostolischen veelvuldig gebruik gemaakt wordt van typologie en veel
minder van allegorese.
524. Norton, o.c. p. 109. Woodhouse, Narrative of Events,
p. 25v. weet dit nog gedetailleerder te beschrijven: Cardale vergeleek
de beide zoons van Eli met de beide hoofdvormen van het kerkelijk ambt:
de episcopale en de presbyteriale. De vrouwen aan de deur van de tent
Gods zijn dan de gemeenten, misbruikt en verleid.
525. Schillebeeckx, Kerkelijk ambt, p. 113.
526. Rossteuscher, o.c. p. 371; Norton, o.c. p. 136-151.1 Bij
zijn weergave van de uitgesproken profetieën legt Rossteuscher vooral de
nadruk op de aankondiging van de op handen zijnde Wederkomst; Norton op
die, welke betrekking hadden op liturgie en kerkorde, als antitypen van
alle détails van Israëls tabernakel.
527. Vooral is dan te denken aan de teksten betreffende de vier
ambten (Ef. 4:11, 1 Cor. 12:28); het terugvinden van deze ambten in de
werkzaamheden van Jezus (hfdst. 5.3); de dwingende typologische exegese
van de eredienst in de Tabernakel, enz.
528. Korff, Beknopte geschiedenis der Apostolische Kerk,
p. 46.
529. Barth, Kirchliche Dogmatik 1/1, eerste hoofdstuk,
m.n. p. 89-128.
530. De term 'gesloten canon' impliceert voor mij overigens niet,
dat ontdekking van nieuwe bronnen uit de tijd, waarin de canon gevormd
werd, niet alsnog zou kunnen leiden tot opneming van dergelijke
geschriften. Evenmin, dat hiermee bij voorbaat een voorkeur zou zijn
uitgesproken voor de Hebreeuwse canon boven die van de Septuaginta.
Een werkelijk open canon zou een Bijbel opleveren, die door latere
generaties verder geschreven zou kunnen worden. In feite zou dit een
eigen canon worden, niet alleen 'tijdovereenkomstig', maar ook
overeenkomstig eigen denkbeelden. De lijn van HAZEA naar Apostolisch
Genootschap zou gecanoniseerd kunnen worden - en de eerste aanzet van
deze lijn is al te vinden in de eigenmachtige exegese, die geïnspireerd
gezag voor zich opeist, zoals b.v. Het Boek voor onzen Tijd,
(hfdst. 13.5).
531. Barth, o.c. p. 107.
532. Bij dit laatste zouden we kunnen denken aan de 'receptio'
van concilie-uitspraken door een volgend concilie, waarvan zelfs de
geldigheid der uitspraken afhangt. Wanneer Petrus in Handelingen 10 tot
een geïnspireerde beslissing komt, brengt hij die in Handelingen 11 in
discussie bij de apostelen en de broeders.
Literatuur
Vrijwel alle Apostolische literatuur is uitgegeven voor strikt intern
gebruik. Veelal worden de namen van de auteurs niet vermeld. Wanneer
deze met zekerheid bekend zijn, heb ik de geschriften gerangschikt
onder de betreffende namen.
Enkele titels zijn in deze literatuurlijst opgenomen, die niet in mijn
boek worden geciteerd. Ten dele betreft het werken, waarvan de
bestudering van rechtstreekse betekenis is geweest voor de onderhavige
studie. Van sommige Apostolische geschriften is het mij niet gelukt ze
ter bestudering te verkrijgen. Terwille van de documentatie leek het mij
van belang ze te vermelden. Ook terwille van de documentatie noem ik
enkele werken van Apostolische zijde, waarvan de bestudering duidelijk
buiten het bestek van deze dissertatie valt.
Achter niet-geciteerde titels is een * geplaatst.
Als 'brochure' merk ik geschriften aan van minder dan 36 bladzijden.
A. Literatuur van Katholiek-Apostolische zijde
ALBRECHT L., Tbe Work of the Apostles at the End of the Dispensation;
z.p. 1924. Ned. vert.: Het Apostolische Werk der laatste dagen;
z.p. z.j.
id., Sozialismus and Kommunismus; (brochure), Berlijn 1925.
ANDREWS S.J., Man and Incarnation; New York 1905.
id., The History and Claims of the Body of Christians known as the
Catholic Apostolic Church; 1866, reprint Wembly (Middlesex) 1950.
BEYER W., Die sieben Gemeinden in Londen; (Brochure), Berlijn
1930 *
BOASE G.S., Tbe Restoration of Aposties and the true Position of
those who aknowledge them in relation to the rest of the Church;
z.p. 1867 *
BÖHM C.J.T., Schaduw en licht in den tegenwoordigen toestand der
Kerk; Utrecht 1860; vert. van: Schatten und Licht in dem
gegenwärtigen Zustand der Kirche; Frankfurt a,M. 1855 (1), Basel
1878 (3).
id., Die Kirche in unserer Zeit; Berlin 1861.
id., Die Zeichen der Zeit und die Wlederkunft unseres Herrn Jesu
Christi, mit einer Hinweisung auf das Werk des Herrn in unsern Tagen;
Berlijn 1862 (2) *
id., Wat zijn de zoogenaamde Irvingianen? Naar het Hoogduitsch,
Rotterdam 1865 *
BORN K., Das Werk des Herrn unter Aposteln; Bremen 1974.
CAIRD W.R. en J.E.G. LUTZ, Ueber den Rathschluss Gottes mit der
Menschheit auf der Erde; I Schaffhausen 1846, II Frankfurt a/M 1847.
