apostolischeobserver.nl

RICHTLIJNEN VOOR DE DIENAREN  2( Nederlandse uitgave)

NIEUWE EN OUDE RICHTLIJNEN.

Neuapostolische Kirche International
New Apostolic Church
© New Apostolic Church International
Überlandstrasse 243
CH – 8051 Zürich
Email: info@nak.org
Het begrip van Doop en Verzegeling in de Nieuw-
Apostolische Kerk
1 De Heilige Doop met Water
Hoofdtekst
1.1 Het sacrament van de Heilige Waterdoop is de eerste en fundamentele1
genadedaad van de drie-enige God aan de mens die in Christus gelooft.2 Bij
de Heilige Doop vindt de afwassing van de erfzonden plaats.3 Zo heeft de
dopeling deel aan de verdienste van Christus en wordt hij in een eerste nauwe
relatie met God gebracht.4 Hij wordt een christen5 en daarmee opgenomen in
de gemeenschap van degenen die in Christus geloven en Hem belijden.6
1.2 De Heilige Waterdoop is de eerste stap tot vernieuwing in de Heilige Geest.7
Daarin opent God de dopeling de weg naar het heil in Christus en ten slotte tot
de volledige verlossing.8
1.3 Bij de Heilige Waterdoop belooft de gelovige plechtig de zonde te mijden9 en
zijn leven te leiden in de navolging van Christus10. De gedoopte heeft toegang
tot het Heilig Avondmaal.11
1 Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat de Heilige Waterdoop de eerste stap naar het heil is
(vakwetenschappelijk “initiatiesacrament”).
2 Vgl. Galatiërs 3:26; Handelingen 16:29-34; Markus 16:16. Bij de kinderdoop is het geloof van de
ouders voorwaarde.
3 Onder ‘erfzonde’ verstaan we de algemene zondigheid van het menselijk geslacht. Sinds de
zondeval van Adam en Eva drukt de zonde als een fundamenteel bewustzijn op ieder mens; dus zijn
alle mensen zondaren (vgl. daartoe ook Romeinen 5:18-19). Details van deze thematiek worden
nog uitgewerkt.
Het beeld van het afwassen maakt aannemelijk dat bij de Doop met water ook de indiciduele
zonden worden gedelgd. Dat kan men opmaken uit Handelingen 2:38. In onze huidige praktijk
houden we met deze gedachte aldus rekening dat vóór de eigenlijke doophandeling altijd de
vergeving van de individuele zonden plaatsvindt.
4 Stemt overeen met Galatiërs 3:27.
5 Christenen zijn zij die de zonde mijden en “voor God in Christus” leven (vgl. Romeinen 6:11),
hetgeen wil zeggen dat zij hun leven naar het voorbeeld van Jezus leiden en Hem belijden.
6 Het gaat hier om een ruim gedefinieerd kerkbegrip dat de term “kerk” bewust buiten beschouwing
laat. De hier benoemde groep is niet identiek aan het in de Nieuw-Apostolische Kerk algemeen
gebruikte begrip “Kerk van Christus”.
7 Hierin zal tot uitdrukking komen dat in de Heilige Waterdoop de Heilige Geest beslissend werkzaam
is. Daardoor vindt de eerste stap plaats naar de in Titus 3:5 besproken vernieuwing van de Geest.
8 Volledige verlossing is de toestand van voleindigde zielen die gelovig het goddelijke heilsaanbod
geheel hebben benut en daardoor in de eeuwige gemeenschap met God zijn gekomen.
9 Hierbij kan ook worden gedacht aan de woorden over verzaken in de confirmatiegelofte.
10 Vgl. Mattheüs 16:24; Johannes 13:15; Filippiërs 2:5. Hier wordt een ruimer begrip van de navolging
gehanteerd in de zin van een oriënteren en richten op het leven en wezen van Jezus.
11 Dit geldt slechts voor de doop in de Nieuw-Apostolische Kerk.
Neuapostolische Kirche International
New Apostolic Church
© New Apostolic Church International 2 / 4
1.4 Pas de Heilige Water en de Heilige Vezegeling tezamen12 vormen de
wedergeboorte uit water en geest13.
1.5 De Heilige Waterdoop kan niet worden herhaald14.
1.6 De in andere kerkgemeenschappen15 voltrokken christelijke Doop wordt
erkend16, voor zover zij in de vereiste vorm17 in de naam van de drie-enige
God is voltrokken.
1.7 In de Nieuw-Apostolische Kerk wordt de Heilige Doop met water ook aan
kinderen toegediend, waarbij de ouders hun geloof in Christus belijden.
Hieraan ligt het inzicht ten grondslag dat kinderen niet mogen worden
uitgesloten van de zegeningen van God, omdat ook zij de genade van de
Heer nodig hebben.
Christenen uit andere christelijke geloofsgemeenschappen, wier doop wij erkennen, ontvangen bij
de opname het recht om duurzaam aan het Heilig Avondmaal deel te nemen.
Opmerking bij de opname:
De opname in de Nieuw-Apostolische Kerk blijft bestaan. De (erkende) doop in andere christelijke
gemeenschappen wordt niet meer bevestigd. Veeleer wordt bij de opname het recht verleend
duurzaam deel te nemen aan het Heilg Avondmaal, omdat de gelovige het nieuw-apostolische
geloof heeft beleden.
12 De formulering “Pas … tezamen” onderstreept het verband tussen de Heilige Waterdoop en de
Heilige Verzegeling – geheel overeenkomstig de Heilige Schrift, waarin onder “doop” vaak
tegelijkertijd de Doop met water en de Doop met de Heilige Geest wordt begrepen.
13 Vgl. Johannes 3:5.
14 Dat de Doop als initiatiesacrament niet kan worden herhaald, is vanzelfsprekend, analoog aan de
besnijdenis in het Oude Verbond.
15 Vgl. punt 1.1 laatste zin.
16 Dit is een wezenlijk verschil met het doopbegrip van de Nieuw-Apostolische Kerk tot nu toe, volgens
welke de Waterdoop slechts kon worden toegediend door iemand die daartoe van een Apostel een
opdracht heeft gekregen.
Bij de erkenning gaan we ervan uit dat bij de Doop – daar deze de eerste genadedaad aan een
mens is – God zelf aan de handeling geldigheid en kracht verleent. Verder gaan we ervan uit dat de
dopeling zijn geloof in Christus heeft beleden.
Op basis hiervan bestaat geen noodzaak meer de Doop in andere christelijke gemeenschappen bij
de opname te bevestigen. Desondanks wordt de opnamehandeling gehandhaafd met een andere
inhoud (vgl. toelichting bij 11).
17 Voltrokken in naam van de drie-eenheid en met water. Dat is het geval bij de Rooms-Katholieke
Kerk, de Orthodoxe Kerk en de meeste protestantse kerken. Bij andere kerken moet worden
onderzocht of aan deze voorwaarden is voldaan. Bij twijfel moet worden gedoopt: in ieder geval
moet worden gedoopt bij leden van de Jehova’s getuigen (kennen geen drie-eenheid) en de
Mormonen (andere begrip van drie-eenheid).
Neuapostolische Kirche International
New Apostolic Church
© New Apostolic Church International 3 / 4
2 De Heilige Verzegeling
Hoofdtekst
2.1 Het sacrament van de Heilige Verzegeling is de overdracht van Heilige
Geest18. In deze handeling wordt de gelovige vervuld met de Heilige Geest als
kracht Gods. De handeling geschiedt door gebed en handoplegging van een
Apostel aan met water gedoopten.
2.2 De Heilige Waterdoop tezamen19 met de Heilige Verzegeling vormen de
wedergeboorte uit water en geest. Dit brengt het kindschap Gods20 tot stand.
Als godskind wordt de wedergeborene erfgenaam van de toekomstige
heerlijkheid21. Met het voltrekken van beide handelingen vindt de
eigendomsoverdracht aan Christus plaats. Of: wordt men eigendom van
Christus. De gelovige wordt lid aan het lichaam van Christus22; hij behoort tot
het Werk des Heren23.
2.3 In de Heilige Verzegeling wordt de gelovige door Christus ingeschreven in het
het boek des levens van het Lam24. Hij ontvangt het koopteken van het Lam25
en is geroepen te behoren tot de bruid van de Heer26 en eersteling27 te zijn in
het komende rijk van Christus.
2.4 De in de Heilige Verzegeling ontvangen kracht van God stelt de gelovige in
staat als een nieuw schepsel28 in Christus te rijpen tot Zijn evenbeeld.
2.5 Voorwaarde voor het verkrijgen van de Heilige Verzegeling: de persoon moet
met water zijn gedoopt en zijn geloof belijden in de leer van Jezus en de
Apostelen29. Bovendien belooft hij plechtig zich door de navolging van
18 “Overdracht van Heilige Geest” – deze formulering zonder het lidwoord “de” onderstreept de
bemiddelde gave Gods, ter onderscheiding van de Heilige Geest als persoon van de drie-eenheid.
19 Ook hier wordt bewust benadrukt dat tot de wedergeboorte uit water en geest zowel de Heilige
Waterdoop als de Heilge Verzegeling behoren.
20 Dat het kindschap Gods wordt verkregen door de wedergeboorte uit water en Geest betekent dat
het kindschap Gods pas dan is verkregen wanneer zowel de Waterdoop alsook de Heilige
Verzegeling is voltrokken. Dientengevolge mag niet worden gezegd dat pas en uitsluitend door de
Heilige Verzegeling het kindschap Gods totstandkomt.
21 Vgl. Romeinen 8:16-17; 1 Petrus 1:3-5.
22 Vgl. 1 Korinthiërs 12:13,27.
23 Met de formulering “Werk des Heren” wordt tot uitdrukking gebracht dat God binnen de
“gemeenschap van degenen die in Christus geloven en Hem belijden” een bijzonder werk van
verlossing volvoert. Bij dit werk zijn slechts de wedergeborenen uit water en Geest betrokken.
24 Vgl. Openbaring 13:8 en 21:27 tezamen met Openbaring 14:1 en 7:3.
25 Vgl. Openbaring 5:9; 14:3-4; 1 Korinthiërs 6:19-20.
26 Vgl. Openbaring 19:7-8.
27 Vgl. Jakobus 1:18; Openbaring 14:4.
28 Vgl. 2 Korinthiërs 5:17.
29 Vgl. Mattheüs 28:20 tezamen met Handelingen 2:42.
Neuapostolische Kirche International
New Apostolic Church
© New Apostolic Church International 4 / 4
Christus in zijn gezanten voor te bereiden op de spoedige wederkomst van de
Heer30.
2.6 Evenals de Heilige Waterdoop kan de Heilige Verzegeling niet worden
herhaald31.
2.7 In de Nieuw-Apostolische Kerk wordt de Heilige Verzegeling ook aan kinderen
toegediend, waarbij de ouders hun geloof belijden in de leer van Jezus en de
Apstelen. Aan deze praktijk ligt het inzicht ten grondslag dat kinderen niet
mogen worden uitgesloten van de zegeningen van God, omdat ook zij de
genade van de Heer nodig hebben.
Zürich, 24-01-06
30 Het geloof in de spoedige wederkomst van Christus om Zijn gemeente thuis te halen is absoluut
noodzakelijk en bepaalt de levenswandel van de kinderen Gods.
31 Aangezien de Heilige Verzegeling wordt gezien in samenhang met het verkrijgen van het kindschap
Gods kan deze vanzelfsprekend niet worden herhaald.

 

 

RICHTLIJNEN VOOR DE AMBSBROEDERS 1993 BEWERKT IN 1997 ZIE DUITSE VERSIE.

Onderstaande scan is niet bewerkt, het betreft dus een 'ruwe scan''

1 Grondbeginselen van de zielzorg

1.1 Inleiding

Het is Gods wil om aan de in zonde gevallen mensen het verlo ren gegane goddelijk evenbeeld terug te geven. Daartoe zond God Zijn Zoon Jezus naar de aarde. Deze werd een mens zoals wij allen. Hij openbaarde het raadsbesluit en de wil van Zijn Vader en bracht als Offerlam het verzoeningsoffer voor de zon- den van de wereld. Na Jezus’ opstanding kwam de door Hem beloofde Trooster, de Heilige Geest. Daarmee had Hij voor de mensheid de weg gebaand tot een volkomen bevrijding van de zonden en alle daaraan verbonden gevolgen en had Hij de zon daren de mogelijkheid geschonken om opnieuw Gods evenbeeld te worden.

‘God wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis

der waarheid komen’

(1 Tim. 2:4).

Daartoe schonk Jezus het apostelambt dat Hij toerustte met bij zondere volmachten, vooral de macht om te binden en te ont binden (vgl. Matth. 18: 18; Joh. 20: 23). Hij gaf Zijn Apostelen ook de speciale opdracht om te onderwijzen en te dopen (vgl. Matth.28: 19-20)

Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Daarom gaat heen en maakt alle volken tot Mijn jongeren, hen dopende in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben bij u al de dagen tot aan ‘s werelds einde.”

13

Hoofd van de kerk van Christus is Jezus, de Zoon van God. De Stamapostel is het hoofd van alle Apostelen van Jezus. Hij is toe gerust met dezelfde volmachten als die Jezus Christus aan Apostel Petrus overdroeg; de Heer gaf hem de sleutels van het hemelrijk. De opdracht van de Stamapostel is om zijn broeders te versterken (vgl. Luk. 22 : 32), de lammeren en schapen van Christus te weiden (vgl. Joh. 21: 15 - 17), de leer van Christus te verkondigen, nieuwe openbaringen van de Heilige Geest te verkondigen, de zuiverheid van de geloofsieer te bewaken als mede de volgens goddelijke roeping uitverkoren ambtsdragers tot Apostelen te ordineren. Daardoor wordt de door Jezus afge beden, gewenste en bevolen eenheid binnen de kring van de Apostelen geschapen en bewaard (vgl. Joh. 15 : 17; 17 : 20- 21; Luk. 22: 32).

De Apostelen van Jezus arbeiden in zeer nauwe samenwerking met de Stamapostel. Paulus noemt hen bijvoorbeeld ‘Gods medehelpers” (1 Kor. 3 : 9), “Christus’ dienaars en huishouders over Gods verborgenheden” (1 Kor. 4 : 1) alsmede “boden in Christus’ plaats” (2 Kor. 5: 20). Zij hebben de taak, de gemeente van eerstgeborenen (vgl. Hebr. 12: 23) bijeen te brengen, te ver zorgen en voor te bereiden op de beloofde wederkomst van Jezus Christus.

Voor dit werk zijn aan de Apostelen medewerkers geschonken die hen in hun opdracht helpen opdat het godswerk kan worden voleindigd.

De Apostelen rusten de ambtsdragers toe met de vereiste geeste lijke gaven. Om de onsterfelijke zielen op een Gode welgevallige wijze te kunnen dienen, is het door Jezus in Joh. 17 : 21 beschre ven één-zijn een absolute voorwaarde.

14

De       1.2 Grondbeginselen van de ambtsuitoefening

De

1.2.1 Algemeen

et

te         Iedere ambtsdrager is een dienaar van God, die de aan hem toe

ran       vertrouwde zielen met toewijding moet dienen.

tus

te         “Niet dat wij heersers zijn over uw geloof maar wij zijn mede-

als-      helpers uwer vreugde; want gij staat in het geloof’

ers       t           (2 Kor. 1:24).

ge-

de        Oprecht dienen is alleen mogelijk als de dienaar vervuld is van

21;       waarachtige liefde tot Jezus.

Om geloofwaardig te zijn, moet een ambtsdrager een voorbeeld

ing        zijn, met name in:

)dS

ers       —        geloof en geloofsgehoorzaamheid;

—        liefde tot God en de naaste;

nte       —        hoop;

rer        —        offerbereidheid;

—        navolging;

-          trouw;

—        inzicht en eerbied;

—        deemoed en godsvreze.

“Een voorbeeld heb Ik u gegeven opdat gij doet gelijk

Ik ugedaan heb”

;te-       (Joh. 13: 15).

ige

Lre-     Een hartelijk contact met degenen die ons voorgaan is onont

beerlijk.

Het vervullen van een ambt, om het even welk, is ondenkbaar

15

zonder een regelmatig en intensief gebedsleven dat bestaat uit aanbidding, dank, bede en voorbede.

Voor een gezegende verzorging van de aan hem toevertrouwde zielen moet de ambtsdrager met hen een vertrouwensrelatie opbouwen, die ontstaat door liefde voor de zielen. Dit vereist van hem een groot inlevingsvermogen in datgene wat deze zie len bezighoudt. Hij moet kunnen luisteren en hen aan het woord laten komen opdat zorgen, vragen, problemen en dergelijke uit voerig kunnen worden besproken.

Iedere ambtsdrager moet zich er echter ook van bewust zijn dat hij de aan hem toevertrouwde zielen niets te bevelen heeft; hij geeft slechts raad, voortkomend uit een innige verbondenheid met zijn Zender. Op het opvolgen daarvan rust dan ook Gods zegen.

Bovendien moet elke ambtsdrager goed beseffen dat zijn taak bestaat uit de verzorging van zielen en niet uit het geven van financiële, medische of andere adviezen die het natuurlijke leven betreffen. Zelfs als hiervoor de benodigde vakkennis aanwezig is, spreekt het vanzelf dat men binnen het kader van het verlenen van zielzorg niet beroepsmatig te werk kan gaan. Het is dringend aan te raden om ambt en beroep duidelijk gescheiden te houden. Het behoort evenwel altijd tot de taak van een gewetensvolle ambtsdrager, de overwegingen van elke broeder of zuster in zijn voorbeden te betrekken opdat een uiteindelijke beslissing met verantwoordelijkheidsbesef en in de geest van ons geloof wordt genomen. Wanneer een ambtsdrager echter een raad geeft, moet hij beseffen dat deze nooit een uitdrukking van zijn persoonlijke mening mag zijn maar moet zijn verwekt door de Heilige Geest. Men moet wel bedenken dat een ambtsdrager ook wordt beoor deeld naar zijn adviezen.

