|
|
KAG Eynsham (tussen Oxford en Whitney)
Adres Mill Street
De Catholic Apostolic Church werd in
Eynsham opgericht na een scheuring in de Baptisten Gemeente. In 1829
onstond er oppositie tegen James Hinton junior, die in Eynsham
preekte, te weten zijn verwerping van de Calvinistische leer
betreffende de predestinatie. Hij scheidde zich daarom met 70
volgelingen af en vestigde een aparte gemeente. Waarschijnlijk werd
de gemeente gevestigd en ingeschreven in 1830 in het huis van Robert
Ford. Tegen 1837 verhuisde Ford naar plaats van de latere Catholic
Apostolic Church in Mill Street. H.B. Bulteel uit Oxford was nauw
betrokken bij Hinton in die tijd maar trok zich terug in 1833 toen
de gemeente zich steeds verder in de richting van het Irvingianisme
bewoog. De eerste "uitingen" werden in Eynsham gehoord in 1832 en
1894. Hinton werd aangesteld als Engel van de kerk in Eynsham en
Oxford. In 1835 werden de twee gemeenten officieel gescheiden.
Hintham bleef in Eynsham, waar de gemeente bezocht werd door
vooraanstaande apostelen van de Nieuwe Kerk. In 1836 werd Jonathan
Smith uit Eynsham geroepen tot een van de zeven profeten van de
universele kerk. Hinton werd overgeplaatst naar Londen Paddington
maar kwam weldra terug naar Eynsham, waar hij woonde in 1841. In
1843 hileden de diensten in Eynsham op en keerde de gemeenschap
terug naar de plaatselijke gemeente, de kapel in Mill Street werd
opgegeven.. In ongeveer 1860 werd de kapel weer in gebruik genomen
door een kleine groep, die zich afgescheiden had van de plaatselijke
gemeente. In 1863 was er een plaatselijke voorganger en het ledental
bedroeg ca 20 zielen, die soms ook de plaatselijke kerk bezochten.
Er was ook een Engel in Eynsham genaamd James Clough, die kwam te
wonen in Newland Street. De diensten van de Catholic Apostolic
Church in Eynsham werden in toenemende mate steeds lithurgischer en
de gemeente bloeide op in de latere jaren van de 19e eeuw. Er waren
met grote regelmaat 2 voorgangers en in 1876 werd er een stenen
Gotisch kapel op de oorspronkelijke plaats gebouwd met bijdragen van
Sir Algemon-George Percy, hertog van Northumberland, schoonzoon van
Henry Drummond.. In 1901 werd er zes keer in de week een dienst
gehouden en er waren vier diensten op een Zondag. Bij de diensten
gedurende de week minder dan 20 mensen aanwezig, maar tijdens Pasen
dat jaar bedroeg het aantal gelovigen meer dan 105; meer dan 150
gelovigen waren tijdens een Adventszondag aanwezig toen ook 2
Aartsengelen aanwezig waren. Naderhand nam het ledenaantal af, en
tijdens Pasen 1928 waren er nog maar 46 gelovigen. De gelovigen
kwamen uit de wijde omgeving en de voorgangers bezochten zieken in
de regio's van Buckingham en Fairford (Glos). Met het dopen werd
gestopt in de jaren omstreeks 1950 en de overige gemeente leden
traden toe tot andere kerken. Er werden nauwe banden aangehaald met
de Anglicaane Kerk. De diensten gingen tot ca 1970 door. Zij werden
een maal per maand gehouden.Na de dood in 1982 van de laatste diaken
de heer Bevan Pimm hielden de diensten op en het gebouw werd
verkocht aan de gemeente en later werd het een woonhuis
|