Verbesserte und vermehrte Auflage, Stuttgart 1856 (onder de titel:)
Ein Leitfaden zum richtigen Verständnisse der heiligen Schriften des
Alten und Neuen Bundes *
CAPADOSE 1., De hoop der uitredding of eenige opmerkingen over de
tijden van den Antichrist; Rotterdam 1865 *
id., De groote verdrukking aanstaande; Rotterdam 1867 *
id., Eene bladzijde uit de geschiedenis der Kerk van Christus;
Leiden 1869 *
CARDALE J.B., Readings on the Liturgy and the other Divine Offices of
the Church; Londen 1848.
id., A letter on certain statements contained in some late articles
in 'The Old Church Porch' entitled 'Irvingism'; Addressed to a
Minister; Londen 1855.
id., Notes on a Ministry of the Office of Coadjutor, and particularly
on the Office of a Coadjutor to an Apostle; delivered on August
1865; (brochure) z.p. 1865.
id., Remarks on the Republication by the Rev. W.J.E. Bennett of some
Articles from 'The aid Church Porch' entitled 'Irvingism'; Preface
to the Second Edition of the 'Letter'; (brochure) Londen 1867.
id., A short Discourse on Prophesying and the Ministry of the Prophet
in the Christian Church; Londen 1868.
id., The Fourfold Ministry; delivered in the Assembly of the
Seven Churches in London, 7th March 1871; (brochure) z.p. 1871 *
CARLYLE T., Die Kirche in unserer Zeit; Düsselthal 1843 (1),
Berlijn 1861 (2), 1934 (3).
id., Das apostolische Amt. Seine ursprüngliche Gestalt, sein Verfall
und seine Wiederherstellung; Berlijn 1850 * .
id., Moral Phenomena of Germany; in: Collected Writings,
Londen 1878 * .
id., Die Mosaïsche Stiftshütte, ihre Einrichtung und ihr Cultus als
Vorbild für die christliche Kirche; Frankfurt a/M z.j. * .
id., Einleitung zur Liturgie; Berlijn 1933 (3).
CATECHISMUS, zie: Liturgie enz.
DAL TON H., Apostleship; Londen 1864 * .
DAVENPORT S.J., Edward lrving and the Catholic Apostolic Church;
New York 1863 * .
id., Some thoughts upon the Work of the Holy Ghost in the Christian
Church; New York 1899.
id., Permanency of the Apostolic Office as distinct of that of
Bishops; New York z.j. * .
DOW W., First Principles of the Doctrine of Christ; Londen 1922
(5) * .
DOWGLASSE T., A Chronicle of Certain Events which have taken place in
the Church of Christ, principally in England, between the years 1826 and
1852; Londen 1952 * .
DRUMMOND H., Dialogues on Prophesy; Londen I 1827,111828, III1829
* .
id., A Narrative of Circumstances which led to the setting up of the
Church of Christ at Albury; (brochure) Londen 1833. Ned. vert.:
Verslag van de omstandigheden, die leidden tot de oprichting van de Kerk
van Christus te Albury; (brochure) z.p. z.j.
GETUIGENIS, '- der Apostelen aan de Hoofden der Kerk en der
Christenheid'; z.p. 1836 (Het z.g. Testimonium).
GEYER H., Der christliche Katechet oder Anleitung zum
Religionsunterricht; Frankfurt a/M 1857 * .
GOMMEL, F. Die Stiftshütte als Vorbild der Kirche Christi;
Berlijn 1931 * .
HUGHES R., Apostle's Doctrine and Fellowship (1871). Ned. vert.:
De leer en gemeenschap van Apostelen; naar de 4e Engelse druk
(1931), 's Gravenhage 1962.
IRVING E., Missionaries of the Apostolic School; Londen 1824 * .
id., Babylon and infidelity foredoomed of God; a Discourse on the
Prophecies of Daniël and the Apocalypse; I and II, Glasgow 1826 * .
id., The Last Days; a Discourse on the evil Character of these our
Times; Londen 1828 * .
id., Letter to the King on the Repeal of the Test and Corporation
Acts; Londen 1828 * .
id., The Orthodox and Catholic Doctrine of our Lord's Human Nature;
Londen 1830.
id., Christ's Holiness in the Flesh; Londen 1831 * .
id., 'Facts connected with recent Manifestations of Spiritual Gifts'; in
Frazers Magazine, Londen 1832 * .
-, The Collected Writings of Edward lrving; Londen 1864-65 * .
-, Een uitgebreide bibliografie van Irving geeft Köhler, lrvingisme,
z.a.
KAPEL, De - - der Apostelen te Albury en de zeven gemeenten te
Londen; 's Gravenhage 1831.
KER D., Observations on Mrs. Oliphant's 'Lift of Edward lrving' and
Corrections of certain Misstatements therein; Edinburgh 1863.
LIEDEREN, - ten gebruike van de Christelijke Gemeente; z.p. 1909
* .
LITURGIE, De - en andere Eerediensten der Kerk; herziene
uitgave z.p. 1878 (hierin opgenomen de Catechismus).
MANIFESTE, - aux Patriarches, aux Archevêques etc. etc. zie:
Getuigenis.
MANUAL, A - or Summary of the Special Objects of Faith and Hope in
the Present Times; Londen 1843 (1), reprint 1884 (Nagekomen
informatie: het Manual is samengesteld door J.B. Cardale).
MORNING WATCH, The - or Quarterly Journal on Prophecy, and
Theological Review; Londen 1830-1833.
NORTON R., The Restoration of Apostles and Prophets in the Catholic
Apostolic Church; Londen 1861.
PREEKEN, - en Homiliën, gehouden in de Apostolische Gemeente te
's-Gravenhage; Leiden 1872 * .
ROSSTEUSCHER E.A., Der Aufbau der Kirche Christi auf den
ursprünglichen Grundlagen; Basel1871 (1), id. 1886 (2), Berlijn 1928
(3).
ROTHE c., Die gute Sache der apostolischen Gemeinden; Berlijn
1867.
id., Wo ist die eine, heilige, katholische und apostolische Kirche?
Berlijn 1896 * .
SCHOLLER L.W., A Chapter of Church History from South Germany;
Londen 1894 * .
SITWELL E, The Purpose of God in Creation and Redemption;
Edinburgh 1860; Ned. vert.: Het Godsplan in de Schepping en
Verlossing, met een inleidend woord van I. Capadose; 's-Gravenhage,
1873 (1), 1895 (2).
SPINDLER P.J., Aktenmässsige Darstellung der offiziellen
Verhandlungen über die Glaubensansichten in Betreff des sogenannten
Irvingismus; Kaufbeuren 1857.
