Leber en Mariaverering
Geplaatst: vr 10 dec 2010, 15:51
Glaubenskultur.de publiceerde 7 december jongstleden een artikel, ‘Frische
Brise’, waarin verslag werd gedaan door de redactie van een interview met
de kersverse districtsapostel Krause (opvolger van districtsapostel
Schumacher jr.) en stamapostel dr Leber. In dit interview merkte Leber
o.a. het volgende op:
"Wir wissen oft viel zu wenig auch über andere Konfessionen und
Religionen. Das fängt ja schon an mit dem Katholizismus., nehmen wir als
Beispiel den Marienkult. Wenn man sich damit beschäftigt und sich von
einem katholischen Theologen tiefer in die Materie einführen lässt, dann
sieht man, so dumm ist das gar nicht."
Het is inmiddels genoegzaam bekend, dat Leber & Co. graag aanpapt met
‘Rome’. Het nieuw-apostolisch Politburo te ‘Zürich’ bericht de laatste
jaren met enige regelmaat van felicitaties en adhesiebetuigingen aan het
adres van de paus. Het gezantschap Gods in de eindtijd bezoekt zelfs
gemijterde prelaten en andere hoogwaardigheidsbekleders te Rome. Er is vanuit het
perspectief van machtspolitiek gekonkel inderdaad veel voor te zeggen in
een goed blaadje te komen bij het oudste, grootste en invloedrijkste
christelijke instituut ter wereld (‘Rome’ doet immers al bijna 2000 jaar
zaken met Onze Lieve Heer en…dictators, maffiosi, reactionairen,
holocaustontkenners, fascisten en veel ander gespuis). In dit licht is
bovengenoemd citaat niet verwonderlijk, maar wel abject, stuitend en
bedenkelijk. De katholiek-apostolische apostelen waren uit een ander (én
beter) hout gesneden. Zij verwierpen iedere vorm van (extatische)
idolatrie. Ze waren van mening, dat niets christenen kan scheiden van God. Elke vorm
van pseudobemiddelaars, valse heilanden en afgoden werd door hen afgewezen.
Onderstaande tekst illustreert dit.
‘Vragen we ons af: wat is eigenlijk afgoderij? Dan zou het antwoord, kort
samengevat, kunnen luiden: “Het is het stellen van iets of iemand tusschen
God en ons”. Hoe verder hierin wordt voortgegaan, zooveel te meer wordt de
gedachte aan God, en de kennis van God verduisterd; de verwachting van God
en het vertrouwen op Hem gaat verloren. (…) Zoo zien wij rondom ons,
eenerzijds een bijgelovigheid die men onbestaanbaar zou achten onder
ontwikkelde menschen, en anderzijds een feitelijk ongeloof, dat alles
verwacht van menschelijk kunnen en geleerdheid, van wetten en
instellingen. (…) Maar, helaas, de kerk (zefyr: alle gedoopten van alle
christelijke gezindten) zelve gaat evenmin vrij uit. Daar is die groote
kerkafdeeling (zefyr: de rooms-katholieke kerk) welke Maria stelt tusschen
God en de menschen en dagelijks ontelbare gebeden tot haar opzendt, om
door hare bemiddeling Gods zegeningen te verwerven. En daartegenover zijn
er de andere groote partijen, waar dikwijls de predikers verafgood worden,
om hun welsprekendheid; (…). Voor dergelijke misbruiken heeft de Heere ons
willen bewaren, door de leiding zijner apostelen, die zich altijd
zorgvuldig beperkt hebben tot hun ouderlingschap (zefyr:
aartsengel-ouderlingen) in de algemeene kerk (zefyr: het lichaam van
Christus, van alle gedoopten van alle gezindten van alle tijden, met
Christus als enig Hoofd) en de plaats des Heeren, als de ééne
Hoogepriester zijner kerk voor Hem open te laten, die aan Gods woord
steeds de rechte en volle waarde hebben gegeven, (…). Toch kan er ook voor
ons gevaar bestaan, volgens de algemeen-menschelijke neiging, om hetzij
van de dienaren of van de verheven diensten in Gods huis, een voorwerp van
verering te maken. En het is niet onmogelijk, dat dit mede een der redenen
is waarom de Heere dit alles uit onze oogen wegneemt en afbreekt, opdat
wanneer Hij verschijnt er werkelijk niets, maar ook héélemaal niets, zij,
tusschen den Heere Zelf en ons.’
Bron: Herderlijke Onderwijzingen, nr. 1, 1930
P.S. De Herderlijke Onderwijzingen is een periodiek van de
Katholiek-Apostolische Kerk in Nederland.
