| |
Historisch overzicht
over het ontstaan van het Stamapostelambt
De in de jaren 1832 tot 1835 in Engeland geroepen Apostelen
werden overeenkomstig de stammen van het oude verbondsvolk
Israel twaalf arbeidsterreinen toegewezen. leder van deze twaalf
arbeidsterreinell kreeg de naam van een stam van het oude,
oorspronkelijke volk Israëls, en ieder der twaalf Engelse
Apostelen werd Apostel van een stam van het nieuwe, geestelijke
Israelsvolk.
Zo werd het arbeidsterrein Engeland en U.S.A. de stam "Juda",
en toevertrouwd aan de Stamapostel Cardale. Zuid-Duitsland en
Oostenrijk werden als stam "Ruben" door Stamapostel Woodhouse
bediend, enz. In de Katholiek Apostolische Kerk waren er dus
twaalf Stam-Apostelen, die de twaalf stammen (aposteldistricten)
te verzorgen hadden. Dit bleef zo, vele tientallen jaren daarna
toen had in het jaar 1863 de splitsing van de Apostolische
gemeenten zich voltrokken in de "Nieuwe Ordening", zoals men
toen de onder de nieuw geroepen Apostelen staande apostolische
gemeenten aanduidde. Zo was aanvankelijk het Aposteldistrict
Holland de stam "Juda", geleid door Apostel Schwartz als apostel
van deze stam. Noor dDuitsland gold als stam "Ephr aim " ,geleid
door Apostel Preusz, enz.
leder van deze apostelen, zowel van de oude als van de nieuwe
ordening, was stamapostel van zijn stam (aposteldistrict), maar
aangaande allen sprak en schreef men alleen maar van "apostelen"
.
Om de oorspronkelijke betekenis van het woord stamapostel nog
meer te verduidelijken, moge worden opgemerkt, dat er in de
eerste tientallen jaren van de "Nieuwe Or dening" ook
stam-opzieners waren. In de Duit se uitgave "Alte und neue Wege"
staat op bladzijde 323 te lezen, dat de latere Apostel Kofman,
na het heengaan van Apostel Schwartz van 1895tot 1898 het
stamopzienersambt in de stam "Juda" (aposteldistrict Holland)
heeft gedragen. En op bladzijde 329 staat verrneld, dat Hermann
Niehaus in het stervensjaar van Apostel Menkhoff, 1895,
stamopziener werd voor de stam "Isaschar" (aposteldistrict
Westfalen/Rheinland).
(Noot van de vertaler: In de Nederlandse uitgave: "Oude en
nieuwe Wegen" komt dit niet zo naar voren, daarin kunnen wij
echter op bladzijde 4081ezen, dat er omstreeks het jaar 1870
onder Apostel Schwartz zgn. stamambten bestonden, nl. ook
stamopzieners, stamprofeten, stamevangelisten en stamherders).
Lange tijd hadden de apostelen van de Nieuwe Ordening weinig
contact met elkaar, vooral het gebrek aan gemeenschappelijke
samenkomsten en daarmee aan gedachten- en meningsuitwisseling
over de geloofsleer deed zieh gelden. Dit gebrekwerd in't
bijzonder ingezien door Apostel Schwartz, die naar een meer
eendrachtig samenwerken van de apostelen streefde, zonder echter
zelf zo'n eenheid volledig bereikt te hebben. Schwartz heeft
echter in geen geval het stamapostelambt in de zin van een
opperste leider van alle apostelen gedragen, zoals het hier en
daar in de nieuw-apostolische schrifturen wordt vermeId.
Apostel Krebs, die de Apostel Schwartz zeer toegedaan was, heeft
na diens heengaan energiek aan de verwerkelijking der
aposteIeenheid gearbeid en dit ookuiteindelijk kunnen bereiken.
Hij werd echter beslist niet door Schwartz voor het
Stamapostelambt bestemd en ingezet.
Tijdens een grote dienst in Bielefeld, welke volgens de
verklaring van deelnemers in 1897, naar andere berichten in het
jaar 1896 plaatsvond, verklaarde Apostel Niehaus, dat
eenhoofdige leiding van de apostolische gemeenten noodzakelijk
was en dat hiertoe uit alle apostelen de apostel Krebs als
Stamapostel gekozen werd.