SYMES L., La Restauration et le Perfèctionnement de l'Elise aux
demiers jours; Paris 1858 *.
TESTIMONIUM, zie: Getuigenis.
TESTIMONY, - to His Majesty Willem IV, and to the Members of His
Majesty's Privy Council; z.p. 1836 *.
THIERSCH H.W.J., Vorlesungen über Katholizismus and Protestantismus;
Erlangen 1846 *.
id., Die Kirche im apostolischen Zeitalter und die Entstehung der
neutestamentlichen Schriften; Frankfurt a/M 1852 (1), Augsburg 1879
(3).
id., Die Genesis nach ihrer moralischen und prophetischen Bedeutung
betrachtet; Basel 1870.
id., Ueber den Christlichen Staat; Basel 1875 *.
id., Ueber die Gefahren und die Ho/fnungen der Christlichen Kirche;
Basel 1877 *.
id., Ueber das Hirtenamt; Basel 1880; Marburg a.d. Lahn 1976 *.
id., Inbegriff der Christlichen Lehre; Basel 1885 (1), 1886 (2).
TOEKOMST, De - van onzen Heer Jezus Christus en onze toevergadering
tot Hem; uit het Hoogduitsch vertaald door L.H.F.A. Faure, met een
voorbericht van dr. J.H. Gunning jr.; Nijmegen 1884 *
WIGAND P., Die Grundwahrheiten unseres Glaubens; Berlijn 1905 *.
WOODHOUSE F.V., A Narrative of Events affecting the position and
prospects of the whole Christian Church; Londen 1874 (1), 1885 (2).
id., Eine Belehrung über die Fortdauer des Apostolats; (brochure,
stencil) Marburg 1863.
ZEIT, In der - der Stille; (brochure) Berlijn 1902 *.
B. Literatuur van Hersteld- en Nieuw-Apostolische zijde
Voor de periode na 1895 is, zover dat nodig is, tussen haakjes achter
elk geschrift de geloofsgemeenschap aangegeven, waarbinnen dat werk is
uitgegeven. De volgende afkortingen zijn daarbij gebruikt:
HAZK Hersteld Apostolische Zendingkerk
HAZG Hersteld Apostolische Zendinggemeente
HAZEA: Hersteld Apostolische Zendinggemeente in de Eenheid der Apostelen
NAK Nieuw-Apostolische Kerk
GAC Gemeente van Apostolische Christenen
AG Apostolisch Genootschap
ARMOEDE, De - der Kerk; (brochure) Haarlem z.j. (HAZG) *.
BEEK H. VAN DER, Een halve eeuw van strijd, Het leven herdacht van T.
Kor/f; Enkhuizen 1918 (HAZK).
BEMMEL J. VAN, De Hersteld Apostolische Zendingkerk; (brochure)
's-Gravenhage 1954 *.
BEMMEL M. VAN e.a., De ware oorzaak der scheuring in de Hersteld
Apostolische Zendinggemeente in Nederland; z.p.z.j. (1897) (HAZK).
BEMMEL M. VAN, Ontwaakt, de Bruidegom komt! z.p.z.j. (brochure)
(HAZK) *.
BEPALINGEN, - betreffende inrichting en bestuur van het
Kerkgenootschap de Nieuw.Apostolische Kerk in Nederland; (brochure)
Amsterdam 1964 *.
BISCHOFF J.G., Die Vollendung des Heilsplanes Gottes nach den Worten
Jesu; Frankfurt a/M 1935 (NAK).
BOEK, Een - voor onzen Tijd, zie: Schwartz.
BOER H., De Zegen van de Twijfel; gedenkboek t.g.v. het 30-jarig
ambtsjubileum van Apostel L. Slok; Baarn 1976 (AG).
BOERMEESTER C., De mens; (brochure) z.p. 1977 (GAC) *.
ELIAS B.T. en H. SCHURINK, Van licht tot licht, ontstaan en
ontwikkeling der Hersteld Apostolische Zendinggemeente in de Eenheid der
Apostelen in Nederland en Koloniën; Amsterdam 1930 (1),1933 (2).
ENSEIGNEMENT, L' - Néo-apostolique à la lumière de l'Ecriture Sainte
et le Ministère Apostolique au temps du fin; Genève z.j. (NAK).
EVERS C.A., Ter Overdenking; (brochure) Amsterdam 1945 (HAZEA).
FRAGEN, - und Antworten über den Neuapostolischen Glauben; z.p.
1942 (NAK).
GELOOFSBELIDENIS, - en Kerkorde van de Herstelde Apostolische
Zendingkerk in Nederland; (fotokopie manuscript) Amsterdam 1892.
GESCHIEDENIS, - van het Rijk Gods; Frankfurt a/M 1970 (NAK).
GROESSTE, Der - unter lhnen, kurze Lebensbeschreibung von
Hermann Niehaus; Frankfurt a/M 1928 (NAK) *
GROOTVELD A., Aan alle Brs en Zrs der Hersteld Apostolische
Gemeente; (brochure) Scheveningen 1930 (Nieuwe Hersteld Apostolische
Zendingsgemeente).
GUETTINGER o., Manifest über die Zustände und Tendenzen in der
Neuapostolische Gemeinde; Zofingen 1954 (GAC).
HISTORISCH, - Overzicht over het ontstaan van het Stamapostelambt;
(brochure) Düsseldorf 1976 (GAC).
HUISREGELEN, Algemene - en Geloofsbelijdenis voor dienaren en leden
der HAGEA; (brochure) z.p. 1948.
HUISHOUDELIJK, - Reglement en Geloofsbelijdenis voor de leden der
Nieuw-Apostolische Kerk; (brochure) z.p. 1966.
HULPBOEK JE, - voor de Priesters en Dienaren der Hersteld
Apostolische Zendinggemeente in de Eenheid der Apostelen; Enkhuizen
1908.
IST, - das Stammapostelamt eine göttliche Einrichtungr;
Steinhagen i/W 1929 (NAK).