Brise’, waarin verslag werd gedaan door de redactie van een interview met
de kersverse districtsapostel Krause (opvolger van districtsapostel
Schumacher jr.) en stamapostel dr Leber. In dit interview merkte Leber
o.a. het volgende op:
"Wir wissen oft viel zu wenig auch über andere Konfessionen und
Religionen. Das fängt ja schon an mit dem Katholizismus., nehmen wir als
Beispiel den Marienkult. Wenn man sich damit beschäftigt und sich von
einem katholischen Theologen tiefer in die Materie einführen lässt, dann
sieht man, so dumm ist das gar nicht."
Het is inmiddels genoegzaam bekend, dat Leber & Co. graag aanpapt met
‘Rome’. Het nieuw-apostolisch Politburo te ‘Zürich’ bericht de laatste
jaren met enige regelmaat van felicitaties en adhesiebetuigingen aan het
adres van de paus. Het gezantschap Gods in de eindtijd bezoekt zelfs
gemijterde prelaten en andere hoogwaardigheidsbekleders te Rome. Er is vanuit het
perspectief van machtspolitiek gekonkel inderdaad veel voor te zeggen in
een goed blaadje te komen bij het oudste, grootste en invloedrijkste
christelijke instituut ter wereld (‘Rome’ doet immers al bijna 2000 jaar
zaken met Onze Lieve Heer en…dictators, maffiosi, reactionairen,
holocaustontkenners, fascisten en veel ander gespuis). In dit licht is
bovengenoemd citaat niet verwonderlijk, maar wel abject, stuitend en
bedenkelijk. De katholiek-apostolische apostelen waren uit een ander (én
beter) hout gesneden. Zij verwierpen iedere vorm van (extatische)
idolatrie. Ze waren van mening, dat niets christenen kan scheiden van God. Elke vorm
van pseudobemiddelaars, valse heilanden en afgoden werd door hen afgewezen.
Onderstaande tekst illustreert dit.
‘Vragen we ons af: wat is eigenlijk afgoderij? Dan zou het antwoord, kort
samengevat, kunnen luiden: “Het is het stellen van iets of iemand tusschen
God en ons”. Hoe verder hierin wordt voortgegaan, zooveel te meer wordt de
gedachte aan God, en de kennis van God verduisterd; de verwachting van God
en het vertrouwen op Hem gaat verloren. (…) Zoo zien wij rondom ons,
eenerzijds een bijgelovigheid die men onbestaanbaar zou achten onder
ontwikkelde menschen, en anderzijds een feitelijk ongeloof, dat alles
verwacht van menschelijk kunnen en geleerdheid, van wetten en
instellingen. (…) Maar, helaas, de kerk (zefyr: alle gedoopten van alle
christelijke gezindten) zelve gaat evenmin vrij uit. Daar is die groote
kerkafdeeling (zefyr: de rooms-katholieke kerk) welke Maria stelt tusschen
God en de menschen en dagelijks ontelbare gebeden tot haar opzendt, om
door hare bemiddeling Gods zegeningen te verwerven. En daartegenover zijn
er de andere groote partijen, waar dikwijls de predikers verafgood worden,
om hun welsprekendheid; (…). Voor dergelijke misbruiken heeft de Heere ons
willen bewaren, door de leiding zijner apostelen, die zich altijd
zorgvuldig beperkt hebben tot hun ouderlingschap (zefyr:
aartsengel-ouderlingen) in de algemeene kerk (zefyr: het lichaam van
Christus, van alle gedoopten van alle gezindten van alle tijden, met
Christus als enig Hoofd) en de plaats des Heeren, als de ééne
Hoogepriester zijner kerk voor Hem open te laten, die aan Gods woord
steeds de rechte en volle waarde hebben gegeven, (…). Toch kan er ook voor
ons gevaar bestaan, volgens de algemeen-menschelijke neiging, om hetzij
van de dienaren of van de verheven diensten in Gods huis, een voorwerp van
verering te maken. En het is niet onmogelijk, dat dit mede een der redenen
is waarom de Heere dit alles uit onze oogen wegneemt en afbreekt, opdat
wanneer Hij verschijnt er werkelijk niets, maar ook héélemaal niets, zij,
tusschen den Heere Zelf en ons.’
Bron: Herderlijke Onderwijzingen, nr. 1, 1930
P.S. De Herderlijke Onderwijzingen is een periodiek van de
Katholiek-Apostolische Kerk in Nederland.