Absolute voorwaarde voor een gezegende vertrouwensrelatie

16

tussen de ambtsdrager en de hem toevertrouwde zielen is vol strekte geheimhouding. Hiervan is hij alleen ontheven tegenover de ambtsdrager die hem voorgaat (zie 1.3.3). Wanneer het om een biechtgeheim gaat dat hem wordt toevertrouwd, moet hij dit onmiddellijk en persoonlijk aan zijn Apostel melden, zonder ver dere ambtsdragers in te schakelen.

Voor de instandhouding van een zuivere vertrouwensrelatie is het eveneens noodzakelijk dat een ambtsdrager nooit geld van of aan gemeenteleden leent (vgl. Sir. 29: 4 - 9).

Iedere ambtsdrager moet zich ervan bewust zijn dat hij zelf ook Gods genade nodig heeft. Daarom moet hij ervoor waken ande ren iets te verwijten, over anderen te oordelen of hen zelfs te ver oordelen.

Het is nodig, bij alle belangen v de zielzorg om veel goddelij ke wijsheid te bidden.

“De vreze des Heren is het begin der wijsheid”

(Spr. 9: 10).

1.2.2 Verzorging van ambtsdragers

Bijzondere aandacht dient te worden besteed aan een regelmati ge en intensieve verzorging van ambtsdragers. Dit moet met name geschieden door geregelde samenkomsten in de vorm van:

— huisbezoeken;

— besprekingen van ambtsbroeders op gemeenteniveau;

— vergaderingen van ambtsbroeders op districtsniveau;

— diensten voor ambtsbroeders.

Het is bijzonder zegenrijk als de echtgenotes van ambtsdragers één keer per jaar worden uitgenodigd bij een dienst voor ambts broeders, dit als een extra versterking bi] de niet altijd gemakke lijke taak aan de zijde van een ambtsdrager. Deze dienst wordt in de regel door de Districtsapostel gehouden.

1.3 Verdere grondbeginselen

1.3.1 Onbezoldigde ambtsuitoefening

Ambtsdragers van de Nieuw-Apostolische Kerk oefenen hun ambtsopdracht - enkele uitzonderingen daargelaten- onbezol digd en pro deo uit. Ruimschoots voor de tijd van de eerste ordinatie tot ambtsdrager dient de beoogde broeder te worden gevraagd of hij bereid is het hem toegedachte ambt aan te nemen. Daarbij is het raadzaam informatie te verstrekken over de daaraan verbonden taken.

Bij volgende ordinaties zal dit alleen in bepaalde uitzonde 18

ringsgevallen van tevoren gevraagd worden. Voor zover het aanbeveling verdient, kan bij dit gesprek de echtgenote aanwe zig zijn, in het bijzonder wanneer aan het ambt b.v. een opdracht in een andere gemeente verbonden is. Ambtsdragers en hun familieleden mogen op generlei wijze persoonlijk voor deel trekken uit de ambtsopdracht.

1.3.2 Ambtsuitoefening

“W7j mogen niet uit het oog verliezen dat de geest waarmee wij ons bezighouden, ook wordt overgedragen op de zielen die aan ons zijn toevertrouwd. Wanneer wij van ganser harte trachten te leven in de geest van Christus en onze natuurlijke plichten gewetensvol vervullen, kan en zal, ja, moet Gods zegen wel op ons doen en laten rusten. Dat heeft de lieve God im, beloofd, en wat Hij beloofd heeft, komt Hij ook na. Daar mogen

we zeker van zijn.’

(J.G. Bischoff).

Het uitoefenen van zielzorg vraagt een absolute persoonlijke neu traliteit ten opzichte van maatschappelijke omstandigheden. Dat houdt in dat bij het verzorgen van de zielen geen onderscheid mag worden gemaakt naar afkomst, huidkleur, nationaliteit, bevolkingsgroep of overtuiging.

Nu bevind ik in waarheid, dat God de persoon niet aanziet; maar dat onder ieder volk, wie Hem vreest en recht doet, Hem

aangenaam is’

(Hand. 10: 34 - 35).

Beïnvloeding van zielen met eigen opvattingen en meningen zou de zuivere leer der Apostelen schade berokkenen en de ambtsvervulling in de geest van Jezus Christus onmogelijk maken.

19

1.3.3 Verantwoordelijkheid

Elke ambtsdrager is volledig verantwoordelijk voor de taken die bij zijn ambt behoren. Over alle gebeurtenissen van wezenlijk belang in zijn arbeidsgebied informeert hij degene die hem voorgaat.

1.3.4 Leeftijdsgrens

Aan ambtsdragers wordt in principe op 65-jarige leeftijd ambts rust verleend.

1.3.5 Ambtsrust

In de regel gebeurt het verlenen van ambtsrust door de daartoe bevoegde Apostel tijdens een dienst waarin de betreffende ambtsdrager bedankt wordt voor het werk dat hij in de geest van de leer van Jezus en de Apostelen heeft verricht.

1.3.6 Neerleggen van het ambt

Iedere ambtsdrager heeft het recht zijn ambt neer te leggen.

1.3.7 Tijdelijke ontheffing van het ambt

Aan een ambtsdrager kan op zijn verzoek om maatschappelijke, familiale en andere persoonlijke redenen een tijdelijke ontheffing van zijn ambt worden verleend door de verantwoordelijke Districtsapostel of Apostel. De Districtsapostel of Apostel kan zelf ook tot tijdelijke ontheffing besluiten.

Zon ontheffing, die voor een bepaalde tijd geldt, kan door de Districtsapostel of Apostel weer ongedaan worden gemaakt.

Zowel bij de aanvang van de tijdelijke ontheffing als bij het her-

20

vatten van de arbeid wordt volstaan met een mededeling aan de ambtsdragers en de gemeente.

1.3.8 Ambtsontheffing

Op grond van zwaarwegende redenen kan de S of de verantwoordelijke Districtsapostel een ambtsdrager te allen tijde van zijn ambt ontheffen.

1.3.9 Verlies van het ambt

Wanneer een ambtsdrager op grond van ziekte of om andere redenen zijn ambt langer dan één jaar niet meer kan uitoefenen, moet er met hem over het neerleggen van het ambt of over voor- tijdige ambtsrust om gezondheidsredenen worden gesproken.

1.3.10 Bevestiging in het ambt

Een ambt is in principe alleen geldig in de toegewezen gemeen te(n) of een bepaald district. Wanneer een ambtsdrager dus van woonplaats en daardoor van gemeente of district verandert, ver valt zijn ambt. Wanneer hij in de nieuwe woonplaats weer in zijn ambt kan worden gebruikt, moet dit eerst door de Districtsapostel worden bevestigd. Er vindt dan geen hernieuw de ambtswijding plaats.

De bevestiging in het ambt behoeft niet door de Apostel zelf te worden verricht, maar kan ook worden overgedragen aan een ambtsdrager die de bevestiging in opdracht van de Districtsapostel uitvoert. (In de regel zal dit de Opziener of een districtsdienaar zijn.)

Bij een bevestiging in het ambt kan voor de volgende formulering worden gekozen:

21

“Broeder... (naam) is naar deze gemeente verhuisd. Onze Districtsapostel heeft hem van nu af aan voor deze gemeente in zijn ambt van... (naam van het ambt) opnieuw bevestigd. Ik maak dit met blijdschap bekend. Wij wensen... (naam van het ambt + naam ambtsdrager) Gods rijke zegen toe bij het vervul len van de grootse taken in het verlossingswerk van onze God.”.. Wanneer een ambtsdrager in zijn nieuwe woonplaats om bepaal de redenen niet wordt bevestigd, hoewel hij als ambtsdrager wel weer actief zou willen zijn, moet met hem over de reden daar van worden gesproken.

1.3.11 Hernieuwde ambtswijding

Ambtsdragers die om de één of andere reden hun ambt zijn kwijtgeraakt, maar die een aantal jaren later weer een ambt zou den kunnen vervullen, moeten opnieuw worden afgezonderd.

1.3.12 Bijzondere opdrachten

Een opdracht, bijvoorbeeld als Gemeente- of Districtsvoorganger, is in principe niet aan de ambtsperiode gebonden en kan dus ook eerder worden beëindigd.

Het krijgen van een opdracht is iets anders dan het ontvangen van een ambt en gaat dus ook niet gepaard met handoplegging door de Apostel maar wordt bekendgemaakt, vergezeld van zegenwensen voor de opgedragen taak.

1.3.13 Zwijgplicht

Aan iedere aznbtsdrager van de Nieuw-Apostolische Kerk is zwijgpllcht opgelegd. Deze omvat alle Jnformaties en voorvallen waarvan hij in het kader van zijn kerkelijke en zielzorgelijke werkzaamheid op de hoogte is.

u

22

Deze zwljgplicht is niet begrensd in tijdsduur en geldt dus ook nog wanneer de actieve ambtsperiode beëindigd is.

Nadere bijzonderheden worden geregeld in nationale wetten en door middel van eventueel in de gebiedskerken gepubliceerde aanwijzingen over de zwijgplicht.

1.3.14 Biechtge helm

Door bewust het “Onze Vader” te bidden, belijden wij onze zon- den en vragen om vergeving van onze schulden. Krachtens het offer van Jezus Christus kunnen de zonden worden vergeven. Binnen het kader van een kerkdienst kent de Nieuw-Aposto lische Kerk geen aparte persoonlijke biecht. Wanneer iemand bijzonder geplaagd wordt door bepaalde gebeurtenissen en ondanks het gelovig aangrijpen van de vrijspraak geen innerlijke vrede vindt, bestaat de mogelijkheid zich rechtstreeks tot de Apostel te wenden en mondeling of schriftelijk bij hem te biech ten. Wanneer iemand op sterven ligt en de behoefte heeft om te biechten, kan bij wijze van uitzondering iedere priesterlijke ambtsdrager de biecht afnemen en in opdracht van de Apostel en in naam van Jezus Christus vergeving schenken. Dit geldt ook in bijzonder dringende gevallen wanneer een Apostel niet meteen ter beschikking staat.

1.3.15 Delegeren van taken aan niet-ambtsdragers

De belangrijkste taak van alle ambtsdragers is de verzorging van zielen. Om hen te ontlasten van andere taken, vooral van admi nistratieve aard, kunnen daarvoor in aanmerking komende broe ders en zusters worden ingeschakeld, voor zover het niet gaat om de verkondiging van het woord vanaf het altaar of de uitvoe ring van sacramentele of andere ambtshandelingen (uitgezon derd de nooddoop, zie 3.2.4).

23

1

Dit kunnen in het bijzonder de volgende activiteiten zijn:

onderwijs aan kinderen;

hulp bij het handhaven van de orde voor, tijdens en na de dienst;

leiding van koor en orkest resp. instrumentaal ensemble; evangelisatiearbeid;

in orde brengen en onderhouden van de plaats van samenkomst;

— bijhouden van het kerkboek;

— contactpersoon voor uitgeverij Bischoif en C.A.

Verdere bijzonderheden worden door de betreffende Districts apostel geregeld, hierbij rekening houdend met de plaatselijke

belangen.

1

24

1.3. 1Ô Overzicht van taken van de diverse ambten Tabellen 1 t/m 4

Taakomschrijving van de verschillende ambten

25

Taakomschrijving voor de verschillende ambten

Ambt

Onderdlaken/ Diaken

Priester

Werkgebied

Dienst

• Meedienen

• Meedienen tijdens/ leiden van

* diensten

Ambtshandelingen

,

• Voorbereiden en verrichten van

* zegen vÔÔr de

geboorte

* Heilige Waterdoop

* confirmatie

* verlovingszegen

* huwelijkszegen

* zegen bij huwelijksfeesten

* rouwplechtigheden

Onderwijs

• Leiden van/meehelpen bij

* kleine zondagsschool

* zondagsschool

* godsdienstonderwijs

* plaatselijke

jeugdavonden

• Leiden van/meehelpen bij

* zondagsschool

* godsdienstonderwijs

* confirmatie-onderwijs

* plaatselijke

jeugdavonden

Muziek

26 Tabel 1

T

Gem. evangelist/Herder

Gemeentevoorganger

• zie Priester

• zie Priester

• Voorbereiding voor

* opname

• Leiden van

* regionale jeugd-

bijeenkomsten

* plaatselijke ambts

broedervergaderingen

• Zorg voor en onder

steuning van

* dirigenten

* organisten

* koren

* orkesten

in de gemeente

Taakomschrijving voor de verschillende ambten

Dlstr

Districtsoudste/ Districtsvoorganger

• zie Priester

• Leiden van

* kinderdiensten, regionaal

* jeugddiensten, regionaal

* diensten voor ambtsbroe ders, regionaal

• zie Districtsevangelist

• zie Gemeentevoorganger

• Voorbereiding voor

* Heilige Verzegeling

• zie Districtsevangelist

• Voorbereiding voor

* ordinatie

• Begeleiding van en zorg voor de jeugd in het district

• zie Districtsevangelist

Ondersteuning van geloof en inzicht van de ambts dragers in het district

• Ondersteuning van de Ge meentevoorganger bij de zorg

voor en ondersteuning van

* dirigenten

* organisten

* koren

* orkesten

• Ondersteuning van adviseurs op muzikaal gebied en cursus gevende_dirigenten

• Onderricht aan/zorg voor

* dirigenten

* organisten

* zangers

* orkestleden

* leerkrachten

* deurwachters

• zie Districtsevangelist

Tabel la

27

Taakomschrijving voor de verschillende ambten

Ambt

Onderdiaken!

Diaken

Priester

Werkgebied

Zielzorg algemeen

• Vinden en verzorgen van gasten

• Meehelpen bij/afleggen van

* gezinsbezoeken

* ziekenbezoeken

• Ondersteuning van nieuwe medewerkers aan de evangelisatïearbeid

• Verzorging van het eigen gezin

• zie Onderdiaken/Diaken

• Leiden van gemeente- avonden ter bevordering van de gemeenschapszin

• Overleg met Onderdiakenen/Diakenen

Ordebewarende en hulpverlenende taken

• Gereedmaken van de plaats van samenkomst

• Verwelkomen van broeders, zusters en gasten

• Bewaren van de orde voor, tijdens en na de dienst

• Registreren van de aanwezigen

• Meehelpen bij het tellen van de offergelden

• Zorg voor en onderhoud van kerkgebouw + event. tuin

• Het verlenen van hulp waar nodig

• Offerregistratie

• Zorg voor en onderhoud van kerkgebouw + event. tuin

• Het verlenen van hulp waar nodig

N.B.: * Deze taakomschrijving is bedoeld als controlelijst.

* Bij de verschillende priesterlijke ambten zijn telkens alleen de extra taken t.o.v.

het voorafgaande ambt genoemd.

* Bijkomende taken in de afzonderlijke gebiedskerken worden door de

verantwoordelijke Districtsapostel geregeld en extra vermeld.

28        Tabel2

Taakomschrijving voor de verschillende ambten

Districtsevangelist

Zorg voor en ondersteuning van evangellsatiearbeid in de gemeente

Afleggen van

gezinsbezoeken

* bij de Gemeente-

voorgangers

* in bijzondere gevallen

• zie Cern. evangelistlHerder

Gern. evangelist/Herder

Gemeentevoorganger

• Afleggen van

gezinsbezoeken

* bij de ambtsdragers

van de gemeente

* in bijzondere gevallen

(samen met de verant

woordelijke Priester)

Voor de Gern. evangelist

In het bijzonder:

• Het verlenen van hulp

waar nodig

• Ondersteunin

evangelisatie

g van de

arbeid in

het district

Districtsoudste/

Districtsvoorganger

• Afleggen van gezinsbezoeken

* bij Herders, Gem. evan geilsten en Priesters- (Voorgangers)

* in bijzondere gevallen

• Overleg met de priesterlijke ambten

• Overleg met de diverse Gem.voorgangers omtrent problemen

• zie Districtsevangelist

Tabel 2a

29

Taakomschrijving voor de verschillende ambten

Ambt

Onderdlaken/ Diaken

Priester

Werkgebied

Administratie

• Verrichten van werkzaam- heden in verband met

* Bijhouden kerkboek

* Ledenadministratie

* Uitschrijven van doop- en confirmatiebewijzen

* Gemeentekroniek

* Statistieken

• Verrichten van werkzaam heden in verband met

* Gemeenteafrekening

* indeling

• Uitreiken van legitimatie- bewijzen i.v.m. het recht om aan het Heilig Avondmaal deel te nemen

Algemeen

N.B.: * Deze taakomschrijving is bedoeld als controlelijst.

* Bij de verschillende priesterlljke ambten zijn telkens alleen de extra taken t.o.v.

het voorafgaande ambt genoemd.

* Bijkomende taken in de afzonderlijke gebiedskerken worden door de

verantwoordelijke Districtsapostel geregeld en extra vermeld.

30        Tabel3

Taakomschrijving voor de verschillende ambten

Gem. evangelistlHerder

Gemeentevoorganger

• Maandelijkse indeling

• Maandverslag voor de Districtsvoorganger

• Onmiddellijk doorgeven van belangrijke informatie aan de hogere dienaren

als Gemeentevoorganger:

• Totale verantwoordelijk

heid voor de gemeente

v.w.b. zielzorg en

administratie

Distrlctsevangelist

• Ondersteuning van de

Districtsvoorganger

• Planning en organisatie

van bijzondere

bijeenkomsten in het

district

• Indienen van voorstellen aan de Distrlcts voorganger m.b.t.

