Jabob65 schreef: ↑vr 20 dec 2024, 18:49 @Tjerk, zo is het precies, het is een kwestie van het hart, natuurlijk kun je door druk uit te oefenen iemand (of zelfs groepen) tot iets bewegen, maar at the end sta je met lege handen, Jan projecteert waarschijnlijk zijn eigen angsten, twijfels e.d. op de broeders en zusters uit de diverse gemeenten maar ook dat is 'uitstel van executie', alles realiseert zich in je eigen geest, en nergens anders kan het zich anders manifesteren dan daar.
Laat alles maar een beetje op z'n beloop, God heeft onze interventies niet nodig.
En niemand die het weet, ook Jan niet.
@Jabob65
Inderdaad en echt met alle respect, al was het alleen maar omdat ikzelf er ook jaren en jaren over heb gedaan om sommige dingen te snappen; het zijn gemaskeerde diepe angstgevoelens, wanhoop. In vele toonaarden klinkt dit overal in door. Zoiets leidt tot een collectief onwelbevinden. In meerdere opzichten mis ik "de gemeenschap", maar wat daar kon plaatsgrijpen is een soort van eveneens uit angst geboren "regime change". Voor mij persoonlijk begon dat destijds met de aankondiging van de "Leidraad Dienen en leiding geven". Later ontaardde dit in de catechismus, die gepropageerd werd door namens "de kerkelijke autoriteit" te verkondigen: "Der Katechismus sei die Unterweisung in der christlichen Lehre". Helaas nam de kerkleiding "berechtigte Kritik" niet "zu Herzen", doch men bewapende zich door te willen imponeren met intellectueel vertoon.
Enige tijd geleden kwam het volgende bij mij op:
TjerkB schreef: ↑di 10 sep 2024, 09:58(...)
(...) Weemoed, ontsteltenis; onzegbaar. Voor mij persoonlijk liggen hier natuurlijk echt véél herinneringen. Juist vooral hier. In deze plaatselijke gemeente, die, toen ik nog een kind was, bestond uit meer dan 400 zielen (!), werden ook voor en aan mij rijkdommen gedeeld en uitgedeeld:
- Kom tot de bron van het leven,
in Gods gemeente zij welt.
Daar wordt u laaf'nis gegeven,
als u de zieledorst kwelt.
- Draal langer niet,
neem nu om niet
water des levens, zo kost'lijk en rein.
Drink uit die bronne des levens,
dan wordt ook gij zo'n fontein.
Bron: Eerste couplet en refrein van lied 182, NAK-gezangboek
Wat een herinneringen, wat een tijd. Een tijd waarvan ik nog niet het minste besef had hoe die zou worden opgevolgd door een heel andere tijd want nadien voltrok zich wat wij in deze bruisende gemeente váák met elkaar hadden zongen: "Nooit was er een tijd, zo vol ernst en vol nood."
(...)
Uit: Bericht op "di 10 sep 2024, 09:58", in de thread "Nog eenmaal hemelse klanken met orgelbegeleiding vanuit de NAK Leeuwarden aan de Emmakade 1-bis Noordzijde"
Het is niet onbelangrijk om hierbij toch dankbaar te beseffen dat wanneer wij zongen...
- Drink uit die bronne des levens,
dan wordt ook gij zo'n fontein.
... dat die goddelijke belofte in "de gemeenschap" niet exclusief in vervulling zou gaan voor wie "de kerkelijke autoriteit" zelf had uitverkoren!
Groet,
TjerkB
P.S.
TjerkB schreef: ↑di 15 aug 2023, 16:05 [Bijgewerkt: 16-08-2023, 08:00 uur]
- [7] Hoe welkom is de vreugdebode
die over de bergen komt aangesneld,
die vrede aankondigt en goed nieuws brengt,
die redding aankondigt en tegen Sion zegt:
‘Je God is koning!’
[8] Hoor! Je wachters verheffen hun stem,
samen barsten ze uit in gejuich,
want ze zien het met eigen ogen:
de HEER keert terug naar Sion.
[9] Breek uit in gejubel,
ruïnes van Jeruzalem,
want de HEER troost zijn volk,
Hij koopt Jeruzalem vrij.