IS, - het gewenst, dat wij onze kinderen laten dopen? (brochure)
z.p.z.j. (HAZG) *
JOCHEMS J., De Catechisatie-arbeid; I Oude Testament; II Nieuwe
Testament; Amsterdam 1939 (HAZEA).
KAMPHUIS G., Strubbelingen in het Werk Gods, welke geleid hebben tot
de oprichting van de 'NieuwApostolische Kerk'; (brochure, stencil)
Apeldoorn, 1954 (GAC).
KlNDLER E., Apostel Peter Kublen, een leven voor de Heer; z.p.
1970 (GAC).
KORFF A.J., Hoofdzaken uit de Leer der Hersteld Apostolische
Zendingkerk; z.p.z.j.
id., Het schild des geloofs; Amsterdam 1930 (HAZK) * .
id., Zwitserse Brief, betreffende de gebeurtenissen van 1930 te
Haarlem; (stencil) Amsterdam 1931 (HAZK).
id., Beknopte Geschiedenis der Apostolische Kerk; Amsterdam 1963
(2) (HAZK).
KUHLEN P., Ereignisse in der Neuapostolischen Kirche, die zur
Gründung der Apostolische Gemeinde geführt haben; Düsseldorf 1955
(GAC).
id., Nachdenkliches über die Botschaft des Stammapostels J. G.
Bischoffs (brochure) Düsseldorf 1955 (GAC). ".
LEERBOEK, - voor Apostolische Christenen; z.p. 1970 (GAC).
LEHRBUCH, - fir den Religionsunterricht; Leipzig 1924 (1),
Frankfurt a/M 1930 (2) (NAK).
LIEDEREN, - ten gebruike in de erediensten der Hersteld Apostolische
Zendingkerk; z.p.z.j. * .
LIEDEREN, - ten gebruike in de erediensten der Hersteld Apostolische
Zendinggemeente; z.p.z.j. *
OOSBREE J.H. VAN, Fundamenteele Grondslagen des Geloofs;
(brochure) Amsterdam 1936 (HAZEA).
OUDE, De - paden; aan de gelovigen in Nederland, nu de Wereldraad van
Kerken deze zomer binnen onze grenzen zal vergaderen; Amsterdam 1948
(HAZK).
POORTEN J. VAN DER, Mijn koninkrijk is niet van deze wereld, een
kroniek; Woolridge, Australië 1976.
RICHTLIJNEN, - voor de Ambtshandelingen der Dienaren van de Hersteld
Apostolische Gemeente in de Eenheid der Apostelen; z.p. 1951.
ROCKENFELDER G., Geschiedenis der Nieuw-Apostolische Kerk; uit
het Duits vertaald door W. Bes; Utrecht z.j. (ca. 1948) * .
SALUS, (= E.E. Schmidt) Oude en nieuwe wegen; vertaald door
Sailet (= B.T. Elias), Enkhuizen 1913 (HAZEA).
SCHWARTZ F. W., Een woord van wederlegging op het Woord van
waarschuwing van H. C. Voorhoeve; (brochure, getypt) Amsterdam 1864.
id., Een vorm, waarin het Heilig Avondmaal bediend mag worden;
(brochure, getypt; de z.g. Avondmaalsblaadjes) Amsterdam 1864.
id., Apostelen of niet? En wel in onze negentiende eeuw;
Amsterdam 1866 (1), 1889 (2).
id., Een boek voor onzen Tijd; (bew. door J. Groenewegen);
Wolvega 1872 (1), 1894 (2), Baarn 1949 (3).
id., Brief, waarin de gebeurtenissen vermeld worden, welke zijn roeping
tot apostel voor Holland voorafgingen; (brochure, stencil), Amsterdam
1891.
id., De Apostolische Kerk der eerste eeuw, voorgesteld in het
Hooglied; (naar aantekeningen van S. uitgegeven onder het pseudoniem
Engannim) z.p. 1892 *
id., Geloofsbelijdenis en Kerkorde 'Van de Hersteld Apostolische
Zendingkerk in Nederland; z.p. 1892.
id., Een Concept; (stencil) Amsterdam 1895.
id., Testament, eene 'voorlichting; (stencil) z.p.z.j. *
id., Honderd Geloofsstellingen; (gestencilde heruitgave)
Wageningen 1972 (HAZK).
SLOTHOUWER S.O., Memento Mori, een beschouwing over dood en
hiernamaals; (brochure) z.p. 1980 (GAC) *
STATUTEN, - van de Stichting Het Apostolisch Genootschap;
(brochure) Amsterdam 1978.
VERKRUISEN N.J., Eenige herinneringen bij het herdenken, dat wijle de
weleerw. heer F. W: Schwartz op het Pinksterfeest den 26en Mei 1863 te
Hamburg door den Heer geroepen werd tot apostel van Nederland enz. enz.;
(brochure) z.p. 1913.
VERKRUISEN jr. N.J., De leer der Schriften; 's-Gravenhage z.j.
(1930) (HAZG).
VERSTEEG C., Verschillende geschiedkundige gebeurtenissen met
betrekking tot het Apostolische Zendingswerk; (getypt) Utrecht 1965
(GAC).
VERSTEEG C., Leerzame lessen uit de kerkgeschiedenis; (getypt)
Utrecht 1972 (GAC).
VRIES S.J. DE en J.M. BRAKKE, Geen 'scheuring' doch 'afval';
Enkhuizen 1900 (HAZEA).
VRAGEN, - en Antwoorden betreffende het Hersteld Apostolische Geloof;
Frankfurt a/M 1948 (NAK).
WAT, - dunkt u van de Christus? (brochure) Haarlem z.j. (HAZG).
WEINMANN K., 100 Jahre Neuapostolische Kirche; Hamburg 1963.
IJDELE, Een - ceremonie of een genadegave Gods? (brochure)
z.p. 1966 (3) (HAZK) *
C. Andere literatuur
ANDREAE v., Het kenmerk van een apostel van Jezus Christus en de
verhouding van tegenover gewaande apostelen; naar het Hoogduitsch
door J.A. Schuurman Johz. 's-Gravenhage 1865.
