| |
 |
|
Maandbericht
voor alle ambtsdragers
Kerkgebied Nederland |
| Tweede jaargang |
Februari 2012 |
Nr.2 |
" Maar ik" ...wil strijden en
volharden
Geliefde broeders,
De eerste weken van het nieuwe jaar liggen
achter ons. Graag kijk ik terug op het
bijzondere tekstwoord van nieuwjaarsdag uit
Micha 7: 7: "Maar ik, ik blijf uitzien naar de
Heer, ik blijf hopen op de God die mij redding
zal brengen. Hij zal mij horen, mijn God." Laten
we dat steeds weer met nieuwe gedachten
aanvullen en verdiepen.
Profeet Micha zag de goddeloosheid en problemen
van zijn omgeving en stelde daar een bijzonder
signaal tegenover.
Jozua die aan het einde van een succesvol, vroom
en bijzonder leven nog een keer voor een
volksvergadering in Sichem uitnodigde, blikte
terug op de weldaden van God, die ook altijd aan
de gehoorzaamheid van het volk Israël verbonden
waren. Hij heeft de beroemde woorden gesproken:
"In ieder geval zullen ik en mijn familie de
Heer dienen." (Joz. 24: 15)
Het is dus zaak, met het oog op onze omgeving,
signalen af te geven. Wij willen ons niet laten
meesleuren door de onrust en de mening van de
brede stroom van de massa, de grote
verscheidenheid van inzichten die van God
verwijderen en de overdreven nadruk op welstand
en zelfverwezenlijking, doch een "maar-ik-signaal"
afgeven en in de onvoorwaardelijke toewijding
aan God duidelijk blijven.
In de persoonlijke beschouwing van alles wat
onze hemelse Vader ons ten deel heeft laten
vallen, wiflen wij volharden in het besef van de
noodzakelijke geloofsgehoorzaamheid en met
inachtneming van de goddelijke wil in het dienen
van de Heer, zijn werk en tegenover de
toevertrouwde zielen.
De "Maar-ik-instelling" is op vele andere
gebieden toe te passen, die wij graag ook aan de
toevertrouwde Godskinderen door kunnen geven:
- geef niet op blijf trouw
- arbeid met vreugde mee
- blijf standvastig
-bevorder het één zijn
-ben verzoeningsgezind
-offer graag
-bid zonder ophouden
-zoek eerst het koninkrijk van God
- strijd om elke ziel
- volhard tot aan het einde
Gaarne geef ik bij de beide laatste punten
nadere toelichting. Toen David bij zijn broers
kwam en de smaadreden van Goliat hoorde, zei hij
tegen Saul: "We hoeven om die Filistijn toch
niet de moed te verliezen, heer. Ik zal met hem
het gevecht aangaan" (1 Sam. 17: 32). Dat is
zo'n "Maar-ik-instellingn, die in tegenstelling
tot de moedeloze krijgslieden uit het bewustzijn
over de macht van de levende God voortkwam.
Ook wij willen de moed niet laten zinken en
ervoor strijden
-ieder godskind in de gemeente te bewaren
- iedere ambtsdrager in de medearbeid te houden
- de "laatste" ziel te vinden, dus de
zendingsarbeid niet te verwaarlozen
-om onze broeders en zusters erbij te betrekken
zich vreugdevol in te zetten voor de Heer en de
voleinding van zijn
werk
- om voor iedereen in de gemeente intensief te
zorgen.
In de laatste dagen van het oude jaar waren
er twee interessante berichten:
- Iedere tweede werknemer gaat voor het bereiken
van de pensioengerechtigde leeftijd met pensioen
_ De aanvang van de pensioengerechtigde leeftijd
wordt in de komende tijd met twee
jaar naar achter geschoven.
Ik werd eraan herinnerd, dat ik onlangs
ambtsdragers ambtsrust heb verleend, die veel
meer dan 40 jaar actief in het godswerk hadden
meegewerkt. Ik heb er ook aan gedacht, dat, als
iemand ambtsrust krijgt, die de leeftijdgrens
nog niet exact heeft bereikt, al gauw de
vervolgvraag komt: kan mij ook eerder ambtsrust
verleend worden? Er bestaat toch de 25-
jaar-regeling? - Nog meerdere argumenten kunnen
genoemd worden.
Geliefde broeders, het kan wel zijn, dat om
bepaalde redenen een voortijdige ambtsrust
zinvol en juist is, ook al is het slechts een
paar maanden voor het bereiken van de officiële
pensioengerechtigde leeftijd. Dat wij
fijngevoelig bij iedere soort van overbelasting
of belemmeringen door gezondheid op wensen
inzake dispensatie of ambtsrust reageren, is
tegenwoordig vanzelfsprekend. Het klopt ook, dat
stamapostel Richard Fehr jaren geleden een
regeling heeft bekendgemaakt, dat na het
bereiken van een ambtsvervulling van 25 jaar de
toestemming voor een verzoek om voortijdig met
ambtsrust te gaan niet onthouden moet worden.
Zou eenieder van dit recht gebruik maken, dan
zouden wij in één klap minstens vijftig tot
zestig procent van alle ambtsdragers in de
verscheidene kerkgebieden verliezen. Dat zou de
voleindingsarbeid in het werk Gods wel heel
sterk schaden. Gaarne bemoedig ik eenieder, zijn
ambtsuitoefening tot het eind toe vol te houden
en binnen de grenzen van zijn lichamelijke
krachten mee te werken. Dat is niet alleen een
belangrijk "maar-ik-signaal", maar ook een
actueel signaal van het geloof en zal de zegen
van onze hemelse Vader naar zich toe trekken.
Ik wens u een blijde maand februari en eindig
met de woorden: maar ik zal iedere dag voor u
bidden.
Met heel hartelijke groet,

-----------------------Tot zover het betoog
van de man van 'Tienmiljoen'
We lezen dus duidelijk dat Armin Brinkmann
allelei aanwijzingen geeft, Waaraan hijzelf in
de verste verte niet voldoet. In tegendeel zelfs.
Conclusie...Deze man is een Godlasterende
huigelaar!
Webteam/Bauke.M |
|