't Is beslist van geen enkel belang, of Krebs in 't jaar 1896 of
1897 Stamapostel en hoofdleider der apostolische gemeenten werd,
dan wel te weten, welke betekenis het nieuwe Stamapostelambt zou
hebben en het zeker ook lange tijd op door God gewilde wijze
had. Maar in dit opzicht is er sedert de benoeming van Apostel
Krebs tot Stamapostel zeer veel veranderd.
In de tijd, dat Krebs Stamapostel was, ging het deze Godsman
daarom, de eenheid onder de apo stelen te verzorgen, in alle
geloofsaangelegenheden een werkelijk eenzijn onder de apo stelen
te bevorderen, alle dragers van het apostelambt nader tot elkaar
te brengen, bij meningsverschillen bemiddelend op te treden, in
crisisgevallen conflicten uit de weg ruimend en verzoenend te
werken, bij moeilijkheden te helpen, enzovoort; maar niet om te
werken als een toonaangevende en bevelende meerdere of in alle
geloofszaken beslissende leraar.
Er werd dan ook gedurende de tijd van de benoeming van Apostel
Krebs tot Stamapostel tot op de dag van zijn heengaan, 21
januari 1905, in de apostolische gemeenten altijd weer over
"Vader Krebs" of " Apostel Krebs" gesproken en geschreven,
echter nooit over "Stamapostel Krebs".
In de in die tijd door Apostel Bornemann weder uitgegeven "Herold"
is nimmer sprake van "Stamapostel Krebs", maar steeds weer s
lecht s van "Apostel Krebs". Zelfs in de Herold-uitgave van
februari I 1905, waarin een "in memoriam" betreffende de in
januari 1905 ontslapen Apostel Krebs werd gepubliceerd, schreef
men alleen over "Apostel Krebs".
Daar uit blijkt, dat Stamapostel Krebs als een "primus inter
pares", dat wil zeggen als "eerste onder zijnsgelijken" gold en
dat hijzelf
4
zich als zodanig betoond heeft. Hij was en bleef broeder onder
de broeders in de kring van zijn medeapostelen, zonder
bijzondere voorrechten te hanteren.
Zouden wij de zich over tientallen jaren uitstrekkende
veranderingen en afwijkingen van de oorspronkelijke betekenis
van het Stamapostelambt en dat, wat intussen in de Nieuw
Apostolische Kerk uit het Stamapostelambt geworden is, slechts
in beperkte mate willen optekenen, dan zou dit een omvangrijk
boek worden. In 't bestek van dit ge schrift kunnen wij slechts
op hoofdzaken ingaan.
In november 1947 verzochten alle toentertijd in Europa werkzame
apostelen de in die tijd bijna 77-jarige Stamapostel Bischoff
per brief, gezien zijn hoge leeftijd toch spoedig een opvolger
in te zetten. Bischoff schreef toen op 21 mei 1948 een
apostelbijeenkomst uit, waarbij op zijn beschikking een geheime
stemming plaats vond om zijn opvolger aan te wijzen.
Overeenkomstig de eenstemmige uitslag van deze geheime keuze,
waaraan korte tijd daarna ook alle overzeese apostelen
schriftelijk hun toestemming gaven, werd op 1 augustus 1948 door
Bischoff de Apostel Kuhlen voor het Stamapostelambt aangewezen
met dien verstande, dat Apostel Kuhlen zolang Bischoff nog tot
de arbeid in staat was, als Stamapostelhel per zou arbeiden en
ten tijde, waarop Bischoff door de Heer opgeroepen zou worden,
zonder meer diens plaats als Stamapostel zou innemen.
Uit beweegredenen, die hier niet uiteengezet zullen worden, we r
d door machten, die grote invloed hadden op Bischoff, spoedig na
die inzetting getracht hem te overreden, dat hij toch geen
opvolger meer nodig had, aangezien hijzelf 's Heren werk der
eindtijd voleindigen zou en hij de laatste Stamapostel zou zijn.
