Het Apostolisch Genootschap: Doormodderen of moedig gaan herbronnen?
Geplaatst: za 26 aug 2023, 11:25
Recentelijk las ik de vacaturetekst voor een lid van de Raad van Toezicht van het Apostolisch Genootschap. Wat mij daarin opviel was dat de Raad van Toezicht zich bezighoudt met het bewaken van het gedachtegoed van het Apostolisch Genootschap, een taak die niet expliciet in artikel 11 van de statuten van het Apostolisch Genootschap benoemd wordt. Als ik echter het bericht van de Raad van Toezicht in het jaarverslag van het Genootschap van 2022 erop nasla, dan wordt er daarin geen melding gemaakt van activiteiten ten aanzien van het gedachtegoed.
Dat laatste is opmerkelijk omdat er in veel gezinnen kritiek wordt geuit op het gebrek aan diepgang en het gebrek aan fundament in de weekbrieven en de erediensten. Een deel van die kritiek is op internet terug te vinden en die kritiek is niet mals. Kritiek wordt echter geheel genegeerd of gebagatelliseerd als de mening van een enkeling. Dat is een grote denkfout. Juist de enkeling die wel kritiek uit verwoordt vaak de mening van grote groepen die zich niet durven uit te spreken. Dat geldt ook voor hetgeen ik hier schrijf. Het Genootschap lijkt wel gevoelig voor kritiek in de publieke pers; maar dan handelt het bestuur vanuit damage control. Echt serieus wordt kritiek nog steeds niet genomen, ook niet na het boek Apostelkind van Renske Doorenspleet. De dialooggesprekken waren daar een voorbeeld van. Ze waren niet integer, niet professioneel en slechts ingestoken op het verminderen van imagoschade.1 De facto hebben deze gesprekken geen concrete wijzigingen opgeleverd.
Het bestuur lijkt mijns inziens nog onvoldoende te beseffen wat er echt gaande is in het Genootschap, wat de onderliggende oorzaken zijn en geeft daar geen openlijke getuigenis van. Men klopt zichzelf vooral op de borst hoe bijzonder het genootschap wel zou zijn, hoe goed men het doet en prijkt daarbij met hoge cijfers in enquêtes daarbij voorbijgaande aan de mogelijkheid van selectieve non-respons; veel kritische leden reageren namelijk niet op enquêtes: kritiek geven is immers nog altijd not done.
Daling ledenaantal en de onderliggende oorzaken
De afgelopen jaren nam het ledenaantal sterk af, en die afkalving gaat in een steeds sneller tempo.2 Verder neemt de ledenparticipatie af en dalen de aanbiedingen de laatste jaren trendmatig.3 Een openlijke analyse wat de oorzaken hiervan zijn heeft het Genootschap nog niet gemaakt. Mijns inziens is er niet alleen sprake van een sterfte-overschot, maar is er veel meer aan de hand. Zo is er een gebrek aan diepgang in de erediensten, is er weinig besef van structuur van de liturgie, is er een gebrek aan transcendentie, is er sprake van inhoudelijk zwakke weekbrieven (zie hieronder) en is de arbeid van de geestelijke verzorgers oppervlakkig. Leden herkennen zich niet meer in het Genootschap en ook niet-leden weten niet waar het voor staat. Daarnaast wordt er niet geluisterd naar kritiek op het gedachtegoed en worden vragen naar de fundamenten daarvan omzeild. Theologische en liturgische wijzigingen worden niet benoemd en uitgelegd. Verder werken de onderliggende sektarische mechanismes uit het verleden nog altijd door.4
De plek waar het gedachtegoed bij uitstek tot uitdrukking komt, is de weekbrief. Bij de weekbrieven is echter een aantal kritische kanttekeningen te maken. Ze zwabberen inhoudelijk alle kanten op zonder de onderliggende fundamenten te benoemen. Door het gebrek aan fundament missen ze diepgang. Verder zijn ze soms zeer onsamenhangend. Daarnaast wordt God in de weekbrieven niet meer benoemd. De meningen over God lopen in het Genootschap zeer sterk uiteen: de een wil het afschaffen, de ander behouden. De landelijke voorgangers zeggen dat ze God niet willen afschaffen, maar gebruiken God echter niet in de weekbrieven. Zelf houd ik me vast aan Meister Eckhart: dicht bij jezelf zijn, is dicht bij God zijn. En dicht bij God zijn gaat vooraf aan compassie naar de ander. Oftewel: God afschaffen is ook de basis voor compassie afschaffen. Daarnaast wordt de bijbel nauwelijks meer gebruikt in de weekbrieven. En als de bijbel al wordt gebruikt, worden de diepere betekenislagen daarvan niet doorgrond. In de bijbel ligt echter heel veel wijsheid besloten, maar dat ligt ook onder de oppervlakte en dat vraagt om het goud in de teksten te delven. Hierbij valt nog veel te leren van het modernisme van de remonstranten. Wat ook opvalt is dat de weekbrieven steeds minder aansluiten bij de liederen.