APOSTELEN, Hij heeft - gegeven; (brochure van de Apostolische
Kerk) Amsterdam 1965 *
BARR J., Fundamentalism; Londen 1977.
BARTH K., Kirchliche Dogmatik; 1/1 Zollikon, Zürich 1952 (6), 1/2
id. 1948 (4).
BAXTER R., A Narrative of Facts, characterizing the Supernatural
Manifestations in Melfi of Mr. Irving's Congregation and other
lndividuals, in England and Scotland, and formerly in the Writer
himself; Londen 1833.
id., lrvingism, its Rise, Progress .and Present State; Londen
1835 .
BEEK M.A., Wijkende wegen; m: Bleeker e.a. Spelregels, z.a.
BENNETT W.J.E., lrvingism; artikelen, anoniem gepubliceerd in
Tbe Old Church Porch; Londen 1855.
BERKHOF H., Christelijk geloof; Nijkerk 1973.
BEDIENING, Bij de - des H. Avondmaals in de Apostolische
Zendinggemeenten; z.p.z.j.
BEYER H.W., Artikel 'διακονέω/διάκονος' in TWNT...
id., Artikel 'ἐπισκέπτομαι/ὲπίσκοπος' in TWNT...
id., Artikel 'κυβέρνησις' in TWNT.
BLEEKER C.J. e.a., Spelregels, een bundel essays over
hermeneutische regels en hun toepassing in de theologie; Amsterdam 1967.
BLIEK A.J., Mr. L.F. Anthing; Hoenderloo 1938.
BOER WINKEL F., Kerk en secte; 's-Gravenhage 1956 (2).
BORNKAMM G., Artikel 'πρεσβύτερος' in TWNT *.
BOUSSET W., Die Offenbarung Johannis; Göttingen 1906 (Neudruck).
BRIEF, - aan een vriend over het lrvingisme of de zoogenaamde
Apostolische Kerk, door N.N. 's-Gravenhage 1865 *
BRONKHORST A.J., Schrift en Kerkorde 's-Gravenhage 1948.
BULTMANN R. en D. LUEHRMANN, Artikel 'φαίνω/ἐπιφάνεια' in TWNT
*.
CAMPENHAUSEN H. VON, Kirchliches Amt und geistliche Vollmacht in den
ersten dreiJahrhunderten; Tübingen 1963 (2).
CERFAUX L., Pour I'histoire du titre Apostolos dans le Nouveau
Testament; in: Récherches des Sciences Religieuses, Tome XL VIII,
Paris 1960.
CHRISTOPHILUS, lrvingianen en Darbisten, wat zij zijn en wat zij
willen; 's-Gravenhage 1867 *.
COBBAN A., The Social lnterpretation of the French Revolution;
Cambridge etc. 1979 *.
COENEN L. e.a., zie: Theologisches Begriffslexikon zum Neuen
Testament.
COHN N., The persuit of the Millennium; Londen enz. 1978 *.
CONZELMANN H., Grundriss der Theologie des Neuen Testaments;
München 1968 (2) *.
id., Artikel 'χάρισμα' in TWNT *.
DA VENPORT R.A., Albury Apostles; Londen 1973 (2).
EDEL R.F., Heinrich Thiersch als oekumenischer Gestalt; Marburg
a.d. Lahn 1962.
id., Auf dem Weg zur Vollendung der Kirche Jesu Christi; die
oekumenische Sendung der Katholisch-Apostolischen Gemeinden; Marburg
a.d. Lahn 1971 *.
EGGENBERGER O., Die Neuapostolische Gemeinde, ihre Geschichte und
Lehre dargestellt und beurteilt; München 1953.
EICHRODT W., Ist die typologische Exegese sachgemässe Exegese? In:
Probleme alttestamentlicher Hermeneutik, z.a.
ELLIS E.E., The role of the christian prophets in Acts; in: Apostolic
History and the Gospel; Grand Rapids USA 1970 *.
ESSER J., De lrvingianen te 's.Gravenhage, volgens het liturgieboek
der Kerk, 's-Gravenhage 1869 *.
FRIEDRICH G., Artikel 'εὐαγγελιστής' in TWNT *.
FROER K., Biblische Hermeneutik; München 1961 *. .
GOPPEL TL., KirchenleitUng und Bischofsamt in den ersten drei
Jahrhunderten; in: Kirchenpräsident oder Bischof; Göttingen 1968
*.
GUNNING JHzn J.H., Prof dr. J.H Gunning, Leven en Werken;
Rotterdam, z.j.
HEIJER C,J. DEN, Exegetische methoden in discussie; Kampen 1979
*.
HOHL M., Bruchstücke aus dem Leben und den Schriften des Edward Irving,
ein bemitleidenswerter Märtyrer des öffentlichen Beifalls; in: Genfer
Aktenstücke über den lrvingianismus; Genève 1836 *.
HOOFT A.J. VAN 'T, De propaganda der Hersteld-Apostolische
Zendinggemeente; Rotterdam 1908.
HUNNINGHER C, De z.g. Apostolische Kerk; Amsterdam 1906.
HUTTEN K., Seher, Grübler, Enthusiasten; das Buch der Sekten;
Stuttgart 1966 (11).
id., Geloof en Sekte; vertaling door J.J. Poort van: Die
Glaubenswelt des Sektierers; Franeker z.j.
JAARBOEKEN, - voor Wetenschappelijke Theologie IX; Utrecht 1851.
JEREMIAS J., Artikel 'ποιμήν' in TWNT.
KAHMANN, J., Methoden van exegese; in: Praktische Theologie, 1980
no. 1: Zwolle 1980.
KITTEL G., zie: Theologisches Wörterbuch zum Neuen Testament.
KLERK B.J. DE, Vorme en karakter van die Biblisisme; Kampen 1937.
KLUIT M.E., 'Israël knooppunt van Internationaal Réveil'; Ned. Theol.
Tijdschrift 22 no. 4, 's-Gravenhage 1968.