* aanstelling van

• dirigenten - na overleg met de adviseur op muzikaal gebied

• organisten f of cursusgevende dirigent

• leerkrachten

* ambtshandelingen

Districtsoudste/

Districtsvoorganger

• Maandelijkse indeling

• Maandverslag voor de Opziener/Apostel

• Maandelijkse districts afrekening

• Onmiddellijk informeren van de Opziener/Apostel over belangrijke gebeurtenissen

• Informeren van de Opziener/Apostel over aanstaande gebeurtenissen

• Evt. medebepalen van het bouw- en investerings beleid betreffende het district

als Districtsvoorganger:

• Totale verantwoordelijk heid voor het district v.w.b. zielzorg en administratie

Tabel 3a

31

1

Ambt

Werkgebied

Dienst

• Leiden van

* diensten

* kinderdiensten regionaal/landelijk

* jeugddiensten regionaal/landelijk

* diensten voor ambtsdragers regionaal/landelijk

* diensten voor dirigenten/organisten/orkestleden regionaal/landelijk

* diensten voor leerkrachten regionaal/landelijk

Ambts- handelingen

• Verrichten van

* Heilige Waterdoop

* opname

* confirmatie

* verlovingszegen

* huwelijkszegen

* zegen bij huwelijksfeesten

* rouwplechtigheden

• voor ambtsdragers i.r.

• in speciale gevallen

Muziek

• Zorg voor en ondersteuning van (in werkgebied Opziener)

* dirigenten

* koren

* orkesten

* organisten

• Ondersteuning van adviseurs op muzikaal gebied en cursusgevende dirigenten

Zielzorg algemeen

• Gezinsbezoeken

* bij districtsdienaren

* in bijzondere gevallen

• Ziekenbezoeken

• Zorg voor en ondersteuning van de evangelisatlearbeid in het werkgebied-Opziener

Administratie

• Opstellen van de maandelijkse indeling

• Medebepalen van het bouw- en investeringsbeleid in werkgebied Opziener

Algemeen

N.B.: Na ordinatie tot één van deze ambten dient in principe de verantwoordelijke Districtsapostel de ambtsdrager in bovengenoemde taken in te werken.

Taakomschrijving voor de verschillende ambten

Opziener

32

Tabel 4

Taakomschrijving voor de verschillende ambten

Apostel

zie Opziener

• Verrichten van

* Heilige Verzegeling

* ordinatie

* confirmatie

* rouwplechtigheden

• voor ambtsdragers in actieve dienst

• in speciale gevallen In bijzondere gevallen:

• Verrichten van

* Heilige Waterdoop

* verlovingszegen

* huwelijkszegen

zegen bij huwelijksfeesten

• zie Opziener

(evenwel voor het werkgebied van de Apostel)

• Gezinsbezoeken

* bij de Opziener

* bij districtsdienaren

* in bijzondere gevallen

• Ziekenbezoeken

• zie Opziener

(evenwel voor het werkgebied van de Apostel)

• Totale verantwoordelijkheid voor het werkgebied v.w.b. zielzorg en administratie

Tabel 4a

33

2

De dienst

2.1 Algemeen

Elke dienst is een heilige handeling waarbij wij, zowel ambts dragers als gemeenteleden, ons ervan bewust moeten zijn dat wij daarbij niet God dienen, maar dat God in Zijn genade ons bedient.

Reeds voor de aanvang van de dienst, wanneer de gemeente zich verzamelt, moet in de kerk een heilige stilte en een eerbiedige verwachting heersen die voor elke aanwezige de noodzakelijke innerlijke voorbereiding, bezinning en inkeer mogelijk maken.

“God is tegenwoordig! God is in ons midden! Laat ons innig Hem aanbidden.

Treed in eerbied nadeî wil voor Hem u neigen. Laat ons diep in ‘t harte zwijgen!

Wie Hem noemt, wie Hem roemt, sla de ogen nedeç geve ‘t hart Hem weder!”

(Gb. 202)

Het plechtige karakter van elke dienst moet zich ook weerspie gelen in het uiterlijk van de ambtsdragers en de broeders en zus ters. De ambtsdragers gaan gekleed in een zwart kostuum met een wit overhemd en een zwarte stropdas. In warme landen kan van het dragen van het zwarte colbert worden afgezien.

35

2.2 Voorbereiding

2.2.1 Innerlijke voorbereiding

2.2.1.1 Voorbereiding thuis

Voor iedere dienst is een intensieve innerlijke voorbereiding

noodzakelijk.

Er mag in geen geval sprake zijn van een voorbereiding waarbij volgens bepaalde principes en notities een uiteenzetting in stijl wordt uitgewerkt. Het is daarentegen noodzakelijk zich van tevoren, in stille concentratie, intensief bezig te houden met het voor de betreffende dienst bestemde bijbelwoord en de gedach ten uit de hKerngedachtenu of andere door de Districtsapostel ter beschikking gestelde informatie.

Voor een goede voorbereiding is het noodzakelijk dat de ambts broeder, behalve zich bezig te houden met deze gedachten, een hartelijk contact onderhoudt met de ambtsdrager die hem voor- gaat, evenals een innig gebed om de zegen van de Allerhoogste. Slechts dan bestaat de zekerheid dat datgene wat tot de gemeen te moet worden gezegd door de Heilige Geest op het juiste moment wordt verwekt.

Een ieder die Gods woord verkondigt, moet zich tevoren heili gen en daarbij zijn eigen moeilijkheden in een gebed aan God voorleggen; slechts dan zal hij een bruikbaar werktuig voor de Heer kunnen zijn.

2.2.1.2 Voor het begin van de dienst

Wanneer behalve degene die de dienst leidt nog andere priester lijke ambtsdragers aanwezig zijn, komen zij indien mogelijk in de consistorie samen. Dit samenzijn bevordert in het bijzonder:

36

— de persoonlijke innerlijke oorbereiding;

— de onderlinge versterking van het geloof;

— de gemeenschappelijke heiliging;

— de vreugde van het wachten op het dienen van God.

Alles wat hieraan afbreuk zou kunnen doen, dient achterwege te blijven (bijv. het bespreken van organisatorische maatregelen, het voeren van discussies).

Kort voor het begin van de dienst spreekt degene die de dienst leidt samen met de in de consistorie aanwezige ambtsdragers een kort gebed uit dat dient tot meerdere heiliging, waarin hij nog maals de bijzondere zegen van de Allerhoogste afsmeekt.

“Zo weest niet bezorgd, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in die ure gegeven worden, wat gij spreken zult; want gij zijt het niet die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders, die

door u spreekt”

(Matth. 10: 19-20; vgl. ook Mark. 13: 11).

2.2.2 Organisatorische voorbereiding

2.2.2.1 Indeling van de diensten

Voor de indeling van de diensten in de gemeenten is de Districtsvoorganger verantwoordelijk; in de regel zal hij een maandindeling opstellen.

2.2.2.2 Voorzorgsmaatregelen ingeval de ambtsdrager die voor gaat, uitvalt

Indien mogelijk moet voor alle kerkelijke handelingen een twee de priesterlijke ambtsdrager worden aangewezen als plaatsver vanger van diegene die de dienst leidt. Wanneer degene die zou

37

voorgaan tegen het tijdstip waarop de dienst begint, nog niet is aangekomen, neemt de plaatsvervanger diens taken over.

Wanneer tevoren geen plaatsvervanger is aangewezen, dient degene die het hoogste ambt draagt, resp. de dienaar die het langst een ambt heeft, in te vallen. Dit geldt uiteraard ook bij zenderstoring tijdens uitzendingen van diensten.

Wanneer geen priesterlijke ambtsdrager aanwezig is, houdt een Diaken een korte dienst zonder schuidvergeving en viering van het Heilig Avondmaal. Deze dienst begint eveneens in de naam van de drie-enige God en wordt beëindigd met de zegen. Wanneer ook geen Diaken aanwezig is, geldt het bovenstaande voor een Onderdiaken.

2.2.2.3 Gereedmaken van de plaats van samenkomst

De Gemeentevoorganger bepaalt welke ambtsdrager, evt. niet ambtsdrager, verantwoordelijk is voor het gereedmaken van de plaats van samenkomst (zie ook de taakomschrijving volgens 1.3.15; voor Diakenen/ Onderdiakenen zie 1.3.16).

2.3 Organisatorisch

2.3.1 Vervallen van diensten

Niet meer van toepassing vanaf 1- 1-1998

2.3.2 Mededelingen

Mededelingen aan de gemeente moeten kort en bondig worden

bekendgemaakt, nadat ze van tevoren op schrift zijn gesteld.

Eventueel kan naar het mededelingenbord worden verwezen.

Mededelingen moeten steeds vÔÔr de dienst worden gedaan.

38

Hetzelfde geldt voor een brief van de Stamapostel of de Apostel, voor zover niet uitdrukkelijk anders bepaald.

Overlijdensberichten worden in principe eveneens vÔôr de dienst bekendgemaakt.

2.4 Verloop van de dienst

2.4.1 Aanvangsge bed

Onmiddellijk na het betreden van het altaar bidt degene die de dienst leidt, in een kort en stil gebed met gesloten ogen nogmaals om Gods bijzondere hulp.

Bij het begin van de dienst spreekt de ambtsdrager die voorgaat het aanvangsgebed uit, dat begint met de woorden:

“In de name Gods des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes” (zonder Amen!).

Het gebed moet uit het diepst van het priesterlijke hart komen en de volgende inhoud hebben:

Aanbidding. Omdat wij God boven alles liefhebben, aanbid den wij Hem met geheel ons hart. Deemoedig onderwerpen wij ons aan Hem, de almachtige, eeuwige en trouwe hemel se Vader. Wij moeten Hem in geest en in waarheid aanbidden (vgl. Joh. 4: 24).

Dank Wij danken God voor de genaderijke uitverkiezing, voor Zijn liefde, goedheid en genade alsmede voor Zijn lei ding en bescherming en omdat wij als Zijn kinderen opnieuw bij Hem mogen komen om Zijn woord te horen. Ook danken wij Hem in het bijzonder voor de heerlijkheid die Hij de getrouwen bereidt.

39

— Bede. Moge de hemelse Vader de harten van alle aanwezigen openen voor Zijn woord en aandacht schenken aan de ver langens van de godskinderen. Verder vragen wij om genade en om voleinding van het godswerk, zowel naar binnen als naar buiten toe.

— Voorbede voor de zieken en gehandicapten, voor allen die vermoeid en beladen zijn, voor degenen van wie het geloof is verflauwd en voor de zielen die nog tot het altaar moeten worden gebracht, zowel op deze aarde als in het rijk der ont slapenen.

Iedere ambtsdrager dient zich ervan bewust te zijn, dat niet alles wat in zijn hart opkomt, kan worden uitgesproken. Daarom moet het gebed kort, maar toch rijk aan inhoud en kracht zijn. De Heer zal dan ook waarnemen wat niet wordt uitgesproken en het verhoren als dit tot zegen dient.

Het aanvangsgebed eindigt met de woorden:

“Om Jezus’ (Uw geliefde Zoons) wil” ofi “In Jezus’ naam. Amen!” 2.4.2 Tekstwoord

Grondslag van de dienst is de in de “Kerngedachten” genoemde of door de Districtsapostel gegeven bijbeltekst. Deze wordt direct na het aanvangsgebed luid en duidelijk voorgelezen.

2.4.3 Verkondiging van het woord

In de diensten wordt door de prediking Gods wil voor deze tijd verkondigd. Dit is een verantwoordelijke en zegenrijke taak. Iedere ambtsdrager moet zich dan ook bewust zijn van de draag wijdte daarvan.

40

Hoe meer degene die dient een willig werktuig in Gods hand is en zich geheel laat leiden door de ingevingen van de Heilige Geest, des te zegenrijker zal hij dienen.

Degenen die de dienst bijwonen, moeten uit het dienen het ver antwoordelijkheidsbesef en de liefde van de ambtsdrager voor de zielen kunnen voelen. Daardoor kunnen alle zielen, met hun uit eenlopende stemmingen, worden aangesproken.

Voorwaarde is dat veel wordt gebeden om wijsheid die vereist is om de gedachten die bij het bijbelwoord zijn gegeven, te kunnen begrijpen en doorgronden. Iedere ambtsdrager dient te weten dat de artikelen die wij hebben ontvangen, ons slechts impulsen en inzichten kunnen verschaffen, maar dat Gods Geest de werkza me en scheppende kracht moet zijn.

Iedere ambtsdrager moet zich tijdens het dienen van het volgen de bewust zijn:

Wij arbeiden in Gods werk en staan tijdens elke dienst weer voor het eigendom des Heren, dat moet worden toebereid voor de dag der Eerste Opstanding.

Men moet steeds bedenken dat in de harten van de toehoorders alleen geloof tot stand kan worden gebracht door de woorden van degene die zowel een levend geloof als geloofsgehoorzaam heid bezit. Wanneer degene die spreekt niet overtuigd is van het geen hij zegt, is hij een “klinkend metaal of een luidende schei” (vgl. 1 Kor. 13: 1).

De werkzaamheid van de Heilige Geest mag niet door menselijk toedoen worden belemmerd. In principe mogen noch de “Kerngedachten” noch andere notities op het altaar worden gebruikt als hulpmiddel voor de prediking. Om bijbelteksten,

41

bijzondere uitdrukkingen en toelichtingen echter niet te verge ten of door elkaar te halen, of belangrijke citaten van Stamapostelen en Apostelen volledig en woordelijk te kunnen weergeven, mag degene die voorgaat in uitzonderingsgevallen een geheugensteuntje in de vorm van een briefje op het altaar leggen.

De Districtsapostelen kunnen uitzonderingen toestaan voor gebieden waar ambtsdragers dienen die nog maar kort op de geloofsweg zijn.

Ten volle beseffend dat het geloof uit de prediking komt (vgl. Rom. 10:17), moet elke ambtsdrager zich ervoor hoeden, uit vreemde bronnen te putten.

In geen geval mogen de schapen van Christus door de prediking worden geslagen. Zelfs als een gemeentelid zich eens schuldig heeft gemaakt aan iets wat verkeerd of onwaardig is, moet hij overeenkomstig de raad van Apostel Paulus met een zachtmoe dige geest worden terechtgeholpen (vgl. Gal. 6: 1). Nooit mag worden gepredikt met een aardsgezinde en ongoddelijke ijver of met vreemd vuur.

‘Des Mensen Zoon is niet gekomen om de zielen der mensen te

verderven, maar om te behouden”

(Luk. 9: 56).

Het doel van een goddelijke prediking is slechts om in de harten het geloof, dat de Heer bij Zijn wederkomst verwacht, tot stand te brengen en te onderhouden.

Menselijke meningen of persoonlijke opvattingen evenals spre ken over zichzelf behoren niet tot de verkondiging van het woord. Daarentegen zijn - naar Jezus’ voorbeeld - overtuigende

42

gelijkenissen en voorbeelden die aan het leven zijn ontleend, bevorderlijk voor het inzicht. Toch mag de prediking niet bestaan uit allerlei geschiedenissen en verhaaltjes.

Er kunnen ervaringen worden ingelast waarvan men weet, dat ze op waarheid berusten. Verwijzingen naar gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan in de kring van broeders en zusters moeten echter worden vermeden.

Ook moet worden afgezien van het maken van vergelijkingen met gebeurtenissen waarvan men niet goed op de hoogte is. Dergelijke uitspraken kunnen degene die dient belachelijk en de prediking ongeloofwaardig maken.

Wanneer over andersdenkenden wordt gesproken, mag dit slechts met respect en begrip worden gedaan. Door afkeurend en minachtend over andere geloofsovertuigingen te spreken, ver laagt de spreker zichzelf. Het verkondigen van de waarheid en de goddelijkheid van de leer van Jezus is voldoende om zoeken de zielen op de weg des levens te brengen.

De Nieuw-Apostolische Kerk doet niet aan politiek. Daarom moet elke ambtsdrager zich ervoor wachten, dat hij zich tot poli tieke uitspraken laat verleiden of de broeders en zusters op de één of andere wijze wil beïnvloeden.

De prediking moet kort maar rijk aan inhoud zijn.

2.4.4 Meedienen

Wanneer meer dan één ambtsdrager aanwezig is, laat degene die de dienst leidt één of meer van hen meedienen.

Degene die voorgaat heeft evenwel tot taak de dienst te leiden.

43

Daarom mag hij niet meteen nadat hij het bijbelwoord heeft voorgelezen en enkele zinnen heeft gesproken, een medebroeder vragen om mee te dienen.

Voor degene die meedient geldt:

-— Aan het altaar niet een gebed met gesloten ogen uitspreken. Degene die meedient, kan zich met een stille verzuchting aan

Gods zorg toevertrouwen.

— Geen eigen, op zichzelf staande prediking houden maar zich aansluiten bij dat wat door degene die voorgaat,

gezegd is.

— Naar voren gebrachte onderwerpen of gedachten aanhalen, uitdiepen en aanvullen.

Wie zich niet aan het voorgaande houdt en slechts alge meenheden uit, doet afbreuk aan de prediking van degene die de dienst leidt, vermoeit de toehoorders en kan geen zegen tot stand brengen.

-— De tijd van het meedienen mag de duur van vijf minuten niet overschrijden.

-— Alle kritiek op en correctie van de voorafgaande prediking is misplaatst en geeft slechts te kennen, dat het meedienen niet uit de geest van Christus voortkomt. Een verschil van opvatting kan men in een broederlijke verstandhouding bui ten de dienst uitpraten of gezamenlijk aan hun desbetreffen de voorganger voorleggen.

Ook in de dienst dient alles tot lof en eer van God; lofprijzin gen over het gesprokene en over de dienaren zijn derhalve ongepast.

44

2.4.5 Meedienen van Diakenen en Onderdiakenen

Zo nu en dan kan gebruik worden gemaakt van Diakenen en Onderdiakenen om mee te dienen, ook als er meer dan één pries terlijk ambt aanwezig is.

Het ligt voor de hand dat Diakenen en Onderdiakenen van tijd tot tijd een Priester vergezellen naar een kleinere gemeente wan neer deze daar is ingedeeld om de dienst te leiden.

2.4.6 Viering van het Heilig Avondmaal

2.4.6.7 Voorbereiding tot de viering van het Heilig Avondmaal

Het is van groot belang dat degene die de dienst leidt de gemeen te voorbereidt op het op waardige wijze genieten van het Heilig Avondmaal (vgl. 1 Kor. 11: 27) en steeds opnieuw wijst op de betekenis van dit sacrament.