Daarmede samengaand werd Bisehoff letterlijk verheerlijkt. Een
voorbeeld daarvan:
Niet lang na het begin van de tweede wereldoorlog moest het
verschijnen van de "Wächter stimme" worden gestopt. Toen daarna
op 1 oktober van het jaar 1949 dit tijdschrift (uitgever en voor
de inhoud verantwoordelijk: J. G. Bischoff; drukkerij en
uitgeverij:
Friedrich Bischoff) weer verscheen, was meteen al in het eerste
nummer in een artikel met het opschrift "De sleutel van het
hemelrijk" het volgende te lezen (uittreksel):
"Wanneer de Apostelen des Heren in opdracht
van hun Zender (dat is en blijft de door goddelijke
getuigenissen verkoren Stamapostel) ook van mensenkinderen
Godskinderen kunnen maken, dan zijn zij, indien hun arbeid voor
de eeuwigheid succesvol zal zijn, aangewezen op de sleutel van
het hemelrijk in de Stamapostel. Krachtens zijn bijzondere
opdracht - en nu komen wij tot de hoofdzaak - en het hem ten
deel gevallen hoogste inzicht, kan slechts hij de
tijdovereenkomstige wil Gods ontsluiten, en door de slechts door
hem verkondigde leer allen die gelovig tot hem opzien de
mogelijkheid verschaffen, aan het einde in het door Jezus
bereide rijk in te gaan. Deze door de Heer uitverkorene heeft de
Zoon Gods blijvend geschonken: de macht tot verklaring, de gave
van het ware inzicht en het vermogen, de tijd van het goddelijke
uur precies vast te stellen. Zonder dit laatste moet al het
andere, in goddelijke zin, stukwerk blijven. Alleen onder de
bekrachtiging van de Stamapostel zal de arbeid der apo stelen en
der trouwe broeders ook de erkenning van de hemelse Vader vinden,
want Hij is het, die door Zijn Zoon deze ordening gesteld en
gegeven heeft.
- Door de aan de huidige Stamapostel overgegeven sleutel van het
hemelrijk zijn ons alle inzichten, die het werk Gods zo
hoogverheffen boven alle godsdienstrichtingen, geworden. Ook de
goede en nieuwe gedachten, die hier en daar in de diensten uit
apostelen en broeders geboren worden, vinden hun oorsprong in de
geest van de Stamapostel, hun bron, alvorens ze in de woorden
der ambtbroeders weerklank en uitdrukking vinden. Juist het feit,
dat de Stamapostel alleen daarover kan beslissen, en dat hij de
uiteindelijke autoriteit naar Gods wil moet zijn en blijven,
geeft deze gedachten hun bekrachtiging en ontsluit de
geheimenissen van het Rijk Gods zelf. - Door de in hem wonende
grote liefde, zoals geen tweede ze bezit, wordt zelfs diegenen
het hemelrijk nog ontsloten, die bij anderen geen opname meer
vinden. - Zijn klare mal zoals we ze tevergeefs steeds weer
zoeken bij de bekwaamste broeders, ontsluit het hemelrijk zelfs
voor hen, die buiten hem niemand anders goed begrepen hebben. -
Zijn dit geen zichtbare bewijzen, dat ookde tegenwoordige
Stamapostel de sleutel van het hemelrijk, het belangrijkste
voorrecht van alle apostelen, de hoogste verplichting van de
zijde van Christus gegeven is? Krachtens deze ontvangen sleutel
handelde hij in de achterliggende [aren met een wijsheid, die
boven elk menselijk verstand verheven i s , - Wie zich van deze,
in het bezit van de Stamapostel bevindende sleutel wil bedienen,
moet het hart van die man be zitten , die het volle vertrouwen
van de Zoon Gods zijn bezit kan noemen. Hem niet
onvoorwaardelijk te vertrouwen en zijn woorden alleen al in
gedachten te willen weerstaan, betekent: tegen de Zoon Gods
zondigen.''
Deze uiteenzettingen schrijven de Stamapostel een macht toe, die
geen mens gegeven is , en houden zoveel overdrijvingen in, dat
vele der apostelen ontsteld waren over dit artikel en hun grote
bevreemding daarover uitspraken.
De Heilige Schrift leert ons, dat Jezus eens apostelen zond en
zenden wil, dat dus Jezus zelf de Zender van Zijn apostelen Is.
Zo werd het ook altijd in apostolische gemeenten geleerd en zo
staat het ook in het vierde geloofsartikel van de
Nieuw-Apostolische Geloofsbelijdenis.