De fundamentele oorzaak van de krimp is dat het Genootschap de wortels van het gedachtegoed niet meer kent; de opvattingen zijn een onsamenhangend en ondoorzichtig geheel geworden. Er is op dit punt duidelijk een gebrek aan koers te constateren. Je kunt de landelijke voorgangers wel als taak geven hoeders te zijn van het gedachtegoed zoals met Pasen 2022 is gebeurd, maar daar moet je dan wel openlijk vervolg aan geven. Een voorwaarde om dit te kunnen doen is het kennen, benoemen en doorgronden van de wortels van het gedachtegoed. Op welke externe tradities is het gedachtegoed gebaseerd, welke opvattingen zijn daaruit overgenomen en wat is er in de loop van de jaren aan toegevoegd en uit welke bron, en wat is er terzijde gelegd en waarom? Wat zijn de wortels van het religieus humanisme en welke opvattingen zijn daaruit afkomstig?
De enige manier om op deze vragen antwoord te geven is het herbronnen van het gedachtegoed. Met het boekje Grondslag in perspectief (2019) is hiertoe een eerste aanzet gegeven. Een echt antwoord op de genoemde vragen bevat het echter niet. Een vervolg daarop waarin dat echt gebeurt, is door het Genootschap tegengehouden terwijl dit wel noodzakelijk is. Het is een cruciale stap die gezet moet worden om het genootschap toekomst te geven en langdurig nieuwe leden aan zich te kunnen binden.
Statuten
Ten aanzien van de statuten staat er in het jaarverslag van het Genootschap van 2022 dat de aanpassingen een quick fix zijn. Mijns inziens is er naast het ontbreken van de taak van de Raad van Toezicht in het bewaken van het gedachtegoed nog een aantal issues ten aanzien van de statuten die aandacht vragen. Zo presenteert het genootschap zich naar buiten als een vrijzinnig genootschap maar is dit in de statuten niet zichtbaar. Ook ten aanzien van God zijn er mijns inziens aanpassingen nodig.
In vrijzinnigheid geloven is niet alleen zonder dogma’s willen geloven maar het betekent ook het persoonlijk voor waar houden van geloofsopvattingen die je niet kunt bewijzen maar waarvan je diep van binnen overtuigd bent dat ze waar zijn. Die geloofsopvattingen kun je baseren op verschillende tradities, op de uitspraken van wijze mensen en op persoonlijke geloofservaringen. Binnen het Genootschap verschillen de geloofsopvattingen tussen de leden. Op de website van het Genootschap wordt over de apostolische vrijzinnigheid geschreven dat het onder andere blijkt ‘uit het geheel ontbreken van voorgeschreven regels waaraan leden zich zouden moeten houden’. Artikel 2 van de statuten van het Genootschap ademt daarbij niet de geest van vrijzinnigheid. Het is niet aan het Genootschap om de geloofsopvattingen van de leden te bepalen, dat bepalen ze zelf wel.
Het meest in het oog springende aspect is het geloof in God. Op de website van het Genootschap schrijft het Genootschap ten aanzien van God dat het ‘aan de leden zelf [is] welke definitie ze willen hanteren en wat hun beeld daar dan bij is’. Desondanks wordt er in artikel 2 benoemt wat leden over God geloven. Waarom niet alleen het onderschrijven van de intentie om ‘in liefde te werken aan een waardige wereld’? Dat lijkt me meer dan voldoende. Dat kan prima in artikel 14 en dan kan ‘van het geloof van de lidmaten’ uit artikel 2. Ook de vrijzinnige Remonstrantse broederschap hanteert een korte verklaring die je onderschrijft als je lid wordt, iets wat ik uit eigen ervaring weet.