Ook is het raadzaam om steeds weer te wijzen op elke afzon derlijke zin van het “Onze Vader”

Verder moeten degenen die de dienst bijwonen steeds weer wor den gewezen op het verschil tussen de zondevergeving en de vie ring van het Heilig Avondmaal.

2.4.6.2 Viering van het Heilig Avondmaal, algemeen

Het Heilig Avondmaal wordt gevierd tijdens alle diensten.

2.4.6.3 Verloop van de viering van het Heilig Avondmaal

Tijdens iedere dienst bidt de gemeente na de prediking het ‘Onze Vader” (Matth. 6: 9 - 13). Door dit unieke, alles omvat-

45

tende gebed van Jezus openen wij als godskinderen ons hart voor de Heer.

Hierna spreekt degene die voorgaat de zondevergeving uit met

de woorden:

“In opdracht van mijn zender en Apostel verkondig ik u de blijde boodschap: in de naam van onze Heer Jezus Christus zijn u de zonden vergeven en de vrede van de Opgestane

zij met u. Amen.”

Terwijl degene die de dienst leidt na de zondevergeving een gebed uitspreekt, nemen de daartoe aangewezen ambtsdragers de deksels van de avondmaalsschalen.

Dit aansluitende gebed moet bestaan uit lof en dank, bede en voorbede. In het bijzonder zal iedere ambtsdrager die voorgaat, ook vragen om de zegen over de gebrachte offers.

Hierna zondert degene die de dienst leidt de hosties af met de woorden:

“Nu zonder ik af brood en wijn tot de dienst van het Heilig Avondmaal en leg daarop het eenmaal gebrachte en eeuwig gel dende offer van Jezus Christus met de woorden: Dit is Mijn lichaam, voor u verbroken en in de dood gegeven, Mijn bloed, voor u vergoten tot vergeving der zonden. Zo dikwijls gij daar van geniet, doet dit tot Mijn gedachtenis. Amen.”

Vervolgens neemt degene die de dienst leidt het Heilig

Avondmaal, met de woorden:

“Het lichaam en bloed van Jezus, voor u gegeven.”

Het ontvangen ervan bevestigt hij met: “Amen.”

46

Hierna gaat de gemeente zitten. Wanneer in een dienst die door

de Stamapostel of Districtsapostel wordt gehouden, meer

Apostelen aanwezig zijn, gaat de gemeente pas zitten als zij het

Heilig Avondmaal hebben ontvangen.

In de regel wordt na het bekendmaken van het gemeenschappe lijk te zingen lied het Heilig Avondmaal aan de overige ambts dragers en aan de gemeente uitgereikt, hetgeen met de grootst mogelijke orde en eerbied dient te geschieden.

De ambtsdrager die het Heilig Avondmaal uitreikt, spreekt met gedempte stem, maar goed verstaanbaar voor degene die de hos tie ontvangt, de woorden:

“Het lichaam en bloed van Jezus, voor u gegeven.”

Degene die het Heilig Avondmaal ontvangt, bevestigt dit met:

“Amen” en geeft daarmee blijk van zijn geloof in alles wat ver band houdt met dit sacrament.

Personen met een zuigeling op de arm ontvangen maar één hos tie met de woorden:

“Het lichaam en bloed van Jezus, voor u gegeven!”

De gang naar het altaar, zowel heen als terug, moet zwijgend en met gevouwen handen, in rustige bezinning plaatsvinden.

Terwijl het Avondmaal wordt uitgereikt, zingt de gemeente zit tend het door degene die de dienst leidt, gekozen lied. Wanneer deze het koor opdracht geeft om een lied te zingen, kiest de diri gent dit lied uit.

Na het ontvangen van het Heilig Avondmaal begeeft een ieder zich weer rustig naar zijn plaats en spreekt zittend en in stilte een kort dankgebed uit.

47

Alle leden, gedoopte en opgenomen zielen mogen deelnemen aan de viering van het Heilig Avondmaal. De Apostelen kunnen bovendien uitzonderingen toestaan (vgl. echter de laatste alinea van 2.4.6.3).

Het is belangrijk dat telkens weer op de betekenis van het Heilig Avondmaal wordt gewezen zodat dit op een waardige wijze kan worden genoten. Daar wij het Avondmaal in iedere dienst vie ren, bestaat ni. het gevaar van gewoonte en oppervlakkigheid.

Wanneer behalve degene die de dienst leidt geen priesterlijke ambtsdrager aanwezig is, reikt hij zelf het Heilig Avondmaal aan de gemeente uit. Het altaar behoeft dan niet bezet te zijn. Diakenen en Onderdiakenen mogen niet worden aangewezen voor het uitreiken van het Heilig Avondmaal.

Op christelijke feestdagen worden alle aanwezigen die dat wen sen - dus ook gasten - uitgenodigd om deel te nemen aan het Heilig Avondmaal. Het is daarbij zeer belangrijk te wijzen op de betekenis en het belang van dit sacrament.

2.4.6.4 Viering van het Heilig Avondmaal door een Apostel

Wanneer een Apostel de zondevergeving uitspreekt, vervalt de zinswending:

“In opdracht van mijn zender en Apostel”.

De Districtsapostel viert iedere zondag en op de christelijke feest dagen het Heilig Avondmaal voor de ontslapenen. Zij ontvangen dit d.m.v. twee door hem aangewezen ambtsdragers.

2.4.7 Slotgebed

Aan het einde van de dienst treedt de gemeente nog eenmaal voor

t

48

de Heer. Namens hen dankt degene die i God in warme bewoordingen dat Hij Zijn volk opnieuw bediend en gezegend heeft. De gemeente wordt aan de bescherming van de Almachtige toevertrouwd, zowel voor de weg naar huis als voor de tijd daar na, opdat allen naar lichaam, ziel en geest bewaard blijven. Degene die de dienst leidt, besluit het gebed met: “Amen.”

2.4.8 Slotzegen

Direct na het slotgebed volgt de slotzegen:

“De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen. Amen”

(2 Kor. 13: 13).

Hierna zingt de gemeente het drievoudig “Amen

2.4.9 Einde van de dienst

De dienst eindigt met een koorlied of met een gemeenschappe lijk gezongen slotlied dat wordt opgegeven door degene die voor-

gaat.

2.4.10 Afscheidnemen/verlaten van de kerk

Degene die de dienst heeft geleid, neemt met enkele hartelijke woorden afscheid van de gemeente.

Overeenkomstig de gebruiken ter plaatse staan de ambtsdragers ter beschikking van de broeders en zusters die persoonlijk afscheid van hen willen nemen.

Tijdens dit afscheid kan het koor zingen, dan wel het orgel of het orkest spelen.

49

2.4.11 Tijdsduur van de diensten

De duur van de dienst, vanaf het begin van het gemeenschappe lijk gezongen aanvangslied tot het einde van het slotlied, mag het volgende tijdsbestek niet overschrijden:

dienst op zondag, met inbegrip van de viering van het

Heilig Avondmaal         75 minuten

dienst met handelingen

fbijv. opname, Heilige Waterdoop,

Heilige Verzegeling confirmatie,

ordinatie, verlening ambtsrust,

huwelzjkszegen, zegen bij een

huwelijksfeest   90 minuten

weekdienst       60 minuten

meedienen        max. 5 minuten.

2.4.12 Feestdiensten

Feestdiensten zijn met name:

— diensten geleid door de Stamapostel, Districtsapostelen en Apostelen

diensten met kerkelijke handelingen.

Aan feestdiensten dient een zorgvuldige voorbereiding vooraf te gaan zodat degenen die zon dienst bijwonen voldoende onder richt zijn over de betekenis ervan en zij de hun toegedachte zegen in ruime mate kunnen ontvangen.

2.5 Diensten voor ontslapenen

2.5.1 Algemeen

Behalve de gebruikelijke diensten worden speciale diensten voor de ontslapenen gehouden. Het is een bijzonder heffige plicht van de ambtsdragers om de gemeenten op passende wijze voor te bereiden op zon dienst.

Hoewel de zielen uit gebieden aan gene zijde voor elke dienst zijn uitgenodigd en dus ook aanwezig kunnen zijn, moet er aan diensten voor de ontslapenen een bijzondere heiiging vooraf- gaan. Dit vereist een voortdurende voorbede voor de onverloste zielen.

De Heer Jezus droeg de sleutels van het hemelrijk over aan Petrus. Van deze sleutelmacht maakt de Stamapostel gebruik, opdat de zie len kunnen worden geleid naar het genadealtaar in het stamapos tel- en apostelambt, waar zij overeenkomstig de toestand van hun ziel de zegeningen van het huis Gods ontvangen, hetzij de Heilige Waterdoop, de Heilige Verzegeling of het Heilig Avondmaal.

2.5.2 Verloop van de diensten voor de ontslapenen

2.5.2.1 ... gehouden door de Stamapostel/Districtsapostel/Apostel

Na de viering van het Heilig Avondmaal met de gemeente dient de Stamapostel/ Districtsapostel/Apostel aan twee ambtsdra gers, die daartoe als plaatsvervangers van de toebereide zielen aan gene zijde zijn aangewezen, de sacramenten toe:

— de Heilige Waterdoop

— de Heilige Verzegeling

— het Heilig Avondmaal.

51

In aansluiting daarop zingt de gemeente of het koor een passend lied. Daarna volgt het slotgebed met de slotzegen.

2.5.2.2 ... gehouden door andere ambtsdragers

Na de viering van het Heilig Avondmaal en een kort, toelichtend woord geeft degene die voorgaat, door middel van een gebed, de zielen van de ontslapenen over aan Christus’ ontferming.

In aansluiting daarop zingt de gemeente of het koor een passend lied.

Daarna volgt het slotgebed met de slotzegen.

2.6 Verzorging van kinderen en jeugd

2.6.1 Algemeen

Een bijzondere betekenis moeten wij toekennen aan de verzorging van de zielen van onze kinderen en jongeren. Naast de gewone diensten worden daartoe ook speciale diensten gehouden.

2.6.2 Verzorging van de kinderen

2.6.2.1 Kleine zondagsschool

Indien mogelijk gaan de kinderen van drie tot zes jaar naar de kleine zondagsschool waar zij op een wijze die in overeenstem ming is met hun leeffijd vertrouwd worden gemaakt met de geschiedenis van het rijk Gods. Voor dit onderwijs zijn vooral zusters geschikt die ervaren zijn in het omgaan met kleine kin deren.

52

2.6.2.2 Zondagsschool

Zodra de kinderen naar groep 3 van de basisschool gaan, komen zij op de zondagsschool. Deze duurt vier jaar en wordt in de regel op zondag — naar gelang van de plaatselijke omstandighe den - tijdens of na de dienst gehouden.

De zondagsschool kan met name door Diakenen en Onderdiakenen worden gehouden maar ook door broeders en zusters die daarvoor geschikt zijn.

Eenmaal per maand nemen de kinderen deel aan de dienst op

zondag.

Wanneer de zondagsschool tijdens de dienst wordt gehouden, regelen de Districtsapostelen de deelneming van de kinderen aan het Heilig Avondmaal in de gemeente overeenkomstig de plaat selijke omstandigheden.

Wanneer de zondagsschool tijdens een dienst wordt gehouden, mag deze niet langer duren dan de dienst. In andere gevallen mag de duur ervan de 50 minuten niet overschrijden.

2.6.2.3 Godsdienstonderwijs

Ter verdere verdieping van de geestelijke waarden die de kinde ren op de kleine zondagsschool en de zondagsschool zijn bijge bracht, volgt vanaf tienjarige leeftijd het godsdienstonderwijs. Dit wordt gedurende drie jaar gegeven, aan de hand van de daartoe gegeven leerstof.

De Districtsapostelen regelen plaats en tijd van het godsdienst onderwijs in overeenstemming met de plaatselijke omstandighe den en behoeften.

53

2.6.2.4 Confirmarie-onderwijs

Het onderwijs aan aanstaande confirmanten wordt gedurende het jaar voorafgaand aan de confirmatie gegeven aan de hand van de hiervoor bestemde leerstof.

Het confirmatie-onderwijs dient bij voorkeur door een drager van

een priesterlijk ambt te worden gegeven.

2.6.2.5 Diensten voor kinderen

Bovendien kunnen de Apostelen, Opzieners en districtsdienaren van tijd tot tijd, de plaatselijke omstandigheden in aanmerking genomen, diensten voor kinderen houden met viering van het Heilig Avondmaal, zodat ook de kinderen een bijzonder gemeen schapsgevoel kunnen ervaren. In dit verband is het aan te beve len gebruik te maken van kinderkoren en -muziekgroepjes, voor zover aanwezig, opdat de kinderen daardoor extra worden gemotiveerd om mede te werken.

2.6.3 Verzorging van de jeugd

2.6.3.1 Jeugdavonden

Al naargelang de plaatselijke omstandigheden moet minstens eenmaal per maand een jeugdavond in een ongedwongen sfeer worden gehouden onder leiding van de verantwoordelijke jeugd leider. Hiervoor kunnen jongeren uit een aantal gemeenten wor den samengevoegd.

Tijdens deze jeugdavonden, die niet het karakter van een dienst moeten hebben, kan vooral worden gesproken over onderwer pen die de jeugd raken en die betrekking hebben op het geloof.

De Districtsapostelen regelen de verdere details.

54

Men dient erop te letten dat deze bijeenkomsten niet ontaarden in discussieavonden en dat ook geen onderwerpen worden behandeld die niet duidelijk verband houden met ons geloof en ons geloofsieven. Afgezien moet worden van discussies over poli tieke en actuele dagelijkse onderwerpen omdat daardoor niet de gemeenschap wordt onderhouden, maar verschillende groepjes met uiteenlopende meningen kunnen ontstaan.

2.6.3.2 Diensten voor de jeugd

Al naargelang de plaatselijke omstandigheden moet eenmaal per maand een districtsjeugddienst worden gehouden, ten minste door een districtsdienaar. In deze jeugddiensten moet, voor zover mogelijk, gebruik worden gemaakt van jeugdkoren en

-orkesten om de jeugd extra te motiveren om mee te werken.

Jeugddiensten moeten een levendig en afwisselend karakter heb ben, zonder dat de heiligheid van de dienst daaronder lijdt.

2.6.4 Aanwijzingen voor het kiezen van leerkrachten en jeugd- leiders

De keuze van leerkrachten en jeugdleiders is bijzonder belangrijk omdat zij werken aan zielen van jonge nieuw-apostolische chris tenen die in een beslissende levensfase verkeren.

Wam-ieer ze te theoretisch zijn ingesteld, zullen ze de weg tot de harten van de kinderen en jongeren niet kunnen vinden. Hetzelfde geldt als ze een al te kameraadschappelijke toenade ring zoeken waardoor ze niet het respect van de opgroeiende nieuw-apostolische christenen kunnen verwerven.

Speciaal voor jeugdleiders en hun helpers geldt, dat zij begrip en tijd moeten hebben voor de wensen, zorgen en problemen van de jeugd. Tegelijkertijd moeten zij echter een helder inzicht in

55

het geloof bezitten en dient hun levenswandel voorbeeldig te zijn. Alleen op deze wijze kunnen zij deze zeer belangrijke taak zegenrijk vervullen. Zij moeten zich er steeds van bewust zijn, dat het spreken over geloof, godsvrees en een levende verwach ting alleen vruchten afwerpt als men er zelf naar leeft. Vooral de jeugd onderscheidt snel of de woorden vervuld zijn van geest en leven of dat het gaat om “klinkend metaal of een luidende schei”.

2.7 Gemeenteavonden

De Districtsapostel/Apostel kan desgewenst gemeenteavonden beleggen. Een voorstel daartoe kan ook van de Gemeente /Districtsvoorgangers uitgaan.

Tijdens een gemeenteavond, die met gebed begonnen en beëin digd wordt, moet op een nieuw-apostolische wijze, met veel begrip en tact op de problemen worden ingegaan. Het is drin gend noodzakelijk erop te letten, dat zulke avonden niet ontaar den in discussiebijeenkomsten.

Wanneer degene die de gemeenteavond leidt om veel wijsheid en inzicht bidt voor zo’n samenkomst en over een grote mate van bedachtzaamheid en tact beschikt, zijn zulke gemeente- avonden zeer verhelderend en hebben ze een zegenrijke uitwer

king.

2.8 Orge zang en orkest

Afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden moeten orgel-, of orkestspel en koor- en gemeentezang ertoe bijdragen, dat de weg tot de harten van de toehoorders wordt gebaand en de ziel wordt verblijd. Om een juiste keuze van de te Spe len en te zingen liederen moet worden gebeden, zodat de harten kunnen worden voorbereid op het luisteren naar Gods woord.

56

2.9 Overzicht van het verloop van de diensten Tabellen 1 t/m 6

Verloop van de dienst

57

r

Verloop (beknopt)

Spelen van het orgel of orkest (waar mo gelijk) en koorzang

Mededelingen

Begin van de dienst

Aanvangsgebed

Voorlezen van het tekstwoord

Koorzang (indien mogelijk)

Prediking

Beschrijving/tekst

Gemeente

De bezoekers van de dienst nemen hun plaats in en doen zit tend een stil gebed.

De gemeente zit. BIj overlijdensberichten gaat men staan.

De gemeente gaat staan en zingt het aanvangslied.

De gemeente bidt staande mee.

Hierna gaat de gemeente zitten.

Indien er geen koor aanwezig is, kan de gemeente zingen.

De gemeente ant woordt op het “Amen” van degene die de dienst leidt, eveneenst met “Amen”.

Verloop van de dienst

Zacht spelen van onze liederen; koorzang. Vanaf ca. 2 minuten voor aanvang van de dienst moet een eerbiedige stilte heersen

Deze moeten kort en bondig worden opge steld en voorgelezen. Zo nodig naar het mededelingenbord verwijzen.

Degene die voorgaat betreedt samen met de priesterlijke ambtsdragers de zaal en doet aan het altaar een kort, stil gebed; de priesterlijke ambtsdragers doen op hun plaats naast het altaar hetzelfde.