In het hiervoren aangehaalde artikel uit "Wächter stimme" echter
wordt de Stamapostel als zender der apostelen beschouwd.
In bedoeld artikel wordt gesproken over een alleen door de
Stamapostel verkondigde leer. Welk een afwijking is dit toch van
de in het laatste hoofdstuk van het Mattheüs-evangelie te lezen
zendingsopdracht des Heren, waaruit klaar en duidelijk blijkt,
dat Jezus al Zijn apostelen beopdracht heeft, leraars te zijn
overeenkomstig Zijn wil.
In de "Wächter stimme " nr. 3 van 1 november 1949 werd daarop de
verhandeling " .... opdat zij allen een zijn!" gepubliceerd.
Daarin staat onder meer:
"Het in nr. 1 van Wächterstimme versehenen artikel "De sleutel
van het hemelrijk" was juist bij de redactie klaargemaakt, toen
onze Stamapostel een brief ontving, waarvan de inhoud in
beknopte vorm de hoofdgedachten van het bedoelde artikel weergaf.
De woordelijke inhoud van deze brief laten wij hier volgen:
- Hartelijk geliefde Stamapostel! Met die pe
dankbaarheid in het hart heb ik gisteren weer afscheid van u
genomen. Steeds weer bewonder ik de eenvoudige uitleg van het
Woord, waardoor u ons de diepste gedachten overdraagt. Steeds
duidelijker komt naar voren, wat Jezus in Johannes 14:17 zeide:
De Geest der waarheid, welke de wereid niet kan ontvangen; want
zij ziet Hem niet, en kent Hem niet. - Wanneer ik zo de
ontwikkeling van het werk naga, dan is het enkel en alleen aan
uw leidingte danken, dat de Geest der waarheid in reine zin -
door -geen vreemde geest vertroebeld - aan de kinderen Gods
verkondigd is geworden. Hier moet ik met de dichter vol
ontroering in lof uitroepen: Wanneer ik dit wonder vatten wil.
dan staat mijn geest vol eerbied stil!
In deze dagen heb ik mij dikwijls afgevraagd: wat is eigenlijk
de grootste gebeurtenis in het werk Gods sinds de uitstorting
van de spade regen? - Ik ben tot geen andere overtuiging gekomen
dan deze, dat gij, lieve Stamapostel, als drager van de hoogste
verantwoording des Heren met geen graad van de leer des Vaders
afgeweken zijt. Gij hebt de juiste koers gevolgd! Hoe zou het
anders mogelijk geweest zijn, het volk des Heren met de tot
heden toe ontvangen klaarheid te kunnen bedienen? Door de Geest
der waarheid hebt gij ons de leer van Jezus als Apostelleer in
volmaakte reinheid verkondigd en alle verlangende zielen met de
heils daden van Jezus in verbinding gebracht. Het werk des Heren
is dankzij uw arbeid ertoe in staat gebracht spoedig vo leindigd
te worden. - De hemelse Vader heeft geweten, wie Hij Zijn Geest
kon toevertrouwen. Hij heeft Vader Krebs de aanvang, Vader
Niehaus de voortzetting en u de voleinding van Zijn werk
toevertrouwd. Als Paulus reeds kon zeggen: Het zegel mijn
apostelschaps zijt gijlieden in de Heer!, dan is het
verlossingswerk in het teken der voleinding het zegel van uw
Stamapostelambt. Het is gemakkelijker, het succes van een zaak
achteraf te bewonderen, dan te erkennen, waaraan het succes van
een zaak te danken i s. In deze zuivere leer wil ik verder
aktief en met vreugde uw dienaar zijn. Aanvaardt u voor heden
deze weinige regels als uitdrukking van mijn liefde en
waardering voor u, verbonden met hartelijke groeten.''
Deze brief was afkomstig van ....Uw dankbare W.S. ( Walter
Schmidt)Uw dankbare W.S.
Schrijver van de in dit artikel aangehaalde brief was Apostel
Walter Schmidt, die onmiddellijk na "t verschijnen van de
desbetreffende "Wlichterstimme" de toenmalige Stamapostelhelper
Kuhlen opbelde en deze dadelijk daarop bezocht, om hem te
vertellen, dat hij over het aanhalen van zijn brief in verband
met een dergelijk artikel in de "Wlichterstimme" hevig ontsteld
was, dat hij het geschrevene absoluut niet zo bedoeld had, enz.
