zefyr schreef:Ik heb het vermoeden, dat in het (recente en grijze) verleden zeer weinig nieuw-apostolischen een (hoge) koninklijke onderscheiding hebben ontvangen, zowel in absolute als in relatieve zin. Mijn hypothese - ik baseer mij niet op (kwantitatieve) gegevens! - hangt samen met de veronderstelling, dat dit symptomatisch is voor de geisoleerde maatschappelijke positie van veel respectievelijk de meeste nieuw-apostolischen (in het verleden en in het heden). In doorsnee spelen twee belangrijke aspecten een rol om als gedecoreerde door het leven te gaan. Het is noodzakelijk, dat je kunt buigen over een onbesproken levenswandel en relevante en aantoonbare bijdrage(n) hebt geleverd aan de samenleving en je deel uitmaakt van een maatschappelijk netwerk dat je voordraagt en de wegen en de formaliteiten kent. Ik heb het bange vermoeden, dat beide aspecten de oorzaak ervan is, dat (bitter) weinig nieuw-apostolischen zijn gedecoreerd, niet alleen vandaag maar ook in het verleden.
Het blijft koffiedik kijken bij dit thema, vanwege het gebrek aan onderzoek.
Als ik in mijn eigen geografische omngeving kijk (woonplaats, omliggende plaatsen), dan zie ik bij een groot deel van de gedecoreerden dat het personen betreft die zich lange, zeer lange tijd (vaak tientallen jaren) bijvoorbeeld als vrijwilliger voor een zg. ‘goed doel’ of een andere maatschappelijk relevante organisatie of doel hebben ingezet. Ik citeer uit een stukje dat ik in dagblad De Stentor (
http://www.destentor.nl/regio/nwoverijs ... intjes.ece) vond:
“Wolter Beens (67) uit Genemuiden zet zich al meer dan vier decennia in voor kerk, school en muziek en is ook vrijwilliger in zorg- en dienstencentrum De Meente. Henriëtte van der Graaf-Huls (58) uit Zwartsluis kreeg een lintje voor haar verdiensten op kerkelijk en politiek terrein. In het verleden was ze onder meer lid van Provinciale Staten in Overijssel. Plaatsgenote Anneke Greveling (68) werd onderscheiden vanwege haar inzet voor het Nederlandse Rode Kruis en allerlei, vooral creatief vrijwilligerswerk.”
En:
“Lid in de Orde van Oranje Nassau werd ook Dini Adema-Dijkstra (1940) uit Eesveen. Als vrijwilligster is ze al vijftien jaar werkzaam voor Slachtofferhulp Nederland. Lou Andriol (1935) was vrijwilliger bij de Hulpdienst Steenwijk, zingt al veertig jaar in verschillende kerkkoren en is 'klusjesman' in verpleeghuis Zonnekamp. IJsbrand Haven (1950) uit Blokzijl ontving het lintje voor zijn vele verdiensten in de damsport. Zo leidde hij als voorzitter de organisatie van het wereldkampioenschap dammen vorig jaar in Emmeloord en Urk. Stadgenoot Wim Lemkes (1930) was als vrijwilliger actief in het militaire welzijnswerk. In Blokzijl was en is hij betrokken bij de restauratie van de Grote Kerk, de biljartvereniging voor ouderen, de Cantorij, Stichting Blokzijl Klassiek en Aangepast Vervoer in Brederwiede.”
Ik denk dat er ook veel leden in de NAK ‘vrijwilligerswerk’ doen, maar dat werk beperkt zich toch vaak tot innerkerkelijke activiteiten. De maatschappelijke betrokkenheid (in ieder geval zoals die zich uit in vrijwilligerswerk) buiten de NAK is waarschijbnlijk wat geringer, en daarmee de reden waarom ik het met zefyr eens ben dat het weinig voor zal komen dat NAK-leden gedecoreerd zullen zijn/worden.
Een zeer gelovig NAK-lid zal dit niet veel kunnen schelen. Hem/haar wacht namelijk (wel pas
na het sterven, dus nog even geduld a.u.b.) de ultieme decoratie: Het virtuele ‘kroontje’ (veel mooier dan een lintje, toch?) dat hij/zij krijgt bij het verwerven van het koning- en priesterschap in het hemels Walhalla.
Duizend jaar feesten, wie wil dat niet?
(Ik, bijvoorbeeld)
Diderot.