“In de name Gods des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes” (zonder “Amen”). De inhoud van het gebed dient te zijn:

aanbidding, dank, bede en voorbede, en het eindigt met de woorden:

“Om Jezus’ (Uw geliefde Zoons) wil” of:

“In Jezus’ naam, Amen!”

Als bijbelwoord wordt de in “Kerngedachten” vermelde of door de Dlstrictsapostel aangege ven bijbeltekst gebruikt.

Het door de dirigent uitgekozen lied moet bij het voorgelezen bijbelwoord passen en een voorbereiding vormen op de prediking van degene die de dienst leidt.

In de eerste plaats moet het verantwoordelijk heidsbesef aanwezig zijn om de godskinderen op juiste wijze te spijzigen en te leiden. Dit bereikt men door een kinderlijk, deemoedig geloof, waarachtige godsvrees en een predi king waarin de Heilige Geest zich volledig kan openbaren. Het vaste vertrouwen in het komen van onze Heer dient in de prediking te leven. Degene die voorgaat beëindigt zijn arbeid met “Amen”

58

Tabel 1

Verloop van de dienst

Verloop (beknopt)

Beschrijving/tekst

Gemeente

Koorzang         Het meedienen van andere ambtsdragers         Als koorzang niet

wordt (indien mogelijk) door een passend        mogelijk is, kan de

koorlied voorbereid (één couplet).       gemeente zingen.

Meedienen       Andere ambtsdragers ondersteunen door mee

te dienen de prediking van degene die voor-

gaat, zodat de gemeente meermalen kan

genieten. Het meedienen duurt max. 5

minuten!

Avondmaal      De viering van het Heilig Avondmaal wordt

ingeleid met het bidden van het “Onze

Vader”.

Zondevergeving           Degene die de dienst leidt spreekt de zonde

vergeving uit met de woorden:

“In opdracht van mijn zender en Apostel ver

kondig ik u de blijde boodschap: In de naam

van onze Heer Jezus Christus zijn u de zon-

den vergeven en de vrede van de Opgestane

zij met u. Amen.”

Gebed  Vervolgens spreekt degene die voorgaat het

gebed uit, dat vooral dient te bestaan uit: lof,

dank en voorbede, en bede om verkorting

van de tijd en om de zegen over de offers.

Afnemen van de           Tevoren daartoe aangewezen ambtsdragers

deksels nemen de deksels van de avondmaalsschalen

af.

Afzonderen van de       De afzondering geschiedt door degene die de

hosties  dienst leidt met de woorden:

“Nu zonder ik af brood en wijn tot de dienst

van het Heilig Avondmaal en leg daarop het

eenmaal gebrachte en eeuwig geldende offer

van Jezus Christus met de woorden:

Dit is Mijn lichaam, voor u verbroken en in

de dood gegeven, Mijn bloed, voor u vergo

ten tot vergeving der zonden. Zo dikwijls u

daarvan geniet, doet dit tot Mijn gedachtenis.

Amen”.

Tabel2 59

Verloop (beknopt)

Uitreiken van het Heilig Avondmaal aan de priesterlijke ambtsdragers en evt. organist

(Handelingen)

Uitreiken van het Heilig Avondmaal aan de gemeente

Koorzang

(Handelingen)

Slotgebed

Beschrijving/tekst

Gemeente

De gemeente zingt zittend het opgege ven avondmaaislied. Rij voor rij gaande daartoe gerechtigden op waardige wijze, met gevouwen han den naar het altaar om het Heilig Avondmaal in ont vangst te nemen. Hierna gaan zij naar hun plaats terug, waar zij zittend een kort, stil dankgebed uitspreken.

Verloop van de dienst

1

Degene die voorgaat neemt eerst zelf het Heilig Avondmaal en reikt het daarna aan de priester lijke ambtsdragers uit, steeds met de woorden:

“Het lichaam en bloed van Jezus, voor u gege ven.” Degenen die het Heilig Avondmaal ont vangt, bevestigt dit met “Amen”.

Eventueel kunnen de volgende handelingen worden verricht: Heilige Waterdoop, opname, Heilige Verzegeling en confirmatie.

Nadat degene die de dienst leidt het door de gemeente te zingen avondmaalslied bekend heeft gemaakt, overhandigt hij de avondmaals schalen aan de priesterlijke ambtsdragers en ontvangt de gemeente het Heilig Avondmaal.

Na het gemeenschappelijk gezongen avond maaislied kan, indien degene die voorgaat dit nodig acht, nog een passend koorlied volgen.

Eventueel kunnen nu de volgende handelingen worden verricht: ambtshandelingen, verlovings en huwelijkszegen, zegen bij huwelijksfeesten.

Degene die voorgaat beëindigt de dienst met het slotgebed, waarin vooral het volgende tot uitdrukking kan komen:

dank voor de ondervonden werkzaamheid van de Heilige Geest; onder Gods hoede stellen van de gemeente, zowel voor de weg naar huis als voor de tijd erna, opdat allen naar lichaam, ziel en geest bewaard blijven.

60

Tabel 3

Verloop (beknopt)

Beschrijving/tekst

Gemeente

Slotzegen

Drievoudig “Amen” Slotlied

Afscheidnemen

Het slotgebed eindigt met de slotzegen:

“De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen. Amen.”

Hierna wordt het drievoudig “Amen” gezongen.

Hierna kan, indien degene die voorgaat dit wenselijk acht, door het koor of de gemeente nog een lied worden gezongen.

Degene die de dienst heeft geleid en eventuele andere priesterlijke ambtsdragers kunnen op een daarvoor geschikte plaats (voor het altaar of ergens anders in het kerkgebouw) met een handdruk afscheid nemen van degenen die de dienst hebben bezocht.

De gemeente zingt dit gezamenlijk.

lijdens koorzang zit de gemeente en bij gemeenschappelijk zingen staat men.

Tijdsduur

Dienst op zondag met Heilig Avondmaal

Dienst met heilige handelingen (bijv. Heilige Waterdoop, Heilige Verzegeling, confirmatie, verlovings- of huwelijkszegen, zegen bij een huwelijksfeest, ordinatie/ambtsrust)

Weekdienst

Meedienen

max. 75 minuten

max. 90 minuten max. 60 minuten max. 5 minuten

Verloop van de dienst

Tabel4 61

Soort

Diensten op zondagen

Dienst geleid door

Weekdienst

en christelijke

Apostel

feestdagen

Verloop

Begin van de dienst Verloop v/d dienst

Heilig Avondmaal

62

Orgel/orkest(je)

koorzang

Mededelingen

2 min, voor het begin van de dienst eeribiedige stilte

Gemeensch. te zingen

aanvangslied

Aanvangsgebed

Voorlezen van het

bijbelwoord

Koorzang

Prediking

Koor- of gemeentezang

Meedienen evt. met

tussentijdse koorzang

»Onze Vader’ Zondevergeving Gebed

Afnemen deksels v/d

avondmaalsschalen

Afzonderen v/d hosties

Uitreiken v/h Heilig Avondmaal a/d priester lijke ambtsdragers en evt. organist

Orgel/orkest(je)

koorzang

Mededelingen

2 min, voor het begin van de dienst eerbiedige stilte

Gemeensch. te zingen

aanvangslied

Aanvangsgebed

Voorlezen van het bijbelwoord Koorzang

Prediking

Koor- of gemeentezang

Meedienen evt. met

tussentijdse koorzang

‘Onze Vader” Zondevergeving Gebed

Afnemen deksels v/d

avondmaalsschalen

Afzonderen v/d hosties

Uitreiken v/h Heilig Avondmaal a!d priester lijke ambtsdragers en

evt. organist

Tabel 5

Orgel/orkest(je)

koorzang

Mededelingen

2 min. voor het begin van de dienst eerbiedige stilte

Gemeensch. te zingen

aanvangslied

Aanvangsgebed

Voorlezen van het bijbelwoord Koorzang

Prediking

Koor- of gemeentezang

Meedienen evt. met

tussentijdse koorzang

“Onze Vader’

Zondevergeving

Gebed

Afnemen deksels v/d avondmaalsschalen Afzonderen v/d hosties

Uitreiken v/h Heilig Avondmaal a/d priester lijke ambtsdragers en evt. organist

Verloop van de diensten

Vddr de dienst

Verloop van de tliensten

Diensten met heilige handelingen

Inwijdingsdienst

Dienst voor ontslapenen

Heilige Waterdoop, opna-

Ambtshandelingen, verlo

me, Heilige Verzegeling,

vings- en huwelijkszegen,

confirmatie

zegen bij huwelijksfeest

Orgel/orkest(je)           Orgel/orkest(je)           Orgel/orkest(je)           Orgel/orkest(je)

koorzang          koorzang          koorzang          koorzang

Mededelingen  Mededelingen  Mededelingen  Mededelingen

2 min, voor het 2 min, voor het 2 min, voor het 2 min, voor het

begin van de dienst       begin van de dienst       begin van de dienst       begin van de dienst

eeibiedige stilte eerbiedige stilte            eerbiedige stilte            eerbiedige stilte

Aanvangslied    Aanvangslied    Aanvangsiled    Aanvangsiled

Aanvangsgebed           Aanvangsgebed           Aanvangsgebed           Aanvangsgebed

Voorlezen van het        Voorlezen van het        Voorlezen van het        Voorlezen van het

bijbelwoord     bijbelwoord     bijbelwoord     bijbelwoord

Koorzang         Koorzang         Koorzang         Koorzang

Korte prediking

Voorlezen v/d kroniek

Inwijdingsgebed

Koorzang

Prediking         Prediking         Prediking         Prediking

Koor- of gemeentezang           Koor- of gemeentezang           Koor- of gemeentezang           Koor- of gemeentezang

Meedienen evt. met      Meedienen evt. met      Meedienen evt. met      Meedienen evt. met

tussentijdse koorzang tussentijdse koorzang tussentijdse koorzang tussentijdse koorzang

“Onze Vader”  “Onze Vader”  “Ofize Vader”  “Onze Vader”

Zondevergeving           Zondevergeving           Zondevergeving           Zondevergeving

Gebed  Gebed  Gebed  Gebed

Afnemen deksels v/d    Afnemen deksels v/d    Afnemen deksels v/d    Afnemen deksels v/d

avondmaalsschalen       avondmaalsschalen       avondmaalsschalen       avondmaalsschalen

Afzonderen v/d hosties Afzonderen v/d hosties Afzonderen v/d hosties Afzonderen v/d hosties

Uitreiken v/h Heffig      Uitreiken v/h Heilig       Uitreiken v/h Heilig       Uitreiken v/h Heilig

Avondmaal a/d priester-          Avondmaal a/d priester-          Avondmaal a/d priester-          Avondmaal ald priester

lijke ambtsdragers en   li(ke ambtsdragers en   lijke ambtsdragers en   lijke ambtsdragers en

evt. organist     evt. organist     evt. organist     evt. organist

Tabel5a           63

Soort

Diensten op zondagen

Dienst gehouden

Weekdienst

en christelijke

door Apostel

feestdagen

Verloop

(Handelingen)

Voortzetting     Bekendmaken gem. te  Bekendmaken gem. te  Bekendmaken gein, te

Heilig Avondmaal         zingen avondmaaislied  zingen avondmaalslied  zingen avondmaaislied

Handelingen/    Uitreiken v/d hostie      Uitreiken v/d hostie      Uitreiken v/d hostie

Avondmaal voor a/d gemeente a/d gemeente a/d gemeente ontslapenen

Evt. koorzang   Evt. koorzang   Evt. koorzang

indien Avondmaal

voor ontslapenen:

(Handelingen)   Uitreiken v/d hostie

Evt. ordinatie

Einde van de dienst      Slotgebed        Slotgebed        Slotgebed

Slotzegen         Slotzegen         Slotzegen

Drievoudig “Amen”      Drievoudig “Amen”      Drievoudig “Amen”

Slotlied door gemeente,           Slotlied door gemeente,           Slotlied door gemeente,

koor of orkest(je)        koor of orkest(je)        koor of orkestjje)

Afscheid          Afscheid          Afscheid

Orgel/orkest(je)           Orgel/orkest(je)           Orgel/orkest(je)

koorzang          koorzang          koorzang

64        Tabel 6

Verloop van de diensten

Verloop van de diensten

Diensten met heilige handelingen

Inwijdingsdienst

Dienst voor ontslapenen

Heilige Waterdoop, opna-

Arnbtshandelingen, verlo

me, Heilige Verzegeling,

vings- en huwelijkszegen,

confirmatie

zegen bij huwelijksfeest

Bvt. koorzang

Korte toespraak

Geven van de zegen

Felicitaties

Uitreiken v/d hostie

Bekendmaken gem. te  Bekendmaken gern. te Bekendmaken gem. te  Bekendmaken gem. te

zingen avondmaalslied  zingen avondmaaislied  zingen avondmaaislied  zingen avondmaalslied

Uitreiken v/d hostie      Uitreiken v/d hostie      Uitreiken v/d hostie      Uitreiken v/d hostie

a/d gemeente    a/d gemeente    a/d gemeente    a/d gemeente

Evt. koorzang   Evt. koorzang   Evt. koorzang   Evt. koorzang

Bij dienst door

St.ap./D.ap./Ap.:

—Heilige Waterdoop

—Heilige Verzegeling

—Heilig Avondmaal

Overigens:

Bijzonder gebed, vgl. 2.5.2.2.

Korte toespraak

Geven van de zegen

Passend lied door

Felicitaties        gemeente of koor

Slotgebed        Slotgebed        Slotgebed        Slotgebed

Slotzegen         Slotzegen         Slotzegen         Slotzegen

Drievoudig “Amen”      Drievoudig “Amen”      Drievoudig “Amen”      Drievoudig “Amen”

Slotlied door    Slotlied door    Slotlied door    Slotlied door

gemeente, koor of        gemeente, koor of        gemeente, koor of        gemeente, koor of

orkest(je)         orkest(je)         orkest(je)         orkest(je)

Afscheid          Afscheid          Afscheid          Afscheid

Orgel/orkest(je)           Orgel/orkest(je)           Orgel/orkest(je)           Orgel/orkest(je)

koorzang          koorzang          koorzang          koorzang

Tabel da          65

3 De Sacramenten

3.1 Voorbereiding door onderwijzing

Sacramenten zijn heilige handelingen waardoor God met de mens een verbond sluit dat Hem met Zijn uitverkoren volk ver bindt. Deze handelingen worden door Gods gezanten uitgevoerd en vormen de onontbeerlijke basis van het kindschap Gods.

Overeenkomstig de leer van Jezus en de Apostelen worden in onze kerk drie sacramenten toegediend: de Heilige Waterdoop, het Heilig Avondmaal en de Heilige Verzegeling. Wanneer min derjarige personen zullen worden opgenomen of wanneer aan hen de Heilige Waterdoop of de Heilige Verzegeling zal worden verricht, is hiervoor - overeenkomstig de landelijke wetgeving - vooraf toestemming nodig van de ouders of voogden van deze minderjarigen.

De heiligheid van deze handelingen vereist absoluut een tijdige

en grondige onderwijzing over de betekenis van de sacramenten.

De sacramenten Heilige Waterdoop (met uitzondering van de nooddoop, zie 3.2.5) en Heilig Avondmaal kunnen slechts door Apostelen en dragers van een priesterlijke bediening worden uit gevoerd, de Heilige Verzegeling uitsluitend door een Apostel.

3.2 De Heilige Waterdoop

3.2.1 Het wezen van de Heilige Waterdoop

De Heilige Waterdoop is het eerste deel van de wedergeboorte en een noodzakelijke voorwaarde om de Heilige Geest te kunnen ontvangen. Bovendien is de doop het verbond van een goed

67

geweten met God (Joh. 3 : 5; 1 Petr. 3 : 21) en tevens de reini ging van de erfzonde, de door de zondeval van Adam en Eva ver oorzaakte zondigheid van de mensheid. Door de doophandeling ontsluit God voor de mens de weg naar volledige verlossing door de verdienste van Jezus Christus. De mens erkent zijn goddelij ke uitverkiezing en belooft God ernstig dat hij de duivel en al het ongoddelijke wil verzaken en Gods gezanten op de weg naar ver lossing wil navolgen.

3.2.2 Het recht om gedoopt te worden

Overeenkomstig de opdracht van Jezus aan Zijn Apostelen moe ten alle volkeren gedoopt worden (vgl. Matth. 28: 19). Jezus heeft dus geen beperkingen aangegeven. Geloof en boetvaardig held zijn daarbij voorwaarden voor ieder afzonderlijk.

Onder verwijzing naar de woorden van Jezus: “Laat de kinderen tot Mij komen en weert ze niet; want dezulken is het rijk Gods” (Mark. 10: 14), wordt de Heilige Waterdoop ook aan kinderen en zuigelingen toegediend. Hierbij nemen de ouders of hun plaatsvervangers tot aan de confirmatie de plichten van de doop gelofte op zich en beloven zij de ziel van het kind naar hun beste vermogen in de leer van Jezus op te voeden en te bewaren.

3.2.3 Voorbereiding voor de Heilige Waterdoop

Tijdens een huisbezoek wijzen de ambtsbroeders op de belang rijke betekenis van de Heilige Waterdoop. Kinderen zijn een gave van God en aan de ouders ter verzorging toevertrouwd. Daarbij heeft niet alleen het lichaam een liefdevolle verzorging nodig maar ook de ziel. Bij de doop leggen de ouders de gelofte af het kind naar beste vermogen voor de Heer te bewaren. Jezus Christus wil dat de kinderen tot Hem komen. Daarom zullen de ouders hen in het huis van God willen brengen. Daar is de

68

Heilige Geest de onderwijzende, maar ook de trekkende macht opdat de liefde van God op de dag van de Heilige Verzegeling in de ziel van het kind kan worden uitgestort.

Wanneer de dopeling reeds zelf voor zijn geloofsieven verant woordelijk is, heeft de voorbereiding voor de Heilige Waterdoop op een daarmee overeenkomende wijze plaats.