Conclusie en aanbevelingen
De geconstateerde daling van de ledenaantallen is voor een deel demografisch van aard, voor een ander deel toe te schrijven aan het bestuur. Om het Genootschap voor de toekomst te bewaren is het nodig dat het bestuur de handschoen oppakt en de koers van herbronnen van het gedachtegoed openlijk uitzet. Dit niet doen is doormodderen en dan is het over 20 jaar echt gedaan met het Genootschap. Bij het aanjagen van dit proces zie ik een belangrijke rol weggelegd voor de Raad van Toezicht om het bestuur in beweging te krijgen. Ten aanzien van de statuten is er een aanpassing nodig ten aanzien van het verankeren van vrijzinnigheid en de taak van de Raad van Toezicht om het gedachtegoed te bewaken. Na herbronnen is er ook een aanpassing van de statuten nodig om de bronnen van het gedachtegoed in de statuten vast te leggen.
Ik ben heel benieuwd wat jullie van de inhoud van deze blog vinden. Dus: ik nodig jullie uit om een reactie te schrijven. Dat kan onder een pseudoniem.
Alexander
Noten
1) Zie: https://apostelkinderen.nl/2020/09/16/e ... e-waarheid.
2) Bij de officiële ledenaantallen moet een belangrijke kanttekening gemaakt worden. Ze zijn namelijk opwaarts vertekend. Bij de leden staan nog leden die al overleden zijn en ook leden die allang hun lidmaatschap hebben opgezegd. Bovendien worden leden pas vier jaar na opzeggen ook daadwerkelijk uitgeschreven. In een gemeenschap die ik ken (Brunssum) heb ik dat gecontroleerd en dan kom ik op een overschatting van zo’n 10%.
3) Ten aanzien van de participatie van leden is er een dalende tendens te observeren. Zo bezoeken nog maar zo’n 20% van de leden bezoeken de erediensten (dit is een inschatting op basis de uitzendingen in het district Leiden; jarenlang was ik tegelijkertijd ingeschreven in de gemeente Brunssum en het district Leiden). Het is daarbij met name de oudere generatie die participeert; jongeren vullen niet meer de gaten in het vrijwilligerswerk die ouderen achterlaten en committeren zich minder om langdurig taken in het genootschap te verrichten. Daarnaast is het aandeel niet-actieve leden is vrij groot. In een presentatie van Marcel Kroonenberg van begin 2023 over de opties voor de toekomst van de drie Limburgse gemeentes werd dit geschat op 36% procent van het totaal aantal leden. Door het wegvallen organisten/pianisten en zangkoren in sommige gemeentes staat ook de liedcultuur onder druk. Verder is er een dalende tendens in de aanbiedingen. Wat daarbij meespeelt is dat de geefbereidheid onder ouderen hoger is dan onder jongeren. En die geefbereidheid staat ook onder druk door de verspilzucht van het Genootschap zoals dat blijkt uit de donaties aan andere goede doelen, het waterhoofd aan personeel, Iederal, het magazine Vandaag, etc. De eigen leden die het moeilijk hebben worden echter over het hoofd gezien.
4) Ook in deze tijd zijn er in het ApGen nog steeds sektarische mechanismes werkzaam. Zo doet men alsof er geluisterd wordt maar ondertussen doet men gewoon doen wat men zelf wil, men negeert kritiek, omzeilt kritische vragen en censureert uitingen van kritische leden. Ook hanteert men trucs als elephant noses (iets kleins vragen waaraan nog een hoop consequenties zitten) en neemt men plaatselijk gewoon besluiten over leden heen zonder te vragen wat ze ervan denken, en veranderingen komen uit de lucht vallen zonder argumentatie. Als je nee zegt en niet meer doet wat men graag wil dat je doet, hebben ze ineens geen belangstelling in jou. En als je afscheid neemt ben je ineens onderkoeld en wordt er achter je rug om gevraagd waarom je afscheid neemt; iets van 'het ga je goed, daank je wel' kan er niet vanaf terwijl je je jaren hebt ingespand voor deze club. Dan heb ik het idee dat je de ware aard van dit genootschap aan het daglicht komt. En alles wat verborgen is, zal aan het licht komen.