KNIJFF H.W. DE, Sleutel en slot, beknopte geschiedenis van de
bijbelse hermeneutiek; Kampen 1980.
KÖHLER J.N., Het lrvingisme, eene historisch-critische proeve;
's-Gravenhage 1876.
KRAEMER H. e.a., Artikelen 'προφήτης, προφἠτεύω, κτλ' in TWNT.
LEEUW G. VAN DER, 'De theologie van het ambt'; in: Nederl. Theol.
Tijdschrift, 3.6 's-Gravenhage 1949 *.
LEKKERKERKER A.F.N., Oorsprong en functie van het ambt;
's-Gravenhage 1971 *.
LOHSE E., Artikel 'χιλιáς' in TWNT *.
MATTER H.M., Wederkomst en wereldeinde; Kampen 1980.
MOLTMANN J., Theologie van de hoop; Ned. vert. J. van de Geyn,
Utrecht 1969 (3) *.
MOULE CF.D., Het Nieuwe Testament in de oude Kerk; Ned. vert.
door L.A. Rood; van: The Birth of the New Testament,
Utrecht/Antwerpen 1966 *.
MUELLER D., Artikel Apostel in: Theologisches Begriffslexikon zum
Neuen Testament; Wuppertal1967.
NEILE H. MAC, Letters to a Friend, who felt it his Duty to Secede
from the Church of England; Londen 1834.
NEILL S., The Interpretation of the New Testament 1861.1961;
Oxford 1964 *.
NINEHAM D., The use and abuse of the Bible; Londen 1976 *.
OEPKE A., Artikel 'ὰποκαλύπτω' in TWNT *.
id., Artikel 'παρουσία' in TWNT.
OBST H., Apostel und Propheten der Neuzeit; Berlijn 1980.
OLIPHANT O.W., The Lift of Edward lrving; Londen 1862 (6).
PALMER R.R. en J. COLTON, A History of the Modern World; New York
1978 (5).
PROBLEME, - alttestamentlicher Hermeneutik; herausgegeben von C.
Westermann, München 1968.
RAD G. VON, Theologie des Alten Testaments, Band 11; München 1968
(4).
RASKER A.J., De Nederlandse Hervormde Kerk vanaf 1975; Kampen
1974.
RENGSTORF K.H., Artikel 'ἀποστέλλω κτλ' in TWNT *.
id., Artikel 'δώδεκα' in TWNT *.
ROLOFF J., Artikel: Amt, Aemter, Amtsverständnis' IV, in:
Theologische Realenzyklopädie.
id., Artikel: 'Apostel, Apostolat, Apostolizität' I, in: Theologische
Realenzyklopädie.
ROBERT J., Catholiques.apostqliques et neo.apostoliques;
Neuchâtel1960 *
SCHAFF P., 'Duitschland, zijne Hoogeschoolen, Godgeleerdheid en
Godsdienstig Kerkelijke Toestand'; uit het Engelsch vertaald door D.
Harting, in: Jaarboeken voor Wetenschappelijke Theologie IX;
Utrecht 1858.
SCHILLEBEECKX E., Kerkelijk ambt; Bloemendaal 1980.
SCHMIDT K.L., Artikel 'καλέω/ὲκκλησία, κτλ' in TWNT *
SCHNACKENBURG R., Apostles before and during Paul's time; in:
Apostolic History and the Gospel; Grand Rapids USA 1970.
SCHNEIDER J., Artikel 'ὄμοιος/ὁμοίωμα' in TWNT.
SCHRENK G., Artikel 'ἰερεύς, κτλ' in TWNT *.
SCHWITTAL J., Grosskirche und Sekte; Hamburg 1962 *
SEEBASS H., Biblische Hermeneutik; Stuttgart enz. 1974 *
SEMMELINK J.H., Prof dr. J.H. Gunning, zijn ontwikkelingsgang en
zijne beginselen; Zeist 1926.
SEVENSTER G., 'Problemen betreffende het ambt in het Nieuwe Testament';
in: Ned. Theol. Tijdschr. 17.6 's-Gravenhage 1963 *
id., 'Het koning- en priesterschap der gelovigen in het Nieuwe
Testament', in: Ned. Theol. Tijdschr. 13.6, Wageningen 1959 *
SHAW P.E., The Catholic Apostolic Church, sometimes called
'lrvingite'; New York 1946.
SMIT IJ., Vijf jaar in de gemeente der 'Apostolische Zending' te
Amsterdam; Amsterdam 1869 *
id., Valsche apostelen en valsche profeten; Amsterdam 1869 *
STEARNS P.N., European Society in Upheavel, Social History since
1750; New York 1975 (2).
STRACHAN G., The Pentecostal Theology of Edward lrving; Londen
1973 *
STRATHMANN en R. MEIJER, Artikel 'λειτουργέω, κτλ' in TWNT *.
THEOLOGISCHE, - Realenzyklopädie; Berlijn/New York 1978v.
THEOLOGISCHES, - Begriffslexikon zum Neuen Testament; ed. L.
Coenen, E. Beyreuther en H. Bietenhart, Wuppertal l967v.
THEOLOGISCHES, - Wörterbuch zum Neuen Testament; ed. G. Kittel en
G. Friedrich (aangegeven als: TWNI), Stuttgart 1933-1978.
THOMSON D., England in the Nineteenth Century; Harmondsworth enz.
enz. 1975 (18) *
VALETON J.M., Het lrvingisme; Baarn 1912 *
VEELKLEURIGE, De - wijsheid Gods; (brochure van De
Apostolische Kerk), Amsterdam 1961
VOLKSTELLING, - 31 December 1930 Deel lIl; 's-Gravenhage 1933.
id., 12e - annex Woningtelling 31 mei 1947 ; Serie B deel 5,
's-Gravenhage 1950.
id., 13e Algemene - 31 mei 1960; deel 7A; 's-Gravenhage 1968.
id., 13e Algemene - 31 mei 1960; deel 7B; Zeist 1963.
id., 14e Algemene - annex Woningtelling, 28 februari 1971; deel
3; 's-Gravenhage
1981. VOORHOEVE Jzn H.C., Een woord van waarschuwing tegen de
lrvingianen en de zoogenaamde Apostolische Zending; Rotterdam 1864.