3.2.4 Het verrichten van de doop

De doop vindt plaats nadat de hosties zijn afgezonderd en de priesterlijke ambtsdragers het Heilig Avondmaal hebben ontvan gen, dus voordat de gemeente voor het Heilig Avondmaal wordt uitgenodigd.

Tijdens een korte toespraak wordt nogmaals op de grote beteke nis van de Heilige Waterdoop gewezen. Bij de doop van kinde ren moet men de ouders of hun plaatsvervangers erop wijzen dat zij wat het geloof betreft tot aan de confirmatie van het kind ver antwoordelijk zijn voor diens ziel.

Bij het toespreken van volwassenen is het raadzaam de beteke nis en de heiligheid van de Waterdoop nog eens te benadrukken.

Na de toespraak wordt aan volwassenen resp. aan de ouders van dopelingen of hun plaatsvervangers de vraag gesteld of zij plech tig willen beloven:

volwassenen     ouders

— naar het nieuw-apostolische            — hun kind in het nieuw

geloof te leven en         apostolische geloof

— de Heer en Zijn gezanten     op te voeden en

trouw na te volgen.       — in trouw aan de Heer te

bewaren.

69

Deze vraag, waarbij de gemeente gaat staan, moet met een duidelijk en uit het hart komend “ja” worden beantwoord. De gemeente blijft tot aan het einde van de doophandeling

staan.

Na dit jawoord brengt degene die de dienst leidt in een kort gebed de belofte van de volwassene(n) of de ouders, c.q. hun plaatsvervangers voor Gods troon en smeekt Hem om Zijn bij zondere hulp en kracht, opdat men zich aan de gelofte zal kun nen houden.

Vervolgens zondert hij het water af dat in een daarvoor geschik te schaal (doopschaal) gereed wordt gehouden, met de woorden:

‘Nu zonder ik dit water af in de name Gods des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes en wijd het voor de heilige han deling van de Waterdoop. Amen.”

Daarna bevochtigt hij d.m.v. zijn wijsvinger met het afgezonder de water driemaal in de vorm van een kruis het voorhoofd van de dopeling en zegt daarbij:

“Ik doop u in de name Gods des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Amen.

Bij kinderen kan daarbij eerst de voornaam worden genoemd. Direct daarna zegent de ambtsdrager de dopeling door zijn hand op diens voorhoofd te leggen en er enige woorden van de vol gende strekking aan toe te voegen:

— De Almachtige neemt de dopeling op in Zijn verbond der genade, het verbond van een goed geweten met God.

— God zelf opent de weg tot volledige verlossing.

70

Krachtens de verdienste van Christus en in opdracht van de Apostel wordt de erfzonde afgewassen.

De dopeling heeft voortaan toegang tot alle genademiddelen in het huis Gods.

God doet de belofte dat Hij de dopeling zal leiden en hem in elke situatie van het leven zal bijstaan en dat Hij zijn ziel wil voorbereiden voor de aanstaande Heilige Verzegeling.

Moge deze zegen zich ook uitstrekken tot de ouders en ver dere familieleden.

De toediening van dit sacrament wordt besloten met de woor

den:

‘Hierop ruste de zegen Gods des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Amen.

Wanneer de dopeling oud genoeg is (een ouder kind of een vol wassene), wordt hierna aan deze persoonlijk het Heilig Avondmaal uitgereikt evenals aan de (plaatsvervangende) ouders van een gedoopt kind. Wanneer de dopeling nog een zuigeling is, ontvangt degene die de zuigeling op de arm heeft, één hostie met de woorden: “Het lichaam en bloed van Jezus voor u gegeven.” Aansluitend spreekt de leider van de dienst zijn gelukwensen uit waarna de betrokkenen hun plaats weer innemen.

Hierna ontvangt de gemeente het Heilig Avondmaal.

3.2.5 Nooddoop

Wanneer een kind of een volwassene kort voor zijn overlijden nog moet worden gedoopt en er geen drager van een priesterlijk

71

ambt te bereiken is, kan iedere gelovige nieuw-apostolische chris ten in opdracht van de Apostel de nooddoop verrichten, echter zonder voorafgaande zondevergeving en zonder viering van het Heilig Avondmaal.

De afzondering van het water en het verrichten van de doop- handeling vindt plaats op dezelfde wijze en met dezelfde woor den als beschreven in 3.2.4.

Onmiddellijk na een verrichte nooddoop dient de verantwoorde lijke Voorganger hierover te worden ingelicht zodat hij deze han deling op grond van zijn ambtsvermogen kan bevestigen.

3.2.6 Opname

De Waterdoop die in een andere christelijke geloofsgemeenschap of kerk in de drie-enige naam van God is ontvangen, wordt door de Nieuw-Apostolische Kerk erkend als een voor die gemeen schap geldig sacrament. Voor het verkrijgen van de wederge boorte uit water en Geest is het noodzakelijk dat deze doop door de Apostel of een door hem aangewezen ambtsdrager wordt bevestigd.

3.2.6.1 Voorbereiding

Wanneer een gast gedurende een bepaalde tijd regelmatig de diensten heeft bezocht en de wens heeft geuit om in de Nieuw Apostolische Kerk te worden opgenomen, wordt tijdens een huisbezoek over de betekenis van deze stap gesproken.

Daarbij dient zowel de betekenis van de Heilige Waterdoop als die van het Heilig Avondmaal uitvoerig te worden besproken. Degene die wil worden opgenomen, moet kunnen erkennen dat de Nieuw-Apostolische Kerk Gods werk is waarin Apostelen van Jezus werkzaam zijn. Ook dient het gebedsleven te worden besproken, evenals het offer.

72

— Op de gast mag nooit druk worden uitgeoefend om ‘lid van de kerk” te worden!

— V66r de opname moet zo mogelijk het lidmaatschap van de vorige geloofsgemeenschap zijn opgezegd.

3.2.6.2 Het verrichten van de opname

De opname vindt plaats in een dienst door de Districtsvoorganger of degene die hem vertegenwoordigt. De handeling wordt verricht nadat de priesterlijke ambtsdragers, maar vôôrdat de gemeentele den het Heilig Avondmaal hebben ontvangen.

Degene die wil worden opgenomen, wordt uitgenodigd om voor het altaar te komen waar hem in enkele woorden opnieuw de betekenis van de handeling duidelijk wordt gemaakt. Hierna wordt hem gevraagd of hij zijn leven wil inrichten overeenkomstig de leer van Jezus en de Apostelen en of hij de Heer en Zijn werk trouw wil blijven. Na het “ja” volgt een gebed waarin de ziel wordt toevertrouwd aan de bescherming en hulp van de Heer. Vervolgens bevestigt de ambtsdrager de Heffige Waterdoop in de naam van de drie-enige God en neemt de ziel in de gemeente op. Hij verleent hem het recht deel te nemen aan het Heilig Avondmaal en dient hem dit vervolgens toe.

Nadat gelukwensen zijn uitgesproken, neemt degene die is opge nomen zijn plaats weer in en wordt de gemeente uitgenodigd voor het Heffig Avondmaal.

3.2.7 Opnieuw toetreden

Voormalige leden van de Nieuw-Apostolische Kerk die zijn uit gesloten of uitgetreden, hebben voor het hernieuwde lidmaat schap (de wedertoetreding) de toestemming nodig van de Districtsapostel.

73

t,

3.3 Het Heilig Avondmaal

3.3.1 De zondevergeving

Aan het ontvangen van het Heilig Avondmaal gaat de zonde vergeving vooraf. Hierdoor worden de zonden uitgedeigd. Het beheer van deze genademiddelen, door Zijn offer tot stand gebracht, droeg Jezus Christus over aan Zijn Apostelen (vgl. Joh. 20 : 23; Matth. 18: 18). De dragers van een priesterlijk ambt ver kondigen de zondevergeving in opdracht van de Apostel (zie ook

2.4.6.3).

Om de zondevergeving deelachtig te worden, is het volgende

noodzakelijk:

— het inzicht dat de mens met zijn onvolkomenheden uit eigen kracht de voor God geldende gerechtigheid nooit kan ver krijgen;

— oprecht berouw over erkende zwakheden en fouten en het ernstige voornemen deze te overwinnen;

— een intens verlangen om met God te worden verzoend;

— het gelovig aannemen van de zondevergeving.

3.3.2 Het wezen van het Heilig Avondmaal

Het Heilig Avondmaal is het sacrament dat door Jezus zelf is inge steld ter gedachtenis aan Zijn bitter lijden en sterven en aan het door Hem gebrachte, algenoegzame offer (vgl. Matth. 26: 26 - 28; Luk. 22: 19 - 20).

Door dit waardig te genieten, verkrijgt de ziel het eeuwige leven

74

en de zekerheid dat hij in Jezus blijft, zoals Hij ook in ons wil zijn, en de innigste verbondenheid met Hem behoudt (vgl. Joh. 6: 51 - 58). De krachten die door het Heilig Avondmaal zijn ont vangen, helpen ons bovendien alles te overwinnen wat het eeu wig heil van de ziel in de weg zou kunnen staan (vgl. Openb.

12: 11).

Het moet het verlangen van iedere ambtsdrager zijn, dat n de eerste plaats hijzelf en vervolgens degenen die aan hem zijn toe vertrouwd ernaar streven om het Heilig Avondmaal waardig te genieten.

3.3.3 Afzondering van het Heilig Avondmaal

Brood en wijn worden door de afzondering van de hostie lichaam en bloed van Jezus.

De gelovig beleden zonden, zwakheden, fouten en verkeerde verlangens worden bedekt door het eenmaal gebrachte, alge noegzame offer van Jezus Christus, waardoor een volledige ver zoening met God tot stand komt.

Voor het verloop van de viering van het Heilig Avondmaal wordt verwezen naar 2.4.6.

3.4 De Heilige Verzegeling

3.4.1 Het wezen van de Heilige Verzegeling

Door de Heilige Verzegeling ontvangt de mens de Heilige Geest

(vgl. Hand. 8: 14- 17; Ef. 1: 13- 14; 4: 30). Dit is de grondslag

voor een volledige vernieuwing van de innerlijke mens (vgl.

Rom. 8: 9; 2 Kor. 5: 17; 1 Petr. 1: 23).

75

‘fi

Door de Heilige Verzegeling wordt de mens een kind van God; daardoor heeft hij recht op het erfdeel van Christus (vgl. Rom. 8:

17). Het bezit van de Heilige Geest is derhalve het onderpand voor de eeuwige heerlijkheid (vgl. Joh. 3 : 5; Ef. 2 : 17 - 20).

3.4.2 Voorbereiding voor de Heilige Verzegeling

Het is de taak van alle ambtsdragers om de als gasten opgenomen zielen te verzorgen en grondig voor te bereiden voor de Heilige Verzegeling. Door dit sacrament dat - evenals in de eerste chris tengemeenten - alleen door een Apostel kan worden geschon ken, ontvangt degene die gedoopt is de Heilige Geest en daar door goddelijk leven en wordt dus wedergeboren als een nieuw schepsel.

Bij de voorbereiding dient vooral aandacht te worden besteed aan de volgende grondbeginselen van ons geloof:

— betekenis en waarde van de Heilige Verzegeling;

het bezoeken van de diensten en het aannemen van Gods woord, gepaard aan een voorbeeldige, godvruchtîge levens wandel, waarborgen de door God gewilde ontwikkeling van de ziel;

— een innig gebedsieven is van groot belang;

— uit offeren vloeit zegen voort.

Wanneer bij deze voorbereiding met veel toewijding en liefde aan de ziel wordt gewerkt, worden de beste voorwaarden geschapen om de Heilige Geest waardig te kunnen ontvangen.

Er moet op worden gelet dat geen enkele ziel zonder een zoda

76

nige onderwijzing wordt verzegeld. De Districtsvoorganger moet daarom op de hoogte worden gehouden van de verzorging van deze zielen. Bovendien is het een speciale taak van de districts dienaren om de zielen vÔ6r de Heilige Verzegeling voor deze onderwijzing persoonlijk bijeen te roepen.

Hiervoor komen de volgende onderwerpen in aanmerking:

— noodzakelijkheid en betekenis van het apostelambt dat de Geest schenkt (vgl. 2 Kor. 3 : 8) en de verzoening predikt

(vgl. 2 Kor. 5: 18);

— betekenis en noodzaak van de gave van de Heilige Geest in de eerste christen-gemeenten en heden;

— uitleg van de geloofsartikelen en de confirmatiegelofte die een weerspiegeling moeten zijn van de gezindheid van de

zielen die zullen worden verzegeld;

— bespreking van het Huishoudelijk Reglement” van de Nieuw-Apostolische Kerk en overhandiging van een exem plaar daarvan;

— betekenis van het offer;

— beantwoording van vragen.

Tot de Heilige Verzegeling mogen doorgaans alleen zielen wor den toegelaten die het lidmaatschap van hun vorige geloofsge meenschap hebben opgezegd en als gast in de Nieuw Apostolische Kerk zijn opgenomen.

Uitzonderingen kunnen alleen door de Districtsapostel worden

toegestaan.

77

Tijdens de laatste bijeenkomst vöÔr de Heilige Verzegeling moe ten de ledenkaarten worden toegelicht en ondertekend. Met het ontvangen van de Heilige Verzegeling wordt het lid maatschap van de Nieuw-Apostolische Kerk van kracht.

3.4.3 Voorwaarden voor de Heilige Verzegeling

Om de Heilige Geest te kunnen ontvangen, moeten de volgende voorwaarden zijn vervuld:

— men moet de Heilige Waterdoop hebben ontvangen;

— door de prediking moet men tot geloof in de leer der Apostelen zijn gekomen;

— de vergeving van de zonden moet zijn uitgesproken;

— de gelovige moet belijden dat hij vastbesloten is zijn leven in te richten in overeenstemming met de leer der Apostelen die

de leer van Jezus is.

Ook kinderen kunnen door handoplegging en gebed van een Apostel de Heilige Geest ontvangen. Bij hen wordt de gelofte vervangen door de belofte van de ouders om het kind in de leer der Apostelen op te voeden.

3.4.4 Het verrichten van de Heilige Verzegeling

De Heilige Verzegeling vindt plaats nadat de priesterlijke ambts dragers het Heilig Avondmaal hebben ontvangen.

De te verzegelen zielen treden voor het altaar en worden tijdens een korte toespraak nogmaals gewezen op de betekenis van deze heilige handeling.

78

Door de Heilige Verzegeling worden de zielen medeburgers der heiligen en Gods huisgenoten. Zij verkrijgen het recht om de eeuwige heerlijkheid te beërven (vgl. Ef. 2 : 19; Gal. 3 : 29; Tit. 3 : S - 7).

Door hun jawoord geven de te verzegelen zielen ernstig en zich bewust van hun verantwoordelijkheid te kennen dat zij de Apostelen van Jezus trouw willen navolgen, het woord van de goddelijke prediking willen aannemen en de tijd der genade nut tig willen gebruiken tot eeuwig heil en zegen.

De Apostel vraagt de toebereide zielen of zij dit willen beloven, hetgeen zij met een duidelijk en welgemeend “ja’ moeten beves tigen en brengt dit in een gebed voor de Heer

Daarna schenkt de Apostel de Heilige Geest door handoplegging op de hoofden van de toebereide zielen en door gebed, met de woorden:

“Ontvang nu de Heilige Geest in de name Gods des Vaders,

des Zoons en des Heiligen Geestes.”

Hieraan worden nog enkele zegenrijke gedachten toegevoegd. De handeling wordt beëindigd met: “Amen.” Daarna ontvangen de verzegelden het Heilig Avondmaal waarna zij door de Apostel worden gefeliciteerd en welkom geheten in de gemeente. Vervolgens gaan zij weer naar hun plaats terug.

In aansluiting hierop ontvangt de gemeente het Heilig Avondmaal.

79

4 Het schenken van een zegen

In de zegen nadert God de oprecht biddende mens en schenkt hem Zijn welgevallen, Zijn hulp, genade en barmhartigheid (vgl. Num. 6: 24 - 26). Daartoe maakt Hij gebruik van de door Hem uitverkoren ambtsdragers.

4.1 De zegen voor de geboorte

4.1.1 Verzorging v66r de geboorte

Bij de verwekking van een mens geeft God het nieuwe leven een ziel. Ook wanneer het embryo uiterlijk nog niet de lichaamsvor men van een kind vertoont, heeft de menselijke ziel reeds het eeuwige leven in zich en zal zij zich zelfstandig verder ontwikke len. Zolang het kind in de moederschoot groeit, is het in alles met de moeder verbonden. Het neemt niet alleen de voedingsstoffen op die de moeder tot zich neemt, maar de kinderziel wordt ook beïnvloed door de zielstoestand van de moeder. Wanneer de moe der het kindje bewust betrekt bij haar geloofs- en gebedsleven is dat reeds v66r de geboorte een waarborg voor een verzorging van de ziel die God welgevallig is. Met dat doel wordt aan de moeder op haar verzoek een prenatale zegen geschonken.

4.1.2 De inhoud van de zegen voor de geboorte

Aan het ontvangen van de zegen voor de geboorte moet een

goede onderwijzing voorafgaan met de volgende inhoud:

— Alles wat de moeder in de periode dat zij het kind onder haar hart draagt, in zich opneemt (natuurlijk of geestelijk voedsel of andere indrukken), brengt zij bewust of onbewust over op het nieuwe leven.

81

— De ontwikkeling van het ongeboren kind moet positief wor den beïnvloed door een nieuw-apostolische gezindheid.

— De zegen die vÔÔr de geboorte wordt gegeven, is de eerste zichtbare handeling die God in Zijn grote liefde aan de men senziel verricht.

Wanneer de moeder deze zegen voor zichzelf en het kind wil ont vangen, wordt haar de vraag gesteld of zij in bovengenoemde zin overeenkomstig het geloof wil handelen en de zegen gelovig wil aannemen. Op haar “ja” legt de priesterlijke ambtsdrager de hand(en) op het hoofd van de moeder en schenkt hij haar de zegen. Daarbij kan het volgende onder woorden worden gebracht:

— De eeuwige God, die uit genade nieuw leven onder het hart heeft doen ontstaan, geve de moeder Zijn vaderlijke bescher ming en zegen.