Dat laatste is opmerkelijk omdat er in veel gezinnen kritiek wordt geuit op het gebrek aan diepgang en het gebrek aan fundament in de weekbrieven en de erediensten. Een deel van die kritiek is op internet terug te vinden en die kritiek is niet mals. Kritiek wordt echter geheel genegeerd of gebagatelliseerd als de mening van een enkeling. Dat is een grote denkfout. Juist de enkeling die wel kritiek uit verwoordt vaak de mening van grote groepen die zich niet durven uit te spreken. Dat geldt ook voor hetgeen ik hier schrijf. Het Genootschap lijkt wel gevoelig voor kritiek in de publieke pers; maar dan handelt het bestuur vanuit damage control. Echt serieus wordt kritiek nog steeds niet genomen, ook niet na het boek Apostelkind van Renske Doorenspleet. De dialooggesprekken waren daar een voorbeeld van. Ze waren niet integer, niet professioneel en slechts ingestoken op het verminderen van imagoschade.1 De facto hebben deze gesprekken geen concrete wijzigingen opgeleverd.
Het bestuur lijkt mijns inziens nog onvoldoende te beseffen wat er echt gaande is in het Genootschap, wat de onderliggende oorzaken zijn en geeft daar geen openlijke getuigenis van. Men klopt zichzelf vooral op de borst hoe bijzonder het genootschap wel zou zijn, hoe goed men het doet en prijkt daarbij met hoge cijfers in enquêtes daarbij voorbijgaande aan de mogelijkheid van selectieve non-respons; veel kritische leden reageren namelijk niet op enquêtes: kritiek geven is immers nog altijd not done.
Daling ledenaantal en de onderliggende oorzaken
De afgelopen jaren nam het ledenaantal sterk af, en die afkalving gaat in een steeds sneller tempo.2 Verder neemt de ledenparticipatie af en dalen de aanbiedingen de laatste jaren trendmatig.3 Een openlijke analyse wat de oorzaken hiervan zijn heeft het Genootschap nog niet gemaakt. Mijns inziens is er niet alleen sprake van een sterfte-overschot, maar is er veel meer aan de hand. Zo is er een gebrek aan diepgang in de erediensten, is er weinig besef van structuur van de liturgie, is er een gebrek aan transcendentie, is er sprake van inhoudelijk zwakke weekbrieven (zie hieronder) en is de arbeid van de geestelijke verzorgers oppervlakkig. Leden herkennen zich niet meer in het Genootschap en ook niet-leden weten niet waar het voor staat. Daarnaast wordt er niet geluisterd naar kritiek op het gedachtegoed en worden vragen naar de fundamenten daarvan omzeild. Theologische en liturgische wijzigingen worden niet benoemd en uitgelegd. Verder werken de onderliggende sektarische mechanismes uit het verleden nog altijd door.4
De plek waar het gedachtegoed bij uitstek tot uitdrukking komt, is de weekbrief. Bij de weekbrieven is echter een aantal kritische kanttekeningen te maken. Ze zwabberen inhoudelijk alle kanten op zonder de onderliggende fundamenten te benoemen. Door het gebrek aan fundament missen ze diepgang. Verder zijn ze soms zeer onsamenhangend. Daarnaast wordt God in de weekbrieven niet meer benoemd. De meningen over God lopen in het Genootschap zeer sterk uiteen: de een wil het afschaffen, de ander behouden. De landelijke voorgangers zeggen dat ze God niet willen afschaffen, maar gebruiken God echter niet in de weekbrieven. Zelf houd ik me vast aan Meister Eckhart: dicht bij jezelf zijn, is dicht bij God zijn. En dicht bij God zijn gaat vooraf aan compassie naar de ander. Oftewel: God afschaffen is ook de basis voor compassie afschaffen. Daarnaast wordt de bijbel nauwelijks meer gebruikt in de weekbrieven. En als de bijbel al wordt gebruikt, worden de diepere betekenislagen daarvan niet doorgrond. In de bijbel ligt echter heel veel wijsheid besloten, maar dat ligt ook onder de oppervlakte en dat vraagt om het goud in de teksten te delven. Hierbij valt nog veel te leren van het modernisme van de remonstranten. Wat ook opvalt is dat de weekbrieven steeds minder aansluiten bij de liederen.