VOORHOEVE H.C., Het lrvingianisme, eene bijdrage ter beoordeeling;
Rotterdam 1867.
Register
van de voor het relaas belangrijkste personen, die in het HISTORISCH
GEDEELTE genoemd worden.
ARMSTRONG, Nicolas; Anglicaans geestelijke te Londen; 1831 geschorst;
1834 geroepen als één der Engelse apostelen; 30, 32, 34, 39, 46.
BAXTER, Robert; advocaat te Doncaster; profeteerde in Irvings gemeente;
verklaarde later, dat hij door een valse geest misleid was; 26, 33.
BEMMEL, Martinus van; 17 jan. 1897 geroepen tot opvolger van apostel
Schwartz over de stam Juda van de Hersteld Apostolische Zendingkerk;
gest. 1925; 56v.
BISCHOFF, Johann Gottfried; 1871-1960; schoenmaker; werd in 1930
stamapostel van de Neuapostolische Gemeinde; maakte dec. 1951 zijn
geruchtmakende stamapostel-boodschap bekend; 63, 64, 70v.
BISCHOFF, Friedrich; zoon van J.G.; apostel; 70, 72.
BISCHOFF, Tjark, geen familie van bovenstaanden; apostel in de HAGEA en
de NAK; 73v.
BÖHM, Charles; evangelist in de Katholiek Apostolische Kerk; werkte veel
in Duitsland; zijn roeping tot apostel in 1859 werd niet aanvaard; 42,
45v.
CAIRD, William Rennie; koopman, hulpprediker in de Schotse Kerk; eerste
door een (Engelse) apostel geordende ambtsdrager (1832); later
coadjutor; 23, 31, 41, 42, 46.
CAMPBELL, John Macleod; Presbyteriaans predikant in Schotland; 1831
afgezet; 21v.
CAMPBELL, Mary; april 1830 genezen van een ongeneeslijke ziekte;
getrouwd met de latere evangelist Caird; 22.
CAPADOSE, Mr. Isaäc; zoon van Abraham C.; eerst-geordende priester van
de Katholiek Apostolische Kerk in Nederland; later coadjutor; gest.
1920; 44, 47. .
CARDALE, John Bate, 1802-1877; advocaat te Londen; eerstgeroepene van de
'Engelse apostelen' (7 november 1832); 22, 23, 26, 31 et passim.
CARLYLE OF SHAWHILL, Thomas; advocaat te Edinburgh; één der Engelse
apostelen; gest. 1855; 22, 32, 34, 38, 42, 45.
DAL TON, Henry; Anglicaans geestelijke; één der Engelse apostelen; gest.
1871; 32, 34, 46.
DONALD, George en James MAC-; scheepstimmerlieden te Port Glasgow; hun
huis werd centrum van de opwekkingsbeweging van 1830v. Beiden gest.
1833; 22v.
DOW, David; predikant der Schotse Kerk; aanhanger van Irving; weigerde
zijn apostelroeping; kort voor zijn dood (1872) tot engel gewijd; 32
DOW, William; broer van David; predikant der Schotse Kerk; één der
Engelse apostelen; gest. 1855,20, 32, 34, 45.
DRUMMOND, Henry; 1786-1859; bankier; eigenaar van het landgoed Albury;
één der Engelse apostelen; 19,20, 30, 31, 32 et passim.
GEYER, Heinrich; onderwijzer; engel-profeet in de Katholiek Apostolische
Kerk; vanwege zijn niet erkende apostelroepingen in 1862v. ontstond het
Hersteld-Apostolische Werk; 45v., 49v.
GUNNING, J.H.; zijn strijd om al of niet Apostolisch te worden; 44v.
HALL, Miss; gouvernante in het gezin Perceval; één van de met
geestelijke gaven begiftigde personen in Irvings gemeente; 23v., 26.
HINTON; Baptistenpredikant te Oxford; stichtte 1832 een 'geestelijke
gemeente'; later engel van de Katholiek Apostolische Gemeente aldaar;
30, 32.
IRVING, Edward; 1792-1834; predikant van de Schotse Gemeente in Londen;
één der grondleggers van het Apostolische Werk; 20, 24v. et passim.
JOCHEMS, Jan; onderwijzer; door stamapostel Bischoff aangesteld tot
apostel van de HAZEA naast Van Oosbree; gest. 1947; 65v.
KALWIJ, JG.; in 1925 opvolger van Van Bemmel als apostel van de Hersteld
Apostolische Zendingkerk; 59.
KAMPHUIS, G.; in 1948 benoemd tot apostel in de HAGEA; na betrokken te
zijn in het conflict rond de stamapostel-boodschap in de rust gezet;
sloot zich in 1956 aan bij de Apostolische Geloofsgemeenschap; 68, 72v.,
74.
KENZIE, Duncan MAC-; ouderling in Irvings gemeente; laatst geroepene der
Engelse apostelen en eerste, die stierf (1855); legde 1840 zijn ambt
neer; 26, 32, 34, 39, 45.
KING-CHURCH, Henry John; 1785-1865; één der Engelse apostelen, n.l. voor
Nederland, België en Denemarken (stam Issaschar); 32, 34, 43, 46.
KOFMAN, Jacob; timmerman te Enkhuizen; vanuit de 'apostel-eenheid' 12
juni 1897 geroepen tot tegen-apostel van de opvolger van Schwartz; gest.
1911; 56v., 62.
KORFF, A.J.; onderwijzer; Hersteld-Apostolisch evangelist; 1928 geroepen
tot apostel voor Duitsland; 59.
KREBS, Friedrich; 1831-1905; Duits spoorwegbeambte; Hersteld-Apostolisch
apostel; propageerde het 'nieuwe licht' en schiep de 'Eenheid der
Apostelen'; 52, 54, 61.
KUHLEN, Peter; stamapostel-helper in de Neuapostolische Kirche; terwille
van de stamapostel-boodschap in conflict met J.G. Bischoff; richtte met
anderen 1955 de Apostolische Gemeinde op; 70v.