— Hij moge de moeder in staat stellen om aan de opvoeding van het kind reeds vÔÔr de geboorte veel aandacht te besteden en

de ontwikkeling naar lichaam, ziel en geest te bevorderen.

— De trouwe God zegene door deze handeling het kind en de ouders.

— Hij moge moeder en kind bijstaan ten tijde van de geboorte.

4.2 Confirmatie

De confirmatie is de handeling waarbij de confirmant de ver plichtingen die de ouders bij de Heilige Waterdoop en de Heilige Verzegeling op zich hebben genomen, zelf overneemt. Vanaf dat moment draagt de confirmant tegenover God de volledige ver antwoordelijkheid voor zijn doen en laten.

82

4.2.1 Voorbereiding voor de confirmatie

Hiervoor wordt verwezen naar de overeenkomstige bepalingen in het leerplan voor het confirmatieonderwijs of, indien dit niet aanwezig is, naar regionale regelingen.

4.2.2 Vootwaarden voor de confirmatie

De confirmant moet een levende kennis bezitten van de hoofd lijnen van het goddelijke verlossingsplan. Hij moet weten dat hij tot Gods volk behoort en daardoor is uitverkoren om deel te heb ben aan de Eerste Opstanding. Hij moet in de nieuw-apostolische geloofsleer onderwezen zijn en er met zijn gehele hart naar wil len streven zijn leven dienovereenkomstig in te richten. Om dat alles te bevorderen is het zeer belangrijk regelmatig deel te nemen aan het conflrmatieonderwijs. De confirmatieleeftijd wordt in principe bepaald door de wettelijke godsdienstige meer derjarigheid die in het betreffende land geldt.

Uitsluitend verzegelde jongeren kunnen worden geconfirmeerd.

4.2.3 Diensten met confirmatie

De conflrmatieplechtigheid vindt plaats tijdens een dienst. De handeling wordt verricht nadat de priesterlijke ambtsdragers het Heilig Avondmaal hebben ontvangen.

Allereerst wordt het begeleidend schrijven (de brief voor de con flrmanten”) van de Stamapostel voorgelezen.

Vervolgens worden de conflrmanten toegesproken, waarbij:

— wordt gewezen op de betekenis van de conflrmatie en de ver antwoordelijkheid van de conflrmanten;

83

— hun wordt gevraagd hun leven in dienst van God te stellen;

— hun wordt verzocht als voorbeelden van geloof de Heer en Zijn gemeente te eren.

Daarna wordt aan de confirmanten gevraagd of zij in deze zin hun toekomstige levensweg als nieuw-apostolische christenen, trouw aan God, willen gaan. Hierna wordt hun verzocht dit te bevestigen door de “confirmatiegelofte” op te zeggen:

“Ik verzaak de duivel en al zijn werk en wezen en geef mij aan U over drie-enig God, Vadei Zoon en Heilige Geest, in het geloot de gehoorzaamheid en het ernstig voornemen, U trouw te zijn tot aan mijn einde. Amen.”

Nu ontvangen de conflrmanten, nadat ze eerst zijn aangeduid als zelfstandige nieuw-apostolische christenen, door handoplegging de zegen van de drie-enige God

Deze zegen kan de volgende inhoud hebben:

— De trouwe God schenke door deze handeling Zijn bijzonde re zegen voor de toekomst.

— Hij geve de kracht om de gedane gelofte te houden, al het kwade te overwinnen en trouw te blijven.

— Jezus Christus, hun Verlosser, moge hen met zorg omringen, opdat zij als levende ranken met Hem, de wijnstok, verbon den blijven en geestelijke vruchten voortbrengen tot eer van de Allerhoogste.

— De Heilige Geest moge de Leermeester en Vermaner van hun

ziel zijn.

84

Het gebed wordt beëindigd met de zegen in Gods drie-enige naam en afgesloten met: “Amen.”

Daarna ontvangen de confirmanten het Heilig Avondmaal. Nadat zij gelukwensen hebben ontvangen, wordt hun de “brief voor de confirmanten van de Stamapostel overhandigd. Vervolgens wordt met de gemeente het Heilig Avondmaal gevierd.

4.3 Verlovingszegen

De verlovingszegen kan worden gegeven indien:

— het verloofde paar de wettelijk bepaalde huwbare leeftijd bezit;

— minstens één van beiden nieuw-apostolisch is;

— beiden niet eerder gehuwd zijn geweest.

De verlovingszegen wordt in de regel tijdens een dienst op zon dag gegeven, na de viering van het Heilig Avondmaal.

In een korte toespraak wijst degene die de dienst leidt op de betekenis van de verlovingszegen die het verloofde paar voor bereidt op de toekomstige, gemeenschappelijke levens- en geloofsweg.

Hij stelt het verloofde paar de vraag of ze de verlovingstijd op een Gode welgevallige wijze willen doorbrengen. De gemeente gaat hierbij staan.

Na het door het paar gegeven jawoord bidt hij om Gods zegen.

85

Dan vraagt hij het paar elkaar de rechterhand te geven waar hij vervolgens zelf zijn hand op legt teneinde hun de verlovingsze gen te schenken.

Hij bidt daarbij in het bijzonder voor hen beiden om Gods kracht, opdat zij de tijd van het verlovingsverbond op een Gode welge vallige wijze kunnen doorbrengen. De handeling wordt besloten met: “Amen.”

Daarna feliciteert hij het verloofde paar. Nadat beiden weer heb ben plaatsgenomen, beëindigt hij de dienst met slotgebed en slot- zegen.

4.4 Huwelijkszegen

De huwelijkszegen wordt gegeven zoals ter plaatse gebruikelijk is. De handeling kan zowel in als buiten het kader van een gewo ne dienst worden verricht. In ieder geval moeten:

— de keuze van het tekstwoord,

— de op de bruiloft ingaande prediking en

— de totale plechtige vormgeving van de dienst,

een grote mate van goddelijke zegen teweegbrengen en zowel bij het bruidspaar als bij de gasten een blijvende indruk van blijd schap achterlaten.

Wanneer de huwelijkszegen niet tijdens een gewone dienst

wordt gegeven, kan de gemeente worden uitgenodigd.

De plechtigheid moet zo mogelijk met koorzang, orgel- of orkest muziek worden opgeluisterd.

De kerkelijke zegen mag, conform de ter plaatse geldende voor schriften, pas worden gegeven na de voltrekking van het burger lijk huwelijk. Al naargelang de wettelijke bepalingen is degene die de dienst leidt verplicht de officiële huwelijksakte in te zien, opdat hij geen wetsovertreding begaat. Wanneer de huwelijksze gen plaats vindt tijdens een normale dienst, dus met Heilig Avondmaal, wordt de handeling pas verricht nadat de gemeente het Heilig Avondmaal heeft gevierd.

Tijdens een andere dienst, speciaal voor de huwelijkszegen, wordt geen Heilig Avondmaal gevierd; deze dienst mag in totaal niet langer dan 45 minuten duren.

Het bruidspaar moet door middel van de toespraak in overeen stemming met ons geloof worden toegerust voor hun toekomsti ge leven. Daarbij moet er op worden gewezen dat het leven niet alleen blijde dagen kent maar ook perioden met zorg, nood en verdriet. Het is absoluut noodzakelijk om God en elkaar trouw te blijven; alleen zo blijft het huwelijk gezegend en kan men het leven samen aan.

De belangrijkste taak van een nieuw-apostolisch echtpaar is dat de partners elkaar helpen het doel van ons geloof te berei ken.

Dan wordt het bruidspaar de vraag gesteld of zij elkaar trouw willen blijven en in liefde met elkaar de levensweg willen gaan. De gemeente gaat hierbij staan. Het bruidspaar wordt verzocht, de vraag met “ja” te beantwoorden.

Na het jawoord ontvangt het bruidspaar de zegen van de drie enige God. Deze zegen wordt gegeven terwijl degene die voor gaat zijn hand legt op de rechterhanden van het bruidspaar die zij elkaar hebben gegeven. Hij spreekt daarbij woorden van de volgende strekking:

87

De trouwe God, die hen bij elkaar heeft gebracht, moge hen leiden en behoeden en hun bovendien alles schenken wat zij naar lichaam, ziel en geest nodig hebben;

Jezus Christus moge de Goede Herder zijn en blijven, die de zielen hoedt en op groene weiden naar het frisse water des levens leidt;

— De Heilige Geest moge hen vormen opdat zij deel mogen hebben aan de Eerste Opstanding.

De zegen van de drie-enige God en de vrede van Jezus Christus wordt daaraan toegevoegd. De handeling eindigt met: “Amen.”

Dan feliciteert degene die de dienst leidt, het bruidspaar en over handigt hun een bijbel als geschenk van onze kerk. In aansluiting daarop beëindigt hij de dienst met slotgebed en slotzegen. Het is algemeen gebruikelijk dat hierna de gemeente het bruids paar feliciteert.

4.5 Zegen bij huwelijksfeesten

Het geven van de zegen bij gelegenheid van een zilveren (25- jarig), gouden (50-jarig), diamanten (60-jarig), briljanten (65- jarig) of platina (70-jarig) huwelijksfeest geschiedt op dezelfde wijze als bij het huwelijk (zie 4.4).

Het is bi) deze handeling zeker aan te bevelen dat degene die de dienst leidt, ingaat op de persoonlijke omstandigheden van het echtpaar. Dit verhoogt de blijdschap van het paar en de familie leden.

Wanneer de omstandigheden moeilijk zijn of zijn geweest, moet

88

—

men met veel tact handelen opdat er geen dingen worden aan geroerd die ook achteraf nog zouden kunnen kwetsen, zelfs al zouden ze in overeenstemming zijn met de feiten.

Het gaat er bovenal om dat de zielen tot lof en dank worden opgewekt, met nieuw godsvertrouwen worden vervuld en dat hun voor de verdere gemeenschappelijke levensweg troost en blijmoedigheid wordt geschonken.

Degene die de dienst leidt, gaat na een korte toespraak in gebed en spreekt de zegen uit waarbij hij - zoals bij de huwelijkszegen (zie 4.4) - zijn hand legt op de rechterhanden van het echtpaar die zij elkaar hebben gegeven. Er wordt niet eerst om het “jawoord” van het paar gevraagd.

Daarna beëindigt hij de dienst met slotgebed en slotzegen.

In aansluiting hierop mag de gemeente het bruidspaar feliciteren.

4.6 Inwijding van kerkgebouwen

Wanneer de eerste dienst in een nieuw kerkgebouw wordt

gehouden, vindt ook de inwijding plaats.

Na het voorlezen van het tekstwoord en enkele inleidende woor den van degene die de dienst leidt, kan aandacht worden besteed aan de honJek van de gemeente. Vervolgens gaat de gemeente staan en degene die voorgaat spreekt in Gods drie-enige naam het inwijdingsgebed uit. Hierin kan vooral de wens tot uitdruk king worden gebracht:

— dat dit huis een plaats mag zijn waar de Heilige Geest zich kan openbaren, een toevluchtsoord voor allen die vermoeid en beladen zijn en een plaats waar alle verlangende zielen kunnen worden voorbereid op de wederkomst van Jezus.

89

— dat de ambtsdragers vervuld mogen zijn van gedachten van heil en zegen.

— dat Gods heiligheid aan deze plaats voelbaar mag zijn.

De inwijdingsplechtigheid kan - indien mogelijk - met koorzang

of instrumentaal spel feestelijk worden opgeluisterd.

4.7 Andere zegeningen

In andere gevallen wordt geen zegen gegeven. Wanneer broe ders en zusters naar aanleiding van het betrekken van een nieu we woning, voor de aanvang van een grote reis of om andere redenen een bijzondere zegen wensen, kan met hen worden gebeden, waarbij zij aan Gods hoede en zegen worden toever trouwd.

90

5 De rouwpiechtigheid

5.1 Algemeen

Behalve door broeders en zusters wordt een rouwpiechtigheid meestal ook bijgewoond door andersdenkenden. De ambtsdrager die de plechtigheid leidt, moet derhalve door zijn gedrag en wijze van handelen waardigheid uitstralen en alles vermijden wat aanstoot kan geven. Dit geldt ook voor de andere ambtsdra gers die de plechtigheid bijwonen.

Rouwplechtigheden kunnen - naar gelang de plaatselijke omstan digheden - zowel op het kerkhof, in het crematorium als ook in ons kerkgebouw worden gehouden. Tijdens een rouwdienst in de kerk staat de kist - alleen wanneer dat plaatselijk gebruikelijk is - op een baar vooraan in de kerk.

De eigenlijke teraardebestelling of bijzetting op de begraafplaats wordt verricht door degene die de rouwdienst heeft geleid, in dat geval in het bijzijn van de naaste familie en indien mogelijk direct na de rouwdienst.

5.2 Voorbereiding

Wanneer een ambtsdrager in kennis wordt gesteld van het over lijden van een broeder of zuster, moet hij onmiddellijk zijn Voorganger hierover inlichten.

Op de Voorganger rust de taak met name de volgende maatrege len te treffen:

— direct de districtsdiena(a)r(en) op de hoogte stellen, waarbij be paald wordt welke ambtsdrager de rouwplechtigheid zal leiden;

91

— contact opnemen met de nabestaanden;

— een bezoek aan de rouwdragenden brengen om woorden van troost te spreken;

— bespreken van verloop en tijdstip van de rouwpiechtigheid overeenkomstig de uiterste wilsbeschikking van de overlede ne of de wens van de nabestaanden.

5.3 Rouwpiechtigheid

5.3.1 Verloop van de plechtigheid

Een rouwpiechtigheid komt in de regel overeen met de wijze waarop een gewone dienst wordt gehouden. In gebed en toe spraak moet rekening worden gehouden met de bijzondere omstandigheden.

Details worden in principe aan de gebruiken ter plaatse aange past en door de Districtsapostel voor iedere gebiedskerk afzon derlijk vastgesteld.

Na het bijbelwoord te hebben voorgelezen, richt de ambtsdrager die de plechtigheid leidt zich tot de aanwezigen met de woor den:

‘Geliefde familie, geachte aanwezigen.”

Tijdens de toespraak moet rekening worden gehouden met het volgende:

— De toespraak is niet bedoeld voor de dode, maar voor de levenden.

— Het overdreven roemen van karakter en daden van de overle 92

dene is misplaatst. Het is voldoende om datgene wat werkelijk prijzenswaardig is kort te vermelden. Voor alles geldt echter:

“Maar door Gods genade ben ik hetgeen ik ben; en Zijn gena de aan mij is niet vergeefs geweest...” (uit 1 Kor. 15: 10).

We moeten de waarheid huldigen; waar niets te roemen valt, moeten wij dit ook niet doen. We spreken echter ook nooit een verwijt uit over een overledene.

Dit geldt in het bijzonder wanneer iemand zelf zijn leven heeft beëindigd; wij weten niet welke gemoedstoestand en welke redenen zo iemand tot deze noodlottige stap hebben gebracht. Wij wijzen in het bijzonder op Gods genade.

De toespraak moet vooral de nabestaanden troost schenken. Troost ontvangt men in het bijzonder door de vreugde over het weerzien en de zekerheid van het eeuwige leven.

5.3.2 De overdracht

Nadat de aanwezigen na de toespraak zijn gaan staan, vindt de overdracht van lichaam en ziel plaats in ongeveer de volgende bewoordingen:

“Aarde tot aarde, stof tot stof as tot as. Zo geven wij het lichaam over aan de aarde. De ziel geven wij echter over aan de liefde van Jezus Christus, opdat zij bewaard blijft tot de opstan ding in het eeuwige leven. Amen.”

Daarna volgt het slotgebed met de slotzegen.

Wanneer een koor aanwezig is, kan de plechtigheid met enkele welgekozen liederen worden afgewisseld.

93

5.3.3 Overdracht bij het graf

Indien de rouwstoet zich naar het graf begeeft, vindt de over dracht daar plaats.

De ambtsdrager die de plechtigheid leidt, zal nog enkele troostrij ke woorden spreken en de overdracht van lichaam en ziel ver richten. Daarna beëindigt hij de plechtigheid met een kort gebed en de slotzegen.

Het is gewenst dat degene die de plechtigheid leidt zo gaat staan dat hij alle aanwezigen goed kan overzien en zo mogelijk door iedereen te verstaan is.

5.3.4 Crematie

Bij de overdracht van lichaam en ziel bij een crematie komt de zinsnede “aarde tot aarde” te vervallen.

Voor het overige is het verloop hetzelfde als bij een begrafenis.

5.4 Duur van de rouwpiechtigheid

De duur van de rouwplechtigheid richt zich naar de plaatselijke omstandigheden. Wanneer de plechtigheid in onze kerk plaats vindt, mag deze niet langer dan 45 minuten duren.

5.5 Plaatselijke zeden en gebruiken

Voor zover plaatselijke zeden en gebruiken niet in strijd zijn met de leer der Apostelen passen wij ons aan deze omstandigheden aan. We voeren niets nieuws in en vermijden ergernis te wek ken.

94

6 Huisbezoeken

6.1 Algemeen

De belangrijkste taak van Gods dienaren is en blijft de verzorging van de zielen! Iedere nieuw-apostolische christen heeft recht op zielzorg.

Binnen het bestek van de huisbezoeken moet bovenal het inzicht in ons geloof worden bevorderd, moeten eventuele onduidelijk heden uit de weg worden geruimd en moet de band met onze Verlosser Jezus Christus worden versterkt.

6.2 Wijze van verzorging

De verzorging van de zielen geschiedt tijdens de diensten en door regelmatige huisbezoeken, voornamelijk door dienaren met een priesterlijk ambt.

Hiervoor kunnen in opdracht van een priesterlijke ambtsdrager echter ook Diakenen en Onderdiakenen worden ingeschakeld.