Toen de apostelen in juni 1950 in Holland verbleven, deelde de
Stamapostel (op 18-6-' 50) aan de Apostelen E. en O. Guttinger
en R. Schneider in zijn hotelkamer in Eindhoven mede, dat de
Heer hem geopenbaard had, dat hij niet meer zou sterven.
Allengs kwamen er steeds meer geruchten dat de Stamapostel
gezegd had, dat hem een goddelijke openbaring gegeven was, dat
hij niet meer zou sterven, maar het Werk zou voleinden en dat
Jezus nogtijdens zijn leven zou wederkomen. In de kring der
Apostelen echter had de Stamapostel daarover geen enkele
mededeling gedaan.
In de "Wlichterstimme" nr. 20 van 15 oktober 1950 stond toen
onder het opschrift: "Naklanken van de 21e september 1950" (deze
dag was het 20 jaar geleden dat Bischoff het Stamapostelambt
aanvaard had) te lezen:
"Wanneer wij hem vandaag in jeugdige
kracht zien werken en het volk Gods zien dienen, dan komt bij de
getrouwen, zoals eens onder
de broeders, de gedachte op: deze discipel sterft nietl"
Ja, deze sprake kwam steeds meer en meer naar voren, zonder dat
de Stamapostel zelf daarover in de kring der apostelen iets
gezegd had of de apostelen daarover geschreven had.
In de door de uitgeverij Friedrich Bischoff voor het jaar 1951
uitgegeven kalender (in boekvorm), die de apo stelen in de
tweede helft van november 1950 werd toegezonden, stond onder het
opschrift "Aan Christus' plaats" een artikel, hetwelk eveneens
Bischoff als de "Voleinder" trachtte voor te stellen. Over dit
kalender artikel zou zeer veel zijn te zeggen; hier zij slechts
opgemerkt, dat daarin de christelijke Kerkgeschiedenis en in 't
bijzonder de kerkgeschiedkundige ontwikkeling der apostolische
gemeenten grondig verdraaid en onjuist werd weergegeven. Voigens
dit artikel zou Schwartz de eerste apostel na de apostelloze
tijd geweest zijn, en zou Bischoff de laatste schakel zijn in de
keten van de Stamapostelen. - In bedoeld kalenderartikel staat
over Bischoff ook nog:
"Hij heeft de vaste overtuiging, dat de Heer
de Zijnen nog tijdens zijn leven in 't Vaderhuis zal halen ,
aangezien de Heer hem - naar zijn eigen woorden - nog niemand
heeft aangewezen, die het Godswerk op aarde na hem verder zal
leiden. "
Deze zin was in tegenspraak met de op 1 augustus 1948
plaatsgevonden hebbende aanwijzing van een opvolger en moet
logischerwij s allerlei vragen en gedachten opgeworpen hebben
bij de leden van de Nieuw-Apostolische Kerk.
Orn een uit deze verwarring ontstane dreigende splttsing en
katastrofe in de Nieuw-Apostolische Kerk zo mogelijk te
voorkomen, heeftApostel Kuhlen toen op 25 november 1950 zijn
verzoek om terugtreding uit het ambt van Stamapostelhelper en
opvolger in het Stamapostelambt ingediend. Over de velerlei
beweegredenen, die aanleiding waren voor dit terugtreden, is in
de kerkelijke akten van de Vereinigung Apostolischer Christen
een uitvoerig bericht vastgelegd.
Toch duurde het toen nog meer dan een jaar, dat de Stamapostel
officieel zijn "boodschap" predikte, dat hij niet zou sterven,
maar het Werk zou voleinden. Toen echter werd deze "boodschap"
met oplaaiend fanatisme gepredikt, waarbij alle ambtsbroeders,
die niet instemden met de "boodschap" als ketters aangezien en
als boze knechten voorgesteld werden. Over deze "boodschap" werd
zoveel gesproken en geschreven, dat het boekdelen zou vullen,
als men daarover alles zou willen optekenen.
Hier enige citaten uit nieuwapostolische geschritten, voor
welker inhoud Bischoff verantwoordelijk was.