LANDSMAN, Jacobus Johannes; engel van de eerste Katholiek Apostolische
Gemeente in Nederland ('s-Gravenhage, 1867) 44; zijn zoon Johannes was
de laatst-levende Katholiek-Apostolische priester in Nederland, gest.
1958; 47.
LUTZ, Johann Evangelist; R.K. geestelijke in Beieren;
opwekkingsprediker; één der eerste KatholiekApostolische ambtsdragers
in Duitsland; 41v.
MAC X, zie X.
MILLER, J.L.; predikant van een Independentistengemeente in Londen; 1829
geschorst; zijn gemeente (Bishopsgate) werd één der Zeven Gemeenten; 30,
32.
NEILE, Hugh MAC-; parochiegeestelijke te Albury; presideerde de
Conferences aldaar; kantte zich tegen het Apostolische Werk; 19, 30.
NIEHAUS, Hermann; landbouwer; 1848-1932; hoofdleider van de
Nieuw-Apostolische tak van het Werk: eerste stamapostel; 55v., 62v.,
69v.
OOSBREE, Johannes Hendrik van; 1862-1946; levensmiddelengrossier; vanaf
1910 apostel van de HAZEA; 62v., 66.
OSSEBAAR, Dielof Willem; bouwkundige; sinds 1947 als opvolger van Kalwij
apostel der Hersteld Apostolische Zendingkerk; 59v.
OWEN, Henry; Anglicaans geestelijke te Londen; 1831 geschorst; zijn
vrije gemeente te Chelsey, Londen, werd één der Zeven Gemeenten; 30, 32.
PERCEVAL, Spencer; parlementslid (Tory); één der Engelse apostelen;
gest. 1859; 20, 32, 34, 45.
POCHHAMMER, Maximilian von; zoon van een Pruisische generaal, studeerde
mijnbouw en theologie; zijn arbeid als evangelist leidde tot de vorming
van de eerste Katholiek Apostolische Gemeente in Nederland; 44.
POORTEN, Jacob van der; handelsagent; enige tijd apostel (voor Engeland)
in de Hersteld Apostolische Zendingkerk; zijn optreden werd mede
aanleiding tot de scheuring van 1969; 48, 60.
SCHAAP, Jasper; werd in 1969 apostel van degenen, die zich aan het gezag
van Ossebaar (Hersteld Apostolische Zendingkerk) onttrokken; 60.
SCHWARTZ, Friedrich Wilhelm (over de schrijfwijze van zijn naam, zie
noot 95); 1815-1895; kleermaker; 1863 door o.a. Geyer tot apostel
geroepen; begon in dat jaar het Hersteld-Apostolische Werk in Nederland;
44, 49v. et passim.
SITWELL, Francis; landedelman; één der Engelse apostelen; schrijver van
het boek 'Het Godsplan'; gest. 1865; 32, 34, 46.
SLOK, Lambertus; typograaf; 1946 tegen de wens van de stamapostel
aangewezen als opvolger van Van Oosbree als apostel van de HAZEA;
stichtte Het Apostolisch Genootschap; 66v.
SMIT, H.J.; schoonzoon van Van Oosbree; 1925 uit de HAZEA gestoten;
stichtte de Hersteld Evangelische Apostolische Gemeente, die zich in
1956 aansloot bij de Vereinigung Apostolischer Christen; gest. 1965;
62v., 72, 74.
STEWART, John Haldane; Anglicaans geestelijke, deelnemer aan de Albury
Conferences; invloed door brochure over hernieuwde uitstorting van de
Heilige Geest; 20.
TAPLIN, Edward Oliver; schoolhoofd te Londen; eerste profeet van het
Apostolische Werk; gest. 1862; 22, 24, 26, 31, 45.
THIERSCH, Heinrich Wilhelm; 1817-1885; hoogleraar in de theologie te
Marburg; legde dit ambt neer, werd geestelijke in de Katholiek
Apostolische Kerk; schrijver van vele theologische werken; 42.
TUDOR, John; schrijver, redacteur van de Morning Wateh; één der
Engelse apostelen; gest. 1862; 20, 21, 32, 34, 45.
VERKRUISEN, N.J.; voorganger van de Hersteld-Apostolische
Zendinggemeente te Haarlem; maakte deze gemeente los uit de Hersteld
Apostolische Zendingkerk; gest. 1905; opgevolgd door zijn zoon J.W., die
de gemeente in 1931 opnieuw losmaakte; 58, 59.
VERKRUISEN, JR, N.J.; voorganger van de Hersteld Apostolische
Zendinggemeente te Den Haag; maakte deze in 1927 los uit de Hersteld
Apostolische Zendingkerk; 58.
WOODHOUSE, Francis Valentine; jurist; jongste en langst in leven
geblevene der Engelse apostelen; gest. 3-1-1901; 32, 34, 39 et passim.
Curriculum vitae
Marinus Johannes Tang werd op 19 januari 1925 geboren te Amsterdam.
Van 1949-1954 werd hij opgeleid tot wika-evangelist aan de Academie
'Kerk en Wereld' te Driebergen.
Van 1954-1960 was hij werkzaam als geestelijk-verzorger namens de
Hervormde Gemeente te Utrecht in het Stads- en Academisch Ziekenhuis
aldaar.
Van 1960-1975 werkzaam als geestelijk verzorger in het psychiatrische
ziekenhuis 'Dennenoord' te Zuidlaren.
In deze tijd studeerde hij aan de Rijksuniversiteit te Groningen en deed
op 29 juli 1967 kandidaatsexamen pedagogiek (cum laude),
20 augustus 1970 kandidaatsexamen theologie (cum laude),
30 december 1970 kerkelijk examen (cum laude),
7 juni 1974 doctoraal examen theologie (cum laude).
Sinds 1 september 1975 is hij ziekenhuispredikant in het Diaconessenhuis
te Utrecht.

En nog een uitvoering.
|
Schematisch overzicht van de wereld
gebeurtenissen volgens de Openbaring aan Johannes:
 |
|