Alleenstaande zusters of zusters die alleen thuis zijn, mogen slechts in gezelschap van een andere ambtsdrager worden bezocht.

6.3 Regelmaat van de bezoeken

Om de noodzakelijke vertrouwensrelatie op te bouwen en in stand te houden, zijn regelmatige bezoeken nodig. De regelmaat van de bezoeken is afhankelijk van de behoefte op een bepaald moment.

Huisbezoeken worden in principe van tevoren aangekondigd.

97

De periodieke bezoeken sluiten spontane contacten met de te verzorgen broeders en zusters niet uit. Deze kunnen o.a. plaats hebben in de vorm van een kort bezoekje (“in ‘t voorbijgaan”) of in een gesprek na de dienst.

Ambtsdragers die zich intensief bezighouden met de aan hen toe vertrouwde zielen en hun verlangens en omstandigheden, zullen ernaar streven geregeld contact met hen te onderhouden.

6.4 Verloop van het huisbezoek

Huisbezoeken worden normaliter op een avond in de week afge legd. Bij gezinnen met kleine kinderen is het aan te bevelen het bezoek op een zodanig tijdstip te plannen dat de kinderen ten minste bij het begin ervan aanwezig kunnen zijn.

Een huisbezoek zal in de regel niet langer dan anderhalf uur

duren.

Huisbezoeken zijn geen diensten. Dit houdt in dat een ambts drager niet moet prediken, maar de aan hem toevertrouwde zie len aan het woord moet laten komen, zodat hij met hen kan spre ken over datgene wat zij op hun hart hebben.

De huisbezoeken worden met een innig gebed afgesloten. Wanneer de gezondheidstoestand van de bezochte zielen het toelaat, wordt dit gebed knielend voor God uitgesproken.

VÔôr het gebed kan de bijbel worden opengeslagen als men zich

daartoe door de Heilige Geest voelt aangespoord.

Aan het begin van een huisbezoek wordt in de regel niet gebeden. Een uitzondering kan worden gemaakt wanneer speciale, reeds bekende verlangens of problemen moeten worden besproken.

98

Wanneer er andersdenkenden bij aanwezig zijn, moet men veel tact gebruiken vooral met het oog op het gemeenschappelijke slotgebed.

6.5 Toewijzing van een huispriester

Ieder godskind moet weten wie zijn huispriester is. Wanneer een ziel wordt verzegeld of door verhuizing in een nieuwe gemeente komt, is het de taak van de Voorganger de huispriester zo spoedig mogelijk persoonlijk aan zulke zielen voor te stellen.

Het is heilzaam wanneer de Voorganger van tijd tot tijd samen met de huispriester op huisbezoek gaat, ook als er geen speciale problemen moeten worden behandeld.

Het is voor iedere Gemeentevoorganger van het grootste belang dat hij de ambtsdragers van zijn gemeente met hun gezinnen geregeld geestelijk verzorgt.

Bovendien moet hij bereid zijn bijzondere aangelegenheden in overleg met of in opdracht van de districtsdienaren direct te behandelen.

6.6 Handelwijze van de huispriester

De vermaning van Apostel Paulus: “Koopt de tijd uit” (Kol. 4 5 - 6) moet in het bijzonder bij de zielzorg in acht worden geno men. Tijdens de huisbezoeken moet daarom weinig tijd worden besteed aan bijzaken.

De zielen die aan een huispriester zijn toevertrouwd, ipoeten

99

worden bezocht met het doel hen op de vaak niet eenvoudige weg van het leven en van het geloof te begeleiden, hen geeste lijk te versterken, hun raad te geven, hun eventuele vragen te behandelen en dit alles in een gezamenlijk gebed aan de Heer voor te leggen.

Hierbij is het noodzakelijk dat alle besproken problemen en aan gelegenheden vertrouwelijk worden behandeld.

Wij moeten ons ervoor wachten om minachtend over andere personen, broeders en zusters of kerken en religieuze groeperin gen te spreken.

Wanneer eenmaal een vertrouwensrelatie is ontstaan, zullen de bezochte zielen uit eigen beweging hun zorgen en verlangens aan hun huispriester toevertrouwen.

Een huisbezoek is niet een bezoek van vrienden of kennissen!

Een ambtsdrager moet alle zielen die aan hem zijn toever trouwd, evenveel liefhebben!

Wanneer er eens een meningsverschil of zelfs een onverzoenlij ke houding tussen broeders en zusters optreedt, moet men zeer voorzichtig en met tact handelen.

Wanneer bij een ambtsdrager een klacht over een broeder of zus ter wordt ingebracht, mag hij niet meteen alles wat hem wordt verteld als waar aannemen; hij moet daarentegen zelf inzicht in de zaak trachten te verkrijgen.

Het is daarom de plicht van iedere ambtsdrager om de klager aan te horen, maar hem er tevens op te wijzen dat de aangeklaagde ook moet worden gehoord. Elke vorm van partijdigheid is ver keerd!

100

Ambtsdragers moeten trachten onenigheden in de geest van de liefde van Christus te beslechten en ernaar streven dat de harten verzoeningsgezind worden en door wederzijds begrip weer tot elkaar komen.

We mogen nooit vergeten dat er aan iedere ziel nog onvolko menheden kleven.

Op dezelfde wijze moeten huwelijksproblemen worden tege moetgetreden wanneer deze aan de huispriester bekend worden gemaakt. Het doel moet steeds zijn: verzoening, herstel van de vrede en opwekking van de bereidheid van de betrokkenen om elkaar te begrijpen en van gemaakte fouten te leren.

Het is een belangrijke taak van de ambtsdragers om bij degenen die zij bezoeken, alles uit de weg te ruimen wat verwijdering tussen de zielen heeft teweeggebracht. Vrede stichten en bewa ren en verzoenende liefde opwekken en onderhouden is zeer belangrijk.

Wanneer een ambtsdrager tijdens een gesprek met de aan hem toevertrouwde zielen wordt berispt of aangevallen of denkt dat hij dit wordt, moet hij zich in geen geval beledigd voelen; hij dient daarentegen eerst zichzelf te onderzoeken. Wanneer de beschuldiging ongegrond is, moet hij trachten het geschilpunt “onder vier ogen’ uit de wereld te helpen zonder daartii echter de nadruk te leggen op zijn gelijk.

Wanneer een ambtsdrager voelt dat de behandeling van en pro bleem voor hem te moeilijk is, wendt hij zich tot degene die hem voorgaat.

Het is overigens vanzelfsprekend dat iedere ambtsdrager degene die hem voorgaat, uit eigen beweging op de hoogte houdt van de

ontwikkeling van de aan hem toevertrouwde zielen.

101

Het is in grote gemeenten daarbij ten zeerste aan te bevelen dat de Priesters hun Voorganger zo nu en dan een totaaloverzicht van hun wijk geven.

6.7 Verzorging van “niet-volgende” broeders en zusters

Zielen die de diensten nog maar zelden of helemaal niet meer

bezoeken, zijn aan onze speciale zorg toevertrouwd.

Het contact met hen moet niet worden verbroken maar juist worden bevorderd.

Daarbij moet men met veel liefde het pad voor hen effenen en met veel tact handelen.

Men mag zulke zielen niet tegemoet treden met dreigementen of met een veroordeling. Het is daarentegen zeer belangrijk dat zij met veel liefde en tact attent worden gemaakt op de betekenis van het heil voor hun ziel en dat hun de weg wordt gewezen naar de genadetroon.

Wanneer tijdens zulke gesprekken duidelijk wordt waarom men is weggebleven, kan met veel wijsheid met hen worden gespro ken in de zin van hetgeen Apostel Paulus in Fil. 3 : 14 schrijft:

‘Vergetende wat achter is, strek ik mij uit naar hetgeen vôôr is en jaag naar het voorgestoken wit, naar de prijs der hemelse roeping Gods in Christus Jezus.”

Wanneer zulke zielen weer de diensten bijwonen, mogen zij -

voor zover zij dit wensen - aan het Heilig Avondmaal deelnemen.

Indien zij echter officieel uit de kerk zijn uitgetreden, beslist de

Districtsapostel over hernieuwde toetreding als lid van de kerk

(vgl. 3.2.7).

102

Wanneer we contact opnemen met zulke zielen is ons doel niet de reden van hun uittreding maar hun terugkeer naar het huis van God.

Dit geldt zelfs dan wanneer de desbetreffenden geen enkel con tact meer met ons wensen.

6.8 Huisbezoeken samen met de echtgenote

De ambtsdrager mag bij gezinsbezoeken slechts in gegronde uit zonderingsgevallen zijn echtgenote meenemen. Deze bepaling houdt vooral verband met de zwijgplicht die een ambtsdrager is opgelegd.

6.9 Handelwijze van de ambtsdrager tegenover zijn echtgenote

Het behoort tot de zwijgplicht van een ambtsdrager dat hij ook tegenover zijn vrouw en gezin geen enkele informatie verstrekt over persoonlijke omstandigheden van broeders en zusters en gasten, waarvan hij in de uitoefening van zijn ambt kennis draagt.

6.10 Verzorging van het eigen gezin

Ondanks de offerbereidheid, de vele taken en werkzaamheden die aan de uitoefening van een ambt verbonden zijn, mag een ambtsdrager zijn eigen gezin nooit verwaarlozen.

Hij mag zijn taken in het godswerk ook nooit als excuus aan voeren om eventuele problemen in het eigen gezin te ont vluchten.

103

Van tijd tot tijd moet de ambtsdrager ook eens een avond in de week reserveren voor de verzorging van het eigen gezin.

6.11 Eigen verantwoordelijkheid

Wij onderwijzen en adviseren de aan ons toevertrouwde zielen in overeenstemming met de leer van Jezus. Het is niet de bedoe ling dat we de zielen bemoederen of zelfs bevoogden.

Iedere nieuw-apostolische christen heeft zijn eigen vrije wil en dientengevolge ook de daarbij behorende eigen verantwoorde lijkheid.

De taak van de ambtsdrager is Gods wil bekend te maken aan de

te verzorgen broeders en zusters.

Ook wanneer we bijzondere omstandigheden ontmoeten, willen wij ons niet minachtend uitlaten maar de betreffenden vanuit de geest van Christus de weg wijzen om hulp te vinden.

104

7 Ziekenbezoeken

Zieke broeders en zusters zijn heel dankbaar voor een intensieve

en regelmatige verzorging van hun ziel.

Dit geldt ook voor oudere en gebrekkige broeders en zusters die de diensten vanwege hun lichamelijke toestand niet meer of niet meer geregeld kunnen bezoeken.

Met regelmatige tussenpozen moet met de zieken het Heilig Avondmaal worden gevierd. Daarbij moet de handeling die in de dienst wordt verricht zoveel mogelijk worden benaderd. Waar dit mogelijk is, worden de hosties in het bijzijn van de zieke afge zonderd. Indien ernstig zieken niet meer in staat zijn het Heilig Avondmaal zelf tot zich te nemen, kan de Priester of de hem begeleidende ambtsdrager dit in hun plaats doen.

Details worden door de Districtsapostel geregeld, rekening hou dend met de plaatselijke omstandigheden.

8 Bevordering van de gemeenschapszin

8.1 Algemeen

Behalve de geestelijke verzorging van de gemeenteleden door diensten en onderwijsavonden is het bevorderen van de gemeen schapszin van groot belang.

8.2 Verzorging van de kinderen

Zo nu en dan kan, na overleg met de Districtsvoorganger, op gemeente- of districtsniveau een uitstapje of speelmiddag voor de kinderen worden georganiseerd.

Bovendien is het heel zegenrijk als de kinderen - indien moge lijk - in ziekenhuizen, bejaarden- en verpleegtehuizen de patiën ten c.q. bewoners af en toe laten genieten van nieuw-apostoli sche liederen en hen zodoende al zingend het getuigenis bren gen.

Indien mogelijk kan volgens nadere instructie van de betreffende Districtsapostel ook gebruik worden gemaakt van kinderkoren en -orkestjes op gemeente- en districtsniveau.

8.3 Verzorging van de jeugd

Het is voor de jeugdige broeders en zusters zeer aan te bevelen dat zij dikwijls hun vrije tijd op nieuw-apostolische wijze met elkaar doorbrengen. Zij kunnen dit doen door:

107

— mee te werken aan het jeugdkoor en/of -orkest;

— ziekenhuizen, bejaarden- en verpleegtehuizen, evenals bejaarde en zieke broeders en zusters te bezoeken;

— gezamenlijke uitstapjes en wandeltochten te organiseren.

Verdere bijzonderheden worden, al naargelang de plaatselijke

mogelijkheden, door de Districtsapostelen geregeld.

8.4 Activiteiten voor de gemeente

Het is aan te bevelen om zo nu en dan ook op gemeenteniveau met een feestelijk samenzijn de gemeenschapszin buiten de dien sten om te bevorderen. Het is niet de bedoeling van zon geza menlijke activiteit dat men verre en dure reizen en uitstapjes gaat maken. De gemeenschapszin moet daarentegen kunnen worden versterkt zonder veel organisatie. Vooral bij zulke gelegenheden kunnen ook gasten de vreugde in de Heer en Zijn werk ervaren.

Men moet er op letten dat er geen groepsbelangen worden nage streefd maar dat de gemeenschapszin wordt bevorderd.

8.5 Verzorging van de senioren

Het is zegenrijk gebleken als ook de oudere broeders en zusters elkaar op gemeente- of districtsniveau kunnen ontmoeten tijdens activiteiten buiten de diensten om. Daardoor kunnen vooral alleenstaande broeders en zusters hun eenzaamheid ontvluchten om in een sfeer van broeder- en zusterlijke liefde een moment van vreugde en bemoediging te beleven.

Met de organisatie van dergelijke samenkomsten kunnen alleen

ambtsdragers in actieve dienst worden belast wanneer zij geen

108

beroep meer uitoefenen. Anders moet men zijn toevlucht nemen tot bekwame ambtsbroeders in ruste of tot andere geschikte broeders en zusters.

Men moet hierbij niet vergeten dat het niet voor alle oudere broeders en zusters mogelijk is om aan deze activiteiten deel te nemen. Het zou daarom fijn zijn als men vanuit zulke bijeen komsten ook die broeders en zusters, die er niet bij aanwezig kunnen zijn - voor zover zij dat wensen - een bezoek brengt.

109

9

Evangelisatiearbeid

9.1 Algemeen

Overeenkomstig de opdracht van Jezus in Matth. 28: 19 - 20 moet het evangelie van Christus onder alle volkeren worden ver-

breid.

God wil dat alle mensen worden geholpen. Daarvoor is het nood zakelijk dat alle ambtsdragers, broeders en zusters vol ijver en liefde hieraan meehelpen.

De belangrijkste uitrusting voor de evangelisatiearbeid is het gebed, de persoonlijke geloofsovertuiging, een voorbeeldige levenswandel en een uitgesproken offerbereidheid.

Bovendien is het belangrijk, de weg naar het hart van de mede- mensen te vinden.

De weg tot hen is verschillend al naargelang land, nationaliteit, cultuur, zeden en gebruiken. De arbeid zal evenwel slechts dan met resultaat worden bekroond wanneer de zielen de liefde kun nen voelen die wij hen toedragen.

Aan hen moet geen andere wereldbeschouwing of cultuur wor den opgedrongen, maar zij moeten vertrouwd worden gemaakt met het evangelie van Jezus Christus.

Het is dan ook erg belangrijk dat gasten na de eerste contacten verder worden begeleid.

De Districtsapostelen regelen nadere details in overeenstemming met de plaatselijke omstandigheden.

111

1

9.2 Onderwijzing van medewerkenden aan de evangelisatiearbeid

Het verdient aanbeveling om speciale bijeenkomsten te organise ren voor de evangelisatlearbeid volgens aanwijzingen van de Districtsapostel die de hoofdpunten bepaalt en ook nieuwe sug gesties kan doen. Daarbij mag echter in geen geval de indruk worden gewekt dat het een ‘training in verkooptechniek” of les sen in weisprekendheid o.i.d. betreft. Bij dergelijke samenkom sten dient men rekening te houden met het peil van geloof en kennis van de medewerkenden aan de evangelisatlearbeid en dit peil te verhogen. Behalve de reeds genoemde hoofdzaken, nl. gebed, persoonlijke geloofsovertuiging, voorbeeldige levenswan del en offerbereidheid (zie 9.1) moet worden gesproken over belevenissen en ervaringen die betrekking hebben op de evange lisatiearbeid. Hierbij doet zich ook de gelegenheid voor om voor stellen en standpunten van de Stamapostel inzake bepaalde kwesties mede te behandelen.

Steeds weer opnieuw moet erop worden gewezen dat wij ons niet mogen laten ontmoedigen door teleurstelllngen (vgl. 1 Kor.

15: 58).

Voor de evangelisatiearbeid is veel inlevingsvermogen noodzake lijk. Daarom moet men voor een goede Organisatie zorgen. De verantwoordelijke ambtsdragers moeten steeds over de stand van zaken worden geïnformeerd.

Het zal de ambtsdragers ook zeer na aan het hart liggen om alle aan hen toevertrouwde godskinderen aan te moedigen mee te helpen bij de evangelisatlearbeid en hen daarbij intensief te ondersteunen.

112

10 ‘ relations”-activiteiten

Het doel van ‘public relations-activiteiten is om de Nieuw Apostolische Kerk en de leer en organisatie daarvan bekendheid te geven bij het grote publiek. Bij manifestaties, die volgens nade re instructie van de Districtsapostel overeenkomstig de plaatselij ke mogelijkheden worden gerealiseerd, moet onze gelootsbelij denis centraal staan.

Het is belangrijk te weten, dat ‘public relations-activiteiten nooit de plaats van de persoonlijke evangelisatiearbeid kunnen inne men maar daarvoor slechts een wegbereider kunnen zijn.

113

11 Administratie

De Districtsapostelen regelen conform de plaatselijke omstandig heden alle administratieve zaken, zoals het bijhouden van het kerkboek, de administratie van het offergeld en het uitschrijven van doopbewijzen en conflrmatieoorkonden.

115