1. In 't bijzonder als bewijs voor de Stamapostelkultus en de
verafgoding van Bischoff:
Tijdens een Kerstdienst in 1951 in Giessen gehouden, noemde een
Apostel (Friedrich Rokkenfelder Red) de Stamapostel:
"de grootste - naast Christus - die de aarde ooit heeft gehad".
Dit heeft Bischoff zonder enige tegenspraak aangehoord; het
verslag van deze dienst heeft hij over de geheie wereid laten
ver zenden.
"Had de Vader over zijn werken Zijns Zoons Zijn welgevallen, dan
rust datzelfde welgevallen ook op de Stamapostel" ("Jugendfreund"
1952, bladzijde 8);
"De Stamapostel alleen is de geopenbaarde Liefde Gods" ("Amtsblatt"
1952, bladzijrle 94);
"De Zoon Gods zit aan de rechterhand Zijns Vaders, is heden
echter in Zijn eerste knecht, de Stamapostel, in volkomen mate
belichaamd"
("Amtsblatt" 1953, blz. 181);
"Waarom heeft God Zijn werk niet reeds eerder voleindigd?
Aangezien Hij een man nodig had, zoals een Noach, een Abraham,
een Mozes, een Petrus; daarom had Hij heden een Bischoff nodig
om Zijn Werk te voleinden" (Wächterstimme:
1953, bladzijde 55);
"De grootste man van deze tijd" ("Der gute Hirte" 1953,
bladzijde 74); "De grootste mens op deze aarde" ("Jugendfreund"
1954, bladzijde 51);
"De voleinder van het Raadsbesluit Gods" ("Unsere Familie" 1953,
bladzijde 441);
"Hem heeft de Heer van eeuwigheid af daartoe uitverkoren, dat
tot voleinding te brengen, wat Hijzelf eens begonnen is" (kalender
"Unsere Familie" 1955, bladzijde 48);
"Hij verkondigt de opheffing der natuurwetten voor degenen, die
zijn woord geloven, dat zij de natuurlijke dood niet zullen
ondergaan en belooft hun naar de goddelijke wil het eeuwige
Ieven"
(Wächterstimme" 1955,
bladzijde 31);
"Zonder de Stamapostel Bischoff komt er geen Eerste Opstanding,
geen ingaan in de Bruiloftszaal en geen wonen in het Rijk der
Heerlijkheid"
(Wächterstimme" 15 oktober
1955);
Volgens "Unsere Familie" 1955, bladzijde 623, zei Bischoff
zelf:
"Wij kunnen voor God treden en verzekeren, dat wij bijzonder
goede en volkomen mensen zijn";
Onder het opschrift: "Engel van de Mensenzoon" werd verwezen
naar Openb. 14: 6. In dit verband wer'd vermeId:
"Deze Engel is en blijft onze Stamapostel tot aan de heerlijke
verschijning van de Zoon Gods .... Het eeuwige Evangelie, dat
hij verkondigt, is de door de Heer gegeven belofte, dat het
geheimenis Gods tijdens zijn leven vervuld wordt, zolang hij de
bazuin doet klinken en Stamapostel is" (Kalender 1955, bladzijde
120);
"De exponent van goddelijke Heerlijkheid" (kalender 1956,
bladzijde 60);
"De plaats van de Stamapostel kan niet met die van een profeet
van het Oude Verbond vergeleken worden; ze kan ook niet gelijk
gesteld worden met die, die de Ziener van Patmos innam, maar
zijn plaats wordt daardoor gekenmerkt, dat zijn opdracht de
grootste is , die de Heer ooit aan een mens heeft gegeven. Wij
vinden een overeenkomst tussen hem en de Zoon Gods, welke daarin
bestaat, dat Jezus bekende, dat Hij Christus, de Zoon van de
levende God is" C'Wäöbter-sttmmo" 1957, bladzijde 142);
"Wat is het voor een apostel een kostelijke zaak, wanneer hij
kan opzien naar de Stamapostel als naar de Heilige en Heerlijke
!"
("Unsere Familie" 1955, bladzijde 151).