De fundamentele oorzaak van de krimp is dat het Genootschap de wortels van het gedachtegoed niet meer kent; de opvattingen zijn een onsamenhangend en ondoorzichtig geheel geworden. Er is op dit punt duidelijk een gebrek aan koers te constateren. Je kunt de landelijke voorgangers wel als taak geven hoeders te zijn van het gedachtegoed zoals met Pasen 2022 is gebeurd, maar daar moet je dan wel openlijk vervolg aan geven. Een voorwaarde om dit te kunnen doen is het kennen, benoemen en doorgronden van de wortels van het gedachtegoed. Op welke externe tradities is het gedachtegoed gebaseerd, welke opvattingen zijn daaruit overgenomen en wat is er in de loop van de jaren aan toegevoegd en uit welke bron, en wat is er terzijde gelegd en waarom? Wat zijn de wortels van het religieus humanisme en welke opvattingen zijn daaruit afkomstig?
De enige manier om op deze vragen antwoord te geven is het herbronnen van het gedachtegoed. Met het boekje Grondslag in perspectief (2019) is hiertoe een eerste aanzet gegeven. Een echt antwoord op de genoemde vragen bevat het echter niet. Een vervolg daarop waarin dat echt gebeurt, is door het Genootschap tegengehouden terwijl dit wel noodzakelijk is. Het is een cruciale stap die gezet moet worden om het genootschap toekomst te geven en langdurig nieuwe leden aan zich te kunnen binden.
Statuten
Ten aanzien van de statuten staat er in het jaarverslag van het Genootschap van 2022 dat de aanpassingen een quick fix zijn. Mijns inziens is er naast het ontbreken van de taak van de Raad van Toezicht in het bewaken van het gedachtegoed nog een aantal issues ten aanzien van de statuten die aandacht vragen. Zo presenteert het genootschap zich naar buiten als een vrijzinnig genootschap maar is dit in de statuten niet zichtbaar. Ook ten aanzien van God zijn er mijns inziens aanpassingen nodig.
In vrijzinnigheid geloven is niet alleen zonder dogma’s willen geloven maar het betekent ook het persoonlijk voor waar houden van geloofsopvattingen die je niet kunt bewijzen maar waarvan je diep van binnen overtuigd bent dat ze waar zijn. Die geloofsopvattingen kun je baseren op verschillende tradities, op de uitspraken van wijze mensen en op persoonlijke geloofservaringen. Binnen het Genootschap verschillen de geloofsopvattingen tussen de leden. Op de website van het Genootschap wordt over de apostolische vrijzinnigheid geschreven dat het onder andere blijkt ‘uit het geheel ontbreken van voorgeschreven regels waaraan leden zich zouden moeten houden’. Artikel 2 van de statuten van het Genootschap ademt daarbij niet de geest van vrijzinnigheid. Het is niet aan het Genootschap om de geloofsopvattingen van de leden te bepalen, dat bepalen ze zelf wel.
Het meest in het oog springende aspect is het geloof in God. Op de website van het Genootschap schrijft het Genootschap ten aanzien van God dat het ‘aan de leden zelf [is] welke definitie ze willen hanteren en wat hun beeld daar dan bij is’. Desondanks wordt er in artikel 2 benoemt wat leden over God geloven. Waarom niet alleen het onderschrijven van de intentie om ‘in liefde te werken aan een waardige wereld’? Dat lijkt me meer dan voldoende. Dat kan prima in artikel 14 en dan kan ‘van het geloof van de lidmaten’ uit artikel 2. Ook de vrijzinnige Remonstrantse broederschap hanteert een korte verklaring die je onderschrijft als je lid wordt, iets wat ik uit eigen ervaring weet.