Uit: Jesaja 52 (NBV21)
- Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niemand tellen kon, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het lam.
Uit: Openbaring 7: 9 (NBV21)
@all
Het bovenstaande herinner ik mij vanuit mijn vroegste jeugd - wanneer het daarover handelde tijdens diensten in de Nieuw-Apostolische Kerk. In de provinciehoofdstad waar wij naartoe gingen als er in onze eigen woonplaats geen dienst was, had de gemeenschap een groot koor. Dat zong zó mooi, dat ik er als kind al heel blij van werd. Ik kan bijna niet kiezen, maar één lied schiet mij nu te binnen. Dat was destijds lied 145:
- Haast u! Haast u! haast u tot de arbeid!
En bereidt ene woning der ere, en bereidt ene woning der ere
Hem Die was, Hem Die was, Die thans is, Die thans is
en ook komt en ook komt,
de Heer, de Almachtige, de Almachtige.
Want God zelf wil in Jezus, Zijnen Zoon,
vanuit u Zich openbaren. In Zijn Werk, in Zijn Werk
en macht der verlossing van zonde en dood wil Hij zich tonen;
Zijn liefde Hem dringt tot redding en tot hulp.
God zal ook het loon Zijnen knecht niet onthouden,
die moeite noch arbeid voor Hem heeft gespaard.
De trouw in de arbeid zal Hij eens belonen;
Volhardt tot het eind in Zijn Werk hier op aard'.
Als ons oog de stad aanschouwt, die door d'Apost'len wordt gebouwd,
waar 't ganse schepsel zal ontkomen aan de klauw des doods;
Ja! dan zal onze ziel eerst recht prijzen de Heer,
Die ons tot dat Werk heeft verkoren.
En Gods ere, ja Zijne ere zal klinken door de heem'len.
Ja! dat zal ons grootste loon eens zijn:
als wij horen het juichen der verlosten, der verlosten,
als wij zijn toebereid tot een vrijstad der volk'ren!
Komt, gij vermoeiden! Komt, gij geplaagden!
Want in Zijn Zoon heeft God u een plaats der ontkoming bereid.
Eeuwig, eeuwig zal de vreugde zijn
in de Heerlijkheid, in de Heerlijkheid!
Van alles kan men nu denken en vinden, bijvoorbeeld: "je bent zeker vastgeroest in het verleden" óf "wat is dat taalgebruik toch achterhaald". Wat mij echter telkens opnieuw diep van binnen raakte, was, als het koor déze woorden zong: "Komt, gij vermoeiden! Komt, gij geplaagden!"
Ik was misschien nog maar vijf of zes jaar oud! Soortgelijke -dierbare- herinneringen koester ik bij een ander koorlied. Dat was toen lied 10:
- Troost nu, troost nu, troost nu Mijn volk!
Spreek naar hun hart, zegt de Heer, zegt uw God.
Troost nu, troost nu, troost nu Mijn volk!
Spreek naar hun hart, zegt de Heer, uw Zender en God!
Spreek naar 't harte van Jeruzalem, spreek naar 't harte van Jeruzalem;
Zeg het der dochter Sions: Zie! uw Koning komt tot u, tot u
zacht - moe - dig.
Zie! uw Koning komt tot u, tot u
zacht - moe - dig.
Let wel: ik was nog een kind. Wat mij híerbij raakte, was: "zacht - moe -dig". Want dat werd altijd héél mooi gezongen; twéé keer achter elkaar!
(...) Kunt u het zich indenken dat als je dan, vele jaren later, "waardevolle woorden van onze Stamapostel" onder ogen krijgt en het dan gaat om de tekst "Wij kunnen niet uitsluiten dat God in individuele gevallen ook buiten de door ons erkende orde werkt"; dat je dan denkt: dit klopt niet!? Immers, hier wordt gezegd: wie ons hoort, hoort God, uitzonderingen daargelaten. Kun je met al je verbeelding nóg hoger van de toren blazen?
Groet,
TjerkB
Bron: Bericht op "di 15 aug 2023, 16:05", in de thread "Gerrit Sepers"