2. Als bewijs voor de pertinente bewering dat Bisehoff "de
laatste Stamapostel" zou zijn:
"Zoals Mozes en de uittocht van het volk Israels uit de
gevangenschap in Egypte tot ~~n begrip geworden zijn, zo is voor
de kinderen Gods de Stamapostel en de voletnding der
Bruidsgemeente ~~n onverbrekelijk feit"
("Wt1chterstimme" 1954, bladzijde 88);
"Bi schoff voert als de geestelijke Jozua de kinderen Gods het
land der belofte, het hemelse en eeuwige Kanaän binnen" (Kalender
1954, bladzijde 46);
"Dat de Zoon Gods tijdens mijn leven komt, is zo zeker, dat
eerder hemel en aarde zullen vergaan, dan dat dit woord niet in
vervulling zou gaan"
("Wächterstimme" 1954,
bladzijde 68);
"Geen ander zal de Bruid de Zoon Gods en Bruidegom tegemoet
voeren, dan hij, die daartoe de opdracht heeft ontvangen, beide
te verenigen, nl. de trouwe Eliezer-, onze Stamapostel"
("Wt1chterstimme" 1955, bladzijde 45);
"Zonder deze man kan het koninklijk priesterdom , de Bruid des
Lams, niet voltooid worden"
(Wächter stimme' 1955, bladzijde 54);
"De thans levende Stamapostel Is de laatste" ("Wächterstimme"
1956, bladzijde 165);
"Sedert jaren wordt ons verkondigd, dat de Heer tijdens het
leven van onze Stamapostel wederkomt, niet van de een of .andere
Stamapostel, maar van onze huidige Stamapostel ("Wächterstimme"
1959, bladzijde 99);
"Wanneer de Heer erop wijst, dat wij aan zijn hand het doel
zullen bereiken, dan ligt in deze woorden de eenvoudige
erkenning , dat buiten hem niemand ons de Heer tegemoet kan
voeren"
("Amtsblatt" 1960, bladzijde 34);
"Wij hebben toch niemand naast de Stamapostel, en naast de
boodschap van de Stamapostel geen andere meer" ("Wächterstimme"
1957, bladzijde 15);
"Dät staat onveranderlijk vast als een goddelijke belofte: de
Heer komt tijdens het leven van onze Stamapostel" ("Unsere
Familie" 1955, bladzijde 400);
Vele apostelen en ambtsbroeders, die vanwege de "boodschaps-
leer" met de Stamapostel in tegenspraak waren gekomen, werden
uit hun ambt ontheven en uit de Nieuw-Apostolische Kerk gestoten.
Het inzicht, dat de boodschap van Bischoff niet in
overeenstemming was met de woorden van Christus over Zijn
wederkomst, en het vele onrecht, dat hen werd aangedaan, die
vasthielden aan de fundamantele heilswaarheden van het Evangelie,
waren oorzaak dat vele duizenden gemeenteleden, zich met de
uitgestoten apostelen en ambtsbroeders tot een nieuwe
apostolische gemeente verenigden.
Maar de op grond van vele motieven zo hooggespeelde "boodschap";
waarover een apart hoofdstuk zou kunnen worden geschreven, zakte
in elkaar, toen Bischoff op 6 jul i 1960 stierf. Nu had God
gesproken!
Thans was de tijd gekomen, waarin de leiding van de Nieuw
Apostolische Kerk openlijk haar dwaalweg en haar verkeerde
instelling had moeten erkennen in een deemoedige boetvaardigheid
voor God. Nu had een ommekeer ten goede, een terugkeer tot de
eerste liefde, ook tegenover degenen, die men liefdeloos als "tegenstander
s" aanwees, kunnen plaats vinden, nu had men tot bezinning
moeten komen over dät , waartoe de alle grenzen overschrijdende
verheerlijking van de Stamapostel had geleid.
Maar wat geschiedde?
De nieuw apostolische apostelen zochten een uitvlucht! In een
schrijven van 7 juli 1960, dat in de Nieuw apostolische
gemeenten werd voorgelezen, schreven deze mannen:
"De Stamapostel kan zich niet vergist hebben ! Wij vragen ons af,
waarom God Zijn Wil heeft veranderd".
Inplaats van schuld erkennen, stelden zij God daarvoor
verantwoordelijk, dat het niet zo was uitgekomen, als zij
gepredikt hadden!