Conclusie en aanbevelingen
De geconstateerde daling van de ledenaantallen is voor een deel demografisch van aard, voor een ander deel toe te schrijven aan het bestuur. Om het Genootschap voor de toekomst te bewaren is het nodig dat het bestuur de handschoen oppakt en de koers van herbronnen van het gedachtegoed openlijk uitzet. Dit niet doen is doormodderen en dan is het over 20 jaar echt gedaan met het Genootschap. Bij het aanjagen van dit proces zie ik een belangrijke rol weggelegd voor de Raad van Toezicht om het bestuur in beweging te krijgen. Ten aanzien van de statuten is er een aanpassing nodig ten aanzien van het verankeren van vrijzinnigheid en de taak van de Raad van Toezicht om het gedachtegoed te bewaken. Na herbronnen is er ook een aanpassing van de statuten nodig om de bronnen van het gedachtegoed in de statuten vast te leggen.
Ik ben heel benieuwd wat jullie van de inhoud van deze blog vinden. Dus: ik nodig jullie uit om een reactie te schrijven. Dat kan onder een pseudoniem.
Alexander
Noten
1) Zie: https://apostelkinderen.nl/2020/09/16/e ... e-waarheid.
2) Bij de officiële ledenaantallen moet een belangrijke kanttekening gemaakt worden. Ze zijn namelijk opwaarts vertekend. Bij de leden staan nog leden die al overleden zijn en ook leden die allang hun lidmaatschap hebben opgezegd. Bovendien worden leden pas vier jaar na opzeggen ook daadwerkelijk uitgeschreven. In een gemeenschap die ik ken (Brunssum) heb ik dat gecontroleerd en dan kom ik op een overschatting van zo’n 10%.
3) Ten aanzien van de participatie van leden is er een dalende tendens te observeren. Zo bezoeken nog maar zo’n 20% van de leden bezoeken de erediensten (dit is een inschatting op basis de uitzendingen in het district Leiden; jarenlang was ik tegelijkertijd ingeschreven in de gemeente Brunssum en het district Leiden). Het is daarbij met name de oudere generatie die participeert; jongeren vullen niet meer de gaten in het vrijwilligerswerk die ouderen achterlaten en committeren zich minder om langdurig taken in het genootschap te verrichten. Daarnaast is het aandeel niet-actieve leden is vrij groot. In een presentatie van Marcel Kroonenberg van begin 2023 over de opties voor de toekomst van de drie Limburgse gemeentes werd dit geschat op 36% procent van het totaal aantal leden. Door het wegvallen organisten/pianisten en zangkoren in sommige gemeentes staat ook de liedcultuur onder druk. Verder is er een dalende tendens in de aanbiedingen. Wat daarbij meespeelt is dat de geefbereidheid onder ouderen hoger is dan onder jongeren. En die geefbereidheid staat ook onder druk door de verspilzucht van het Genootschap zoals dat blijkt uit de donaties aan andere goede doelen, het waterhoofd aan personeel, Iederal, het magazine Vandaag, etc. De eigen leden die het moeilijk hebben worden echter over het hoofd gezien.
4) Ook in deze tijd zijn er in het ApGen nog steeds sektarische mechanismes werkzaam. Zo doet men alsof er geluisterd wordt maar ondertussen doet men gewoon doen wat men zelf wil, men negeert kritiek, omzeilt kritische vragen en censureert uitingen van kritische leden. Ook hanteert men trucs als elephant noses (iets kleins vragen waaraan nog een hoop consequenties zitten) en neemt men plaatselijk gewoon besluiten over leden heen zonder te vragen wat ze ervan denken, en veranderingen komen uit de lucht vallen zonder argumentatie. Als je nee zegt en niet meer doet wat men graag wil dat je doet, hebben ze ineens geen belangstelling in jou. En als je afscheid neemt ben je ineens onderkoeld en wordt er achter je rug om gevraagd waarom je afscheid neemt; iets van 'het ga je goed, daank je wel' kan er niet vanaf terwijl je je jaren hebt ingespand voor deze club. Dan heb ik het idee dat je de ware aard van dit genootschap aan het daglicht komt. En alles wat verborgen is, zal aan het licht komen.