Jaren daarna schreef Walter Schmidt, de eerste ondertekenaar van
vermeId schrijven, volgens hetwelk God Zijn Wil zou hebben
veranderd,
"dat God Zijn Wil in de verwezenlijking van Zijn Heilsplan nooit
en te nimmer in 't geringste veranderd heeft " ("Unsere Familie"
1973, bladzijde 3).
Evenzo schreef Walter Schmidt eens:
"In Jeruzalem is men nooit tot de conclusie gekomen, dat de
Schriftgeleerden en Farizeeen hun verkeerd oordeel ingezien en
toegegeven hebben. Zij bogen zich niet voor God en deden geen
boete voor hun zonden. Hun plaats onder het volk stond hun niet
toe te bekennen, dat zij ten offer gevallen waren aan een
verkeerde instelling"
("Amtsblatt" van 15 maart 1963).
En hoe gedroegen zich de Nieuwapostolische apostelen, toen God
door de dood van Bischoff op een duidelijke wijze sprak?
Niettegenstaande in de Nieuwapostolische predikingen en
geschriften ontelbare malen gepredikt en geschreven was, dat
Stamapostel Bischoff de laatste zou zijn, ofwel in de "Wächter
stimme" van 1 juni 1956 op bladzijde 87 geschreven werd:
"Als Jezus van Nazareth gefaald zou hebben, dan zou er geen gen
ade en verlossing zijn geweest. De ogen der gelovigen herkennen
een ~~nmalige parallel, enig in zijn soort: bij de aanvang van
de genadetijd stond er een mens - Jezus van Nazareth - bij het
einde staat er een knecht, die de opgave gekregen heeft, de
Bruid thuis te brengen ... hij is door geen andere te vervangen.
"
hoewel het in "Christi Jugend" van 15 maart 1956, bladzijde 46
verluidt:
"Na hem (Bischoff) komt er geen meer, die er zich op beroepen
kan , een opdracht te hebben van de Zoon Gods",
en hoewel ook Walter Schmidt nog enkele dagen vöör het sterven
van Bisehoff aan diens ziekbed van de Stamapostel afscheid nam
met de woorden:
"Maar het blijft bij de belofte: "De Heer komt tijdens uw leven"
en Bischoff daarop geantwoord heeft: "Ja, dát
is zeker!"
kozen de Nieuwapostolische apostelen nog vöör de sterfelijke
omhulling van Bischoff begraven was, Walter Schmidt als nieuwe
Stamapostel.
En thans is stnds februari 1975 met Ernst Streckeisen reeds de
tweede Stamapostel na Bischoff werkzaam.
En in het jaar 2013 reeds de vijfde! En een ieder die
de Stamapostelboodschap van J.G.Bischoff verdedigt is geen
Christen maar een Godslasteraar. Dus ook de Huidige
Stamapostel Leber, En juist hij weet bijzonder goed dat het ''slechts''
ging om de Kerkmacht.
NAWOORD
De oprechte lezer zal het duidelijk zijn, dat door de
Stamapostel -kultus en -verheerlijking de opdracht, die Christus
aan al Zijn apo stelen heeft gegeven, vervalst en veracht werd
en nog veracht wordt. Al bedroeft het ons, deze verkeerde
ontwikkeling duidelijk te moeten aantonen, toch mag ook het
negatieve in de ge schiedschrijving niet eenvoudig worden
weggelaten. De bijbel verzwijgt dat ook niet en is jui st
daardoor beter in staat de rechte weg aan te tonen. Zo wil ook
de hierbij aangeboden verhandeling de wegwijzen voor eerlijke
harten.
Wij houden ons aan de woorden van Jezus (Matth. 23: 8 - 11- 12):
•
"Doch gij zult niet Rabbi genaamd worden;
want Een is uw Meester, namelijk Christus; en gij zijt allen
broeders.
Maar de meeste van u zal uw dienaar zijn.
Want wie zich zelf verhogen zal, die zal vernederd worden; en
wie zichzelf zal vernederen, die zal verhoogd worden. "
Voorjaar 1976
Vereinigung der Apostel
der apostolischen Gemeinden (De Vereniging van Apostelen der
Apostolische Gemeenten)
12
Geplaatst op: 26-03-2013
|
|